Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Ombudsman verzoekt Raad en Commissie de EU-jurisprudentie inzake toegang tot wetgevingsdocumenten beter na te leven
Nieuws - Datum Vrijdag | 06 december 2024
Zaak OI/4/2023/MIK - Geopend op Maandag | 02 oktober 2023 - Besluit over Dinsdag | 03 december 2024 - Betrokken instellingen Europees Parlement ( Geen verder onderzoek gerechtvaardigd ) | Raad van de Europese Unie ( Geen verder onderzoek gerechtvaardigd ) | Europese Commissie ( Geen verder onderzoek gerechtvaardigd ) - Land Frankrijk
Onderzoek geopend
02/10/2023Onderzoek gaande
02/10/2023Uitkomst van het onderzoek
03/12/2024
Naar aanleiding van een onderzoek op eigen initiatief heeft de Ombudsman de Raad van de EU en de Europese Commissie verzocht de EU-jurisprudentie inzake de toegang van het publiek tot wetgevingsdocumenten beter na te leven.
Het Europees Hof van Justitie (HvJ) heeft geoordeeld dat ruimere toegang tot EU-wetgevingsdocumenten moet worden verleend en dat de lijst van uitzonderingen op het recht op toegang tot documenten “des te strikter” moet worden toegepast.
In het onderzoek van de Ombudsman werd onderzocht hoe de Raad en de Commissie verzoeken om toegang met betrekking tot drie belangrijke onderdelen van de EU-wetgeving hebben behandeld, namelijk de wet inzake digitale markten, de herziening van de richtlijn inzake de regeling voor de handel in emissierechten en de richtlijn inzake minimumlonen.
Het stelde vast dat de twee instellingen weliswaar een groot aantal wetgevingsdocumenten openbaar maakten, maar in veel gevallen de uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake toegang tot documenten (Verordening (EG) nr. 1049/2001) te ruim toepasten.
Bij het gebruik van de bescherming van lopende besluitvormingsprocessen als reden om de toegang tot documenten te weigeren, hadden zowel de Raad als de Commissie argumenten die vaag, abstract en ongefundeerd waren. Hun redenering - met inbegrip van het feit dat openbaarmaking zou leiden tot druk van buitenaf of een verkeerde interpretatie door het publiek - is reeds door het Hof van Justitie van de Europese Unie verworpen.
Ook de argumenten van beide instellingen over de noodzaak om juridisch advies te beschermen zijn door het Hof afgewezen.
De Ombudsman merkte op dat dit gebrek aan overeenstemming met de EU-jurisprudentie zeer zorgwekkend is in een Unie die op de rechtsstaat is gebaseerd.
De Ombudsman verzocht beide instellingen om wetgevingsdocumenten onverwijld openbaar te maken, ook al zou dit tot externe druk leiden, aangezien dit een factor is in elk democratisch wetgevingsproces.
Zij heeft ook gevraagd dat de toegang tot wetgevingsdocumenten alleen in werkelijk uitzonderlijke omstandigheden wordt geweigerd en dat derden die tijdens het wetgevingsproces opmerkingen maken, ervan in kennis worden gesteld dat hun opmerkingen openbaar mogen worden gemaakt.
De Raad en de Commissie is verzocht uiterlijk op 3 juni 2025 aan te geven hoe zij de suggesties van de Ombudsman hebben uitgevoerd.