Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 1782 resultaten weergeven

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met een in partnerschap met Unicef gefinancierd project heeft behandeld (zaak 3036/2025/KW)

Maandag | 21 september 2026

De zaak betrof de weigering van de Europese Commissie om gedeeltelijke of ruimere toegang te verlenen tot twee documenten in verband met een in partnerschap met Unicef gefinancierd project. Bij de weigering van toegang heeft de Commissie zich gebaseerd op vijf uitzonderingen die zijn opgenomen in de Uniewetgeving inzake toegang tot documenten, namelijk de noodzaak om het openbaar belang te beschermen wat betreft de internationale betrekkingen en het financiële, monetaire of economische beleid van de Unie of een lidstaat, alsook de bescherming van haar besluitvormingsproces, het commerciële belang van een derde en de persoonlijke levenssfeer en integriteit van natuurlijke personen, met inbegrip van hun persoonsgegevens.

Op basis van de inzage van de litigieuze documenten was de Ombudsman niet overtuigd door de argumenten van de Commissie dat gedeeltelijke of ruimere openbaarmaking de bescherming van de aangevoerde belangen (ernstig) zou ondermijnen. De Ombudsman heeft een voorstel voor een oplossing ingediend waarin de Commissie wordt verzocht haar standpunt ten aanzien van het verzoek te heroverwegen, zodat zij een zo ruim mogelijke toegang tot de betrokken documenten kan verlenen. Zij herinnerde de Commissie ook aan haar verplichting om binnen een redelijke termijn besluiten te nemen en haar besluiten te motiveren.

De Commissie heeft het voorstel van de Ombudsman voor een oplossing aanvaard en klager gedeeltelijke en ruimere toegang tot de documenten verleend. De Ombudsman was ingenomen met het positieve antwoord van de Commissie op haar voorstel voor een oplossing, waarmee de klacht werd opgelost.  

Besluit over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot documenten betreffende de follow-up van een OLAF-onderzoek (zaak 132/2025/ACB)

Vrijdag | 18 september 2026

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met tuchtprocedures naar aanleiding van een onderzoek en aanbeveling van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) aan de Commissie. De Commissie heeft vastgesteld dat 23 documenten binnen het toepassingsgebied van het verzoek vallen en heeft de toegang tot alle documenten in hun geheel geweigerd. Daarbij heeft de Commissie zich gebaseerd op de noodzaak om persoonsgegevens te beschermen.

Toen klager de Commissie verzocht haar besluit te herzien, bevestigde de Commissie de geweigerde toegang met een beroep op een algemeen vermoeden van vertrouwelijkheid dat voortvloeit uit de bescherming van het doel van onderzoeken. De Commissie voerde ook aan dat het publiek geen toegang kan worden verleend om de persoonsgegevens in de documenten te beschermen.

De Ombudsman was van oordeel dat de toepassing door de Commissie van een algemeen vermoeden van vertrouwelijkheid, nadat de betrokken tuchtprocedure was afgesloten, niet redelijk was. Op basis van een inspectie van de litigieuze documenten was de Ombudsman van oordeel dat delen van de documenten wellicht onleesbaar moeten worden gemaakt om de identificatie van personen te voorkomen of om het doel van toekomstige onderzoeken te beschermen, maar dat de documenten niet overal gevoelige informatie bevatten. De Ombudsman stelde derhalve als oplossing voor dat de Commissie haar standpunt over het verzoek om toegang heroverweegt om zinvolle gedeeltelijke toegang tot de gevraagde documenten te verlenen.

In antwoord hierop bevestigde de Commissie haar beroep op een algemeen vermoeden van vertrouwelijkheid en was zij van mening dat een zinvolle gedeeltelijke toegang hoe dan ook niet mogelijk was zonder persoonsgegevens openbaar te maken en de bescherming van het doel van de tuchtonderzoeken van de Commissie in gevaar te brengen.

De Ombudsman betreurde het dat de Commissie geen gedeeltelijke toegang heeft verleend naar aanleiding van haar voorstel voor een oplossing. De Ombudsman stelde vast dat de behandeling door de Commissie van dit verzoek om toegang neerkwam op wanbeheer.

Aangezien de Commissie haar standpunt over het verzoek om toegang van klager naar aanleiding van het voorstel voor een oplossing van de Ombudsman opnieuw had beoordeeld en tot dezelfde conclusie was gekomen als in haar confirmatief besluit, zag de Ombudsman geen nut in om dit onderzoek voort te zetten met een formele aanbeveling ter zake. Daarom heeft zij de zaak gesloten.