Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 1736 resultaten weergeven
Hoe de Europese Commissie is omgegaan met een verzoek om toegang van het publiek tot sms-berichten die zijn uitgewisseld in de chat van de "Washington Group"
Dinsdag | 23 juni 2026
Hoe de Europese Commissie is omgegaan met een verzoek om toegang van het publiek tot sms-berichten die zijn uitgewisseld in de chat van de "Washington Group"
Dinsdag | 23 juni 2026
Hoe heeft de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot documenten die ten grondslag liggen aan de berekening van antitrustboetes behandeld?
Maandag | 22 juni 2026
Decision on how the European Commission dealt with a request for public access to documents relating to the recognition of ‘interested parties’ in State aid procedures (case 2192/2025/MIG)
Donderdag | 18 juni 2026
The case concerned the Commission’s refusal to give public access to documents related to State aid investigations, in which persons had been recognised as an ‘interested party’ despite being neither a beneficiary of the aid nor a competitor. In refusing access, the Commission relied on a general presumption of non-disclosure, arguing that the release of any document would undermine the purpose of its investigations and the commercial interests of the companies concerned. The complainant contested the Commission’s position. Specifically, he contended that there would be an overriding public interest in disclosure, that is, the need to scrutinise the Commission’s practice of admitting complainants as ‘interested parties’. In particular, the complaint raised concerns that the Commission might interpret this notion too narrowly, thereby recognising only beneficiaries or competitors as ‘interested parties’ entitled to lodge a complaint.
Based on her inquiry, the Ombudsman considered that the complainant sought statistical information about the Commission’s practice rather than access to specific documents. In light of this, the Ombudsman made a proposal for a solution, inviting the Commission to deal with the complainant’s request as a request for information and to provide him with relevant information about its State aid procedure that would address the concerns that he had raised.
The Commission accepted the Ombudsman’s proposal for a solution and provided the complainant with detailed information on its practice related to the investigation of potentially unlawful State aid, including information on sample cases. The complainant was satisfied with this reply. The Ombudsman welcomed the Commission’s positive response to her proposal for a solution and closed the inquiry.
Besluit over het uitblijven van een antwoord van de Europese Commissie op een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met koffieontwikkelingsprogramma’s in Ethiopië (zaak 1311/2025/FA)
Dinsdag | 09 juni 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met koffieontwikkelingsprogramma's in Ethiopië. De klager heeft zijn verzoek in augustus 2024 bij de Commissie ingediend.
De Commissie antwoordde voor het eerst in december 2024. Zij verleende volledige toegang tot twee documenten, weigerde de toegang tot drie documenten in hun geheel en gaf gedeeltelijke toegang tot de overige 31 documenten. Daarbij voerde de Commissie aan dat (volledige) openbaarmaking de bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits, de bescherming van persoonsgegevens en commerciële belangen, alsook de bescherming van het openbaar belang wat internationale betrekkingen betreft, zou kunnen ondermijnen.
Klager betwistte het besluit van de Commissie door in januari 2025 een "bevestigend verzoek" in te dienen. Bij gebrek aan een antwoord wendde klager zich in mei 2025 tot de Ombudsman.
In juni 2025 opende de Ombudsman een onderzoek en verzocht hij de Commissie de klager zo spoedig mogelijk te antwoorden.
Na verschillende gedachtewisselingen met de Commissie over deze kwestie stuurde de Ombudsman de Commissie op 20 april 2026 een laatste herinnering en drong er bij haar op aan uiterlijk op 12 mei 2026 een confirmatief besluit vast te stellen. De Commissie heeft dit nagelaten.
Aangezien de Commissie nog steeds niet meer dan 15 maanden na het verstrijken van de bij Verordening (EG) nr. 1049/2001 vastgestelde wettelijke termijn had geantwoord op het confirmatief verzoek van klager, sloot de Ombudsman het onderzoek af met de bevinding dat er sprake was van wanbeheer.
Aanbeveling over de behandeling door de Europese Commissie van een verzoek om toegang van het publiek tot een sms-bericht van een EU-staatshoofd aan de voorzitter van de Commissie over de handelsbesprekingen tussen de EU en Mercosur (zaak 2482/2025/NH)
Vrijdag | 05 juni 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot een sms-bericht dat de president van de Franse Republiek in januari 2024 aan de voorzitter van de Europese Commissie had gestuurd over de handelsbesprekingen tussen de EU en Mercosur.
In juli 2025 antwoordde de Commissie dat, hoewel een dergelijke uitwisseling inderdaad had plaatsgevonden, zij het gevraagde bericht niet kon lokaliseren. De Commissie merkte op dat het bericht was ontvangen via de instant messaging-applicatie “Signal”, waarbij de functie “verdwijnende berichten” was geactiveerd. De Commissie concludeerde derhalve dat zij geen documenten bezat die binnen het toepassingsgebied van het verzoek vielen.
De Ombudsman opende een onderzoek naar de behandeling van het verzoek door de Commissie. Haar onderzoeksteam heeft het dossier van de Commissie over het verzoek om toegang van het publiek geïnspecteerd en een bijeenkomst gehouden met vertegenwoordigers van de Commissie.
Op basis van de inspectie en de vergadering kon de Ombudsman niet uitsluiten dat het bericht na ontvangst van het verzoek automatisch van de telefoon van de Voorzitter werd verwijderd. Uit het onderzoek is ook gebleken dat het kabinet van de voorzitter van de Commissie gedurende 15 maanden geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van klager, terwijl het secretariaat-generaal geen follow-up of herinnering heeft gegeven om toezicht te houden op de verwerking ervan. De Ombudsman concludeerde dat de behandeling van dit verzoek door de Commissie neerkwam op wanbeheer.
Om dit probleem aan te pakken, heeft de Ombudsman de Commissie aanbevolen de behandeling van verzoeken om toegang van het publiek waarbij het kabinet van de voorzitter of een commissaris betrokken is, te evalueren en te verbeteren en actief toezicht te houden op de voortgang van dergelijke verzoeken om onnodige vertragingen te voorkomen.
Daarnaast deed de Ombudsman twee suggesties voor verbeteringen. Ten eerste moet de Commissie haar interne regels aanpassen om ervoor te zorgen dat elk document waarvoor een verzoek om toegang van het publiek is ingediend, wordt bewaard zodra een dergelijk verzoek tot dat document is ontvangen en totdat een proces van betwisting van een weigering om toegang te verlenen is voltooid, ongeacht of het document voldoet aan de criteria voor documentregistratie van de Commissie. Ten tweede moet de Commissie alle tekst- en chatberichten die worden uitgewisseld tussen staatshoofden en regeringsleiders, of ministers, en leden van de Commissie, met inbegrip van die welke na een bepaalde periode automatisch worden gewist, gedurende een redelijke periode naar behoren bewaren, gezien het waarschijnlijke belang van dergelijke berichten.
Hoe de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot documenten over de aankoop van vaccins tegen COVID-19 heeft behandeld
Donderdag | 21 mei 2026
Besluit over de wijze waarop de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek om toegang van het publiek tot documenten betreffende haar gendergerelateerd beleid heeft behandeld (zaak 1309/2025/MIG)
Dinsdag | 12 mei 2026
De zaak betrof de weigering van de Europese Centrale Bank (ECB) om het publiek toegang te verlenen tot documenten met adviezen over haar genderbeleid en daarmee samenhangende maatregelen. De ECB was van mening dat openbaarmaking de bescherming van juridisch advies en haar interne besluitvorming zou ondermijnen. Klager voerde aan dat er een hoger openbaar belang is bij openbaarmaking, namelijk bij het begrijpen van de juridische redenering die ten grondslag ligt aan het genderbeleid en de daarmee samenhangende maatregelen van de ECB.
Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft de litigieuze documenten geïnspecteerd. Op basis hiervan stelde de Ombudsman vast dat de inhoud van de documenten redelijkerwijs als juridisch advies kon worden beschouwd en dat het redelijk was geweest voor de ECB om te oordelen dat openbaarmaking van de documenten de bescherming van juridisch advies zou hebben ondermijnd. Bovendien achtte de Ombudsman het redelijk dat de ECB oordeelde dat er geen hoger openbaar belang bij openbaarmaking bestond.
De Ombudsman sloot het onderzoek dus af en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer.
Besluit over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot het risicobeoordelingsverslag van een groot socialemediabedrijf over de naleving van de bepalingen van de wet inzake digitale diensten (zaak 1746/2024/MIG)
Maandag | 11 mei 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot het risicobeoordelingsverslag voor 2023 van een groot socialmediaplatform over de naleving van de bepalingen van de wet inzake digitale diensten. De Commissie heeft de toegang tot het verslag geweigerd onder verwijzing naar uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten (Verordening (EG) nr. 1049/2001). Zij was van mening dat er een algemeen vermoeden bestond dat openbaarmaking van het verslag de commerciële belangen van het platform zou ondermijnen, alsook haar lopende onderzoek naar de naleving door het platform van zijn verplichtingen uit hoofde van de digitaledienstenverordening. Bijgevolg heeft de Commissie geen individuele beoordeling van het verslag verricht om de mogelijke openbaarmaking ervan vast te stellen.
De Ombudsman achtte het onredelijk om een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking toe te passen op een in het kader van de digitaledienstenverordening opgesteld risicobeoordelingsverslag. De Ombudsman was van mening dat de omstandigheden waarin de rechterlijke instanties van de EU de mogelijkheid hebben erkend om gebruik te maken van een algemeen vermoeden, sterk verschillen van de regels die van toepassing zijn op risicobeoordelingsverslagen. In het licht hiervan was het voorlopige standpunt van de Ombudsman dat het beroep van de Commissie op een algemeen vermoeden neerkwam op wanbeheer.
Toen de Commissie haar standpunt handhaafde, bevestigde de Ombudsman haar standpunt dat het beroep op een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking wanbeheer vormde. Zij heeft de Commissie aanbevolen een individuele beoordeling van het litigieuze risicobeoordelingsverslag uit te voeren met het oog op een zo ruim mogelijke toegang, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001.
De Commissie heeft de aanbeveling van de Ombudsman niet aanvaard en haar standpunt herhaald dat in het algemeen kan worden aangenomen dat openbaarmaking van het risicobeoordelingsverslag de bescherming van het doel van haar DSA-onderzoek en de commerciële belangen van het betrokken platform zou ondermijnen. Zij was ook van mening dat zij onmogelijk kon beoordelen of het verslag commercieel gevoelige informatie bevatte en dat het door klager nagestreefde belang van particuliere aard was.
De Ombudsman betreurde het antwoord van de Commissie. Zij bleef er niet van overtuigd dat een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking zou kunnen worden toegepast op risicobeoordelingsverslagen die in het kader van de digitaledienstenverordening zijn opgesteld, ook nadat het betrokken platform een geredigeerde versie van het verslag openbaar heeft gemaakt. De Ombudsman was ook van mening dat de mogelijkheid om na te gaan of een zeer groot onlineplatform zijn verplichtingen uit hoofde van de digitaledienstenverordening nakomt, een openbaar belang bij openbaarmaking vormt dat de Commissie had moeten afwegen tegen de belangen die zij wilde beschermen. Tot slot merkte de Ombudsman op dat de beoordeling van commercieel gevoelige informatie deel uitmaakt van de verplichtingen van de EU-instellingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
Daarom sloot de Ombudsman de zaak af en bevestigde zij haar bevinding van wanbeheer.
Besluit over het uitblijven van een antwoord van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) op een confirmatief verzoek (zaak 590/2026/AGU)
Maandag | 11 mei 2026
Besluit over de weigering van de Raad van de EU om het publiek toegang te verlenen tot documenten betreffende de verenigbaarheid van de automatische uitwisseling van fiscale inlichtingen met de EU-regels inzake gegevensbescherming (zaak 2193/2025/MIG)
Vrijdag | 08 mei 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met de automatische uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden tussen de EU-lidstaten en niet-EU-landen. De Raad heeft links verstrekt naar tien documenten die reeds tot het publieke domein behoren en heeft volledige toegang verleend tot vier andere documenten. Bovendien heeft zij geweigerd het publiek toegang te verlenen tot tien documenten, geheel of gedeeltelijk, op grond van de noodzaak om het openbaar belang te beschermen wat betreft de internationale betrekkingen en het financiële beleid van de lidstaten van de Unie. De Raad was ook van oordeel dat openbaarmaking zijn besluitvorming zou ondermijnen. De klagers betwistten het gebruik van die uitzonderingen en voerden aan dat een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt.
Op basis van het onderzoek en de inspectie van de litigieuze documenten door haar onderzoeksteam heeft de Ombudsman vastgesteld dat het niet kennelijk onjuist was dat de Raad van mening was dat openbaarmaking van de (geredigeerde delen van) de litigieuze documenten de internationale betrekkingen en/of het financiële beleid van de lidstaten zou ondermijnen.
Aangezien deze beschermde openbare belangen niet kunnen worden vernietigd door een ander openbaar belang dat belangrijker wordt geacht, hoefde de toepassing door de Raad van de uitzondering voor het besluitvormingsproces niet te worden onderzocht. De Ombudsman sloot daarom het onderzoek af en stelde vast dat er geen sprake was van wanbeheer.
Verzuim van de Europese Commissie (Europe Direct) om een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met de oorlog in Iran te registreren
Vrijdag | 08 mei 2026