Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 639 resultaten weergeven
Verzuim van de Europese Commissie om te antwoorden op correspondentie over de publicatie van notulen van twee vergaderingen van een deskundigengroep inzake middelen tegen manipulatie
Maandag | 13 juli 2026
Besluit inzake de weigering van het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA) om het publiek volledige toegang te verlenen tot documenten betreffende de voorwaarden voor niet-begeleide minderjarigen in door de EU gefinancierde vluchtelingenfaciliteiten in Griekenland (zaak 1647/2025/MIK)
Maandag | 29 juni 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten van het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA) betreffende de voorwaarden voor niet-begeleide minderjarigen in door de EU gefinancierde vluchtelingenfaciliteiten in Griekenland. Het EUAA heeft vastgesteld dat 53 documenten binnen het toepassingsgebied van het verzoek vallen en heeft gedeeltelijke toegang tot alle documenten verleend. Door volledige toegang te weigeren, heeft het EUAA zich beroepen op verschillende uitzonderingen op het recht van toegang van het publiek tot documenten, op basis van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van personen, zijn besluitvormingsproces en het openbaar belang met betrekking tot de openbare veiligheid. Het EUAA voerde met name aan dat de gevraagde documenten gevoelige informatie bevatten over personen die in specifieke faciliteiten verblijven en voorlopige informatie over de situatie in deze faciliteiten, die door de nationale autoriteiten op vertrouwelijke basis wordt verstrekt. De openbaarmaking van laatstgenoemde informatie zou het vertrouwen van deze autoriteiten in het EUAA en bijgevolg in de besluitvormingsprocessen en de openbare veiligheid van het EUAA kunnen ondermijnen.
Ontevreden over dit antwoord en de toegepaste redacties wendde klager zich tot de Ombudsman.
Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft de niet-geredigeerde versies van de gevraagde documenten geïnspecteerd en de toegepaste bewerkingen besproken met vertegenwoordigers van het EUAA. Op basis hiervan aanvaardde de Ombudsman de argumenten van het EUAA met betrekking tot de noodzaak om de privacy en integriteit te beschermen van bijzonder kwetsbare personen die in specifieke faciliteiten verblijven. Zij erkende ook de ruime beoordelingsmarge van het EUAA bij de toepassing van de uitzondering inzake openbare veiligheid, die nadelig zou kunnen worden beïnvloed indien het EUAA informatie openbaar zou maken die door de nationale autoriteiten in vertrouwen is gedeeld, waardoor zij ervan zouden worden weerhouden nauw samen te werken met het EUAA en het ingezette personeel. Gezien de gevoelige arbeidsomstandigheden van het personeel van het EUAA dat wordt ingezet om de nationale autoriteiten bij te staan, was de Ombudsman bovendien van mening dat het EUAA redelijkerwijs kon trachten de opmerkingen van zijn personeel met betrekking tot specifieke faciliteiten te beschermen, op basis van de uitzondering betreffende de bescherming van het besluitvormingsproces van het EUAA.
De Ombudsman was echter niet volledig overtuigd van alle rechtvaardigingen van het EUAA met betrekking tot de toegepaste bewerkingen en de consistentie ervan. Gezien de ruime gedeeltelijke toegang die het EUAA reeds had verleend tot de gevraagde documenten, oordeelde de Ombudsman echter dat verder onderzoek naar deze klacht niet gerechtvaardigd was. Daarom sloot zij de zaak af en deed zij een suggestie voor verbetering.
Verzuim van de Europese Commissie om te reageren op haar bezorgdheid over haar aanpak van gerichte raadplegingen (uitvoeringsdialogen en realiteitscontroles)
Maandag | 15 juni 2026
Verzuim van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) om te reageren op een verzoek om feedback van een afgewezen kandidaat in een personeelsselectieprocedure
Donderdag | 04 juni 2026
De behandeling door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) van een interne aangelegenheid waarbij een lid van het Comité betrokken is
Woensdag | 13 mei 2026
Besluit betreffende de weigering van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) om het publiek toegang te verlenen tot documenten met betrekking tot zijn instrumenten op het gebied van artificiële intelligentie (zaak 1406/2025/MAS)
Donderdag | 07 mei 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot “modelkaarten” met betrekking tot de instrumenten voor artificiële intelligentie (AI) van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol). Modelkaarten bevatten informatie over het beoogde gebruik van de AI-instrumenten en hun evaluaties. Europol heeft vier documenten geïdentificeerd die binnen het toepassingsgebied van het verzoek vallen. Zij heeft de toegang tot drie documenten in hun geheel geweigerd en gedeeltelijke toegang tot het resterende document verleend. Daarbij heeft Europol zich gebaseerd op de noodzaak om het openbaar belang op het gebied van de openbare veiligheid te beschermen.
Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft de betrokken documenten geïnspecteerd en een ontmoeting gehad met vertegenwoordigers van Europol. Op basis hiervan en gezien de ruime beoordelingsmarge waarover de EU-instellingen en -agentschappen beschikken wanneer zij van mening zijn dat de openbare veiligheid in gevaar is, stelde de Ombudsman vast dat het besluit van Europol om (volledige) toegang van het publiek te weigeren niet kennelijk onjuist was. Aangezien het openbaar belang in kwestie niet kan worden vervangen door een ander openbaar belang dat belangrijker wordt geacht, heeft de Ombudsman het onderzoek afgesloten en vastgesteld dat er geen sprake was van wanbeheer.
De Ombudsman was echter van mening dat de uitleg van Europol aan klager waarom (volledige) toegang tot deze documenten moest worden geweigerd, specifieker had kunnen zijn, en verwees naar een eerder voorstel voor verbetering dat zij in dit verband had gedaan.
Verzuim van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) om twee verzoeken om toegang van het publiek te registreren
Dinsdag | 05 mei 2026
Verzuim van de Europese Commissie om een verzoek om toegang van het publiek tot documenten betreffende het besluit om een journalist niet te accrediteren, te registreren
Dinsdag | 28 april 2026
Hoe heeft de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met haar uitwisselingen met de Hongaarse regering over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht behandeld?
Donderdag | 16 april 2026
Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met haar uitwisselingen met de Hongaarse regering over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht heeft behandeld (zaak 849/2024/PVV)
Donderdag | 16 april 2026
Klager verzocht de Europese Commissie om toegang van het publiek tot documenten over haar contacten met de Hongaarse regering over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in het kader van de beoordeling door de Commissie van de subsidiabiliteit van Hongarije voor cohesiefondsen. Na overleg met de Hongaarse autoriteiten heeft de Commissie de toegang tot sommige documenten geweigerd, met een beroep op twee uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten. Meer in het bijzonder voerde de Commissie aan dat openbaarmaking het doel van haar onderzoek met betrekking tot de subsidiabiliteit van Hongarije voor cohesiefondsen en haar besluitvormingsproces zou ondermijnen. Klager verzocht de Commissie haar besluit te herzien (door een “bevestigend verzoek” in te dienen). Toen de Commissie niet binnen de toepasselijke termijnen antwoordde, wendde klager zich tot de Ombudsman.
De Ombudsman heeft een onderzoek geopend naar de impliciete weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot de gevraagde documenten. Tijdens het onderzoek van de Ombudsman heeft de Commissie haar confirmatief besluit vastgesteld. Zij handhaafde haar besluit om de toegang te weigeren, maar beriep zich op een aanvullende uitzondering, met het argument dat het Europees Parlement inmiddels een gerechtelijke procedure ter zake had ingeleid, en dat openbaarmaking deze lopende procedure zou kunnen ondermijnen.
Uit de inspectie van de Ombudsman is gebleken dat de gevraagde documenten de zelfbeoordeling van Hongarije, de door de Commissie aan de Hongaarse autoriteiten toegezonden formele vragenlijsten en de officiële antwoorden van de relevante Hongaarse autoriteiten op die vragen bevatten. De gevraagde documenten vormen dus de basis voor het besluit van de Commissie waartegen het Parlement een gerechtelijke procedure heeft ingeleid. Zij zijn niet opgesteld ten behoeve van de specifieke gerechtelijke procedure, noch bevatten zij gedurende de gehele procedure interne rechtsopvattingen over omstreden kwesties.
De Ombudsman was van mening dat de Commissie onvoldoende had aangetoond hoe de openbaarmaking van de documenten de gerechtelijke procedure in kwestie kon ondermijnen. De Ombudsman was ook niet overtuigd door het argument van de Commissie dat openbaarmaking haar onderzoek zou kunnen ondermijnen. Daarnaast benadrukte de Ombudsman dat het belangrijk is het publiek te informeren over de acties van de Commissie en de Hongaarse autoriteiten om de financiële belangen van de EU te beschermen en ervoor te zorgen dat de rechtsstaat wordt geëerbiedigd. Daarom was de Ombudsman van mening dat de weigering van de Commissie om een breed publiek toegang te verlenen tot de gevraagde documenten wanbeheer vormde en beval hij de Commissie aan haar standpunt over het verzoek om toegang te heroverwegen.
In antwoord hierop bevestigde de Commissie haar standpunt dat openbaarmaking van de gevraagde documenten de sereniteit van de gerechtelijke procedures van het Parlement en zijn onderzoek naar de subsidiabiliteit van Hongarije voor cohesiefondsen zou ondermijnen. De Ombudsman constateerde echter dat de Commissie geen overtuigende uitleg gaf waarom geen ruimere toegang tot deze documenten kon worden verleend. Daarom bevestigde de Ombudsman haar bevinding van wanbeheer en sloot zij de zaak.
Besluit over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot haar met redenen omkleed advies over de omzetting van de richtlijn bescherming klokkenluiders in België (zaak 372/2026/PVV)
Donderdag | 09 april 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot het met redenen omkleed advies dat de Europese Commissie naar België heeft gestuurd in het kader van een inbreukprocedure met betrekking tot de omzetting van de richtlijn bescherming klokkenluiders.
De Commissie heeft de toegang tot het document geweigerd, dat deel uitmaakt van het dossier van een lopende inbreukprocedure. Daarbij heeft de Commissie zich gebaseerd op een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking, gebaseerd op de noodzaak om het doel van een lopend onderzoek te beschermen. Ontevreden over dit resultaat wendde klager zich tot de Ombudsman.
Hoewel de Ombudsman van mening was dat een adequate bescherming van klokkenluiders van essentieel belang is, heeft zij op basis van de inspectie van het litigieuze document vastgesteld dat de Commissie zich op het algemene vermoeden van niet-openbaarmaking mocht baseren om de toegang tot het document te weigeren. Daarom heeft zij de zaak gesloten.
Besluit inzake de weigering van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) om het publiek toegang te verlenen tot documenten in verband met de follow-up van een onderzoek door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (zaak 1689/2024/MIG)
Vrijdag | 20 februari 2026
De zaak betrof de weigering van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) om het publiek toegang te verlenen tot documenten in verband met een onderzoek van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) naar wangedrag van een van zijn personeelsleden. Om de toegang te weigeren, heeft Enisa zich gebaseerd op een uitzondering op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten, met het argument dat openbaarmaking afbreuk zou doen aan de noodzaak om de privacy en integriteit van de in de documenten genoemde personen, waaronder de persoon op wie het OLAF-onderzoek betrekking heeft, te beschermen.
De Ombudsman constateerde dat klager niet had aangetoond dat de persoonsgegevens openbaar moesten worden gemaakt in het algemeen belang, zoals vereist door de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming. Enisa had dus terecht kunnen weigeren de persoonsgegevens in de litigieuze documenten openbaar te maken. Op basis van de argumenten van Enisa was de Ombudsman er echter niet van overtuigd dat de litigieuze documenten in hun geheel persoonsgegevens vormden. Zij stelt daarom voor dat Enisa haar standpunt heroverweegt dat de toegang tot de documenten volledig moet worden geweigerd.
Als reactie daarop heeft Enisa de litigieuze documenten opnieuw beoordeeld. Op basis hiervan handhaafde zij haar standpunt dat de documenten in hun geheel persoonsgegevens bevatten en dat dus geen toegang van het publiek kon worden verleend. In het licht van de aanvullende informatie die Enisa in dat stadium heeft verstrekt, aanvaardde de Ombudsman dat de documenten redelijkerwijs konden worden beschouwd als persoonsgegevens in hun geheel. Zij sloot daarom haar onderzoek af en concludeerde dat Enisa het voorstel voor een oplossing had aanvaard. De Ombudsman stelde echter voor dat Enisa de aanvrager met het oog op behoorlijk bestuur een lijst zou verstrekken van de documenten die het bij de behandeling van een verzoek om toegang van het publiek tot documenten identificeert.
Weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot haar met redenen omkleed advies over de omzetting van de klokkenluidersrichtlijn in België
Dinsdag | 17 februari 2026
Verzuim van de Europese Commissie om te reageren op een accreditatieverzoek van een journalist die werkt voor RIA Novosti – een mediakanaal dat betrokken is bij EU-sancties tegen Rusland
Maandag | 16 februari 2026
Aanbeveling over de wijze waarop het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) is omgegaan met beschuldigingen van intimidatie door een functionaris van het permanente korps van categorie 2 (zaak 456/2024/MIK)
Vrijdag | 23 januari 2026
De zaak betrof het verzuim van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) om een inhoudelijk antwoord te geven op een administratieve klacht in verband met beschuldigingen van intimidatie en onregelmatigheden door een functionaris van het permanente korps van categorie 2.
De klager diende de administratieve klacht in maart 2023 in bij Frontex. Frontex antwoordde dat, in tegenstelling tot eerdere informatie die het aan klager had verstrekt, deze laatste niet het recht had om een dergelijke klacht in te dienen. Bijgevolg zou hij geen inhoudelijk antwoord krijgen. In de loop van het onderzoek van de Ombudsman zei Frontex echter dat het de klager uiterlijk in november 2024 een algemeen inhoudelijk antwoord zou geven. Frontex heeft dit antwoord pas in december 2025 aan de klager verstrekt. De Ombudsman stelde vast dat de inconsistente informatie die aan klager werd verstrekt en de flagrante vertraging bij het beantwoorden van de klacht wanbeheer vormen. De Ombudsman achtte het echter niet nodig een aanbeveling te doen, aangezien Frontex nu een inhoudelijk antwoord aan klager heeft gegeven.
Bovendien bleek uit het onderzoek van de Ombudsman dat er geen doeltreffend klachten- en verhaalmechanisme is voor functionarissen van categorie 2, zoals in intimidatiesituaties bij Frontex. De Ombudsman concludeerde dat dit een systemische kwestie is die ook wanbeheer vormt.
De Ombudsman heeft de raad van bestuur van Frontex aanbevolen een doeltreffend klachten- en beroepsmechanisme in te voeren bij de komende herziening van het rechtskader voor functionarissen van categorie 2.
Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot een aanmaningsbrief aan Spanje in het kader van een inbreukprocedure heeft behandeld (zaak 2858/2025/NH)
Vrijdag | 09 januari 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot een aanmaningsbrief in een inbreukprocedure met betrekking tot opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in de Spaanse overheidssector. De Commissie heeft de toegang tot de brief geweigerd op grond dat deze deel uitmaakt van een lopende inbreukprocedure, waarvoor een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking bestaat. De Commissie stelde vast dat de klager niet had aangetoond dat er sprake was van een hoger openbaar belang dat openbaarmaking gebiedt. Ontevreden over dit resultaat wendde klager zich tot de Ombudsman.
Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft het litigieuze document geïnspecteerd en bevestigd dat het deel uitmaakt van het administratieve dossier in het kader van een lopende inbreukprocedure. Op basis hiervan stelde de Ombudsman vast dat de Commissie zich terecht kon baseren op het algemene vermoeden van niet-openbaarmaking om de toegang tot de aanmaningsbrief te weigeren. Zij was ook van mening dat het redelijk was dat de Commissie van mening was dat klager onvoldoende argumenten had aangevoerd om het bestaan van een hoger openbaar belang bij openbaarmaking aan te tonen. Daarom sloot zij de zaak af en stelde zij vast dat er geen sprake was van wanbeheer.