Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 581 resultaten weergeven
Weigering van de Raad om toegang te verlenen tot juridische adviezen in verband met de verordening tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie en het EU-Agentschap voor Strafzaken
Maandag | 11 maart 2019
Besluit in zaak 21/2016/JAP over het verzuim van de Raad van de EU om toegang te verlenen tot juridische adviezen over voorstellen voor verordeningen tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie en over het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)
Donderdag | 07 maart 2019
De zaak betrof de weigering van de Raad van de Europese Unie om volledige toegang te verlenen tot juridische adviezen over de wetgevingsvoorstellen voor verordeningen tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en over het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust).
In de loop van het onderzoek van de Ombudsman stemde de Raad ermee in twee van de vier documenten openbaar te maken, maar handhaafde hij zijn weigering om de twee resterende documenten volledig openbaar te maken, hoewel gedeeltelijke toegang werd verleend.
De Ombudsman aanvaardt dat de weigering om de juridische adviezen volledig openbaar te maken gerechtvaardigd was op grond van het feit dat dit de bescherming van juridisch advies en gerechtelijke procedures zou ondermijnen. Zij sluit de zaak derhalve af met de constatering dat er geen sprake is van wanbeheer, maar verzoekt de Raad zijn weigering te herzien in het licht van het verdere tijdsverloop.
Privé-e-mailaccount gebruikt voor schijnbaar werkgerelateerde correspondentie bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek - vragen in verband met de toegang van het publiek tot de e-mails
Zaterdag | 23 december 2017
Besluit in zaak 66/2016/DK over het optreden van het Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad met betrekking tot een verzoek om toegang tot documenten
Donderdag | 21 december 2017
De zaak betrof het verzoek van klager om toegang tot twee e-mails die vanaf de privé-e-mailaccount van de voorzitter van de raad van bestuur van het Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad naar de leden van de Wetenschappelijke Raad van het Agentschap waren gestuurd. Toen het Agentschap de toegang weigerde op grond van het feit dat de twee e-mails niet in zijn bezit waren omdat ze waren verzonden vanaf een privérekening, wendde klager zich tot de Europese Ombudsman.
De Ombudsman opende een onderzoek naar de kwestie, waarna de voorzitter van de raad van bestuur het Agentschap kopieën van de twee e-mails verstrekte. Het Agentschap zou dus het verzoek van klager om toegang tot de e-mails op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001[1] kunnen beoordelen. Het Agentschap heeft klager vervolgens gedeeltelijke toegang tot de documenten verleend. De Ombudsman verkreeg volledige kopieën van de twee e-mails en kon nagaan of de bewerkingen in de aan klager meegedeelde kopieën gerechtvaardigd waren.
De Ombudsman sloot het onderzoek derhalve af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.
Besluit in zaak 709/2015/MDC over de weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot ontwerpen van het definitieve effectbeoordelingsverslag bij haar voorstel voor een richtlijn tot wijziging van de richtlijnen brandstofkwaliteit en hernieuwbare energie
Woensdag | 04 oktober 2017
De zaak betrof de weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot ontwerpversies van een effectbeoordelingsverslag over indirecte veranderingen in landgebruik in verband met biobrandstoffen (ILUC). De openbaarmaking van de documenten werd geweigerd op grond dat dit het besluitvormingsproces van de Commissie zou ondermijnen. Klager, een groep organisaties, was van mening dat hem toegang moest worden verleend tot de door hem gevraagde documenten.
De Ombudsman onderzocht de kwestie. Zij merkte op dat het Parlement en de Raad in september 2015 Richtlijn 2015/1513 hebben vastgesteld. Deze richtlijn was gebaseerd op het wetgevingsvoorstel van de Commissie, waaraan het effectbeoordelingsverslag was gehecht, waarvan de ontwerpversies in casu aan de orde waren. De Ombudsman stelde daarom voor dat de Commissie, in het licht van deze nieuwe omstandigheden, het publiek toegang zou verlenen tot de gevraagde documenten. De Commissie was het daar niet mee eens en voerde aan dat er geen sprake was van wanbeheer van haar kant. In het licht van de nieuwe omstandigheden heeft zij klager echter verzocht een nieuw verzoek om toegang tot documenten in te dienen. Klager deelde de Ombudsman later mee dat de Commissie naar aanleiding van een nieuw verzoek om toegang tot documenten toegang had verleend tot de door haar gevraagde documenten. De Ombudsman sloot de zaak dus af met de bevinding dat verder onderzoek naar de klacht niet gerechtvaardigd was. Zij wees er ook op dat de Ombudsman het recht heeft een instelling te verzoeken om bij het beantwoorden van een voorstel voor een oplossing van de Ombudsman in een zaak inzake toegang tot documenten rekening te houden met nieuwe argumenten waarom een document moet worden vrijgegeven.
Besluit in zaak 1959/2014/MDC over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot de toekenningsevaluatieformulieren betreffende aanvragen voor medefinanciering van mechanismen voor de verwerking van persoonsgegevens van passagiers
Donderdag | 13 juli 2017
De zaak betrof de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot evaluatieformulieren die zijn opgesteld om de aanvragen van de lidstaten voor medefinanciering door de Commissie van nationale systemen voor de verwerking van persoonsgegevens van passagiers (PNR[1])te beoordelen. De klacht is ingediend door een lid van het Europees Parlement.
Bij het weigeren van toegang tot de gevraagde beoordelingsformulieren heeft de Commissie zich gebaseerd op een arrest van het Gerecht waarin de noodzaak werd erkend om de vertrouwelijkheid van de procedures van de beoordelingscomités met betrekking tot aanbestedingsprocedures te handhaven. In die zaak oordeelde het Hof dat openbaarmaking van de adviezen van de leden van het evaluatiecomité hun onafhankelijkheid in gevaar zou brengen en dus het besluitvormingsproces van de betrokken instelling ernstig zou ondermijnen. Klager was echter van mening dat dit arrest niet van toepassing was op een beoordelingsprocedure betreffende de beoordeling van door de lidstaten ingediende financieringsaanvragen.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de weigering van de Commissie om de gevraagde documenten openbaar te maken niet gerechtvaardigd was. Bovendien was zij het ermee eens dat er een hoger openbaar belang bestond bij de openbaarmaking van de gevraagde documenten. De Ombudsman deed daarom een aanbeveling aan de Commissie om de gevraagde documenten vrij te geven (zij was het er echter mee eens dat de namen van de beoordelaars onleesbaar konden worden gemaakt).
De Commissie weigerde de aanbeveling van de Ombudsman te aanvaarden zonder haar standpunt overtuigend te motiveren. De Ombudsman sloot de zaak daarom af met een bevinding van wanbeheer.
[1] PNR-gegevens (Passenger Name Record) zijn gegevens die door passagiers worden verstrekt tijdens het reserveren en boeken van tickets en bij het inchecken op vluchten, en die door luchtvaartmaatschappijen voor hun eigen commerciële doeleinden worden verzameld. Het bevat verschillende soorten informatie, zoals reisdata, reisroute, ticketinformatie, contactgegevens, reisagent via wie de vlucht is geboekt, gebruikte betaalmiddelen, stoelnummer en bagage-informatie. De gegevens worden opgeslagen in de reserverings- en vertrekcontroledatabases van de luchtvaartmaatschappijen.
Besluit in zaak 1102/2016/JN over het verzuim van de Commissie om te antwoorden op correspondentie en om een document volledig openbaar te maken
Vrijdag | 13 januari 2017
De zaak betrof het verzuim van de Commissie om te antwoorden op de correspondentie van klager in het kader van een financiële controle op het niveau van de lidstaten. Na tussenkomst van de Ombudsman heeft de Commissie geantwoord. Zij heeft het door klager gevraagde document openbaar gemaakt, maar enkele persoonsgegevens (namen van natuurlijke personen) onleesbaar gemaakt. De Ombudsman constateerde dat de Commissie de redactie op grond van Verordening (EG) nr. 45/2001 correct had gerechtvaardigd.
Besluit in zaak 739/2016/JAP betreffende de weigering van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie om toegang te verlenen tot een downloadbare versie van zijn jurisprudentiedatabank
Woensdag | 11 januari 2017
De zaak betrof de behandeling van een verzoek om informatie over de wijze waarop een downloadbare versie van een jurisprudentiedatabank van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (“EUIPO”) kon worden verkregen. De Ombudsman informeerde naar de kwestie en vroeg EUIPO beter uit te leggen waarom het niet aan het verzoek kon voldoen. De uitleg van het EUIPO was juist en redelijk. De zaak werd dus afgesloten met de vaststelling dat er geen sprake was van wanbeheer.
Toegang tot documenten – lijst van inschrijvingen naar aanleiding van de aankondiging van een opdracht van de Commissie
Dinsdag | 20 december 2016
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1206/2014/PD betreffende de weigering van de Europese Commissie om de namen van ambtenaren bekend te maken in een staatssteunzaak
Maandag | 19 december 2016
De zaak betrof een weigering van de Commissie om de namen bekend te maken van personeelsleden die aan een staatssteunonderzoek van de Commissie hadden gewerkt. In de loop van het onderzoek heeft de Ombudsman de standpunten van de Commissie, klager en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming ingewonnen.
De vraag of de weigering om de namen bekend te maken terecht was, hing af van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 45/2001 betreffende gegevensbescherming. Volgens deze bepaling moet de persoon die om openbaarmaking verzoekt, eerst aantonen dat het noodzakelijk is de namen aan die persoon bekend te maken. Indien aan dit criterium is voldaan, moet de overheidsinstantie nog steeds nagaan of de rechtmatige belangen van de personeelsleden zouden worden geschaad door de openbaarmaking van hun namen en, zo ja, of die rechtmatige belangen belangrijker waren dan de noodzaak die wordt aangevoerd door de persoon die om de openbaarmaking van de namen verzoekt.
Hoewel de Ombudsman van oordeel was dat de Commissie artikel 8 niet restrictief mocht toepassen wanneer de namen van personeelsleden in het geding zijn, heeft hij vastgesteld dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie door te weigeren de namen van de betrokken personeelsleden openbaar te maken.
Besluit in zaak 393/2015/MDC over de weigering van de Europese Commissie om het publiek volledige toegang te verlenen tot evaluatiedocumenten betreffende een openbare aanbestedingsprocedure
Maandag | 19 december 2016
De klacht, ingediend door de ngo Access Info Europe, heeft betrekking op de vermeende onrechtmatige weigering van de Europese Commissie om het publiek volledige toegang te verlenen tot evaluatiedocumenten betreffende een openbare aanbestedingsprocedure voor de rehabilitatie en uitbreiding van de afvalwaterzuiveringsinstallatie van Subotica (Servië). De openbaarmaking van de documenten werd geweigerd op grond van artikel 4, lid 1, onder b) (bescherming van persoonsgegevens), artikel 4, lid 2 (bescherming van commerciële belangen) en artikel 4, lid 3 (bescherming van het besluitvormingsproces) van Verordening 1049/2001. Klager was van mening dat hem volledige toegang tot de evaluatiedocumenten moest worden verleend.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer in het gedrag van de Commissie. Zij stelt echter voor dat de Commissie voorafgaand aan hun benoeming systematisch toestemming van de leden van het evaluatiecomité in aanbestedingsprocedures verkrijgt voor de openbaarmaking van hun namen. Openbaarmaking van hun namen aan het einde van het evaluatieproces moet worden beschouwd als een voorwaarde voor benoeming in een dergelijk comité.
Besluit in zaak 1171/2016/EIS over de behandeling door de Commissie van correspondentie over vermeende onwettigheden door nationale rechtbanken in Estland
Donderdag | 24 november 2016
De zaak betrof het verzuim van de Commissie om te antwoorden op de brief van klager over vermeende onwettigheden door nationale rechtbanken in Estland. In die brief verwijt klager de Commissie ook dat zij geen actie heeft ondernomen. De Commissie heeft uitgelegd dat zij niet bevoegd is om in de zaak tussenbeide te komen. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de uitleg van de Commissie correct, nuttig en in overeenstemming met haar wettelijke bevoegdheden was. De zaak werd dus als afgehandeld afgesloten.
Besluit van de Europese Ombudsman in zaak 789/2016/EIS betreffende de behandeling door de EDEO van een verzoek om toegang van het publiek tot de “Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking” tussen de EU en Cuba
Donderdag | 10 november 2016
De zaak betrof de behandeling door de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van het verzoek van klager om toegang van het publiek tot de “Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking” tussen de EU en Cuba. In de loop van het onderzoek van de Ombudsman heeft de EDEO het document vrijgegeven. Als gevolg daarvan heeft de Ombudsman de zaak als afgehandeld afgesloten.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 248/2016/PB tegen het Europees Bureau voor fraudebestrijding in verband met de niet-openbaarmaking van een onderzoeksdossier
Maandag | 31 oktober 2016