- NL Nederlands
Machine translations can contain errors potentially reducing clarity and accuracy; the Ombudsman accepts no liability for any discrepancies. For the most reliable information and legal certainty, please refer to the source version in English linked above.
For more information please consult our language and translation policy.
Besluit over de naleving door de Europese Commissie van haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MIK – de zaak “Omnibus”, 2031/2024/VB – de zaak “migratie” en 1379/2024/MIK – de zaak “GLB”)
Decision
Case 1379/2024/MIK - Opened on Monday | 16 September 2024 - Recommendation on Tuesday | 25 November 2025 - Decision on Tuesday | 23 June 2026 - Institution concerned European Commission ( No further inquiries justified ) - Country Belgium
Case 2031/2024/VB - Opened on Monday | 23 June 2025 - Recommendation on Tuesday | 25 November 2025 - Decision on Tuesday | 23 June 2026 - Institution concerned European Commission ( No further inquiries justified ) - Country Belgium
Case 983/2025/MIK - Opened on Wednesday | 21 May 2025 - Recommendation on Tuesday | 25 November 2025 - Decision on Tuesday | 23 June 2026 - Institution concerned European Commission ( No further inquiries justified ) - Country Belgium
Complaint submitted
03/11/2024Analysis of the complaint
05/11/2024Inquiry ongoing
03/12/2024Preliminary outcome
25/11/2025Inquiry outcome
23/06/2026
De drie zaken hadden betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten heeft toegepast bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (983/2025/MIK), de bestrijding van migrantensmokkel (2031/2024/VB) en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1379/2024/MIK). De Commissie achtte deze voorstellen dringend en heeft daarom in haar regels voorziene stappen, zoals effectbeoordelingen en openbare raadplegingen, achterwege gelaten. De klagers, die maatschappelijke organisaties zijn, waren van mening dat deze omissies in strijd waren met de regels voor betere regelgeving van de Commissie. In twee gevallen voerden de klagers ook aan dat de Commissie de verenigbaarheid van de wetgevingsvoorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU niet heeft beoordeeld, zoals vereist door de Europese klimaatwet. In één geval was klager verder bezorgd over het feit dat de Commissie haar reglement van orde inzake overleg tussen de diensten had geschonden.
Op basis van haar onderzoeken constateerde de Ombudsman procedurele tekortkomingen in de wijze waarop de Commissie de wetgevingsvoorstellen in kwestie had voorbereid, wat samen neerkwam op wanbeheer. Om deze tekortkomingen aan te pakken, heeft de Ombudsman de Commissie aanbevolen te zorgen voor een voorspelbare, consistente en niet-willekeurige toepassing van haar regels voor betere regelgeving, door “dringende” situaties te definiëren die een afwijking van hun vereisten rechtvaardigen, en door de redenen voor toegestane afwijkingen vast te leggen en toe te lichten. Voorts moet de Commissie, wanneer afwijkingen worden toegestaan, een procedure vaststellen om ervoor te zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen nog steeds in overeenstemming is met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces. Om de Commissie bij deze taak bij te staan, deed de Ombudsman ook vier suggesties voor verbetering, waaronder: de regels voor de raadpleging van belanghebbenden voor dringende voorstellen te verduidelijken; ervoor te zorgen dat de analytische documenten ter vervanging van effectbeoordelingen en de bewijsstukken ter ondersteuning van haar voorstellen tijdig worden gepubliceerd om een openbaar debat mogelijk te maken voordat de wetgeving wordt aangenomen; richtsnoeren uit te vaardigen voor de uitvoering van klimaatconsistentiebeoordelingen; het verstrekken en registreren van motiveringen bij het verkorten van de periodes van overleg tussen de diensten tot onder de vastgestelde drempels.
In haar antwoord aan de Ombudsman stemde de Commissie ermee in om bij de komende herziening van de regels voor betere regelgeving na te denken over het definiëren van “dringende” situaties, en om de redenen voor het toepassen van afwijkingen van hun vereisten vast te leggen en te publiceren. De Commissie heeft zich er ook toe verbonden om te zorgen voor gerichte raadplegingen over haar “dringende” voorstellen, om de analytische documenten met bewijsmateriaal ter ondersteuning van haar voorstellen binnen drie maanden na de goedkeuring ervan te publiceren, om klimaatconsistentiebeoordelingen op te nemen in zowel analytische documenten als toelichtingen voor toekomstige voorstellen en om kortere raadplegingen tussen de diensten te motiveren.
De klagers waren in hun opmerkingen over het antwoord van de Commissie van mening dat de toezeggingen van de Commissie duidelijk noch concreet genoeg zijn om een transparant, inclusief en empirisch onderbouwd wetgevingsproces te waarborgen.
De Ombudsman was ingenomen met het algemene constructieve antwoord van de Commissie op haar aanbevelingen en suggesties voor verbetering. Desalniettemin biedt het antwoord van de Commissie nog niet voldoende duidelijkheid over de concrete stappen die zij voornemens is te nemen om de aanbevelingen en suggesties voor verbetering van de Ombudsman uit te voeren.
De Ombudsman zal deze kwestie derhalve monitoren op basis van toekomstige klachten en zodra de Commissie de herziening van de regels voor betere regelgeving heeft afgerond. In dit stadium zijn geen verdere onderzoeken gerechtvaardigd en heeft de Ombudsman de drie zaken afgesloten.
Achtergrond van de onderzoeken
1. De Commissie speelt een sleutelrol in het wetgevingsproces van de EU, aangezien zij in beginsel het exclusieve recht heeft om wetgevingsvoorstellen in te dienen.[1] Bij de uitoefening van haar ruime beoordelingsbevoegdheid in dit verband moet zij de op het Verdrag gebaseerde beginselen van transparantie en openheid in acht nemen [2], onder meer door brede raadplegingen van de betrokken partijen te houden.[3] De Commissie heeft uitvoering gegeven aan deze beginselen door de regels voor betere regelgeving (de “richtsnoeren”[4] en de “toolbox”[5]) vast te stellen, die zijn verankerd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven [6] en die voorzien in brede raadplegingen van belanghebbenden en effectbeoordelingen voordat wetgevingsvoorstellen en andere maatregelen worden vastgesteld.
2. De Ombudsman ontving drie klachten waarin soortgelijke kwesties aan de orde werden gesteld met betrekking tot de naleving door de Commissie van de regels voor betere regelgeving en andere regels die zijn opgenomen in de Europese klimaatwet [7] en het reglement van orde van de Commissie [8], terwijl hij verschillende wetgevingsvoorstellen voorbereidde die hij als “dringend” beschouwde:
- klacht 983/2025/MIK (hierna: „Omnibus-zaak”) – betreffende het voorstel „Omnibus I”[9]
- klacht 2031/2024/VB (“de migratiezaak”) – betreffende twee voorstellen voor i) een verordening tot versterking van de politiële samenwerking met betrekking tot het voorkomen, opsporen en onderzoeken van migrantensmokkel en mensenhandel, en tot versterking van de steun van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) voor het voorkomen en bestrijden van dergelijke strafbare feiten en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/794 [10] en ii) een richtlijn tot vaststelling van minimumvoorschriften ter voorkoming en bestrijding van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf in de Unie, en ter vervanging van Richtlijn 2002/90/EG van de Raad en Kaderbesluit 2002/946 JBZ van de Raad [11]
- klacht 1379/2024/MIK (“de GLB-zaak”) over het voorstel tot wijziging van wetgeving in verband met het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)[12].
3. De klagers in alle drie de zaken waren bezorgd dat de Commissie haar regels inzake betere regelgeving had geschonden door de desbetreffende wetgevingsvoorstellen in te dienen zonder effectbeoordelingen uit te voeren. De klagers waren niet overtuigd van het standpunt van de Commissie dat zij met spoed moest optreden en derhalve kon afwijken van het vereiste van een effectbeoordeling.
4. De klagers in de Omnibus- en GLB-zaken waren ook bezorgd dat de Commissie de Europese klimaatwet had geschonden door geen beoordeling van de klimaatconsistentie van de wetgevingsvoorstellen uit te voeren en te publiceren [13].
5. Klager in de Omnibus-zaak was verder bezorgd over het feit dat de Commissie haar reglement van orde had geschonden door een verkorte versnelde raadpleging tussen de diensten over het wetgevingsvoorstel in kwestie te houden.
6. De Ombudsman onderzocht de in deze klachten aan de orde gestelde kwesties, met name:
- hoe de Commissie heeft beoordeeld of de wetgevingsvoorstellen “dringend” waren en dus een afwijking van bepaalde vereisten in de regels voor betere regelgeving vereisten;
- of de Commissie de toepasselijke procedures heeft gevolgd om af te wijken van de vereisten in haar regels voor betere regelgeving en hoe daarmee verband houdende besluiten zijn geregistreerd;
- hoe de Commissie ervoor heeft gezorgd dat, ondanks de afwijking, de dringende voorbereiding van de wetgevingsvoorstellen in overeenstemming was met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces;
- of de Commissie “klimaatconsistentiebeoordelingen” heeft uitgevoerd, in overeenstemming met de Europese klimaatwet, en hoe de resultaten van dergelijke beoordelingen zijn geregistreerd (omnibus- en GLB-zaken); en
- de wijze waarop de Commissie haar overleg tussen de diensten over het wetgevingsvoorstel in de omnibuszaak heeft gevoerd.
7. De Ombudsman verzocht om schriftelijke antwoorden van de Commissie op specifieke vragen [14], inspecteerde de documentatie van de Commissie die ten grondslag lag aan de voorbereiding van de litigieuze voorstellen, en haar onderzoeksteam hield vergaderingen met de vertegenwoordigers van de Commissie in de omnibus- en GLB-zaken [15]. Zij verzocht de klagers ook opmerkingen in te dienen over de antwoorden van de Commissie en de verslagen van de vergaderingen, hetgeen zij deden.
Aanbeveling van de Ombudsman
8. In haar aanbeveling [16] herinnerde de Ombudsman de Commissie aan haar standpunt dat de instellingen en organen van de EU de regels die zij voor zichzelf hebben vastgesteld, moeten toepassen om consistentie en transparantie te waarborgen en elk gevoel van willekeur bij de werking van het EU-bestuur te voorkomen. [17] De Ombudsman merkte ook op dat de EU-instellingen volgens de EU-jurisprudentie de uitoefening van hun discretionaire bevoegdheid beperken door interne regels te publiceren. Zij kunnen derhalve niet afwijken van deze regels op grond van de algemene beginselen van bescherming van het gewettigd vertrouwen [18] en van behoorlijk bestuur.
9. In alle drie de gevallen heeft de Commissie afgeweken van de vereisten in de regels voor betere regelgeving om effectbeoordelingen en openbare raadplegingen met betrekking tot haar voorstellen uit te voeren, waarbij zij verwees naar de “urgentie” van de situatie. Hoewel de regels in beginsel dergelijke afwijkingen toestaan, bepalen zij niet waaruit een „urgentie” bestaat. De Commissie beschouwde haar initiatieven dus als “dringend” op zeer verschillende gronden, zoals met het oog op de veranderende politieke prioriteiten van het leiderschap van de Commissie in reactie op de huidige uitdagingen (omnibuszaak), veranderende geopolitieke trends en uitdagingen (migratiezaak) en toenemende en intense sociale protesten tegen bepaalde EU-beleidsmaatregelen (CAP-zaak).
10. De Ombudsman was van mening dat de Commissie weliswaar een beoordelingsmarge moet behouden bij het definiëren van de omstandigheden die zij als “dringend” beschouwt, maar dat de ruime interpretatie van “urgentie” die zij in de drie gevallen had gebruikt, de toepassing van de vereisten van de regels voor betere regelgeving voor het publiek moeilijk kon begrijpen en voorspellen. Volgens de ruime interpretatie van de Commissie kan elke situatie in beginsel als „dringend” worden beschouwd indien de politieke leiders van de Commissie daartoe besluiten. In het licht hiervan stelde de Ombudsman vast dat het ontbreken van een definitie van “urgentie” in de regels voor betere regelgeving de voorspelbaarheid, consistentie en rechtszekerheid ondermijnde.
11. De Ombudsman stelde verdere tekortkomingen vast in de wijze waarop de Commissie de regels voor betere regelgeving in de onderzochte zaken had toegepast. Tot de tekortkomingen behoorden een gebrek aan behoorlijke administratie met betrekking tot de procedure en latere besluiten om de betrokken initiatieven vrij te stellen van de vereisten van de regels voor betere regelgeving, de late publicatie van analytische documenten ter vervanging van volwaardige effectbeoordelingen in dringende situaties, en het verzuim van de Commissie om te streven naar een brede en evenwichtige raadpleging van belanghebbenden over de wetgevingsvoorstellen in kwestie in de GLB- en omnibuszaken.
12. Het onderzoek van de Ombudsman bracht ook tekortkomingen in de regels voor betere regelgeving als zodanig aan het licht. De Ombudsman wees met name op het ontbreken van een procedure in de regels voor betere regelgeving die ervoor zou zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen de essentie van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces niet verzwakt. Dit omvatte het ontbreken van een beschrijving van de analytische informatiedocumenten en het ontbreken van richtsnoeren voor de wijze waarop raadplegingen van belanghebbenden in het kader van “urgentie” moeten worden uitgevoerd.
13. In het licht hiervan heeft de Ombudsman de Commissie aanbevolen te zorgen voor een voorspelbare, consistente en niet-willekeurige toepassing van de regels voor betere regelgeving, door:
- het definiëren van het begrip “urgentie” in het kader van betere regelgeving, mogelijk in het kader van de komende herziening van de regels;
- het registreren van alle interne besluiten om wetgevingsvoorstellen vrij te stellen van de vereisten van de regels voor betere regelgeving, met inbegrip van wie om de vrijstelling heeft verzocht, op welke gronden en wie deze heeft verleend;
- in de toelichting bij haar wetgevingsvoorstellen duidelijk toe te lichten waarom een afwijking nodig was.
14. De Ombudsman heeft de Commissie ook aanbevolen om, wanneer afwijkingen worden toegestaan, een procedure vast te stellen om ervoor te zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen nog steeds in overeenstemming is met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces, zoals vereist door de Verdragen en de jurisprudentie van de EU-rechtbanken. De Commissie zou dit kunnen doen in het kader van de komende herziening van de regels voor betere regelgeving. [19]
15. De Ombudsman stelde in dit verband ook het volgende voor:
- De Commissie moet ervoor zorgen dat het analysedocument, dat de effectbeoordeling in geval van “urgentie” vervangt, de medewetgevers en het publiek tijdig en zodra het wetgevingsvoorstel is aangenomen, in kennis stelt van de gegevens waarop wetgevingsvoorstellen zijn gebaseerd, zodat de urgentie van de zaak wordt weerspiegeld. In de regels voor betere regelgeving moeten minimale materiële vereisten worden vastgesteld waaraan analytische documenten in dat verband moeten voldoen.
- De Commissie moet verduidelijken dat raadplegingen van belanghebbenden die worden gehouden wanneer een afwijking van de effectbeoordelingsverplichting is toegestaan, nog steeds moeten voldoen aan de algemene beginselen en minimumnormen die van toepassing zijn op alle openbare raadplegingen. De regels voor betere regelgeving moeten richtsnoeren bieden voor de wijze waarop dergelijke raadplegingen van belanghebbenden in het kader van “urgentie” moeten worden uitgevoerd.
16. Voorts onderzocht de Ombudsman hoe de Commissie artikel 6, lid 4, van de Europese klimaatwet heeft toegepast, dat een beoordeling vereist van alle ontwerpmaatregelen en wetgevingsvoorstellen van de Commissie met het oog op de klimaatdoelstellingen van de EU. Uit het onderzoek van de Ombudsman bleek dat de Commissie geen duidelijke interne administratie bijhield van een beoordeling van de klimaatconsistentie die daadwerkelijk werd uitgevoerd vóór de goedkeuring van de wetgevingsvoorstellen in de omnibus- en GLB-zaken. De Ombudsman constateerde ook dat de Commissie de resultaten van een beoordeling van de klimaatconsistentie bij de goedkeuring van de desbetreffende wetgevingsvoorstellen niet op duidelijke wijze heeft gepubliceerd, zoals bepaald in artikel 6, lid 4, van de Europese klimaatwet.
17. In het licht hiervan stelde de Ombudsman voor dat de Commissie zou verduidelijken dat beoordelingen van de klimaatconsistentie moeten worden uitgevoerd voor alle wetgevingsvoorstellen, met inbegrip van wetgevingsvoorstellen die niet vergezeld gaan van een effectbeoordeling, en dat dergelijke beoordelingen intern moeten worden geregistreerd. De Commissie moet ook specificeren in welk document beoordelingen van de klimaatconsistentie en de resultaten daarvan moeten worden gepubliceerd bij de vaststelling van wetgevingsvoorstellen die niet vergezeld gaan van een effectbeoordeling.
18. Tot slot onderzocht de Ombudsman hoe de Commissie haar reglement van orde betreffende overleg tussen diensten in de omnibuszaak heeft toegepast. De Ombudsman merkte op dat overleg tussen de diensten ervoor zorgt dat de Commissie bij het formuleren van haar beleidsvoorstellen een holistische en evenwichtige kijk op de zaak heeft. Zij is van mening dat de Commissie, door het overleg tussen de diensten in een weekend te verkorten tot minder dan 24 uur, de mogelijkheid van haar diensten om zinvolle input te leveren over het wetgevingsvoorstel in kwestie buitensporig heeft beperkt.
19. De Ombudsman stelde daarom voor dat de Commissie ervoor zou zorgen dat, wanneer zij besluit dat de duur van een overleg tussen de diensten moet worden verkort, de rechtvaardigingen voor dat besluit naar behoren worden geregistreerd. Alleen in uitzonderlijke spoedeisende situaties mag de duur korter zijn dan de 48 uur waarin de versnelde procedure voorziet, en moeten passende redenen worden opgegeven.
20. Over het geheel genomen constateerde de Ombudsman dat de verschillende procedurele tekortkomingen die zij had vastgesteld in de wijze waarop de Commissie de wetgevingsvoorstellen in kwestie had voorbereid, samen neerkwamen op wanbeheer.
Het standpunt van de Commissie en de opmerkingen van klager
De regels voor betere regelgeving
21. In haar advies van februari 2026 over de aanbeveling van de Ombudsman [20] stemde de Commissie ermee in na te denken over “transparantere parameters” voor de beoordeling van de noodzaak om dringend op te treden bij haar komende herziening van de regels voor betere regelgeving. Daarbij zal zij ervoor zorgen dat de discretionaire bevoegdheid van de Commissie om op dringende situaties te reageren, niet wordt belemmerd. Het benadrukte ook dat snel beslissingen moeten kunnen worden genomen en dat het over een beoordelingsmarge beschikt bij het bepalen van de omstandigheden waarin het van mening is dat dringend actie moet worden ondernomen.
22. Nadat de Commissie haar advies aan de Ombudsman had toegezonden, heeft zij in april 2026 haar mededeling “Een eenvoudiger, duidelijker en beter gehandhaafd EU-rulebook”[21] aangenomen, waarin zij verwees naar de aanbeveling van de Ombudsman en nadere informatie verstrekte over de uitvoering ervan. Wat de parameters voor de beoordeling van “urgentie” betreft, heeft de Commissie de volgende elementen opgesomd: i) “het bestaan van anticipatie op schokken of crises, ook in de externe betrekkingen van de Unie”, ii) “mogelijke gevolgen bij het uitblijven van onmiddellijk optreden”, iii) “wettelijke termijnen” en iv) “politieke context die dringend optreden noodzakelijk maakt”.
23. Tegelijkertijd herhaalde de Commissie in haar advies aan de Ombudsman dat er in de omnibus-, GLB- en migratiezaken objectieve redenen waren om dringend op te treden en gebruik te maken van de flexibiliteit waarin de regels voor betere regelgeving voorzien.
24. De Commissie erkende ook het belang van het naar behoren registreren en openbaar maken van afwijkingen van de regels voor betere regelgeving om maximale transparantie te waarborgen. De bevoegde diensten zullen hun afwijkingsverzoeken zo spoedig mogelijk bij de voorbereiding van de initiatieven moeten indienen bij het secretariaat-generaal van de Commissie. Deze verzoeken gaan vergezeld van een gedetailleerde motivering, met inbegrip van een duidelijke toelichting van de context van urgentie. De Commissie zal ook een register bijhouden van alle toegestane afwijkingen en ervoor zorgen dat de toelichtingen bij de desbetreffende voorstellen de afwijkingen duidelijk beschrijven en motiveren.
25. De Commissie voegde eraan toe dat zij ernaar zal streven zo spoedig mogelijk en uiterlijk drie maanden na de goedkeuring van haar voorstel analytische documenten te publiceren die in de plaats komen van effectbeoordelingen in dringende situaties, zoals bepaald in de huidige regels voor betere regelgeving. De analytische documenten zullen in de toekomst ten minste betrekking hebben op de volgende elementen: (i) een definitie van het probleem, (ii) de aanpak en maatregelen die voor het initiatief zijn vastgesteld, (iii) een beoordeling van de belangrijkste effecten van het initiatief, (iv) een samenvatting van de inbreng van belanghebbenden, (v) de beoordeling van de klimaatconsistentie en de resultaten daarvan. In haar mededeling van april 2026 noemde de Commissie echter niet langer het vierde element, dat wil zeggen een samenvatting van de input van belanghebbenden.
26. Om ondanks de urgentie maximale inclusiviteit te waarborgen, zal de Commissie ernaar streven een “verzoek om bewijsmateriaal” van belanghebbenden voor te bereiden, een “realiteitscontrole” uit te voeren of andere gerichte raadplegingen te houden. In haar mededeling specificeerde zij dat een verzoek om input het belangrijkste instrument zal zijn om zinvolle betrokkenheid van belanghebbenden te behouden in het kader van de versnelde procedure, zodat belanghebbenden de initiatieven van de Commissie vorm kunnen geven. Gerichte raadplegingen worden ook genoemd als facultatief element, onder meer in het kader van “realiteitscontroles”.
27. In hun opmerkingen over het standpunt van de Commissie waren de klagers van mening dat de door de Commissie voorgestelde maatregelen ontoereikend zijn om de aanbeveling van de Ombudsman uit te voeren.
28. Zij wezen erop dat de Commissie in haar advies over de aanbeveling van de Ombudsman alleen heeft toegezegd na te denken over het begrip “urgentie”, maar niet om het te definiëren, terwijl de parameters in haar mededeling te vaag zijn. De klagers waren ook bezorgd dat de Commissie in het begrip urgentie “politieke prioriteiten” zou kunnen opnemen, aangezien dit de Commissie onbelemmerde discretionaire bevoegdheid zou laten om initiatieven als urgent te beschouwen en op onvoorspelbare, inconsistente en willekeurige wijze af te wijken van de regels inzake betere regelgeving. Volgens de klagers moet de Commissie ervoor zorgen dat dringende wetgeving in afwijking van de regels voor betere regelgeving de absolute uitzondering blijft. Over het algemeen waren de klagers van mening dat de urgentie moet worden beperkt tot welomschreven situaties (zoals natuurrampen en noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid) en dat er robuuste waarborgen moeten zijn om volledige transparantie en verantwoordingsplicht in het wetgevingsproces te waarborgen. Zij wezen erop dat beleidsdoelstellingen zoals “vereenvoudiging” of “administratieve efficiëntie” niet als redenen voor urgentie mogen worden aangemerkt.
29. De klagers uitten ook hun bezorgdheid over de verklaringen van de Commissie in haar mededeling over “gerichte initiatieven” en de vereiste effectbeoordeling. Volgens hen blijkt uit deze verklaringen dat de Commissie weliswaar zal streven naar meer effectbeoordelingen, maar dat deze effectbeoordelingen betrekking zullen hebben op een kleiner aantal significante effecten van de voorgestelde initiatieven, waaronder effecten op het gebied van milieu, gezondheid, maatschappij en grondrechten.
30. Bovendien waren de klagers bezorgd over de onpartijdigheid van de procedure van de Commissie voor het toestaan van afwijkingen. De reden hiervoor is dat de commissaris die verantwoordelijk is voor uitvoering en vereenvoudiging ook verantwoordelijk is voor het toestaan van afwijkingen, terwijl de regels niet voorzien in een alternatieve besluitvormer indien dezelfde commissaris ook verantwoordelijk is voor het onderwerp van het wetgevingsvoorstel waarvoor om een afwijking wordt verzocht.
31. De klagers waren ingenomen met de specificatie door de Commissie van de minimale elementen die analytische documenten moeten bevatten. Zij herhaalden echter dat de Commissie in de zaken die in het kader van de onderzoeken van de Ombudsman werden onderzocht, onvoldoende bewijsmateriaal ter ondersteuning van haar wetgevingsvoorstellen had verstrekt [22]. Bovendien waren de klagers van mening dat in analytische documenten ook moest worden aangegeven welke informatie ontbreekt bij gebrek aan een volledige effectbeoordeling. Ze zeiden ook dat de termijn van drie maanden voor het indienen van analytische documenten na de goedkeuring van wetgevingsvoorstellen buitensporig is, aangezien sommige dringende wetgeving binnen enkele maanden kan worden aangenomen.
32. De klagers waren van mening dat de Commissie niet heeft uitgelegd hoe zij concreet van plan is te zorgen voor een adequate betrokkenheid van belanghebbenden in dringende gevallen. Volgens hen moet de Commissie zich ertoe verbinden maatschappelijke organisaties te identificeren als relevante belanghebbenden, zelfs in dringende gevallen, en moeten de regels voor betere regelgeving worden aangevuld met aanvullende informatie over de wijze waarop belanghebbenden effectief in kaart worden gebracht voor gerichte raadplegingen. Daarnaast voerden de klagers aan dat “realiteitscontroles”, die de Commissie heeft genoemd als een voorbeeld van gerichte raadplegingen van belanghebbenden, een beperkt toepassingsgebied hebben en gewoonlijk geen andere belanghebbenden omvatten dan vertegenwoordigers van bedrijven, waardoor het maatschappelijk middenveld, burgers en academici worden uitgesloten.
Europese klimaatwet
33. De Commissie herhaalde in haar advies over de aanbeveling van de Ombudsman dat zij de vereiste klimaatconsistentiebeoordelingen in de omnibus- en GLB-zaken had uitgevoerd, maar dat het overeenkomstig de toepasselijke regels niet nodig was de analyse in de analysedocumenten of in een ander specifiek formaat te reproduceren. Niettemin had de Commissie de conclusies van deze beoordelingen samengevat in de analysedocumenten en de memoranda bij de litigieuze wetgevingsvoorstellen.
34. De Commissie zal er echter voor zorgen dat de klimaatconsistentiebeoordelingen niet alleen worden gerapporteerd in effectbeoordelingen, maar ook in analytische documenten ter vervanging van effectbeoordelingen, en dat de resultaten ervan ook duidelijk worden gerapporteerd in de toelichtingen bij de desbetreffende wetgevingsvoorstellen.
35. De klagers voerden aan dat het standpunt van de Commissie niet duidelijk was over de vraag of zij alleen de resultaten van haar klimaatconsistentiebeoordelingen of de volledige analyse die tot deze resultaten heeft geleid, zal publiceren, en in hoeverre de klimaatconsistentiebeoordelingen of ten minste de resultaten ervan in de analytische documenten zullen worden gepubliceerd.
Het reglement van orde van de Commissie inzake overleg tussen diensten
36. De Commissie verklaarde dat indien het secretariaat-generaal bij wijze van uitzondering instemt met een overleg tussen de diensten van minder dan 48 uur, het dit zal motiveren.
Beoordeling van de Ombudsman na de aanbeveling
37. De Ombudsman is ingenomen met het algemene constructieve advies van de Commissie over haar aanbeveling. Zij waardeert met name dat de Commissie de maatregelen heeft genoemd die zij voornemens is te nemen met betrekking tot elke aanbeveling en suggestie voor verbetering.
38. Tegelijkertijd is de Ombudsman bezorgd dat het advies alleen de maatregelen beschrijft die de Commissie van plan is te nemen in algemene termen, vaak zonder specificiteit en concrete toezeggingen. Op basis van de verstrekte informatie is het de Ombudsman niet duidelijk hoe de Commissie de door haar vastgestelde tekortkomingen precies zal aanpakken en of de Commissie aldus in staat zal zijn het beoogde doel van haar aanbeveling te bereiken, namelijk te zorgen voor een voldoende transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces in noodsituaties. De mededeling heeft ook de twijfels van de Ombudsman niet weggenomen.
39. Wat meer bepaald haar aanbeveling betreft om het begrip “urgentie” te definiëren, erkent de Ombudsman de discretionaire bevoegdheid van de Commissie om zo efficiënt mogelijk te reageren op noodsituaties, crises en nieuwe uitdagingen. Desalniettemin beperken het advies van de Commissie en de mededeling het risico dat “dringende” wetgeving de gangbare manier van EU-wetgeving kan worden, niet voldoende.
40. De Commissie heeft in haar mededeling gesteld dat "de politieke context"een van de parameters kan zijn "waardoor dringend actie moet worden ondernomen". De Ombudsman is van mening dat dit een te vage verklaring is. In dit verband blijft zij bezorgd dat de uitvoering van politieke prioriteiten kan worden gebruikt om het gebruik van “spoedeisende” wetgeving te rechtvaardigen. Zonder kennis te hebben genomen van de definitieve lijst en formulering van “transparantere parameters” voor de beoordeling van de noodzaak om met spoed op te treden bij de komende herziening van de regels voor betere regelgeving door de Commissie, en zonder kennis te hebben genomen van de praktische toepassing van deze parameters, is de Ombudsman dus niet in staat te beoordelen of de Commissie de toepassing van de vereisten van de regels voor betere regelgeving voorspelbaarder zal maken.
41. Bovendien maakt de Commissie in de mededeling een onderscheid tussen “belangrijke nieuwe wetgevingsinitiatieven of herzieningen” en “gerichte initiatieven” en lijkt het erop dat de toepassing van de vereisten inzake betere regelgeving kan verschillen ten aanzien van deze twee categorieën.[23] “Gerichte initiatieven” zullen worden opgevat als “initiatieven die de beleidsdoelstellingen van bestaande wetgeving niet significant wijzigen en wijzigingen voorstellen die gericht zijn op het optimaliseren van de doeltreffendheid en efficiëntie ervan”. Aangezien de details van de aanpak van de Commissie van “gerichte initiatieven” op dit moment echter onduidelijk zijn, met inbegrip van de gevolgen van initiatieven die als “gericht” worden beschouwd met het oog op de toepassing van de regels voor betere regelgeving, is de Ombudsman in dit stadium ook niet in staat om een definitief standpunt in te nemen over deze nieuw ingevoerde differentiatie.
42. Wat de registratie en publicatie van afwijkingen van de regels voor betere regelgeving betreft, is de Ombudsman ingenomen met de toezegging van de Commissie om haar praktijken op dit gebied te verbeteren. Zij merkt echter op dat deze toezeggingen alleen lijken te gelden voor “bottom-up”-verzoeken om afwijkingen, dat wil zeggen verzoeken van de directoraten-generaal die verantwoordelijk zijn voor de desbetreffende initiatieven. In de door de Ombudsman onderzochte gevallen werden de verzoeken om afwijkingen op een “top-down”-manier gedaan, aangezien zij afkomstig waren van de plaatsvervangend secretaris-generaal en het politieke niveau van de Commissie.[24] De Ombudsman merkt op dat het advies van de Commissie geen enkele maatregel bevat die specifiek betrekking heeft op de wijze waarop de Commissie dergelijke “top-down”-verzoeken om afwijkingen zal registreren. De Ombudsman vertrouwt erop dat de Commissie ervoor zal zorgen dat ook deze verzoeken, met inbegrip van de motivering ervan, naar behoren worden geregistreerd.
43. Wat de analytische documenten betreft, is de Ombudsman ingenomen met het feit dat de Commissie nu de minimumelementen ervan heeft vastgesteld, hoewel de lijst van deze elementen in de mededeling geen samenvatting bevat van de inbreng van belanghebbenden, die specifiek door de Commissie werd genoemd in haar advies over haar aanbeveling. Zoals de klagers hebben aangegeven, is de termijn van drie maanden voor de publicatie van analytische documenten in elk geval mogelijk niet voldoende om het doel ervan te bereiken, namelijk het informeren van het publieke debat voordat wetgeving wordt aangenomen, met name wanneer de wetgevingsprocedure slechts binnen enkele maanden is afgerond. De Ombudsman verzoekt de Commissie hierover verder na te denken bij de komende herziening van haar regels voor betere regelgeving.
44. De Ombudsman neemt ook nota van de toezeggingen van de Commissie met betrekking tot gerichte raadplegingen in het advies van de Commissie over de aanbeveling van de Ombudsman. In haar mededeling zei de Commissie echter dat het belangrijkste instrument voor de betrokkenheid van belanghebbenden in de versnelde procedure een “verzoek om bewijsmateriaal” zal zijn. De Ombudsman begrijpt dat een “oproep tot het indienen van bewijsmateriaal” belanghebbenden in staat stelt om aan het begin van het beleidsvormingsproces bij de Commissie informatie in te dienen over haar geplande initiatieven, d.w.z. wanneer slechts relatief beperkte informatie over de beoogde beleidsopties van de Commissie beschikbaar is. De Commissie is van mening dat “oproepen tot het indienen van bewijsmateriaal” belanghebbenden in staat zal stellen “bij te dragen aan de vormgeving van het initiatief”. De Ombudsman is echter van mening dat de Commissie belanghebbenden ook in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken over de beleidsopties die de Commissie verkiest zodra deze volledig zijn uitgewerkt. Daarom is de Ombudsman er niet van overtuigd of een “oproep tot het indienen van bewijsmateriaal” een toereikend instrument is voor de betrokkenheid van belanghebbenden in het kader van de versnelde procedure.
45. In dit verband merkt de Ombudsman op dat het volgens de mededeling niet duidelijk is of er altijd gerichte raadplegingen van specifieke beleidsopties zullen plaatsvinden, aangezien de Commissie voornemens is de belanghebbenden te betrekken door middel van “uitvoeringsdialogen” of “realiteitscontroles”. Het is ook onduidelijk of de laatste vorm van betrokkenheid van belanghebbenden bestaat uit raadpleging over volwaardige beleidsinitiatieven van de Commissie en of dit een evenwichtige vertegenwoordiging van alle belanghebbenden mogelijk maakt.
46. Zoals vermeld in haar aanbeveling is de Ombudsman van mening dat elke gerichte raadpleging die de Commissie in het kader van haar dringende wetgevingsactiviteiten uitvoert, moet voldoen aan bepaalde minimumvereisten, die de Commissie in de regels voor betere regelgeving moet specificeren. Het eventueel vervangen van gerichte raadplegingen door “oproepen tot het indienen van bewijsmateriaal” of andere vormen van betrokkenheid van belanghebbenden, die niet gelijkwaardig zijn aan volledige gerichte raadplegingen van beleidsinitiatieven, lijkt niet in de door de Ombudsman voorgestelde richting te gaan.
47. Bovendien moet de Commissie krachtens artikel 6, lid 4, van de Europese klimaatwet een “klimaatconsistentiebeoordeling” opnemen in elke effectbeoordeling bij haar wetgevingsvoorstellen, “en het resultaat van die beoordeling op het moment van vaststelling openbaar maken”.[25] In de bepaling wordt niet gespecificeerd waar de klimaatconsistentiebeoordeling moet worden opgenomen indien er geen effectbeoordeling is. De Ombudsman is dan ook ingenomen met de toezegging van de Commissie om "klimaatconsistentiebeoordelingen" niet alleen in effectbeoordelingsverslagen te publiceren, maar bij gebreke daarvan ook in analytische documenten. De Ombudsman neemt voorts nota van de toezegging van de Commissie om het resultaat van de beoordeling van de klimaatconsistentie uitdrukkelijk te vermelden in de toelichtingen bij haar voorstellen. Zij zal toezicht houden op de uitvoering van deze toezegging op basis van toekomstige klachten die zij zou kunnen ontvangen.
48. Wat de versnelde interdepartementale raadplegingen betreft, neemt de Ombudsman nota van de toezegging van de Commissie om rechtvaardigingen te verstrekken in uitzonderlijke situaties waarin de interdepartementale raadplegingen binnen minder dan 48 uur moeten worden afgerond. Zij wijst er echter ook op dat de Commissie ervoor moet zorgen dat zij bij de verkorting van het overleg tussen de diensten de mogelijkheid van haar diensten om een zinvolle bijdrage te leveren aan de betrokken wetgevingsvoorstellen niet buitensporig beperkt, bijvoorbeeld door hun in het weekend slechts een paar uur de tijd te geven om hun opmerkingen in te dienen.
49. In het licht van het bovenstaande is de Ombudsman nog niet in staat definitieve conclusies te trekken over de vraag of de maatregelen waartoe de Commissie zich heeft verbonden volledig en adequaat gevolg zullen geven aan haar aanbeveling. De Ombudsman kan zich hierover pas uitspreken nadat de Commissie haar regels voor betere regelgeving heeft herzien en de herziene regels heeft toegepast bij de voorbereiding van komende wetgevingsvoorstellen. Op basis van mogelijke toekomstige klachten zal de Ombudsman nauwlettend toezien op de toereikendheid van de herziene regels en de uitvoering ervan. Totdat dit gebeurt, concludeert de Ombudsman dat er geen verder onderzoek naar deze kwestie gerechtvaardigd is en sluit hij derhalve de zaken af.
Conclusie
Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusie:
In dit stadium zijn geen verdere onderzoeken gerechtvaardigd, gezien de algemene instemming van de Commissie om de aanbevelingen en suggesties voor verbetering van de Ombudsman uit te voeren. De doeltreffendheid van de concrete maatregelen die de Commissie daartoe moet nemen, moet echter nog worden beoordeeld. De Ombudsman zal dus toezicht houden op de uitvoering ervan in het kader van toekomstige klachten en zodra de Commissie de herziening van de regels voor betere regelgeving heeft afgerond.
De klagers en de Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
Teresa Anjinho
Europese Ombudsman
Straatsburg, 23/06/2026
[1] Artikel 17, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).
[2] Artikel 1 en artikel 10, lid 3, VEU, en artikel 15, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
[3] Artikel 11, lid 3, VEU.
[4] Europese Commissie, Richtsnoeren voor betere regelgeving, werkdocument van de diensten van de Commissie SWD(2021) 305 final, beschikbaar op: https://commission.europa.eu/document/download/d0bbd77f-bee5-4ee5-b5c4-6110c7605476_en?filename=swd2021_305_en.pdf.
[5] Europese Commissie, Toolbox voor betere regelgeving, juli 2023, beschikbaar op: https://commission.europa.eu/document/download/9c8d2189-8abd-4f29-84e9-abc843cc68e0_en?filename=BR%20toolbox%20-%20Jul%202023%20-%20FINAL.pdf.
[6] Overeenkomstig artikel 295 VWEU kunnen interinstitutionele akkoorden “van bindende aard zijn”. Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven (PB 2016, L 123, blz. 1, https://eur-lex.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj/eng).
[7] Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32021R1119).
[8] Besluit 2024/3080 van de Commissie van 4 december 2024 tot vaststelling van het reglement van orde van de Commissie, https://eur-lex.europa.eu/eli/dec/2024/3080/oj/eng.
[9] COM(2025) 81 definitief, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex:52025PC0081.
[10] COM(2023) 754 final, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex:52023PC0754.
[11] COM(2023) 755 final, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex:52023PC0755.
[12] COM(2024) 139 final, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52024PC0139.
[13] Bij de Europese klimaatwet is voor de Commissie de verplichting ingevoerd om na te gaan of zowel bestaande EU-wetgeving als nieuwe wetgevingsvoorstellen in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het klimaatbeleid (artikel 6, lid 4).
[14] Zie https://www.ombudsman.europa.eu/en/doc/correspondence/en/211281; https://www.ombudsman.europa.eu/en/case/en/67546; https://www.ombudsman.europa.eu/en/doc/correspondence/en/201482.
[15] Zie https://www.ombudsman.europa.eu/en/doc/inspection-report/en/208118; https://www.ombudsman.europa.eu/en/doc/inspection-report/en/215918.
[16] Aanbeveling over de naleving door de Europese Commissie van de regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MAS – de “Omnibus”-zaak, 2031/2024/VB – de “migratie”-zaak, en 1379/2024/MIK – de “CAP”-zaak), https://www.ombudsman.europa.eu/en/recommendation/en/215920.
[17] Besluit in zaak 1474/2018/TE over vermeende tekortkomingen en vooroordelen bij de voorbereiding door de Europese Commissie van haar beleid en wetgevingsvoorstel inzake de vermindering van kunststofproducten voor eenmalig gebruik, punten 28-30, beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/en/decision/en/111569.
[18] Arrest van 28 juni 2005, gevoegde zaken C-189/02 P, C-202/02 P, C‑205/02 P tot en met C‑208/02 P en C‑213/02 P, Dansk Rørindustri A/S/Commissie, punten 209-211, beschikbaar op: https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=59846&pageIndex=0&doclang=EN&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=11937880.
[19] Volgens de mededeling van de Europese Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Werkprogramma van de Commissie voor 2026, COM(2025) 870 final, 21 oktober 2025, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:52025DC0870.
[20] Zie hier het advies van de Commissie: https://www.ombudsman.europa.eu/en/doc/correspondence/en/220471.
[21] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, Een eenvoudiger, duidelijker en beter gehandhaafd EU-rulebook, COM(2026) 380 final, https://commission.europa.eu/document/download/75b997e8-ebe0-4954-9705-6b61bdb05b87_en?filename=com-2026-380_en.pdf.
[22] Met name in de migratiezaak wezen de klagers erop dat het Europees Parlement het noodzakelijk had geacht vervangende effectbeoordelingen uit te voeren, zie https://www.europarl.europa.eu/thinktank/en/document/EPRS_STU(2025)765787; zie https://www.europarl.europa.eu/thinktank/en/document/EPRS_STU(2025)765777.
[23] De Raad voor regelgevingstoetsing zal adviezen met beperking blijven uitbrengen met betrekking tot “belangrijke nieuwe wetgevingsinitiatieven of herzieningen”, terwijl hij voor gerichte initiatieven “aanbevelingen voor verbetering zal doen die op transparante wijze zullen worden meegedeeld en waarmee rekening zal worden gehouden”.
[24] Aanbeveling, voetnoot 16, punt 57.
[25] “Voorafgaand aan de vaststelling beoordeelt de Commissie of een ontwerpmaatregel of wetgevingsvoorstel, met inbegrip van begrotingsvoorstellen, in overeenstemming is met de in artikel 2, lid 1, vastgestelde doelstelling inzake klimaatneutraliteit en de klimaatdoelstellingen van de Unie voor 2030 en 2040, en neemt zij die beoordeling op in elke effectbeoordeling bij deze maatregelen of voorstellen, en maakt zij het resultaat van die beoordeling op het moment van vaststelling openbaar.”(onderstreping toegevoegd).