FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Easy to read
  • Text size

You have a complaint against an EU institution or body?

Current language: 
  • Nederlands
Source language: 
Available languages: 
The translation of this page has been generated by machine translation.
Machine translations can contain errors potentially reducing clarity and accuracy; the Ombudsman accepts no liability for any discrepancies. For the most reliable information and legal certainty, please refer to the source version in English linked above.
For more information please consult our language and translation policy.

Niet-naleving door de Europese Commissie van haar "richtsnoeren voor betere regelgeving" bij de voorbereiding van een wetgevingsvoorstel inzake duurzaamheidsrapportage door bedrijven en passende zorgvuldigheid

voorzitter

Europese Commissie

 

Geachte voorzitter,

Ik verwijs naar mijn brief van 16 mei 2025, waarin ik u meedeelde dat ik een onderzoek naar de bovengenoemde klacht had geopend [1].

De klacht betreft de vermeende niet-naleving door de Commissie van haar richtsnoeren voor betere regelgeving & Toolbox [2] bij de voorbereiding van het wetgevingsvoorstel tot wijziging van de richtlijn duurzaamheidsrapportage door bedrijven (CSRD) en de richtlijn passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (CSDDD),[3], een van de voorstellen die deel uitmaakt van haar Omnibus I-vereenvoudigingspakket [4].

De klagers maken zich met name zorgen over het feit dat de Commissie is afgeweken van de belangrijkste procedurele vereisten waarin de richtsnoeren voor betere regelgeving voorzien, door geen effectbeoordeling en openbare raadpleging uit te voeren zonder een behoorlijke rechtvaardiging. Volgens hen heeft de Commissie overhaast overleg gepleegd tussen de diensten, hetgeen niet in overeenstemming was met haar reglement van orde. De klagers maken zich ook zorgen over het feit dat de Commissie geen beoordeling van de klimaatconsistentie heeft uitgevoerd zoals bepaald in de Europese klimaatwet [5].

Op 16 juni 2025 hield mijn onderzoeksteam een vergadering met uw diensten. Bij deze brief vindt u het verslag van de vergadering. Ik wil u en uw diensten ook bedanken voor het verstrekken aan mijn kantoor van de documentatie die ik heb gevraagd te inspecteren.

Ik ben nu tot de conclusie gekomen dat het noodzakelijk is een schriftelijk antwoord van de Commissie te ontvangen over de belangrijkste kwesties die in deze zaak aan de orde zijn gesteld, op basis van de tot nu toe verzamelde gegevens.

1. Over het ontbreken van een effectbeoordeling

Hoewel het wetgevingsvoorstel in kwestie in beginsel een volwaardige effectbeoordeling zou vereisen [6], heeft de Commissie er geen uitgevoerd en in plaats daarvan een analytisch document opgesteld in de vorm van een werkdocument van de diensten van de Commissie.

De richtsnoeren voor betere regelgeving & Toolbox voorzien in de mogelijkheid om af te wijken van hun vereisten, met inbegrip van de verplichting om een effectbeoordeling uit te voeren. Deze afwijkingen moeten echter aan bepaalde procedureregels voldoen. Afwijkingen moeten ten tijde van de goedkeuring van het wetgevingsvoorstel grondig worden gemotiveerd en goed worden toegelicht, zodat het publiek de redenen van de Commissie om van haar regels af te wijken, kan onderzoeken. Anders kunnen EU-burgers de inzet van de Commissie voor een transparant, inclusief en empirisch onderbouwd wetgevingsproces in twijfel trekken.

Op basis van het tot nu toe ter beschikking gestelde materiaal lijkt de Commissie in dit geval geen afdoende rechtvaardiging te hebben om af te wijken van haar regels.

In haar toelichting motiveerde de Commissie de “kritieke urgentie” van het voorstel en de daarmee verband houdende afwijking van de vereiste effectbeoordeling, met de noodzaak om het concurrentievermogen van EU-bedrijven te handhaven. Tijdens de vergadering met mijn onderzoeksteam heeft de Commissie verduidelijkt dat de urgentie het gevolg is van de moeilijke economische situatie in de EU en feitelijke uitvoeringskwesties, waaronder de noodzaak om bedrijven in staat te stellen vooruit te plannen. De Commissie verwees ook naar het “Draghi-verslag”[7] en de uitdagingen die zij aan het licht had gebracht op het gebied van het concurrentievermogen van de EU-economie, onder meer met het oog op de regeldruk voor bedrijven.

De Commissie heeft echter geen plotselinge of onverwachte gebeurtenis gemeld die de urgentie zou rechtvaardigen. Evenmin heeft de Commissie uitgelegd waarom de “stop the clock”-maatregelen [8] in eerste instantie niet voldoende zouden zijn geweest om de genoemde kritieke urgentie aan te pakken. Het lijkt erop dat de vaststelling van deze maatregelen de Commissie voldoende tijd had kunnen geven om een effectbeoordeling uit te voeren van de voorgestelde inhoudelijke wijzigingen van de CSRD en de CSDDD (vastgelegd in het wetgevingsvoorstel dat in dit onderzoek aan de orde is). Ik merk ook op dat de Commissie geen enkel document heeft geïnspecteerd waarin wordt ingegaan op de urgentie van de situatie en de daaruit voortvloeiende noodzaak om af te wijken van het vereiste van effectbeoordeling. Ik zou het dan ook op prijs stellen als de Commissie hierover opmerkingen zou kunnen maken.

Ik zou het ook op prijs stellen als de Commissie aan de hand van relevante delen van haar effectbeoordelingen van de bestaande rechtshandelingen (d.w.z. de CSRD en de CSDDD) zou kunnen uitleggen in hoeverre deze eerdere effectbeoordelingen betrekking hebben op de wijzigingen in het wetgevingsvoorstel in kwestie.

2. Over het ontbreken van een openbare raadpleging

Ik heb begrepen dat de Commissie in dit geval van mening was dat een openbare raadpleging niet vereist was op grond van de richtsnoeren voor betere regelgeving (bij gebrek aan een effectbeoordeling), noch haalbaar (gezien de bovengenoemde urgentie) noch noodzakelijk was (gezien diverse andere uitwisselingen met belanghebbenden).

Het blijft onduidelijk in hoeverre het verzoek om input over de rationalisering van de rapportagevereisten van oktober tot en met december 2023 en de twee grote hybride fora van belanghebbenden over de CSRD van mei en november 2024 betrekking hadden op de elementen van het specifieke wetgevingsvoorstel in kwestie. Ik zou in dit verband graag nadere verduidelijkingen van de Commissie ontvangen.

De twee in februari 2025 georganiseerde bijeenkomsten, die voornamelijk door de industrie en het bedrijfsleven werden bijgewoond, lijken de enige uitwisselingen van belanghebbenden te zijn geweest die specifiek over het wetgevingsvoorstel in kwestie werden gehouden.

Het is niet duidelijk hoe de in de toelichting bedoelde uitwisselingen van belanghebbenden ertoe hebben geleid dat een openbare raadpleging geen nieuwe informatie zou hebben toegevoegd, met name gezien het feit dat veel belanghebbenden die anders hadden kunnen bijdragen, niet waren uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van februari 2025.  

Ik zou het op prijs stellen als de Commissie commentaar zou kunnen geven op deze opmerkingen.

3. Over het ontbreken van een beoordeling van de klimaatconsistentie

Overeenkomstig de Europese klimaatwet moet de Commissie elke ontwerpmaatregel of wetgevingsvoorstel aan een beoordeling van de klimaatconsistentie onderwerpen “en die beoordeling opnemen in elke effectbeoordeling bij deze maatregelen of voorstellen, en het resultaat van die beoordeling op het moment van vaststelling openbaar maken”.[9]

Ik begrijp dat de Commissie, omdat er geen effectbeoordeling is uitgevoerd, van mening was dat zij geen beoordeling van de klimaatconsistentie hoefde te publiceren. Hoewel in de toelichting staat dat de voorgestelde wijzigingen de algemene doelstellingen van de Europese Green Deal niet ondermijnen [10], heeft de Commissie in de toelichting of in het werkdocument van de diensten van de Commissie geen analyse ter ondersteuning van die conclusie opgenomen. Hoewel de Commissie bij mijn bureau documenten heeft ingediend waarin het algemene toepassingsgebied van de nieuwe regels wordt uiteengezet, lijken deze documenten geen specifieke interne beoordeling te bevatten van de verenigbaarheid van het wetgevingsvoorstel met de doelstelling inzake klimaatneutraliteit.

Het lijkt er dus op dat de Commissie geen beoordeling van de klimaatconsistentie heeft uitgevoerd alvorens het wetgevingsvoorstel in kwestie vast te stellen, hoewel de Europese klimaatwet niet voorziet in vrijstellingen van een dergelijke beoordeling. Ik zou het op prijs stellen als de Commissie commentaar zou kunnen geven op deze punten van zorg.

4. Over het interdepartementaal overleg (ISC)

Het reglement van orde van de Commissie [11] voorziet in een formele ISC van “de diensten die vanwege de aard, het voorwerp of de gevolgen van de ontwerphandeling een rechtmatig belang hebben”.[12] Normaal gesproken krijgen de in een ISC geraadpleegde diensten tien werkdagen de tijd om het voorstel te herzien en te antwoorden.[13] “In uitzonderlijke gevallen en om naar behoren gemotiveerde redenen van urgentie” voorzien het reglement van orde in de mogelijkheid van een Fast-Track ISC met een verkorte termijn van 48 uur [14].  

Voor het onderhavige voorstel is het ISC binnen 24 uur afgerond. Het werd gelanceerd op een vrijdagavond en eindigde op een zaterdagavond. De Commissie heeft geen enkel document ter inzage gelegd waarin de extreme urgentie van het dossier wordt toegelicht en met name wordt uitgelegd waarom de Fast-Track ISC-tijdlijn van 48 uur niet in acht kon worden genomen. Ik zou het op prijs stellen als de Commissie hierover opheldering zou kunnen verschaffen.

5. Volgende stappen

Ik zou het op prijs stellen het antwoord van de Commissie, rekening houdend met de hierboven geschetste kwesties, uiterlijk op 15 september 2025 te ontvangen.

Gezien het belang van dit onderzoek en rekening houdend met het feit dat de Commissie aanvullende “omnibus”-voorstellen plant, ben ik niet van plan deze termijn te verlengen.

Met vriendelijke groet,

 

Teresa Anjinho
Europese Ombudsman

Straatsburg, 11/07/2025

 

 

[1] https://www.ombudsman.europa.eu/en/opening-summary/en/205174.

[2] https://commission.europa.eu/law/law-making-process/better-regulation/better-regulation-guidelines-and-toolbox_en.

[3] COM(2025) 81 def.

[4] https://commission.europa.eu/publications/omnibus-i_en.

[5] Artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit.

[6] In de richtsnoeren voor betere regelgeving staat het volgende: “Een effectbeoordeling is vereist voor initiatieven van de Commissie die aanzienlijke economische, ecologische of sociale gevolgen kunnen hebben of die aanzienlijke uitgaven met zich meebrengen, en waarvoor de Commissie een keuze aan beleidsopties heeft”.

[7] Het Draghi-verslag over het concurrentievermogen van de EU, https://commission.europa.eu/topics/eu-concurrentievermogen/draghi-verslag_en.

[8] Zoals bepaald in voorstel COM(2025)80 def.

[9] Artikel 6, lid 4, van de Europese klimaatwet.

[10] Zie de toelichting bij voorstel COM(2025)81 def., waarin het volgende staat: “Dit voorstel bevat derhalve bepalingen om het regelgevingskader te vereenvoudigen en te stroomlijnen teneinde de lasten voor ondernemingen als gevolg van de CSRD en de CSDDD te verminderen zonder de beleidsdoelstellingen van beide wetgevingsteksten te ondermijnen, en om te zorgen voor een kosteneffectievere verwezenlijking van de algemene ambitie van de Europese Green Deal in verband met de groene en rechtvaardige transitie [...]”(onderstreping toegevoegd).

[11] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202403080.

[12] Artikel 55, lid 1, van het reglement van orde van de Commissie.

[13] Artikel 59 van het reglement van orde van de Commissie.

[14] Artikel 60 van het reglement van orde van de Commissie.

What did you think of this automatic translation? Give us your opinion!