Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 327 resultaten weergeven
Besluit in zaak 709/2015/MDC over de weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot ontwerpen van het definitieve effectbeoordelingsverslag bij haar voorstel voor een richtlijn tot wijziging van de richtlijnen brandstofkwaliteit en hernieuwbare energie
Woensdag | 04 oktober 2017
De zaak betrof de weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot ontwerpversies van een effectbeoordelingsverslag over indirecte veranderingen in landgebruik in verband met biobrandstoffen (ILUC). De openbaarmaking van de documenten werd geweigerd op grond dat dit het besluitvormingsproces van de Commissie zou ondermijnen. Klager, een groep organisaties, was van mening dat hem toegang moest worden verleend tot de door hem gevraagde documenten.
De Ombudsman onderzocht de kwestie. Zij merkte op dat het Parlement en de Raad in september 2015 Richtlijn 2015/1513 hebben vastgesteld. Deze richtlijn was gebaseerd op het wetgevingsvoorstel van de Commissie, waaraan het effectbeoordelingsverslag was gehecht, waarvan de ontwerpversies in casu aan de orde waren. De Ombudsman stelde daarom voor dat de Commissie, in het licht van deze nieuwe omstandigheden, het publiek toegang zou verlenen tot de gevraagde documenten. De Commissie was het daar niet mee eens en voerde aan dat er geen sprake was van wanbeheer van haar kant. In het licht van de nieuwe omstandigheden heeft zij klager echter verzocht een nieuw verzoek om toegang tot documenten in te dienen. Klager deelde de Ombudsman later mee dat de Commissie naar aanleiding van een nieuw verzoek om toegang tot documenten toegang had verleend tot de door haar gevraagde documenten. De Ombudsman sloot de zaak dus af met de bevinding dat verder onderzoek naar de klacht niet gerechtvaardigd was. Zij wees er ook op dat de Ombudsman het recht heeft een instelling te verzoeken om bij het beantwoorden van een voorstel voor een oplossing van de Ombudsman in een zaak inzake toegang tot documenten rekening te houden met nieuwe argumenten waarom een document moet worden vrijgegeven.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 208/2015/PD betreffende belangenconflicten in een deskundigengroep van de Commissie inzake elektromagnetische velden
Dinsdag | 18 april 2017
De zaak betrof vermeende belangenconflicten met betrekking tot leden van een werkgroep van de Commissie die belast was met de evaluatie van de wetenschappelijke kennis over de effecten die elektromagnetische velden op de gezondheid kunnen hebben. In de klacht bij de Ombudsman werd gesteld dat de Commissie niet naar behoren had onderzocht of de wetenschappers in de werkgroep belangenconflicten hadden.
De Ombudsman onderzocht de kwestie. Zij was ervan overtuigd dat de Commissie de zaak naar behoren had onderzocht en dat de wetenschappers geen tegenstrijdige belangen hadden. Er was dus geen sprake van wanbeheer door de Commissie. De Ombudsman constateerde echter dat de procedures van de Commissie konden worden verbeterd en deed enkele suggesties voor verbetering.
Samenvatting van de vraag Q6/2016/EIS van de Ombudsman van Malta over de omzetting van de relevante EU-regels inzake verkeersveiligheid en toegang tot milieu-informatie in de nationale rechtsorde in Malta
Vrijdag | 19 augustus 2016
Samenvatting van de vraag van de nationale coördinator van regionale ombudsmannen in Italië over de vergoeding van bepaalde medische kosten die in een andere lidstaat zijn gemaakt - 1e kwartaal 2016/EIS
Donderdag | 21 januari 2016
Vermeende vertragingen in de vergunningsprocedures met betrekking tot 20 aanvragen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders voor invoer in de EU
Dinsdag | 19 januari 2016
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1582/2014/PHP over de behandeling door de Europese Commissie van vergunningaanvragen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders
Vrijdag | 15 januari 2016
De zaak betrof vertragingen bij de vergunningverlening voor twintig aanvragen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. De klagers hebben de Commissie meermaals in kennis gesteld van hun bezorgdheid. Volgens hen waren de verklaringen van de Commissie en de aanhoudende vertragingen onaanvaardbaar. Daarom wendden de klagers zich tot de Ombudsman.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat de vertragingen bij de twintig verzoeken niet gerechtvaardigd waren. In de loop van het onderzoek heeft de Commissie alle hangende aanvragen behandeld. De Ombudsman concludeerde echter dat de vertragingen een systemisch probleem weerspiegelden in plaats van het gevolg te zijn van kwesties die specifiek waren voor de specifieke vergunningsaanvragen. Ter afsluiting van het onderzoek stelde de Ombudsman vast dat de vertragingen neerkwamen op wanbeheer door de Commissie.
Mogelijke belangenconflicten in de werkgroep die in 2014 het voorlopige advies van het WCNG over tandheelkundig amalgaam heeft opgesteld
Maandag | 21 december 2015
Besluit in zaak 1832/2014/TN over de behandeling door de Europese Commissie van mogelijke belangenconflicten in de werkgroep tandheelkundig amalgaam van het WCNG
Donderdag | 17 december 2015
De zaak betrof vermeende belangenconflicten in de wetenschappelijke werkgroep van de Commissie die een advies opstelde over de veiligheid en de prestaties van tandheelkundig amalgaam en de alternatieven daarvoor. De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde in de onderhavige zaak geen wanbeheer met betrekking tot de beoordeling door de Commissie van de onafhankelijkheid en geschiktheid van de leden van de werkgroep.
De Ombudsman maakte van de gelegenheid gebruik om opmerkingen te maken over bepaalde meer algemene aspecten van de zaak. De Ombudsman benadrukte dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat wetenschappelijk advies, verstrekt door deskundigen die samenwerken met de wetenschappelijke comités van de Commissie, onafhankelijk en objectief is. Zelfs de perceptie dat dergelijk wetenschappelijk advies mogelijk niet onafhankelijk en objectief is, kan zeer schadelijk zijn. De Commissie moet er dus niet alleen voor zorgen dat dergelijk wetenschappelijk advies volledig onafhankelijk en volledig objectief is, maar ook dat alle redelijke twijfels over de onafhankelijkheid en objectiviteit van dergelijk advies worden weggenomen.
De Ombudsman is daarom van mening dat het belangrijk is dat de Commissie zeer robuuste procedures instelt die ervoor zorgen dat deskundigen al hun belangen bekendmaken. De Commissie moet al deze belangen zorgvuldig beoordelen. Zij moet deze procedures zo transparant mogelijk uitvoeren. De Ombudsman is dan ook zeer ingenomen met het feit dat de Commissie bezig is met het opstellen van " Richtsnoeren voor de behandeling van belangenverklaringen van leden, externe deskundigen en ad-hocdeskundigen die betrokken zijn bij de activiteiten van de wetenschappelijke comités", die tot doel hebben op transparante wijze uit te leggen hoe de belangen van deskundigen worden beoordeeld. De Ombudsman heeft de Commissie verzocht haar op de hoogte te houden van de voortgang van de opstelling en de definitieve richtsnoeren.
Openbare raadpleging over (de aanvraag tot verlenging van de EU-toelating voor) het bestrijdingsmiddel/herbicide "glyfosaat"
Dinsdag | 01 december 2015
Besluit in zaak 952/2014/OV betreffende de openbare raadplegingsprocedure van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) voor de verlenging van de goedkeuring van het herbicide glyfosaat
Woensdag | 18 november 2015
Klager, GM-Free Cymru, een Welshe drukgroep die campagne voert om Wales vrij te houden van genetisch gemodificeerde gewassen, wilde deelnemen aan de openbare raadpleging die werd georganiseerd door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) over de verlenging van de EU-goedkeuring van het herbicide glyfosaat (de werkzame stof van het gecommercialiseerde herbicide "Roundup"). Nadat klager bij de EFSA een klacht had ingediend over de complexiteit van de openbare raadplegingsprocedure, wendde hij zich tot de Ombudsman. Zij voerde aan dat de openbare raadplegingsprocedure niet gebruiksvriendelijk was, aangezien zij 1) het verplichte gebruik van een elektronisch model en 2) de ondertekening van een disclaimer oplegde om een kopie van het beoordelingsverslag over de vernieuwing van de rapporterende lidstaat te verkrijgen. Klager voerde aan dat deze vereisten inspraak van het publiek ontmoedigden en dat het de bedoeling van de EFSA was de betrokkenheid van het publiek tot een minimum te beperken in plaats van te maximaliseren.
De Ombudsman heeft de EFSA om advies over de klacht verzocht. De EFSA heeft daarop onmiddellijk maatregelen genomen om de desbetreffende openbare raadplegingsprocedure te vereenvoudigen. De EFSA heeft met name de vereiste geschrapt om eventuele voorwaarden te aanvaarden alvorens opmerkingen in te dienen en heeft verduidelijkingen toegevoegd over de wijze waarop het model (dat voorheen in een afzonderlijk richtsnoer was opgenomen) rechtstreeks in het model zelf moet worden ingevuld.
De Ombudsman was ingenomen met de door de EFSA genomen maatregelen en constateerde dat de EFSA de kwestie van de ondertekening van de disclaimer had geregeld. Wat het verplichte gebruik van het model betreft, constateerde de Ombudsman dat de EFSA blijk had gegeven van flexibiliteit, en zij vertrouwde erop dat zij in de toekomst hetzelfde zou doen.
Besluit in zaak 174/2015/FOR over het vermeende verzuim van de Commissie om belangenconflicten te onderzoeken in verband met de goedkeuring van een verslag over de veiligheid van het verwijderen van PIP-borstimplantaten
Dinsdag | 27 oktober 2015
Het onderzoek betreft een vermeend belangenconflict van een lid van een wetenschappelijk comité van de Europese Commissie dat een verslag moet opstellen over de risico's van het verwijderen van PIP-borstimplantaten.
In 2010 werd ontdekt dat een Frans bedrijf voor medische hulpmiddelen (PIP) sinds 2001 illegaal borstimplantaten had gemaakt en verkocht die waren gemaakt van siliconen van industriële kwaliteit in plaats van van siliconen van medische kwaliteit. Het PIP-schandaal leidde tot het verbod op PIP-implantaten en de opsluiting van een PIP-executive. Naar schatting zijn wereldwijd 400 000 vrouwen het slachtoffer geworden van het PIP-schandaal.
In 2012 heeft de Europese Commissie haar Wetenschappelijk Comité voor nieuwe risico's verzocht een verslag op te stellen over de veiligheid van PIP-implantaten, met bijzondere aandacht voor de vraag of de Commissie de preventieve chirurgische verwijdering van PIP-implantaten moet aanbevelen.
Klager, een ngo die de slachtoffers van het PIP-schandaal vertegenwoordigt, was ontevreden over verschillende conclusies in het verslag van het Wetenschappelijk Comité van 2014. Zij voerde aan dat een van de leden van een werkgroep die het wetenschappelijk comité van de Commissie bijstond, in een belangenconflict verkeerde en niet had mogen deelnemen aan de opstelling van het verslag. Zij heeft derhalve verzocht het verslag in te trekken. Het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de kwestie van het vermeende belangenconflict. Het gaat niet in op de wetenschappelijke conclusies van het rapport.
De Ombudsman onderzocht de kwestie van een vermeend belangenconflict en stelde vast dat de betrokken deskundige aanvankelijk niet al zijn belangen had opgegeven. Toen de Commissie hem echter verzocht de relevante informatie over te leggen waaruit bleek dat hij niet in een belangenconflict verkeerde, deed hij dat wel. De Ombudsman concludeerde dat de Commissie na onderzoek van deze nieuw ingediende informatie terecht had vastgesteld dat de deskundige zich niet in een belangenconflict bevond.
De Ombudsman stelde echter vast dat klager terecht bezorgd was toen hij ontdekte dat de Commissie aanvankelijk niet over de nodige informatie beschikte om een standpunt in te nemen over de onafhankelijkheid van de deskundige. De Ombudsman deed daarom suggesties voor verbeteringen in de wijze waarop de Commissie dergelijke informatie verzamelt en analyseert.
Besluit van de Europese Ombudsman in zaak 894/2015/PMC betreffende de behandeling door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) van een verzoek om toegang van het publiek tot bepaalde verslagen van klinische studies
Vrijdag | 09 oktober 2015
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot een aantal klinische onderzoeksrapporten van het EMA over een vaccin tegen hepatitis A en hepatitis B. Het EMA gaf toegang tot de documenten, maar verwijderde bepaalde informatie om persoonsgegevens en commerciële belangen te beschermen. Hoewel klager het in het algemeen met het EMA eens was dat persoonsgegevens moesten worden beschermd, voerde hij aan dat het EMA om praktische redenen hele bladzijden leek te hebben weggestreept. De Ombudsman constateerde dat het EMA het verzoek om toegang van klager zorgvuldig had behandeld. Zij constateerde met name dat er geen sprake was van wanbeheer met betrekking tot het besluit van het EMA om persoonsgegevens, zoals de namen van auteurs en medeauteurs van de verslagen, te wissen. Bovendien was de Ombudsman van mening dat er onvoldoende redenen waren om verder onderzoek te doen naar het besluit van het EMA om geen toegang te verlenen tot medische artikelen en studies die in verschillende wetenschappelijke en academische tijdschriften zijn gepubliceerd, aangezien deze publicaties gemakkelijk online toegankelijk zijn.
Besluit in zaak 1506/2014/JAS over de behandeling door de Europese Commissie van een verzoek om toegang van het publiek tot een document betreffende een inbreukprocedure tegen het VK in verband met de behandeling van afvalwater
Donderdag | 17 september 2015
De klager is een burger van het Verenigd Koninkrijk die zich zorgen maakt over de vraag of de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Whitburn (VK) voldoet aan de richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater. Hij klaagde bij de Ombudsman over de weigering van de Europese Commissie om hem toegang te verlenen tot een document in verband met inbreukprocedures met betrekking tot de toepassing van de richtlijn door het Verenigd Koninkrijk, namelijk een brief die de Britse autoriteiten in de loop van inbreukprocedures aan de Commissie hebben gestuurd.
De Commissie weigerde het document vrij te geven met het argument dat documenten met betrekking tot lopende inbreukprocedures onder een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking vallen. Niettemin heeft de Commissie klager een samenvatting van het document in kwestie verstrekt.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de Commissie terecht had geweigerd het document vrij te geven. Daarom concludeerde de Ombudsman dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie.
Decision in case 1606/2013/AN on how the European Chemicals Agency applies rules concerning animal testing
Vrijdag | 11 september 2015
The complaint, made by a group of NGOs, concerns the position of the European Chemicals Agency (ECHA) regarding the limiting of animal testing. The complainant disagreed with ECHA's position that it could not reject testing proposals involving animals on the grounds that the data could be generated by an alternative method not involving animal tests. These proposals are submitted to ECHA in the context of the procedure leading to the authorisation of chemical substances to be marketed in the EU in accordance with the REACH Regulation.
The Ombudsman's inquiry concluded that ECHA's interpretation of its role was too strict and did not take into account the fact that the avoidance of animal testing was, together with the protection of human health and the environment, one of the guiding principles of the Regulation. The Ombudsman thus proposed to ECHA (i) that it require all registrants to show that they have tried to avoid animal testing and (ii) that it provide registrants with all the information at its disposal which could allow them to avoid animal testing.
ECHA accepted both proposals. It also stated, however, that it needed to hold further discussions with the European Commission and the competent authorities of the Member States as regards the practical consequences of its acceptance of the first proposal. The complainant expressed doubts in this context. The Ombudsman considered that ECHA had settled the matter but asked it to report on how it had implemented her proposals within six months of the date of this decision. The Ombudsman also invited the complainant to monitor the outcome of this case.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 995/2011/KM tegen de Europese Commissie
Dinsdag | 30 juni 2015
De zaak betrof een bij de Europese Commissie ingediende inbreukklacht in verband met het vermeende verzuim van Duitsland om bepaalde bepalingen van de e-privacyrichtlijn naar behoren uit te voeren. Klager wendde zich tot de Europese Ombudsman en beweerde dat de Commissie de redenen voor het niet inleiden van een onderzoek niet naar behoren had toegelicht. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de Commissie vervolgens een adequate toelichting had gegeven met betrekking tot een aantal van de door klager aan de orde gestelde kwesties. Wat betreft de kwesties waarvoor de Commissie geen adequate toelichting heeft gegeven, sloot de Ombudsman de zaak af met een kritische opmerking.