Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Het verzuim van de Europese Commissie om te beoordelen of de exportkredietinstellingen van de lidstaten voldoen aan de doelstellingen en verplichtingen van de EU, met name op het gebied van de mensenrechten
Correspondentie - Datum Donderdag | 28 april 2016
Zaak 212/2016/JN - Geopend op Donderdag | 28 april 2016 - Aanbeveling omtrent Woensdag | 23 mei 2018 - Besluit over Maandag | 03 december 2018 - Betrokken instelling Europese Commissie ( Aanbeveling waarmee de instelling het eens is ) - Land Italië
Mevrouw Catherine De BrueckerFederale ombudsman Louvainstraat 48 BE - 1000 Brussel |
info@mediateurfederal.be
Straatsburg,
Onderzoek naar de evaluatie en evaluatie door de Europese Commissie van de activiteiten van de nationale exportkredietinstellingen in het kader van Verordening (EU) nr. 1233/2011.
Geachte collega,
Hierbij deel ik u mee dat ik naar aanleiding van een klacht die ik heb ontvangen van ECA Watch -een internationale coalitie van ngo's die toezicht houdt op de activiteiten van de nationale exportkredietinstellingen - heb besloten na te gaan in hoeverre de Europese Commissie zorgt voor een degelijke evaluatie van de naleving door de nationale exportkredietinstellingen van de doelstellingen en verplichtingen van de EU, met name met betrekking tot mensenrechten- en milieuaangelegenheden overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1233/2011 [1].
Deze agentschappen ondersteunen bedrijven die willen exporteren en investeren in markten die als te riskant worden beschouwd voor conventionele particuliere financiering. Veel van deze agentschappen zijn overheidsinstanties en kunnen als zodanig door de respectieve nationale ombudsman worden gecontroleerd. De afziende verordening [2] vereist dat de nationale agentschappen op transparante wijze handelen en rekening houden met milieu- en sociale risico's alvorens te besluiten overheidssteun voor exportkredieten aan te bieden. In dit verband zij opgemerkt dat overweging 4 van de verordening vereist dat de lidstaten zich houden aan de algemene bepalingen van de Unie inzake extern optreden, zoals "het consolideren van de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en beleidscoherentie voor ontwikkeling, en de bestrijding van klimaatverandering, bij het opzetten, ontwikkelen en uitvoeren van hun nationale exportkredietsystemen en bij het uitoefenen van hun toezicht op door de overheid gesteunde exportkredietactiviteiten".
De verordening vereist ook dat de lidstaten de Commissie een jaarlijks activiteitenverslag van hun nationale programma's voor exportagentschappen verstrekken en dat de Commissie een jaarlijkse evaluatie voor het Europees Parlement opstelt op basis van de nationale verslagen, met inbegrip van een evaluatie van de naleving van de doelstellingen en verplichtingen van de Unie door de activiteiten van de nationale exportagentschappen.
Mijn onderzoek zal zich toespitsen op de wijze waarop de Commissie het evaluatie- en toetsingsproces uitvoert en in hoeverre dit proces gevolgen kan hebben voor het eigen toezicht van de lidstaten op hun exportagentschappen. Om echter een volledig beeld te krijgen en ervoor te zorgen dat de agentschappen voldoen aan de vereisten van transparantie, mensenrechten en milieubescherming bij het ondersteunen van investeringen in derde landen, zou mijn onderzoek veel baat hebben bij parallelle onderzoeken die op het niveau van de lidstaten worden uitgevoerd door mijn collega-ombudsmannen.
In het licht van het voorgaande zou ik u willen verzoeken te overwegen een onderzoek in te stellen of enig ander initiatief te nemen dat u ter zake passend acht. Naar mijn mening kunnen parallelle onderzoeken die tegelijkertijd door de Europese Ombudsman en de nationale ombudsmannen worden uitgevoerd, veel van de door het maatschappelijk middenveld geuite zorgen over het verzoenen van economische ontwikkeling en welvaart met eerbiediging van de mensenrechten en het milieu op een meer omvattende manier wegnemen.
Ik zou het op prijs stellen als u mij zou laten weten of u het haalbaar acht een onderzoek in te stellen of een andere actie op dit gebied te ondernemen. Ik zou u ook dankbaar zijn voor alle relevante informatie die u in dit verband kunt verstrekken. Ik zou uw mening ten zeerste waarderen over de vraag of meer samenwerking tussen de nationale agentschappen en tussen de nationale ministeries (die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op hun nationale agentschappen) en de Commissie wenselijk is met het oog op de ontwikkeling van robuuste en gezamenlijk gedeelde nalevingstests en benchmarking die de verplichtingen en normen van de EU weerspiegelen.
Met uw toestemming zou ik de Europese Commissie elk antwoord dat u mij stuurt, ter beschikking willen stellen. Omwille van de transparantie wil ik het ook op mijn website beschikbaar stellen voor het publiek. Indien u het nuttig acht om in uw antwoord informatie op te nemen die niet openbaar mag worden gemaakt (bijvoorbeeld omdat het om identificeerbare personen gaat), gelieve deze informatie dan afzonderlijk te verstrekken.
Met vriendelijke groet,
Emily O'Reilly
Bijlage: kopie van de brief aan de Europese Commissie
[1] Deze verordening, die in het rechtsstelsel van de EU is opgenomen, is de versie van 2005 van de regeling inzake door de overheid gesteunde exportkredieten (bekend als de regeling), de belangrijkste internationale overeenkomst die exportkredieten regelt. Over de regeling wordt onderhandeld binnen en onder toezicht van de OESO. De EU is partij bij deze overeenkomst, terwijl de Europese Commissie (EC) verantwoordelijk is voor de onderhandelingen namens de lidstaten. De regeling wordt regelmatig herzien en hoewel zij wordt omschreven als "een gentlemen's agreement", zijn de versies ervan tot 2011 via een besluit van de Raad EU-wetgeving geworden. In 2011 kwam het Europees Parlement overeen dat de toekomstige versies van de OESO-regeling in EU-recht zouden worden omgezet door middel van een gedelegeerde handeling (besluit van de Europese Commissie en niet van de Raad) in ruil voor meer transparantie in de exportkredietactiviteiten van de lidstaten.
[2] Zie ook het desbetreffende OESO-document "Aanbeveling van de Raad betreffende gemeenschappelijke benaderingen voor door de overheid gesteund exportkrediet en passende zorgvuldigheid op milieu- en sociaal gebied (de gemeenschappelijke benaderingen)".