Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 455 resultaten weergeven

Besluit over de naleving door de Europese Commissie van haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MIK – de zaak “Omnibus”, 2031/2024/VB – de zaak “migratie” en 1379/2024/MIK – de zaak “GLB”)

Dinsdag | 23 juni 2026

De drie zaken hadden betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten heeft toegepast bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (983/2025/MIK), de bestrijding van migrantensmokkel (2031/2024/VB) en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1379/2024/MIK). De Commissie achtte deze voorstellen dringend en heeft daarom in haar regels voorziene stappen, zoals effectbeoordelingen en openbare raadplegingen, achterwege gelaten. De klagers, die maatschappelijke organisaties zijn, waren van mening dat deze omissies in strijd waren met de regels voor betere regelgeving van de Commissie. In twee gevallen voerden de klagers ook aan dat de Commissie de verenigbaarheid van de wetgevingsvoorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU niet heeft beoordeeld, zoals vereist door de Europese klimaatwet. In één geval was klager verder bezorgd over het feit dat de Commissie haar reglement van orde inzake overleg tussen de diensten had geschonden.

Op basis van haar onderzoeken constateerde de Ombudsman procedurele tekortkomingen in de wijze waarop de Commissie de wetgevingsvoorstellen in kwestie had voorbereid, wat samen neerkwam op wanbeheer. Om deze tekortkomingen aan te pakken, heeft de Ombudsman de Commissie aanbevolen te zorgen voor een voorspelbare, consistente en niet-willekeurige toepassing van haar regels voor betere regelgeving, door “dringende” situaties te definiëren die een afwijking van hun vereisten rechtvaardigen, en door de redenen voor toegestane afwijkingen vast te leggen en toe te lichten. Voorts moet de Commissie, wanneer afwijkingen worden toegestaan, een procedure vaststellen om ervoor te zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen nog steeds in overeenstemming is met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces. Om de Commissie bij deze taak bij te staan, deed de Ombudsman ook vier suggesties voor verbetering, waaronder: de regels voor de raadpleging van belanghebbenden voor dringende voorstellen te verduidelijken; ervoor te zorgen dat de analytische documenten ter vervanging van effectbeoordelingen en de bewijsstukken ter ondersteuning van haar voorstellen tijdig worden gepubliceerd om een openbaar debat mogelijk te maken voordat de wetgeving wordt aangenomen; richtsnoeren uit te vaardigen voor de uitvoering van klimaatconsistentiebeoordelingen; het verstrekken en registreren van motiveringen bij het verkorten van de periodes van overleg tussen de diensten tot onder de vastgestelde drempels.

In haar antwoord aan de Ombudsman stemde de Commissie ermee in om bij de komende herziening van de regels voor betere regelgeving na te denken over het definiëren van “dringende” situaties, en om de redenen voor het toepassen van afwijkingen van hun vereisten vast te leggen en te publiceren. De Commissie heeft zich er ook toe verbonden om te zorgen voor gerichte raadplegingen over haar “dringende” voorstellen, om de analytische documenten met bewijsmateriaal ter ondersteuning van haar voorstellen binnen drie maanden na de goedkeuring ervan te publiceren, om klimaatconsistentiebeoordelingen op te nemen in zowel analytische documenten als toelichtingen voor toekomstige voorstellen en om kortere raadplegingen tussen de diensten te motiveren.

De klagers waren in hun opmerkingen over het antwoord van de Commissie van mening dat de toezeggingen van de Commissie duidelijk noch concreet genoeg zijn om een transparant, inclusief en empirisch onderbouwd wetgevingsproces te waarborgen.

De Ombudsman was ingenomen met het algemene constructieve antwoord van de Commissie op haar aanbevelingen en suggesties voor verbetering. Desalniettemin biedt het antwoord van de Commissie nog niet voldoende duidelijkheid over de concrete stappen die zij voornemens is te nemen om de aanbevelingen en suggesties voor verbetering van de Ombudsman uit te voeren.

De Ombudsman zal deze kwestie derhalve monitoren op basis van toekomstige klachten en zodra de Commissie de herziening van de regels voor betere regelgeving heeft afgerond. In dit stadium zijn geen verdere onderzoeken gerechtvaardigd en heeft de Ombudsman de drie zaken afgesloten.

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie is omgegaan met een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met een project dat de status van “strategisch project” in het kader van de verordening kritieke grondstoffen wil verkrijgen (2646/2025/MIG)

Maandag | 16 maart 2026

De zaak betrof de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot een aanvraag om een delfstoffenwinnings- en -verwerkingsproject te erkennen als “strategisch project” in het kader van de verordening kritieke grondstoffen en de daarmee verband houdende beoordeling van de Commissie. De Commissie was van oordeel dat openbaarmaking de commerciële belangen van de betrokken onderneming zou ondermijnen, onder meer omdat het project niet als strategisch project was aangemerkt. Klager voerde onder meer aan dat een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt en voerde aan dat de litigieuze documenten waarschijnlijk belangrijke milieu-informatie bevatten.

Op basis van de inspectie van de litigieuze documenten door haar onderzoeksteam heeft de Ombudsman vastgesteld dat het redelijk was dat de Commissie van mening was dat openbaarmaking de commerciële belangen van de betrokken onderneming zou ondermijnen. Hoewel de documenten enige informatie bevatten over de verwachte milieu- en sociale effecten van het project, was dit bovendien niet voldoende om een hoger openbaar belang bij openbaarmaking vast te stellen.

De Ombudsman sloot daarom het onderzoek af en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer bij de weigering van toegang door de Commissie.

Besluit over de tijd die de Europese Commissie nodig heeft om een inbreukprocedure over de naleving door Spanje van de EU-regels inzake omgevingslawaai af te ronden – INFR(2016)2118 (zaak 410/2025/EIS)

Vrijdag | 12 december 2025

De zaak betrof de tijd die de Europese Commissie nodig had om een inbreukprocedure af te ronden, die zij in 2016 tegen Spanje heeft ingeleid over de naleving van de EU-regels inzake omgevingslawaai. Klager, een groep belangstellende burgers die betrokken zijn bij luchthavenlawaai in Spanje, klaagde dat de tijd die de Commissie nodig had om de zaak te onderzoeken, niet redelijk was.

De Ombudsman constateerde dat er sprake was van een periode van drie jaar zonder enig spoor van door de Commissie genomen maatregelen, hetgeen neerkwam op wanbeheer.

De Commissie heeft vervolgens het optreden in de zaak hervat, wat betekent dat het geen nuttig doel zou hebben om een aanbeveling te doen. Gezien de grote gevolgen van de betrokken kwesties voor de volksgezondheid verwacht de Ombudsman van de Commissie dat zij de inbreukprocedure met voorrang behandelt.

Aanbeveling over de naleving door de Europese Commissie van de regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MAS – de zaak “Omnibus”, 2031/2024/VB – de zaak “migratie” en 1379/2024/MIK – de zaak “GLB”)

Dinsdag | 25 november 2025

De drie zaken hebben betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten heeft toegepast bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (983/2025/MAS), de bestrijding van migrantensmokkel (2031/2024/VB) en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1379/2024/MIK). De Commissie achtte deze voorstellen dringend en heeft daarom in haar regels voorziene stappen, zoals effectbeoordelingen en openbare raadplegingen, achterwege gelaten. De klagers, die maatschappelijke organisaties zijn, waren van mening dat deze omissies in strijd waren met de regels voor betere regelgeving van de Commissie. In twee gevallen voerden de klagers ook aan dat de Commissie de verenigbaarheid van de wetgevingsvoorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU niet heeft gecontroleerd, zoals vereist door de Europese klimaatwet. In één geval was klager verder bezorgd over het feit dat de Commissie haar reglement van orde inzake overleg tussen de diensten had geschonden.   

De Ombudsman opende een onderzoek naar de drie zaken. Zij ontving het schriftelijke antwoord van de Commissie in alle drie de zaken, inspecteerde de relevante dossiers van de Commissie en haar onderzoeksteams ontmoetten vertegenwoordigers van de Commissie in het kader van twee onderzoeken.

De Commissie antwoordde dat de regels voor betere regelgeving geen bindend recht zijn, maar een reeks beleidsinstrumenten voor het verzamelen van relevante informatie die op evenredige wijze moet worden toegepast. Zij voerde ook aan dat zij al het relevante bewijsmateriaal had verzameld voordat zij de wetgevingsvoorstellen in kwestie goedkeurde, belanghebbenden had geraadpleegd en de klimaatconsistentiebeoordelingen en de interdepartementale raadpleging had uitgevoerd in overeenstemming met de toepasselijke regels.

Op basis van haar onderzoeken constateerde de Ombudsman een aantal procedurele tekortkomingen in de wijze waarop de Commissie de wetgevingsvoorstellen heeft voorbereid, die samen neerkomen op wanbeheer.

De Ombudsman constateerde met name dat de Commissie een ruime interpretatie van “urgentie” heeft gegeven en de “urgentie” van de wetgevingsvoorstellen jegens het publiek niet voldoende heeft gerechtvaardigd en de afwijkingen van de toepasselijke regels voor betere regelgeving niet heeft gedocumenteerd. De Ombudsman constateerde ook dat de Commissie geen procedure heeft ingevoerd die, zoals vereist door de Verdragen en de jurisprudentie, zou zorgen voor een transparante, empirisch onderbouwde en inclusieve voorbereiding van “dringende” wetgevingsvoorstellen. De Ombudsman constateerde voorts dat de Commissie, door geen behoorlijke registers bij te houden van verplichte controles van de consistentie van haar voorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU, heeft nagelaten verantwoording af te leggen.

Om deze tekortkomingen aan te pakken, deed de Ombudsman twee aanbevelingen. De Ombudsman heeft de Commissie aanbevolen te zorgen voor een voorspelbare, consistente en niet-willekeurige toepassing van haar regels voor betere regelgeving, door “dringende” situaties te definiëren die een afwijking van de in de regels vastgestelde vereisten rechtvaardigen. Voorts moet de Commissie, wanneer afwijkingen worden toegestaan, een procedure vaststellen om ervoor te zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen nog steeds in overeenstemming is met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces. Om de Commissie bij deze taak bij te staan, heeft de Ombudsman vier suggesties gedaan, waaronder het verduidelijken van de regels voor de raadpleging van belanghebbenden voor dringende voorstellen en ervoor zorgen dat het bewijsmateriaal ter ondersteuning van haar voorstellen tijdig wordt gepubliceerd om een openbaar debat mogelijk te maken voordat wetgeving wordt aangenomen.

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een inbreukprocedure met betrekking tot de luchtkwaliteit in Italië heeft behandeld (zaak 1113/2024/VB)

Woensdag | 12 november 2025

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie een inbreukklacht betreffende de luchtkwaliteit in Bolzano, in Trentino-Alto Adige/Südtirol, heeft behandeld. De Commissie had de behandeling van de klacht aanvankelijk opgeschort in afwachting van de uitkomst van lopende gerechtelijke procedures over dezelfde kwestie. Naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van de EU heeft de Commissie de klager in kennis gesteld van haar voornemen om de zaak te sluiten.

De Ombudsman informeerde naar de tijd die de Commissie nodig had om de klacht te behandelen. Tijdens het onderzoek gaf de Commissie haar definitieve besluit tot afsluiting van de zaak.

De Ombudsman constateerde dat de Commissie klager op de hoogte had gehouden en dat de behandeling van de klacht niet onredelijk lang had geduurd.

De Ombudsman sloot het onderzoek af met de conclusie dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie.