Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 1009 resultaten weergeven
Het verzuim van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om tijdig een besluit te nemen over een verzoek tot herziening in het kader van selectieprocedure EPSO/AD/413/24-7 - Administrateurs wetenschappelijk onderzoek (AD7)
Vrijdag | 07 augustus 2026
Decision on how the European Commission handled a complaint concerning its alleged failure to act on quarrying activities conducted in the northern part of Cyprus (case 1610/2026/PGP)
Donderdag | 06 augustus 2026
Decision on how the Council of the European Union dealt with a traineeship application (case 133/2026/LA)
Vrijdag | 24 juli 2026
Hoe de Europese Commissie een klacht heeft behandeld over de beëindiging van haar rol als ambassadeur van het Europees klimaatpact
Vrijdag | 24 juli 2026
Besluit over de wijze waarop de Europese Centrale Bank (ECB) bepaalde procedurele aspecten in verband met een melding van klokkenluiders heeft behandeld (zaak 637/2024/PB)
Woensdag | 22 juli 2026
De zaak betrof de behandeling door de Europese Centrale Bank (ECB) van procedurele aspecten in verband met een melding van klokkenluiders die klager [1] in 2022 had ingediend. Het klokkenluidersrapport had betrekking op een vermeende familierelatie tussen een personeelslid en de persoon die was ingehuurd.
De klager ondervond gedrag van de vermeende overtreders dat volgens hem neerkwam op ongepast gedrag (met inbegrip van intimidatie). De klager verzocht om een daarmee verband houdend administratief onderzoek.
De ECB besloot het klokkenluidersverslag samen met de kwestie van het vermeende ongepaste gedrag te beoordelen. Zij deelde de klager ook mee dat het overgelegde bewijsmateriaal de opening van een administratief onderzoek niet rechtvaardigde. Klager betwistte beide punten door middel van een administratieve klacht, die de ECB niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van een individueel belang (de gezamenlijke behandeling van de twee kwesties) of wegens het ontbreken van een voor beroep vatbaar besluit (het niet openen van een administratief onderzoek).
Klager wendde zich tot de Ombudsman en betwistte het niet-ontvankelijkheidsbesluit van de ECB. In de loop van het onderzoek van de Ombudsman heeft klager de Ombudsman ook verzocht de behandeling van meldingen van klokkenluiders en klachten bij de ECB nader te onderzoeken.
De Ombudsman stelde vast dat de door de ECB opgegeven redenen om de administratieve klacht van klager niet-ontvankelijk te verklaren, niet overtuigend waren.
De Ombudsman merkte ook op dat zich tijdens haar onderzoek belangrijke ontwikkelingen in de zaak hadden voorgedaan en dat daarmee verband houdende interne onderzoeken op hoog niveau nog steeds aan de gang waren. Bovendien was de ECB bezig met de afronding van een evaluatie op eigen initiatief van haar rapportage-, onderzoeks- en tuchtkader. In deze omstandigheden concludeerde de Ombudsman dat op dat moment geen verder onderzoek gerechtvaardigd was, en sloot hij het onderzoek af.
[1] Om redenen van anonimiteit, onder meer met betrekking tot het geslacht van de klager, wordt in de tekst naar de klager verwezen als “zij”/“hun”/“zij”.
Het besluit van de Europese Commissie (vertegenwoordiging in Roemenië) om een sollicitatie niet in aanmerking te laten komen voor het verstrijken van de termijn
Dinsdag | 21 juli 2026
Verzuim van de Europese Commissie om te antwoorden op een brief betreffende de vervaardiging van tandheelkundige hulpmiddelen op maat
Donderdag | 16 juli 2026
Hoe behandelt de Europese Commissie een inbreukklacht tegen Nederland (CPLT(2025)02390)
Vrijdag | 10 juli 2026
Verzuim van de Europese Commissie om te antwoorden op een verzoek van een afgewezen aanvrager in een aanbestedingsprocedure voor communicatiediensten
Vrijdag | 10 juli 2026
Besluit over de wijze waarop het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) verzoeken om herziening van de resultaten in twee selectieprocedures EPSO/AST/151/22 en EPSO/AD/398/22 heeft behandeld (zaak 1455/2024/VS)
Maandag | 13 juli 2026
De zaak betrof de wijze waarop het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) verzoeken om herziening heeft behandeld van een kandidaat die in twee selectieprocedures niet was geslaagd. Klager voerde onder meer aan dat EPSO zijn zorgen onvoldoende had aangepakt en vroeg zich af of EPSO zijn prestaties adequaat had beoordeeld.
Nadat de Ombudsman het onderzoek had geopend, verstrekte EPSO aanvullende antwoorden aan klager. De Ombudsman constateerde dat er inconsistenties waren tussen deze antwoorden en de antwoorden die hij aanvankelijk ontving, en dat het niet duidelijk was of EPSO zijn oorspronkelijke besluiten daadwerkelijk heeft herzien. In de loop van het onderzoek heeft EPSO nadere toelichtingen verstrekt om dit uit te leggen.
De Ombudsman sloot de zaak af met de bevinding dat geen verder onderzoek gerechtvaardigd was, aangezien EPSO uiteindelijk redelijke uitleg gaf over de wijze waarop het de verzoeken om herziening van klager behandelde. Het onderzoek bracht echter problemen aan het licht met de standaardantwoorden van EPSO op verzoeken om herziening. Om deze problemen aan te pakken, deed de Ombudsman EPSO een suggestie voor verbetering en verzocht hij EPSO ervoor te zorgen dat kandidaten die een verzoek tot herziening hebben ingediend, in de toekomst een duidelijk, nauwkeurig en volledig antwoord krijgen waarin zij worden geïnformeerd over de vraag of een herziening heeft plaatsgevonden en over de redenen voor het besluit van EPSO.
Hoe de Europese Investeringsbank (EIB) een klacht heeft behandeld waarin bezorgdheid werd geuit over een windenergieproject in Bosnië en Herzegovina dat EIB-financiering heeft ontvangen
Maandag | 06 juli 2026
Hoe de Europese Investeringsbank (EIB) een klacht heeft behandeld waarin bezorgdheid werd geuit over een windenergieproject in Bosnië en Herzegovina dat EIB-financiering heeft ontvangen
Donderdag | 02 juli 2026
Hoe behandelt de Europese Commissie een inbreukklacht tegen Spanje – CPLT(2025)02306
Maandag | 29 juni 2026
Hoe de Europese Commissie een inbreukklacht over de indeling van voertuigen in Italië heeft behandeld
Vrijdag | 26 juni 2026
Besluit van de Europese Commissie om geen effectbeoordeling uit te voeren van twee wetgevingsvoorstellen om migrantensmokkel tegen te gaan
Donderdag | 25 juni 2026
Hoe de Europese Commissie een voorstel tot wijziging van wetgeving in verband met het gemeenschappelijk landbouwbeleid heeft opgesteld
Donderdag | 25 juni 2026
Besluit over de naleving door de Europese Commissie van haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MIK – de zaak “Omnibus”, 2031/2024/VB – de zaak “migratie” en 1379/2024/MIK – de zaak “GLB”)
Donderdag | 25 juni 2026
De drie zaken hadden betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten heeft toegepast bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (983/2025/MIK), de bestrijding van migrantensmokkel (2031/2024/VB) en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1379/2024/MIK). De Commissie achtte deze voorstellen dringend en heeft daarom in haar regels voorziene stappen, zoals effectbeoordelingen en openbare raadplegingen, achterwege gelaten. De klagers, die maatschappelijke organisaties zijn, waren van mening dat deze omissies in strijd waren met de regels voor betere regelgeving van de Commissie. In twee gevallen voerden de klagers ook aan dat de Commissie de verenigbaarheid van de wetgevingsvoorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU niet heeft beoordeeld, zoals vereist door de Europese klimaatwet. In één geval was klager verder bezorgd over het feit dat de Commissie haar reglement van orde inzake overleg tussen de diensten had geschonden.
Op basis van haar onderzoeken constateerde de Ombudsman procedurele tekortkomingen in de wijze waarop de Commissie de wetgevingsvoorstellen in kwestie had voorbereid, wat samen neerkwam op wanbeheer. Om deze tekortkomingen aan te pakken, heeft de Ombudsman de Commissie aanbevolen te zorgen voor een voorspelbare, consistente en niet-willekeurige toepassing van haar regels voor betere regelgeving, door “dringende” situaties te definiëren die een afwijking van hun vereisten rechtvaardigen, en door de redenen voor toegestane afwijkingen vast te leggen en toe te lichten. Voorts moet de Commissie, wanneer afwijkingen worden toegestaan, een procedure vaststellen om ervoor te zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen nog steeds in overeenstemming is met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces. Om de Commissie bij deze taak bij te staan, deed de Ombudsman ook vier suggesties voor verbetering, waaronder: de regels voor de raadpleging van belanghebbenden voor dringende voorstellen te verduidelijken; ervoor te zorgen dat de analytische documenten ter vervanging van effectbeoordelingen en de bewijsstukken ter ondersteuning van haar voorstellen tijdig worden gepubliceerd om een openbaar debat mogelijk te maken voordat de wetgeving wordt aangenomen; richtsnoeren uit te vaardigen voor de uitvoering van klimaatconsistentiebeoordelingen; het verstrekken en registreren van motiveringen bij het verkorten van de periodes van overleg tussen de diensten tot onder de vastgestelde drempels.
In haar antwoord aan de Ombudsman stemde de Commissie ermee in om bij de komende herziening van de regels voor betere regelgeving na te denken over het definiëren van “dringende” situaties, en om de redenen voor het toepassen van afwijkingen van hun vereisten vast te leggen en te publiceren. De Commissie heeft zich er ook toe verbonden om te zorgen voor gerichte raadplegingen over haar “dringende” voorstellen, om de analytische documenten met bewijsmateriaal ter ondersteuning van haar voorstellen binnen drie maanden na de goedkeuring ervan te publiceren, om klimaatconsistentiebeoordelingen op te nemen in zowel analytische documenten als toelichtingen voor toekomstige voorstellen en om kortere raadplegingen tussen de diensten te motiveren.
De klagers waren in hun opmerkingen over het antwoord van de Commissie van mening dat de toezeggingen van de Commissie duidelijk noch concreet genoeg zijn om een transparant, inclusief en empirisch onderbouwd wetgevingsproces te waarborgen.
De Ombudsman was ingenomen met het algemene constructieve antwoord van de Commissie op haar aanbevelingen en suggesties voor verbetering. Desalniettemin biedt het antwoord van de Commissie nog niet voldoende duidelijkheid over de concrete stappen die zij voornemens is te nemen om de aanbevelingen en suggesties voor verbetering van de Ombudsman uit te voeren.
De Ombudsman zal deze kwestie derhalve monitoren op basis van toekomstige klachten en zodra de Commissie de herziening van de regels voor betere regelgeving heeft afgerond. In dit stadium zijn geen verdere onderzoeken gerechtvaardigd en heeft de Ombudsman de drie zaken afgesloten.
Hoe de Europese Commissie een inbreukprocedure met betrekking tot strandconcessies in Italië afhandelt (INFR(2020)4118)
Vrijdag | 19 juni 2026
De Europese Investeringsbank (EIB) beweerde niet-naleving van haar interne regels bij een beoordeling van het personeel
Vrijdag | 19 juni 2026