Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 238 resultaten weergeven
De Ombudsman is ingenomen met de toezegging van de Commissie om bij de herziening van exportkredietinstellingen meer rekening te houden met het milieu en de mensenrechten.
Maandag | 10 februari 2020
Besluit in zaak 212/2016/JN over de jaarlijkse evaluatie door de Europese Commissie van de exportkredietinstellingen van de lidstaten
Maandag | 03 december 2018
De zaak betrof de toereikendheid van de jaarlijkse evaluatie door de Europese Commissie van exportkredietinstellingen — nationale instanties die financiële steun verlenen aan ondernemingen die zaken doen op risicovolle markten — met name met betrekking tot de bescherming van de mensenrechten en het milieu.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de methodologie en procedures van de Commissie konden worden verbeterd. De Ombudsman heeft de Commissie met name aanbevolen een dialoog aan te gaan met de lidstaten en andere belanghebbenden om het model te verbeteren dat de lidstaten gebruiken om de verslagen over exportkredietinstellingen samen te stellen die zij jaarlijks bij de Commissie moeten indienen. De Ombudsman heeft de Commissie ook aanbevolen de analyse- en evaluatie-inhoud van de jaarlijkse evaluaties van exportkredietinstellingen die zij aan het Europees Parlement voorlegt, te verbeteren.
De Commissie deelde de Ombudsman mee dat zij de Raad, het Parlement en de Europese Dienst voor extern optreden zou raadplegen en met het maatschappelijk middenveld zou samenwerken om de aanbevelingen van de Ombudsman uit te voeren. De Commissie zal de Groep exportkredieten van de Raad met name een herzien checklistmodel voorstellen dat de lidstaten voor hun jaarverslagen moeten gebruiken. De Commissie zal ook overwegen relevante richtsnoeren op te stellen voor de verslaglegging door de lidstaten.
Aangezien de door de Commissie aangekondigde maatregelen adequaat tegemoetkomen aan de aanbevelingen van de Ombudsman, sloot de Ombudsman haar onderzoek af, maar verzocht zij de Commissie binnen een jaar verslag uit te brengen.
Aanbeveling van de Europese Ombudsman in zaak 212/2016/JN over de jaarlijkse evaluatie door de Europese Commissie van de exportkredietinstellingen van de lidstaten
Woensdag | 23 mei 2018
De zaak betrof de toereikendheid van de jaarlijkse evaluatie door de Europese Commissie van exportkredietinstellingen – nationale instanties die financiële steun verlenen aan ondernemingen die zaken doen op “risicovolle” markten – met name met betrekking tot de bescherming van de mensenrechten en het milieu.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de methodologie en procedures van de Commissie konden worden verbeterd. Zij stelde met name voor dat de Commissie een dialoog aangaat met de lidstaten en andere belanghebbenden om het model te verbeteren dat de lidstaten gebruiken bij het opstellen van de verslagen over exportkredietinstellingen die zij elk jaar bij de Commissie moeten indienen. De Ombudsman stelde ook voor dat de Commissie van haar kant de analyse- en evaluatie-inhoud van de jaarlijkse evaluaties van exportkredietinstellingen die zij aan het Europees Parlement voorlegt, zou verbeteren.
De Commissie verwierp de voorstellen van de Ombudsman voornamelijk omdat zij van mening is dat de uitvoering ervan een wijziging van de bestaande wetgeving zou vereisen. De Ombudsman was het niet eens met het standpunt van de Commissie en heeft nu aanbevelingen aan de Commissie gedaan in dezelfde bewoordingen als die van haar eerdere voorstellen. De Ombudsman is van mening dat de jaarlijkse evaluatie van de Commissie, die zij aan het Parlement toestuurt, meer moet zijn dan een compilatie van de inhoud van de jaarverslagen die zij van de lidstaten ontvangt, en dat zij een geïnformeerde en gedetailleerde evaluatie moet bevatten van de prestaties van de exportkredietinstellingen, met name wat betreft de eerbiediging van de mensenrechten en het milieu.
Besluit in het kader van onderzoek op eigen initiatief OI/7/2016/MDC over het besluit van de delegatie van de Europese Unie in Armenië om geen subsidieovereenkomst te sluiten
Maandag | 19 februari 2018
Dit onderzoek op eigen initiatief is gebaseerd op een klacht van een vereniging van Armeense ngo's, de Citizens' Protection League (CPL). Het betreft het besluit van de delegatie van de Europese Unie in Armenië om geen subsidieovereenkomst met CPL te sluiten nadat de delegatie een fout had ontdekt in haar eerste beoordeling van de CPL-aanvraag. CPL voerde aan dat het besluit van de delegatie niet op gegronde redenen was gebaseerd.
In de loop van het onderzoek van de Ombudsman erkende de Europese Commissie dat de aanvankelijk door de delegatie genomen maatregelen, zodra zij zich ervan bewust was dat er een fout was gemaakt in het evaluatieproces, niet passend waren. De Commissie heeft echter ook aangetoond dat de geconstateerde fout vereist dat de beoordeling van de aanvraag van CPL opnieuw wordt uitgevoerd en dat de delegatie dus niet in staat was de subsidieovereenkomst met CPL te sluiten.
De Ombudsman sloot het onderzoek derhalve af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.
Besluit in zaak OI/14/2015/ZA betreffende een selectieprocedure voor een ambt bij de EU-delegatie in Albanië
Maandag | 10 juli 2017
De zaak betrof een selectieprocedure voor een functie bij de EU-delegatie in Albanië. Klager was ontevreden over het feit dat zij niet op de shortlist voor de functie was geplaatst, aangezien zij van mening was dat zij aan alle vereiste criteria voldeed. Zij verzocht om informatie over haar sollicitatie en de redenen waarom zij niet op de shortlist stond. De delegatie heeft niet tijdig op haar verzoek geantwoord.
De Ombudsman onderzocht de zaak. In de loop van het onderzoek beantwoordde de delegatie de klacht en loste zij dit aspect van de klacht op. Wat betreft het besluit om klager niet op de shortlist te plaatsen, achtte de Ombudsman de toelichting van de delegatie bij haar besluit redelijk en sloot hij het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer. De Ombudsman stelde voor dat de Europese Dienst voor extern optreden de delegaties richtsnoeren zou geven over de noodzaak om kandidaten op de hoogte te houden wanneer selectievergelijkingen vertraging hebben opgelopen. De Ombudsman stelde ook voor dat de Europese Dienst voor extern optreden in de gids van de EU-delegaties voor plaatselijke functionarissen meer gedetailleerde vereisten zou opnemen met betrekking tot het soort informatie dat moet worden opgenomen in de lijst/excelspreadsheet die door de selectiecomités wordt opgesteld.
Besluit in zaak 593/2016/MDC betreffende de beëindiging van een dienstencontract door de Europese Commissie en het uitblijven van een antwoord op een brief
Vrijdag | 07 juli 2017
De zaak betrof de beëindiging van een dienstencontract door de Europese Commissie. Klager voerde aan dat de Commissie zijn brieven niet had beantwoord, dat zij het dienstencontract zonder gegronde reden had opgezegd en dat zij de haar toegezonden facturen traag had betaald. Hij vorderde ook schadevergoeding wegens betalingsachterstand en schadevergoeding.
De Ombudsman onderzocht deze aantijgingen. Wat het eerste punt betreft, concludeerde zij dat, aangezien de Commissie uiteindelijk op de brieven van klager had gereageerd, de zaak was opgelost. Met betrekking tot de tweede grief, die betrekking heeft op de vermeende beëindiging van het contract zonder gegronde reden, concludeerde de Ombudsman dat er geen sprake was van wanbeheer van de Commissie, aangezien het contract de Commissie het recht gaf om het contract te allen tijde op te zeggen en dat de Commissie in elk geval wel degelijk een gegronde reden voor de beëindiging had gegeven. Wat de derde bewering betreft, concludeerde de Ombudsman dat een oplossing was gevonden voor het probleem van de te late betaling van facturen, aangezien de Commissie klager uiteindelijk de verschuldigde bedragen voor de verrichte werkzaamheden had betaald en ermee had ingestemd vertragingsrente te betalen. Wat ten slotte de vordering tot schadevergoeding betreft, concludeerde de Ombudsman dat er geen verder onderzoek naar de zaak nodig was, aangezien de Commissie klager een vergoeding voor de geleden schade betaalde en het contract niet voorzag in enige vergoeding voor andere soorten schade.
Besluit in zaak 969/2016/JN betreffende de afwijzing door de adviesmissie van de Europese Unie in Oekraïne van de aanvraag van de klager in een selectieprocedure
Vrijdag | 13 januari 2017
De zaak betrof de afwijzing door de adviesmissie van de Europese Unie voor Oekraïne (EUAM) van de aanvraag van klager in een selectieprocedure. De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer met betrekking tot de afwijzing van het verzoek. De Ombudsman constateerde voorts dat een administratief toetsingsmechanisme op één niveau volstaat. Tot slot was de Ombudsman verheugd te vernemen dat de Europese Dienst voor extern optreden nu heeft besloten het bericht dat hij naar afgewezen kandidaten stuurt, te wijzigen om er informatie over beschikbare rechtsmiddelen in op te nemen.
Besluit in zaak 1131/2016/ANA over het verzuim van de Europese Commissie om correspondentie te beantwoorden
Vrijdag | 30 september 2016
De weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot haar advies over het ontwerp van Servische wet inzake kosteloze rechtsbijstand.
Dinsdag | 06 september 2016
Besluit in zaak OI/7/2015/ANA betreffende de weigering van de Europese Commissie om toegang te geven tot haar opmerkingen over het ontwerp van Servische wetgeving
Vrijdag | 02 september 2016
De zaak betrof de weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot haar advies over het ontwerp van Servische wet inzake kosteloze rechtsbijstand.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en voerde een inspectie van het betrokken document uit. De Ombudsman beoordeelde de informatie in het dossier en constateerde dat de weigering van de Commissie gerechtvaardigd was op grond van de toepasselijke regels inzake toegang tot documenten (Verordening (EG) nr. 1049/2001).
Daarom sloot de Ombudsman de zaak af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer. De bevindingen van de Ombudsman zijn echter gebaseerd op de interpretatie van de wet zoals die van toepassing was op de datum waarop de Commissie een besluit nam over het confirmatief verzoek van klager. Niets belet de Commissie om, handelend in het algemeen belang, te streven naar meer transparantie in de wijze waarop zij de pretoetredingsonderhandelingen voert en naarmate de onderhandelingen vorderen of uiteindelijk worden afgesloten. De inwerkingtreding van het ontwerp van wet inzake kosteloze rechtsbijstand, de voorlopige afsluiting van hoofdstuk 23 van de toetredingsonderhandelingen en de uiteindelijke toetreding van Servië tot de EU zijn altijd momenten waarop de Commissie de situatie opnieuw zou kunnen beoordelen om vast te stellen of de redenen die haar weigering om toegang te verlenen tot het gevraagde document rechtvaardigen, nog steeds van toepassing zijn. De Ombudsman vertrouwt erop dat de Commissie deze reflectie zal uitvoeren.
Voorstel voor een oplossing in initiatiefonderzoek OI/7/2016/MDC naar het besluit van de delegatie van de Europese Unie in Armenië om geen subsidieovereenkomst te sluiten
Woensdag | 15 juni 2016
Afwijzing van het aanbod van klager om voor de delegatie te werken als kortetermijnadviseur
Woensdag | 25 mei 2016
Besluit van de Europese Ombudsman over klacht 1708/2014/JVH tegen de Europese Commissie betreffende een besluit tot afwijzing van het verzoek van de klager om aan een door de EU gefinancierd project te werken
Donderdag | 19 mei 2016
In juli 2014 verwierp de Commissie de aanvraag van klager om als deskundige aan een project in Indonesië te werken, omdat zij zich er al toe had verbonden om tegelijkertijd aan een door de EU gefinancierd project in Liberia te werken. Klager diende opnieuw een aanvraag in toen het project in Liberia vertraging opliep als gevolg van de ebolacrisis, en wees erop dat zij in feite beschikbaar was om aan het project in Indonesië te werken.
De Ombudsman stelde vast dat de Commissie het recht heeft te verzoeken dat deskundigen beschikbaar zijn om uitsluitend voor bepaalde perioden aan projecten te werken. Zij merkte op dat klager had verklaard dat zij op exclusieve basis beschikbaar zou zijn om aan twee overlappende projecten te werken. Klager heeft deze tegenstrijdigheid niet toegelicht toen zij haar eerste verzoek indiende. Op basis van de verstrekte informatie is de Ombudsman van mening dat de Commissie het eerste verzoek van klager terecht heeft afgewezen. Met betrekking tot de tweede aanvraag heeft klager in feite verklaard dat de aanhoudende ebolacrisis in Liberia betekende dat zij in feite vrij was om aan het project in Indonesië te werken. Vervolgens heeft de Commissie haar situatie opnieuw onderzocht. Volgens de Ombudsman heeft zij een eerlijk en redelijk oordeel geveld toen zij concludeerde dat klager niet in staat was haar beschikbaarheid te garanderen. De Ombudsman concludeert derhalve dat de Commissie ook geen fout heeft gemaakt door haar tweede aanvraag om aan het Indonesische project te werken af te wijzen. Het laat echter vragen over hoe de Commissie omgaat met de rechten van deskundigen die verstrikt zijn geraakt in crises zoals de ebola-uitbraak.
De Ombudsman sloot het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer. Zij stelde de Commissie voor om, wanneer een project moet worden opgeschort, bereid te zijn elke betrokken deskundige vrij te stellen van een exclusiviteitsverbintenis.
De EDEO behandelt beschuldigingen van ernstige onregelmatigheden in verband met de rechtsstaatmissie van de EU (EULEX) in Kosovo
Vrijdag | 29 april 2016
Voorstel van de Europese Ombudsman voor een oplossing in zaak 212/2016/ZA over de jaarlijkse evaluatie door de Europese Commissie van de exportkredietinstellingen van de lidstaten
Vrijdag | 29 april 2016
Het verzuim van de Europese Commissie om te beoordelen of de exportkredietinstellingen van de lidstaten voldoen aan de doelstellingen en verplichtingen van de EU, met name op het gebied van de mensenrechten
Donderdag | 28 april 2016
Besluit in zaak 1398/2013/ANA betreffende de weigering van de Europese Commissie om toegang te verlenen tot documenten met betrekking tot de Amerikaanse Foreign Account Tax Compliance Act ("FATCA")
Donderdag | 31 maart 2016
Deze klacht is ingediend naar aanleiding van een verzoek om toegang van het publiek tot documenten van de Europese Commissie met betrekking tot de onderhandelingen tussen bepaalde EU-lidstaten en de Verenigde Staten van Amerika over de gevolgen van de Amerikaanse Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA). De klacht is ingediend door EP-lid Sophie In't Veld.
De belangrijkste kwesties die tijdens het onderzoek van de Ombudsman naar voren kwamen, waren a) de inspanningen van de Commissie om een eerlijke oplossing te vinden voor de beoordeling van een groot aantal documenten, en b) de weigering van de Commissie om het publiek volledige toegang te verlenen tot verschillende documenten met betrekking tot de FATCA.
De Ombudsman heeft deze kwesties onderzocht en de Commissie aanbevolen a) een nieuwe poging te doen om tot een eerlijke oplossing te komen, bij gebreke waarvan zij de documenten waarop het verzoek van het EP-lid betrekking heeft onverwijld zou moeten beoordelen, en b) te overwegen het publiek ruimere toegang te verlenen tot bepaalde documenten met betrekking tot de FATCA.
De Ombudsman is er nu van overtuigd dat de Commissie haar aanbevelingen heeft aanvaard en uitgevoerd en daarom de zaak heeft afgesloten.
Beëindiging van een subsidieovereenkomst in een niet-EU-land omdat de klager de financiële garantie van een bank in de EU niet heeft verstrekt
Woensdag | 30 maart 2016
Besluit in zaak OI/9/2015/NF over de beëindiging van een subsidieovereenkomst door de Europese Commissie
Woensdag | 23 maart 2016
Klager had een subsidieovereenkomst met de Europese Commissie voor de financiering van een project in Egypte. Op grond van dat contract moest klager een financiële garantie van een in de EU gevestigde bank of financiële instelling verstrekken om de voorfinanciering van het project door de Commissie veilig te stellen. Na de inwerkingtreding van het contract bleek dat klager niet in staat was de vereiste financiële zekerheid te stellen. Om die reden heeft de Commissie het contract opgezegd.
De Ombudsman constateerde dat de Commissie had voldaan aan haar contractuele verplichting om klager te raadplegen alvorens over te gaan tot de beëindiging van het contract. In het licht van de informatie die klager aan de Commissie heeft verstrekt over zijn financiële mogelijkheden, constateerde de Ombudsman ook dat de Commissie redelijkerwijs kon begrijpen dat klager het project niet zonder voorfinanciering had kunnen uitvoeren en dat verder overleg derhalve onnodig was.
De Ombudsman concludeerde dat de Commissie rechtmatig en redelijk had gehandeld door het contract met klager te beëindigen. De Ombudsman stelde echter voor dat de Commissie in toekomstige contracten overweegt om in de standaardcontractvoorwaarden een bepaling op te nemen die de begunstigde van de subsidie het recht geeft af te zien van de voorfinanciering van de Commissie. Dit zou de verplichting om een financiële garantie te verstrekken wegnemen indien de begunstigde kan aantonen dat hij over de nodige financiële middelen beschikt om het project uit te voeren. De Ombudsman heeft de Commissie ook verzocht ervoor te zorgen dat zij altijd in een opzeggingsbrief de exacte rechtsgrondslag voor dat besluit vermeldt, evenals de mogelijkheden om beroep aan te tekenen tegen het besluit.