Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Text zoeken

Soort document

Betrokken instelling

Soort schikking

Zaaknummer

Taal

Datum marge

Trefwoorden

Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 90 resultaten weergeven

Besluit in zaak 21/2016/JAP over het verzuim van de Raad van de EU om toegang te verlenen tot juridische adviezen over voorstellen voor verordeningen betreffende de oprichting van het Europees openbaar ministerie en over het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

Donderdag | 07 maart 2019

De zaak betreft de weigering van de Raad van de Europese Unie om volledige toegang te verlenen tot juridische adviezen over wetgevingsvoorstellen voor verordeningen betreffende de oprichting van het Europees openbaar ministerie (EPPO) en over het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust).

In de loop van het onderzoek van de ombudsvrouw heeft de Raad ermee ingestemd twee van de vier documenten openbaar te maken, maar is hij bij zijn weigering om de twee andere documenten volledig openbaar te maken, gebleven. Wel heeft hij gedeeltelijke inzage verleend.

De ombudsvrouw onderkent dat de weigering om de juridische adviezen volledig openbaar te maken, gerechtvaardigd was op grond van het feit dat openbaarmaking zou leiden tot ondermijning van de bescherming van juridisch advies en gerechtelijke procedures. Daarom sluit de ombudsvrouw de zaak af met de constatering dat er geen sprake is van wanbeheer, maar verzoekt zij de Raad zijn weigering in heroverweging te nemen aangezien er inmiddels al meer tijd is verstreken.

Decision in case 136/2016/MDC on the European Commission's refusal to revise a final audit report concerning a project co-financed by the European Union

Dinsdag | 13 december 2016

The case was brought by an association of legal experts from all over the European Union which carried out a project co-financed by the European Commission. It concerned the alleged unfair recovery, following an audit, of sums wrongly considered ineligible under the Grant Agreement.

The Ombudsman inquired into the issue and concluded that, following her intervention, a solution had been found. She therefore closed the case.

Decision in case 1093/2016/JAP concerning the European Commission’s failure to reply to correspondence about problems with the submission of a grant proposal

Donderdag | 01 december 2016

The case concerned the Commission’s failure to reply to the complainant’s messages concerning its difficulties with the submission of a grant proposal. Due to technical problems, the complainant was not able to apply through the Commission’s system PRIAMOS. Instead, it submitted its proposal by e-mail, which remained unanswered.

The Ombudsman inquired into the issue and asked the Commission to reply. In its reply, the Commission apologised for not having replied earlier. It said that it could not accept the complainant’s e-mail application because the system had functioned properly and the Commission had not been able to identify any attempts by the complainant to send the proposal via PRIAMOS before the deadline.

Access to documents

Donderdag | 27 oktober 2016

Decision of the European Ombudsman on complaint 1922/2014/PL concerning the European Commission's refusal to grant public access to the evaluation reports of an EU-funded project

Dinsdag | 30 augustus 2016

This case concerned the European Commission's refusal to grant full public access to the evaluation reports of the proposals for an EU-funded project on Roma in Albania.

The Ombudsman inquired into the issue and found that the Commission had correctly refused full access on the basis of the exception to public access which protects commercial interests. She therefore concluded that there was no maladministration by the Commission.

Besluit in zaak 2004/2013/PMC - De behandeling, door de Europese Commissie, van het verzoek om toegang tot documenten over internetsurveillance door de Britse inlichtingendiensten

Donderdag | 05 november 2015

De zaak betrof de weigering, door de Commissie, van de toegang van het publiek tot documenten over internetsurveillance door de Bitse veiligheidsdiensten. De ombudsvrouw deed de Commissie de aanbeveling toegang te verlenen tot één specifiek document (een brief van de Britse minister van Buitenlandse Zaken aan de toenmalige vicevoorzitter van de Commissie) en de overige gevraagde documenten openbaar te maken of naar behoren te motiveren waarom openbaarmaking, haars inziens, geweigerd moest worden.

De Commissie besloot de brief van de Britse minister van Buitenlandse Zaken openbaar te maken en gaf daarmee gehoor aan het eerste deel van de aanbeveling van de ombudsvrouw. De Commissie bleef echter bij haar standpunt dat de overige documenten niet openbaar konden worden gemaakt. Zij motiveerde dit standpunt door te stellen dat zij nog bezig was met het bestuderen van de vraag of het massasurveillanceprogramma van het Verenigd Koninkrijk in strijd is met het Europese recht, in het bijzonder het recht van personen op gegevensbescherming. De Commissie voerde aan dat een vroegtijdige openbaarmaking van de overige documenten, zolang haar onderzoek nog niet definitief was afgesloten, de dialoog tussen de Britse autoriteiten en de Commissie negatief zou beïnvloeden. Meer in het algemeen voerde zij aan dat zij beschermd moest worden tegen het risico van druk van buitenaf om in staat te zijn haar onderzoek op doeltreffende wijze te verrichten en te beslissen welke reactie gepast zou zijn. Tot slot was de Commissie niet de mening toegedaan dat er sprake was van een hoger openbaar belang bij de openbaarmaking van de documenten.

De ombudsvrouw is er niet van overtuigd dat de Commissie haar besluit om de toegang van het publiek tot de overige, niet openbaar gemaakte documenten te weigeren, op passende wijze heeft gemotiveerd. Aangezien de Commissie deze documenten niet openbaar heeft gemaakt en ook geen toereikende motivering heeft gegeven voor het weigeren van de toegang tot de documenten, is het duidelijk dat zij de aanbeveling van de ombudsvrouw over deze documenten heeft verworpen. Verder wijst de ombudsvrouw erop dat de Commissie sinds 2013 geen verdere actie lijkt te hebben ondernomen in het onderzoek. De ombudsvrouw is derhalve van oordeel dat de door de Commissie ondernomen actie in deze zaak wanbeheer vormt, en zelfs ernstig wanbeheer, gezien het belang van deze specifieke kwestie voor de burgers van de EU.

Decision in case 1977/2013/MDC on the European Commission’s assessment of an infringement complaint concerning restrictions to freedom of movement within the EU internal market

Vrijdag | 25 september 2015

The complainant in this case, a Luxembourgish citizen, was excluded from competing for a post in France on the grounds that she is not a French national. The post in question was that of a non-presiding judge who was to represent the United Nations High Commissioner for Refugees at the French asylum Court. The complainant put it to the European Commission that the limiting of the post to French nationals appeared to be a breach of the provisions of EU law on the free movement of workers. When the Commission took the view that there was no infringement of EU law, the complainant contacted the Ombudsman.

The Commission took the view that an exception to the right of free movement of workers applied. This exception applies in the case of employment in the public service and is provided for in Article 45(4) of the Treaty on the Functioning of the European Union. The Commission acknowledged that a decision in this issue required a concrete assessment of the nature of the tasks and responsibilities of the non-presiding judge and it argued that it had made such an assessment. The Ombudsman noted that, as part of this assessment, the Commission had not contacted the French authorities in order to obtain further information about the post in question. The Ombudsman's initial proposal, therefore, was that the Commission should review its assessment of the infringement complaint and she suggested that the Commission should consult the French authorities. In replying to this proposal, the Commission maintained that it had sufficient information available to it when deciding the issue and that it was therefore unnecessary to contact the French authorities. Having considered its detailed reply to the proposal, the Ombudsman accepted that in this case the Commission did have sufficient information on which to base its decision. She therefore closed the inquiry with a finding of no maladministration on the part of the Commission.

Besluit in zaak OI/9/2014/MHZ - Voorstellen ter verbetering van het toezicht op gezamenlijke terugkeeroperaties van Frontex

Maandag | 04 mei 2015

Het EU-migratiebeleid voorziet onder meer in de vrijwillige of gedwongen terugkeer van ongedocumenteerde migranten uit derde landen (afgewezen asielzoekers en personen zonder geldige verblijfsvergunning) naar hun land van herkomst. Gedwongen terugkeeroperaties kunnen, gezien hun aard, ernstige schendingen van grondrechten meebrengen. Dit onderzoek op eigen initiatief was bedoeld om na te gaan hoe Frontex, als coördinator van gezamenlijke terugkeeroperaties, zorgt voor naleving van de grondrechten en eerbiediging van de menselijke waardigheid van de personen die terug moeten.

De Ombudsman nam kennis van de standpunten van Frontex en diens grondrechtenfunctionaris, onderzocht Frontex-dossiers en ontving bijdragen van leden van het Europees netwerk van ombudsmannen, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, het VN-vluchtelingenbureau en een aantal ngo's. Zij kwam tot de conclusie dat, hoewel al veel was bereikt, Frontex zijn werkzaamheden met betrekking tot gezamenlijke terugkeeroperaties doorzichtiger moet maken, zijn gedragscode op gebieden als medische onderzoeken en het gebruik van geweld moet wijzigen en de lidstaten nauwer moet betrekken. Frontex moet al het mogelijke doen om een onafhankelijk en doeltreffend toezicht op gezamenlijke terugkeeroperaties te bevorderen.

De Ombudsman sloot het onderzoek met een reeks voorstellen over hoe Frontex zijn werkzaamheden op dit gebied verder kan verbeteren.