Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 71 resultaten weergeven

Besluit in zaak 1134/2015/TN betreffende het besluit van de Europese Commissie om bepaalde door een partner aan een door de EU gefinancierd project gemaakte kosten niet-subsidiabel te verklaren

Donderdag | 11 februari 2016

De zaak betrof het besluit van de Commissie om bepaalde door een partner bij een door de EU gefinancierd project gedeclareerde kosten niet-subsidiabel te verklaren. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de redenen van de Commissie om de kosten in kwestie niet te aanvaarden redelijk waren. De Ombudsman sloot de zaak derhalve af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit in zaak 904/2014/OV over de openbare raadpleging van de Europese Commissie voorafgaand aan haar wetgevingsvoorstel voor een verordening betreffende de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Dinsdag | 22 september 2015

Deze klacht betreft het vermeende verzuim van de Europese Commissie om voorafgaand aan de opstelling van haar voorstel voor een verordening betreffende de Europese interne markt voor elektronische communicatie en een connectief continent een adequate openbare raadpleging te houden. Een punt in het voorstel was de geleidelijke afschaffing van roamingtarieven. De klacht werd ingediend door de Competitive Telecommunications Association. De Commissie heeft haar voorstel op 11 september 2013 ingediend, iets meer dan drie maanden nadat zij het op 30 mei 2013 publiekelijk had aangekondigd. Klager voerde aan dat de Commissie ten onrechte de spoedeisendheid, die voortvloeide uit de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in 2013, had aangevoerd als reden om het raadplegingsproces te overhaasten. Daarnaast voerde de klager aan dat de Commissie had verzuimd i) de verschillende soorten belanghebbenden te identificeren die moesten worden geraadpleegd, ii) de door de Raad voor effectbeoordeling aan de orde gestelde punten aan te pakken, iii) een behoorlijke raadpleging tussen de diensten te houden, en ook iv) opzettelijk had geprobeerd het ontbreken van een openbare raadpleging te verhullen.

De Ombudsman constateerde dat de openbare raadpleging van de Commissie niet in overeenstemming was met de algemene beginselen en minimumnormen die in de eigen regels van de Commissie zijn vastgelegd. De Ombudsman stelde ook vast dat het onduidelijk was of de door de Commissie geclaimde urgentie voortvloeide uit de verklaring van de Raad of de eigen beoordeling van de Commissie van de situatie weerspiegelde. De Ombudsman constateerde echter dat het vertrouwen van de Commissie in haar eigen recht om beleidsprioriteiten vast te stellen en beleidskeuzes te maken, redelijk was in de specifieke context van dit wetgevingsvoorstel. Bijgevolg heeft de Ombudsman geen wanbeheer door de Commissie vastgesteld dat voortvloeide uit haar beperkte openbare raadpleging in deze zaak. De Ombudsman stelde echter voor dat de Commissie in haar eigen regels de precieze en beperkte omstandigheden zou verduidelijken waarin zij een openbare raadpleging kan beperken vanwege een beleidsprioriteit.

De Ombudsman constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer met betrekking tot een van de andere aan de orde gestelde klachten.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1568/2012/(FOR)AN tegen het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA)

Donderdag | 11 december 2014

De zaak, ingediend door de PETA-stichting, had betrekking op de reikwijdte van de bevoegdheden en taken van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) uit hoofde van de REACH-verordening. De klager was van mening dat ECHA niet genoeg doet om ervoor te zorgen dat registranten van chemische stoffen afzien van het uitvoeren van onnodige dierproeven om de veiligheid van hun stoffen aan te tonen.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de interpretatie van ECHA van zijn verplichtingen inderdaad buitensporig restrictief was. De Ombudsman heeft ECHA derhalve een minnelijke schikking voorgesteld met betrekking tot zijn eigen rol en de samenwerking die het met de autoriteiten van de lidstaten moet aangaan. De Ombudsman was tevreden met het antwoord van ECHA en sloot de zaak.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 940/2011/JF tegen de Europese Commissie

Maandag | 30 september 2013

Klager coördineerde een consortium waaraan een subsidie van de Commissie werd toegekend om een actie op het gebied van milieuvriendelijke bouw te ondernemen. Tijdens de uitvoering van de actie verzocht het consortium om terugbetaling van de subsidiabele kosten die tijdens de verschillende verslagperioden waren gemaakt, overeenkomstig het met de Commissie ondertekende contract. De Commissie stemde er echter mee in slechts 45,75 % van deze kosten te betalen. Klager was van mening dat de Commissie haar terugbetalingen ten onrechte tot bovengenoemd percentage had beperkt en diende een klacht in bij de Europese Ombudsman.

De Ombudsman constateerde dat in het kader van het contract het terugbetalingspercentage van 45,75 % van toepassing was op de totale bijdrage van de Unie aan de actie. In het contract werd niet verwezen naar enig tarief voor tussentijdse betalingen. Voordat het consortium om betaling van de tijdens de eerste verslagperiode gemaakte kosten verzocht, deelde een ambtenaar van de Commissie haar bovendien mee dat tussentijdse betalingen tegen verschillende terugbetalingspercentages konden worden verricht. De Ombudsman stelde de Commissie daarom een minnelijke schikking voor en verzocht haar i) naar behoren uit te leggen waarom zij bovengenoemd percentage toepaste op tussentijdse betalingen aan het consortium; en ii) ervoor te zorgen dat zij het consortium het saldo betaalt, overeenkomstig het contract, zodra de actie is beëindigd.

De Commissie voerde aan dat zij het percentage van 45,75 % systematisch toepaste op tussentijdse betalingen om een goed financieel beheer van de EU-begroting te waarborgen en om in de toekomst ingewikkelde terugvorderingsprocedures te voorkomen. De Ombudsman was niet tevreden met dit antwoord. Hij wees er onder meer op dat de Commissie richtsnoeren had kunnen opstellen die het consortium in staat zouden hebben gesteld de overeenkomst in dat opzicht correct uit te leggen. Aangezien alle subsidieovereenkomsten nu echter een zeer duidelijke bepaling bevatten die aangeeft dat tussentijdse terugbetalingen zullen plaatsvinden tegen het percentage dat van toepassing is op de totale bijdrage van de Unie aan de actie, concludeerde de Ombudsman dat verder onderzoek in dit verband niet gerechtvaardigd was. Tot slot heeft hij de Commissie in een aanvullende opmerking verzocht hem mee te delen hoe zij heeft voldaan aan haar toezeggingen dat zij aan het einde van de procedure alle uitstaande bedragen aan het consortium zou betalen.

Inschrijving van een Gemeenschapsmerk

Maandag | 05 augustus 2013