Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 97 resultaten weergeven

Besluit in zaak 541/2014/PMC betreffende het besluit van de Europese Commissie om, onder verschillende voorwaarden, twee gelijktijdige programma's ter bevordering van de verkoop van olijfolie in derde landen te medefinancieren

Maandag | 11 april 2016

Klager, een consortium van olijfolieproducenten uit Italië, diende bij de Ombudsman een klacht in over het besluit van de Commissie om onder verschillende voorwaarden twee gelijktijdige programma's ter bevordering van de verkoop van olijfolie buiten de EU te cofinancieren. Volgens de klager leidden inconsistenties tussen de voorwaarden van deze programma's tot een concurrentievoordeel voor de Spaanse olijfolieproducenten.

In de loop van haar onderzoek constateerde de Ombudsman dat de EU-wetgever nieuwe verordeningen had vastgesteld met bepalingen over een betere coördinatie van de twee financieringsprogramma’s, wat impliceert dat gevallen als het onderhavige zich in de toekomst niet meer zullen voordoen. De Ombudsman was derhalve van mening dat het systemische aspect van de klacht was opgelost. De Ombudsman constateerde echter dat zij niet in staat was de individuele situatie van klager aan te pakken. Daarom heeft zij de zaak gesloten.

Behandeling van een inbreukklacht

Donderdag | 03 maart 2016

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 403/2014/MHZ tegen de Europese Commissie

Dinsdag | 01 maart 2016

De zaak betrof de behandeling door de Europese Commissie van een inbreukprocedure met betrekking tot het gebruik van EU-cohesiefondsen in Polen op het gebied van infrastructuur en milieu. De klager, een ecolandbouwer, maakt zich zorgen over de bescherming van het lokale milieu en het passende gebruik van EU-middelen. Hij diende bij de Commissie een inbreukklacht in met het argument dat de openbare raadplegingen in Polen niet op bevredigende wijze plaatsvonden. Hij beklaagde zich erover dat de Commissie zijn klacht had afgesloten zonder zijn betoog naar behoren te hebben onderzocht.

De Ombudsman onderzocht de klacht en stelde voor dat de Commissie haar aanpak zou herzien om na te gaan of de lidstaten volledig voldoen aan de vereisten inzake openbare raadplegingen in het geval van projecten die met EU-middelen worden ondersteund. Zij stelde ook voor dat het bewijsmateriaal van klager dat bij zijn specifieke klacht bij de Ombudsman is gevoegd, vanuit milieuoogpunt wordt onderzocht en dat de vertegenwoordiging van de Commissie in Polen een bijeenkomst met klager organiseert om hem te helpen de standpunten van de Commissie vollediger te begrijpen en de Commissie in staat te stellen de zorgen van klager beter te begrijpen. De Ombudsman was tevreden met het antwoord van de Commissie op de eerste twee suggesties. In het geval van het derde voorstel (een vergadering met de klager) aanvaardde de Ombudsman het standpunt van de Commissie dat een dergelijke vergadering mogelijk geen efficiënt gebruik van middelen is met betrekking tot reeds afgeronde klachten; maar zij moedigde de Commissie aan deze mogelijkheid open te houden in het geval dat de klager in de toekomst nieuwe kwesties aan de orde stelt. De Ombudsman sloot de zaak op deze basis af.  

Besluit in zaak 2354/2013/ANA over de wijze waarop de Europese Commissie omgaat met de wijzigingen van Ierland in zijn plattelandsontwikkelingsplan

Woensdag | 09 september 2015

Het onderzoek van de Ombudsman vloeide voort uit twee gerelateerde klachten, van een Iers lid van het Europees Parlement en een Ierse landbouwer, over de goedkeuring door de Europese Commissie van een door de Ierse autoriteiten aangebrachte wijziging van de subsidiabiliteitscriteria voor de toekenning van steun aan veehouders in achterstandsgebieden. De klagers voerden aan dat de Commissie, door de wijzigingen goed te keuren, niet heeft erkend dat de Ierse autoriteiten verplicht waren de beginselen van gewettigd vertrouwen en rechtszekerheid in acht te nemen.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie.

Geen antwoord

Vrijdag | 27 maart 2015

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1348/2013/EIS tegen de Europese Commissie

Woensdag | 25 maart 2015

De zaak had betrekking op de methode voor de berekening van een kwaliteitsindex van durumtarwe op basis waarvan tot 2009 in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid een premie aan landbouwers in de EU werd betaald. De premie werd alleen betaald voor durumtarwe die geschikt is voor gebruik bij de vervaardiging van griesmeel en deegwaren. Klager schreef de Commissie een brief en voerde aan dat de betwiste methode onjuist was en een verstorend effect had, maar de Commissie heeft deze niet gewijzigd. Hij klaagde bij de Europese Ombudsman dat de Commissie hem geen adequaat antwoord had gegeven. De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde geen wanbeheer door de Commissie.

Toegang tot documenten

Woensdag | 05 november 2014

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1869/2013/AN tegen de Europese Commissie

Maandag | 03 november 2014

De zaak had betrekking op achttien verzoeken om toegang tot documenten die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001 waren ingediend. De gevraagde documenten hadden betrekking op de procedure die is gevolgd bij de wijziging van Verordening (EU) nr. 540/2011. In totaal betroffen de aanvragen bijna 300 documenten. De aanvragen zijn ingediend door een multinationale groep die onder meer actief is op het gebied van gewasbeschermingsoplossingen. Aangezien de Commissie van mening was dat de verwerking van de aanvragen een aanzienlijke administratieve last met zich meebracht en haar zou belemmeren haar andere taken uit te voeren, heeft zij op grond van artikel 6, lid 3, van de verordening voorgesteld de gevraagde documenten gedurende een bepaalde periode openbaar te maken. Klager achtte het voorgestelde tijdschema onredelijk. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat klager, bij gebreke van een overeenkomst over gespreide openbaarmaking, terecht van mening was dat de Commissie had geweigerd toegang te verlenen. Hoewel de Commissie de verzoeken niet binnen de relevante termijnen heeft behandeld, was de Ombudsman van mening dat de omstandigheden van de zaak de tijd rechtvaardigden die de Commissie nodig had om de verzoeken te verwerken. De Ombudsman concludeerde derhalve dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie. De Ombudsman merkte voorts op dat sommige van de gevraagde documenten in de loop van een wetgevingsproces leken te zijn opgesteld en als zodanig rechtstreeks toegankelijk hadden moeten worden gemaakt. Indien dit was gebeurd, was het niet nodig geweest dat klager specifieke verzoeken om toegang tot die documenten had ingediend op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 730/2014/DK tegen de Europese Commissie

Donderdag | 28 augustus 2014

De zaak betrof de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot een document over de Italiaanse olijfolievoorraden voor het verkoopseizoen 2013-2014.

De Ombudsman heeft het document in kwestie gecontroleerd, zoals de Commissie dat had gedaan. Zij was van mening dat het document commercieel gevoelige gegevens bevatte en dat de Commissie daarom terecht de openbaarmaking ervan had geweigerd. Daarom sloot zij de zaak af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1717/2012/ER tegen de Europese Commissie

Vrijdag | 23 mei 2014

De zaak betreft het besluit van de Europese Commissie om twee inbreukprocedures tegen Italië af te sluiten met betrekking tot de correcte uitvoering van de EU-wetgeving inzake de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen. De kernvraag was of een persoon die te laat een aanvraag tot verlenging van de toelating van een bepaald ras in de catalogus heeft ingediend, moet worden verplicht een nieuwe aanvraag in te dienen of een aanvraag tot laattijdige verlenging moet worden ingewilligd. Het indienen van een nieuwe aanvraag, in tegenstelling tot een verlengingsaanvraag, zou aanzienlijke inspanningen en kosten met zich meebrengen; het zou met name een nieuwe "waarde voor teelt en gebruik"-test (VCU-test) moeten ondergaan. Klager, een belanghebbende in een Italiaanse landbouwonderneming, voerde aan dat de argumenten die de Commissie ter ondersteuning van haar besluit had aangevoerd, niet overtuigend waren.

Na een grondig onderzoek concludeerde de Europese Ombudsman dat de door de Commissie aangevoerde argumenten overtuigend waren. Het belangrijkste argument was dat het niet evenredig zou zijn om een nieuwe VCU-test aan te vragen in geval van te late verzoeken om verlenging van de toelating van een plantenras in de nationale rassenlijst. De Ombudsman merkte ook op dat de vermeende inbreuk betrekking had op het zeer specifieke geval van twee durumtarwevariëteiten en dat de juridische kwestie achter de klacht zeer controversieel was. Onder alle omstandigheden, en mede gelet op de beoordelingsmarge van de Commissie in het geval van klachten wegens inbreuk, was de Ombudsman overtuigd door het standpunt van de Commissie. Daarom sloot zij de zaak af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer.

Behandeling van een inbreukklacht

Vrijdag | 04 april 2014