Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 104 resultaten weergeven
Besluit in zaak 871/2016/DK over het uitblijven van een antwoord van de Commissie op correspondentie
Maandag | 10 oktober 2016
De EDEO behandelt beschuldigingen van ernstige onregelmatigheden in verband met de rechtsstaatmissie van de EU (EULEX) in Kosovo
Vrijdag | 29 april 2016
Geen wanbeheer in geval van selectieprocedure voor het Europees Parlement
Donderdag | 10 maart 2016
De zaak betrof de uitsluiting van klager door het Europees Parlement van een selectieprocedure voor onderzoeksadministrateurs.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en inspecteerde het dossier van het Parlement.
Op basis van de tijdens de inspectie verkregen informatie constateerde de Ombudsman geen wanbeheer door het Parlement.
Verzuim van de Commissie om een mensenrechteneffectbeoordeling van de beoogde vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam uit te voeren
Maandag | 29 februari 2016
Besluit in zaak 1409/2014/MHZ over het verzuim van de Europese Commissie om een voorafgaande mensenrechteneffectbeoordeling van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam uit te voeren
Vrijdag | 26 februari 2016
De zaak betreft de vraag of de Europese Commissie een mensenrechteneffectbeoordeling had moeten uitvoeren in het kader van haar onderhandelingen over de sluiting van een vrijhandelsovereenkomst met Vietnam. De klagers waren van mening dat een dergelijke beoordeling noodzakelijk was, terwijl het standpunt van de Commissie was dat dit niet nodig was, aangezien in 2009 al een duurzaamheidseffectbeoordeling was uitgevoerd met betrekking tot een voorgestelde vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de ASEAN, waaronder Vietnam.
De conclusie van de Ombudsman was dat het verzuim van de Commissie om met betrekking tot Vietnam een specifieke effectbeoordeling op de mensenrechten uit te voeren, neerkwam op wanbeheer. In maart 2015 heeft zij de Commissie aanbevolen onverwijld een dergelijke beoordeling uit te voeren.
De Commissie heeft dit geweigerd. Zij voerde aan dat haar "niet-handelsbeleidsinstrumenten" en de mensenrechtenclausules in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst hetzelfde doel bereikten.
De Ombudsman was het daar niet mee eens en onderstreepte daarbij de kenmerken die inherent zijn aan het instrument voor de beoordeling van de gevolgen voor de mensenrechten. Aangezien de overeenkomst inmiddels is gesloten, heeft de Ombudsman de zaak met een kritische opmerking afgesloten.
Besluit in zaak 1134/2015/TN betreffende het besluit van de Europese Commissie om bepaalde door een partner aan een door de EU gefinancierd project gemaakte kosten niet-subsidiabel te verklaren
Donderdag | 11 februari 2016
De zaak betrof het besluit van de Commissie om bepaalde door een partner bij een door de EU gefinancierd project gedeclareerde kosten niet-subsidiabel te verklaren. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de redenen van de Commissie om de kosten in kwestie niet te aanvaarden redelijk waren. De Ombudsman sloot de zaak derhalve af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.
Besluit in zaak 1977/2013/MDC betreffende de beoordeling door de Europese Commissie van een inbreukklacht betreffende beperkingen van het vrije verkeer binnen de interne markt van de EU
Vrijdag | 25 september 2015
Klager in deze zaak, een Luxemburgs staatsburger, werd uitgesloten van deelname aan een baan in Frankrijk op grond van het feit dat zij geen Frans staatsburger is. De functie in kwestie was die van een niet-voorzittende rechter die de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen zou vertegenwoordigen bij het Franse asielhof. Klager stelde de Europese Commissie voor dat de beperking van de functie tot Franse onderdanen een inbreuk leek te zijn op de bepalingen van het EU-recht inzake het vrije verkeer van werknemers. Toen de Commissie van oordeel was dat er geen sprake was van een inbreuk op het EU-recht, nam klager contact op met de Ombudsman.
De Commissie was van mening dat een uitzondering op het recht van vrij verkeer van werknemers van toepassing was. Deze uitzondering geldt voor werkgelegenheid in overheidsdienst en is vastgelegd in artikel 45, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De Commissie erkende dat een besluit in deze kwestie een concrete beoordeling van de aard van de taken en verantwoordelijkheden van de niet-presiderende rechter vereiste en voerde aan dat zij een dergelijke beoordeling had gemaakt. De Ombudsman merkte op dat de Commissie in het kader van deze beoordeling geen contact had opgenomen met de Franse autoriteiten om nadere informatie over de betrokken functie te verkrijgen. Het oorspronkelijke voorstel van de Ombudsman was dan ook dat de Commissie haar beoordeling van de inbreukklacht zou herzien en zij stelde voor dat de Commissie de Franse autoriteiten zou raadplegen. In haar antwoord op dit voorstel bleef de Commissie erbij dat zij over voldoende informatie beschikte om een besluit over de kwestie te nemen en dat het daarom niet nodig was contact op te nemen met de Franse autoriteiten. Na bestudering van haar uitvoerige antwoord op het voorstel aanvaardde de Ombudsman dat de Commissie in dit geval over voldoende informatie beschikte om haar besluit te kunnen baseren. Zij sloot het onderzoek derhalve af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie.
Besluit in zaak 45/2015/PMC betreffende de acties van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) naar aanleiding van de ontvangst van een klokkenluidersverslag
Dinsdag | 11 augustus 2015
De zaak betrof de acties van OLAF naar aanleiding van de ontvangst van een klokkenluidersverslag waarin de Europese Autoriteit voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) werd gekoppeld aan de vermeende manipulatie van een verslag over de beveiligingsinspectie van de luchtvaart. Na een voorlopige beoordeling was de Ombudsman bezorgd over wat het besluit van OLAF leek te zijn om de zaak te seponeren en de zaak terug te verwijzen naar het EASA, ondanks het feit dat de klokkenluider er bewust voor had gekozen om zijn verslag aan OLAF te doen in plaats van aan het EASA. De Ombudsman nam het voorlopige standpunt in dat een dergelijk besluit negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de doeltreffendheid van de klokkenluidersbepalingen in het algemeen. Daarom besloot zij de zaak te onderzoeken.
Na een inspectie van de dossiers van OLAF stelde de Ombudsman vast dat OLAF op passende wijze had overwogen een onderzoek in te stellen. Ook bleek dat OLAF de zaak niet had afgesloten, maar het EASA had verzocht de zaak te onderzoeken en verslag uit te brengen over de resultaten van zijn onderzoek. Bovendien had OLAF zich het recht voorbehouden om in een later stadium een formeel onderzoek in te stellen. Tegen deze achtergrond constateerde de Ombudsman dat OLAF het klokkenluidersverslag van klager naar behoren had behandeld. De Ombudsman merkte op dat OLAF klager explicieter had moeten informeren dat de verwijzing van de zaak naar het EASA niet betekende dat OLAF geen verdere actie ter zake zou ondernemen. Zij heeft in dit verband nog een opmerking gemaakt.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 995/2011/KM tegen de Europese Commissie
Dinsdag | 30 juni 2015
De zaak betrof een bij de Europese Commissie ingediende inbreukklacht in verband met het vermeende verzuim van Duitsland om bepaalde bepalingen van de e-privacyrichtlijn naar behoren uit te voeren. Klager wendde zich tot de Europese Ombudsman en beweerde dat de Commissie de redenen voor het niet inleiden van een onderzoek niet naar behoren had toegelicht. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de Commissie vervolgens een adequate toelichting had gegeven met betrekking tot een aantal van de door klager aan de orde gestelde kwesties. Wat betreft de kwesties waarvoor de Commissie geen adequate toelichting heeft gegeven, sloot de Ombudsman de zaak af met een kritische opmerking.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 400/2014/DK tegen de Europese Commissie
Maandag | 08 juni 2015
De zaak betrof het vermeende verzuim van de Europese Commissie om klager te informeren over de prioritaire status van zijn klacht inzake staatssteun.
De Ombudsman onderzocht de kwestie. In de loop van haar onderzoek deelde de Commissie klager mee dat zijn klacht niet als een prioritair geval werd behandeld. De Commissie heeft haar besluit echter niet gemotiveerd. De Ombudsman sloot de klacht daarom af met een kritische opmerking over het feit dat de Commissie klager niet had geïnformeerd over de reden waarom zij zijn klacht over staatssteun een lage prioriteit had gegeven.
Weigering om medische verklaring te aanvaarden (ziekte tijdens vakantieverlof)
Woensdag | 03 juni 2015
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 415/2014/FOR tegen het Europees Parlement
Maandag | 01 juni 2015
Klager is tijdelijk functionaris bij het Europees Parlement. Ze werd ziek tijdens het jaarlijkse verlof. De zaak betrof de weigering van het Parlement om het jaarlijkse verlof van klager om te zetten in ziekteverlof. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat er geen sprake was van wanbeheer, aangezien klager op dat moment of kort daarna een actueel adres moest opgeven en zij haar medische verklaring voor het ziekteverlof indiende. Aan dit vereiste is niet voldaan.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 150/2015/DK tegen de Europese Dienst voor extern optreden
Donderdag | 07 mei 2015
De zaak betrof de beoordeling van het aanbestedingsvoorstel van klager. In zijn klacht bij de Ombudsman voerde klager aan dat het evaluatiecomité zijn voorstel verkeerd had beoordeeld omdat het geen rekening had gehouden met de daarin verstrekte informatie.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat klager niet aantoonde dat de beoordelaars een kennelijke beoordelingsfout hadden gemaakt met betrekking tot de aspecten waarover werd geklaagd. Daarom sloot zij de zaak af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1136/2014/DK tegen het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)
Dinsdag | 05 mei 2015
De zaak betrof het vermeende verzuim van EPSO om klager een kopie van de brontekst van de vertaaltest en de gemarkeerde kopieën van zijn vertaalscripts in het kader van een algemeen vergelijkend onderzoek te verstrekken.
Aangezien het Gerecht voor ambtenarenzaken in een recent arrest heeft geoordeeld dat de jury’s de kandidaten niet de gecorrigeerde versie van hun examens hoeven te geven, de redenen waarom de antwoorden onjuist waren of de evaluatieschema’s die voor de schriftelijke en mondelinge examens werden gebruikt, heeft de Ombudsman een onderzoek naar de klacht geopend om EPSO in staat te stellen opmerkingen te maken over de relevantie van de bevindingen van het Gerecht voor ambtenarenzaken met betrekking tot zijn aanwervingsprocedures.
Tijdens haar onderzoek constateerde de Ombudsman dat EPSO de transparantie van zijn selectieprocedures reeds had vergroot door de invoering van competentie- en vaardigheidstests en van het competentiepaspoort. Voorts heeft EPSO zich ertoe verbonden tegen 2016 een nieuwe procedure te ontwikkelen die kandidaten die geen competentiepaspoort ontvangen, in staat zou stellen het gemotiveerde besluit van de jury te verkrijgen, met daarin de opmerkingen van de jury over de kwaliteit van de vertalingen van een kandidaat.
De Ombudsman sloot het onderzoek daarom af met de bevinding dat EPSO geen wanbeheer heeft gepleegd.