Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 815 resultaten weergeven

Besluit in het kader van onderzoek op eigen initiatief OI/7/2016/MDC over het besluit van de delegatie van de Europese Unie in Armenië om geen subsidieovereenkomst te sluiten

Maandag | 19 februari 2018

Dit onderzoek op eigen initiatief is gebaseerd op een klacht van een vereniging van Armeense ngo's, de Citizens' Protection League (CPL). Het betreft het besluit van de delegatie van de Europese Unie in Armenië om geen subsidieovereenkomst met CPL te sluiten nadat de delegatie een fout had ontdekt in haar eerste beoordeling van de CPL-aanvraag. CPL voerde aan dat het besluit van de delegatie niet op gegronde redenen was gebaseerd.

In de loop van het onderzoek van de Ombudsman erkende de Europese Commissie dat de aanvankelijk door de delegatie genomen maatregelen, zodra zij zich ervan bewust was dat er een fout was gemaakt in het evaluatieproces, niet passend waren. De Commissie heeft echter ook aangetoond dat de geconstateerde fout vereist dat de beoordeling van de aanvraag van CPL opnieuw wordt uitgevoerd en dat de delegatie dus niet in staat was de subsidieovereenkomst met CPL te sluiten.

De Ombudsman sloot het onderzoek derhalve af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit in zaak 938/2016/JN over het vermeende verzuim van EPSO om kandidaten voldoende vooraf in kennis te stellen van de examenperiode voor de computertests van vergelijkend onderzoek AD/322/16

Donderdag | 01 juni 2017

De zaak betrof het vermeende verzuim van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om de kandidaten voldoende vooraf in kennis te stellen van de examenperiode voor de computertests van een vergelijkend onderzoek. De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer door EPSO. In het specifieke geval werd de kandidaat drie weken van tevoren in kennis gesteld van de examenperiode. EPSO neemt - na een eerder besluit van de Ombudsman - ten minste twee weken voor het begin van de examenperiode altijd contact op met kandidaten.

In de loop van dit onderzoek deelde EPSO de Ombudsman mee dat het een nieuwe praktijk heeft waarbij het een indicatief tijdschema publiceert voor de vergelijkende onderzoeken die het organiseert. Dit is een ontwikkeling die de Ombudsman toejuicht.

Controlebevindingen

Dinsdag | 23 mei 2017

Besluit in klacht 2048/2014/JAP tegen de afhandeling door de Europese Commissie van de audit van een onderzoeksinstituut in land Z

Maandag | 22 mei 2017

Klager, een onderzoeksinstituut gevestigd in land Z, nam deel aan een door de EU gefinancierd project in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling.

Bij een controle zijn onregelmatigheden met het project aan het licht gekomen, waardoor de Commissie de terugvordering van meer dan 300 000 EUR van de klager heeft gevorderd, ondanks verduidelijkingen voor de onregelmatigheden die zij had verstrekt. Klager was niet tevreden met het resultaat en diende een klacht in bij de Europese Ombudsman.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat sommige bevindingen van de controleurs gebrekkig waren. Aangezien het bepalen van de werkelijke aanvangsdatum van het project de belangrijkste kwestie was, stelde de Ombudsman als oplossing voor dat de Commissie een deskundige raadpleegt om de bevinding van de auditors in dit verband te verifiëren of een „technische audit” gelast, zoals bepaald in de „subsidieovereenkomst”. De Commissie aanvaardde de oplossing, op voorwaarde dat de kosten van het contracteren van de deskundige gezamenlijk door beide partijen zouden worden gedragen. De Ombudsman verzocht de Commissie en klager om onderling overeenstemming te bereiken over de selectie van de te benoemen deskundige en de zaak af te sluiten.

Besluit in zaak 136/2016/MDC over de weigering van de Europese Commissie om een definitief auditverslag over een door de Europese Unie medegefinancierd project te herzien

Dinsdag | 13 december 2016

De zaak is aanhangig gemaakt door een vereniging van juridische deskundigen uit de hele Europese Unie die een door de Europese Commissie medegefinancierd project heeft uitgevoerd. Het betrof de vermeende oneerlijke terugvordering, na een audit, van bedragen die ten onrechte als niet-subsidiabel in de zin van de subsidieovereenkomst werden beschouwd.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en concludeerde dat na haar tussenkomst een oplossing was gevonden. Daarom heeft zij de zaak gesloten.

Besluit van de Europese Ombudsman in zaak 1083/2015/ANA betreffende de vergoeding door Eurojust van reiskosten aan kandidaten die voor een gesprek zijn uitgenodigd

Dinsdag | 12 juli 2016

De zaak had betrekking op het beleid van Eurojust inzake de vergoeding van reiskosten van kandidaten die voor een gesprek waren uitgenodigd.

Klager wendde zich tot de Ombudsman en beweerde dat het terugbetalingsbeleid van Eurojust oneerlijk en discriminerend was ten aanzien van kandidaten die buiten de EU woonachtig waren. Tot staving van zijn bewering merkte klager op dat er een plafond van 500 EUR geldt voor kandidaten die buiten de EU verblijven, terwijl in sommige gevallen een hoger plafond geldt voor reizen vanuit de EU.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat Eurojust passende maatregelen heeft genomen om de zaak te beslechten door de vergoeding voor kandidaten die buiten de EU verblijven te verhogen tot het hoogste plafond dat van toepassing is op kandidaten die binnen de EU reizen.

Besluit in zaak 2111/2014/ANA betreffende de behandeling door het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging van een aanwervingsprocedure

Maandag | 11 juli 2016

De zaak betrof de wijze waarop het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) een aanwervingsprocedure heeft afgehandeld.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde geen wanbeheer met betrekking tot de bewering van klager dat zijn verzoek oneerlijk was behandeld.

De Ombudsman heeft echter bepaalde tekortkomingen vastgesteld in de procedurele behandeling van de zaak door Enisa en heeft Enisa suggesties gedaan voor verbetering in de toekomst.

Geen antwoord

Vrijdag | 10 juni 2016

Besluit in zaak 1585/2014/JAS over het verzuim van het Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Kosovo om stagekandidaten op de hoogte te houden van de stappen in een aanwervingsprocedure

Maandag | 06 juni 2016

De zaak betrof het vermeende verzuim van het Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU-kantoor) in Kosovo om stageaanvragers op de hoogte te houden van de stappen in een aanwervingsprocedure. De Ombudsman informeerde naar de kwestie en stelde haar standpunt dat "het zowel hoffelijk als servicegericht is om de ontvangst van sollicitaties te bevestigen en kandidaten te informeren over de belangrijke stappen (zoals hun uitsluiting van een aanwervingsprocedure) die van invloed zijn op hun voortgang in een aanwervingsprocedure." Het SVEU-bureau legde uit dat het over zeer beperkte middelen beschikte en daarom alleen op de shortlist geplaatste personen kon informeren over het resultaat van de procedure. Zij heeft echter aangegeven dat zij onderzocht hoe zij haar communicatie met personen die stagiair willen worden, kon verbeteren, bijvoorbeeld door al deze personen in kennis te stellen van relevante stappen in de procedure door relevante informatie op haar website te plaatsen. De Ombudsman verzocht het bureau van de SVEU verslag uit te brengen over de uitvoering van deze oplossing.

Besluit van de Europese Ombudsman over klacht 1708/2014/JVH tegen de Europese Commissie betreffende een besluit tot afwijzing van het verzoek van de klager om aan een door de EU gefinancierd project te werken

Donderdag | 19 mei 2016

In juli 2014 verwierp de Commissie de aanvraag van klager om als deskundige aan een project in Indonesië te werken, omdat zij zich er al toe had verbonden om tegelijkertijd aan een door de EU gefinancierd project in Liberia te werken. Klager diende opnieuw een aanvraag in toen het project in Liberia vertraging opliep als gevolg van de ebolacrisis, en wees erop dat zij in feite beschikbaar was om aan het project in Indonesië te werken.

De Ombudsman stelde vast dat de Commissie het recht heeft te verzoeken dat deskundigen beschikbaar zijn om uitsluitend voor bepaalde perioden aan projecten te werken. Zij merkte op dat klager had verklaard dat zij op exclusieve basis beschikbaar zou zijn om aan twee overlappende projecten te werken. Klager heeft deze tegenstrijdigheid niet toegelicht toen zij haar eerste verzoek indiende. Op basis van de verstrekte informatie is de Ombudsman van mening dat de Commissie het eerste verzoek van klager terecht heeft afgewezen. Met betrekking tot de tweede aanvraag heeft klager in feite verklaard dat de aanhoudende ebolacrisis in Liberia betekende dat zij in feite vrij was om aan het project in Indonesië te werken. Vervolgens heeft de Commissie haar situatie opnieuw onderzocht. Volgens de Ombudsman heeft zij een eerlijk en redelijk oordeel geveld toen zij concludeerde dat klager niet in staat was haar beschikbaarheid te garanderen. De Ombudsman concludeert derhalve dat de Commissie ook geen fout heeft gemaakt door haar tweede aanvraag om aan het Indonesische project te werken af te wijzen. Het laat echter vragen over hoe de Commissie omgaat met de rechten van deskundigen die verstrikt zijn geraakt in crises zoals de ebola-uitbraak.

De Ombudsman sloot het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer. Zij stelde de Commissie voor om, wanneer een project moet worden opgeschort, bereid te zijn elke betrokken deskundige vrij te stellen van een exclusiviteitsverbintenis.

Besluit van de Europese Ombudsman in zaak 697/2014/MG betreffende de vermeende plicht van de Europese Commissie om middelen terug te vorderen van een EU-projectpartner

Woensdag | 17 februari 2016

De zaak betrof het besluit van de Commissie om bepaalde door een partner gedeclareerde kosten voor een door de EU gefinancierd project niet te aanvaarden. Het besluit van de Commissie betekende dat haar eindbetaling aan het consortium werd verminderd met het bedrag dat deze partner als voorfinanciering had ontvangen. De coördinator voert aan dat het de plicht van de Commissie is om de ten onrechte aan de partner in kwestie betaalde middelen terug te vorderen.

De Ombudsman constateerde dat de Commissie de kwestie correct had behandeld, aangezien zij alleen een terugvordering had kunnen initiëren als er een schuld jegens de Unie was ontstaan. De verdeling van de financiering over de projectpartners is een kwestie van een andere aard, waarbij de Commissie niet verplicht is in te grijpen. De Ombudsman constateerde derhalve geen wanbeheer door de Commissie.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1731/2012/PL tegen de Europese Commissie

Woensdag | 02 september 2015

De zaak betrof het besluit van de Commissie om de EU-middelen die zij tussen 2005 en 2009 in haar sociale reserve had geïnvesteerd, terug te vorderen van een non-profitorganisatie, aangezien deze niet-subsidiabele kosten waren. Aangezien de reserve aanvankelijk was gecreëerd met de steun en medewerking van de Commissie, diende de organisatie een klacht in bij de Europese Ombudsman. Na onderzoek van de klacht deed de Ombudsman de Commissie een voorstel voor een oplossing en verzocht zij haar terugvorderingsbesluit te heroverwegen. In antwoord daarop heeft de Commissie een aantal maatregelen voorgesteld die zij had genomen om de toekomst van de organisatie veilig te stellen. De Ombudsman achtte deze maatregelen bevredigend en besloot daarom de zaak te sluiten.