FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
beschikbare talen: 

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 1102/2008/(SL)OV tegen de Europese Commissie

ACHTERGROND VAN DE KLACHT

1. In de Europese Unie gelden bijzondere bepalingen voor de juiste verwerking en het juiste gebruik van ongevaarlijke afvalstoffen bij uitvoer naar niet-OESO-landen. De betreffende procedures worden uiteengezet in Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen[1]. Op grond van artikel 37 van deze Verordening dient de Commissie contact op te nemen met niet-OESO-landen om vast te stellen of voor de uitvoer uit de EU van bepaalde soorten ongevaarlijke afvalstoffen toestemming moet worden verkregen, en zo ja, of hiervoor kennisgevingsprocedures gelden. Het is derhalve de Commissie die, afhankelijk van de reacties van deze landen, toestemming verleent voor de grensoverschrijdende uitvoer van bepaalde categorieën afvalstoffen naar bepaalde niet-OESO-landen.

2. De onderhavige klacht is ingediend door een Belgisch bedrijf, dat een bepaalde categorie afvalstoffen, namelijk "hardzink" (afvalstoffencategorie B-1020-B1100) naar Maleisië uitvoert. De klacht heeft betrekking op een vermeende administratieve fout van de Commissie in de bijlage bij Verordening 1418/2007 van de Commissie[2] ("Verordening 1418/2007").

3. Verordening 1418/2007 is in december 2007 bekendgemaakt. In de bijlage bij de Verordening was de uitvoer naar Maleisië van afvalstoffen van de categorieën B-1020 tot en met B-1100, waaronder hardzink valt, verboden.

4. Tijdens de raadpleging door de Commissie in verband met het voorbereiden en opstellen van Verordening 1418/2007 was de reactie van Maleisië ten aanzien van de uitvoer van hardzink vanuit de EU naar Maleisië in eerste instantie negatief. Later veranderde Maleisië van mening en besloot het de uitvoer van bovengenoemd product vanuit de EU naar Maleisië toe te staan. Klager had dus het product naar Maleisië moeten kunnen uitvoeren.

5. Op 5 december 2007 nam klager contact op met de Commissie om haar te wijzen op de in zijn ogen gemaakte fout en haar te verzoeken om aanpassing van de Verordening. In haar antwoord van diezelfde dag gaf de Commissie haar fout toe en deelde mee dat de Verordening in de "zeer nabije toekomst" zou worden aangepast.

6. Op 19 december 2007 en op 7 en 8 januari en 25 maart 2008 wendde klager zich opnieuw schriftelijk tot de Commissie met de vraag wanneer de aanpassing zou worden doorgevoerd. De Commissie antwoordde steeds dat dit snel zou gebeuren. In haar laatste antwoord van 27 maart 2008 gaf de Commissie te kennen dat zij alles in het werk stelde "om de aanpassing er zo spoedig mogelijk door te krijgen".

ONDERWERP VAN HET ONDERZOEK

7. In zijn klacht aan de Ombudsman van 16 april 2008 maakte klager de volgende bewering en eis:

Bewering

Door het product met referentienummer B-1020-B-1100 te vermelden in kolom a) van de bijlage bij Verordening. 1418/2007 van de Commissie (d.w.z. aan een uitvoerverbod onderhevig) heeft de Commissie een administratieve fout gemaakt.

Eis

De Commissie moet de geëigende maatregelen treffen om de in de bewering bedoelde fout te corrigeren.

HET ONDERZOEK

8. De klacht werd doorgestuurd naar de Commissie met het oog op het formuleren van haar standpunt. Op 21 januari 2009 zond de Commissie haar standpunt in, dat naar klager werd doorgestuurd met het verzoek om uiterlijk 28 februari 2009 opmerkingen te maken. Klager deed zulks niet schriftelijk, doch mondeling tijdens een telefoongesprek met het bureau van de Ombudsman op 2 maart 2009.

ANALYSE EN CONCLUSIES VAN DE OMBUDSMAN

Inleidende opmerkingen

9. In zijn brieven aan klager en de Commissie van 20 mei 2008 wees de Ombudsman erop dat de onderhavige klacht betrekking had op een vermeende administratieve fout inzake het opnemen van een bepaalde categorie producten in de bijlage bij Verordening 1418/2007. Ingevolge artikel 195 van het EG-Verdrag kan de Ombudsman uitsluitend onderzoek verrichten naar gevallen van wanbeheer. Hij is dan ook niet bevoegd uitspraken te doen over de verdiensten van de Gemeenschapswetgeving. Klager voerde evenwel aan dat de onderhavige zaak betrekking had op een administratieve fout van de Commissie. Het leek mogelijk onderscheid te maken tussen de Verordening als zodanig en de uitwerking van bepaalde gegevens die uiteindelijk in de Verordening werden opgenomen. Gezien deze omstandigheden achtte de Ombudsman het gepast een onderzoek in te stellen teneinde helderheid te verschaffen in deze kwestie. In zijn brieven aan de Commissie en klager gaf de Ombudsman aan dat hij pas na het ontvangen van het standpunt van de Commissie een eindoordeel zou vellen over de vraag of de onderhavige klacht binnen zijn mandaat viel.

10. In haar standpunt ging de Commissie niet nader in op bovenstaande kwestie en trok zij de ontvankelijkheid van de klacht niet in twijfel. De Ombudsman is dan ook van mening dat de onderhavige klacht inderdaad binnen zijn mandaat valt.

A. De vermeende administratieve fout en de eis dat de Commissie de fout dient te corrigeren

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

11. Klager beweerde dat de Commissie, door het product met referentienummer B-1020-B-1100 te vermelden in kolom a) van de bijlage bij Verordening 1418/2007 van de Commissie (d.w.z. aan een uitvoerverbod onderhevig), een administratieve fout heeft gemaakt. Hij eiste dat de Commissie de geëigende maatregelen zou treffen om de in zijn bewering bedoelde fout te corrigeren. Bij klager bestond de indruk dat het feit dat Maleisië tweemaal had geantwoord op de vragen van de Commissie en van mening was veranderd over de vergunning voor de uitvoer van eerdergenoemd product, mogelijk ten grondslag lag aan de fout van de Commissie.

12. In haar standpunt stelde de Commissie dat de eerste Verordening (Verordening 801/2007) in dezen aangenomen op basis van de antwoorden van de niet-OESO-landen onder tal van tekortkomingen gebukt ging, omdat de vragen die door de Commissie waren gesteld overeenkomstig Verordening 1013/2006, vaak niet goed waren begrepen. De interpretatie van de antwoorden van de niet-OESO-landen leverde in veel gevallen problemen op. Alles werd dan ook in het werk gesteld om meer duidelijkheid te krijgen in de antwoorden en te zorgen voor de invoering van een nieuwe Verordening die uitgebreider gecontroleerd zou moeten worden vóór de bekendmaking. Het resultaat was dat er tweemaal zoveel antwoorden beschikbaar kwamen voor de opvolger (Verordening 1418/2007) en dat er een andere aanpak kwam voor de antwoorden over de bijlage. Ter verhoging van de transparantie van dit proces publiceerde het directoraat-generaal Handel (DG TRADE) van de Commissie de antwoorden van de niet-OESO-landen vanaf het allereerste begin op zijn website. Verder werd ook het ontwerp van de bijlage enkele weken vóór het aannemen en bekendmaken van de Verordening op die website gepubliceerd, zodat belanghebbenden hun standpunten kenbaar konden maken. Ondanks dit uitgebreide raadplegingsproces werd het product hardzink ten onrechte in de bijlage bij de Verordening opgenomen als afvalstof die niet naar Maleisië uitgevoerd mocht worden, hoewel deze uitvoer eigenlijk toegestaan had moeten worden.

13. De Commissie betreurde dat klager de fout pas onder haar aandacht bracht op de dag van bekendmaking van de Verordening.

14. De Commissie verklaarde dat zij, onmiddellijk na het ontdekken van de fout, overwoog op zo kort mogelijke termijn met een aanpassing te komen. Deze aanpassing moest dan gekoppeld worden met het opstellen van een corrigendum ter correctie van vertaalfouten in de Franse en Duitse versie. Bovendien moesten ook de claims van diverse andere landen worden verwerkt, volgens welke ofwel de vraag niet goed begrepen was door het land, ofwel het antwoord verkeerd begrepen was door de Commissie. Dit alles leidde ertoe dat de aangepaste bijlage pas op 29 juli 2008, acht maanden na de bekendmaking van de Verordening[3], gepubliceerd werd.

15. De Commissie stelde dat haar diensten onmiddellijk tegenover aanklager hadden erkend dat er een administratieve fout was gemaakt bij de omzetting van het antwoord van Maleisië. Zij verklaarde tevens voornemens te zijn de geëigende maatregelen te treffen om deze fout recht te zetten. De Commissie gaf te kennen dat zij de fout betreurde en bood alle benadeelden haar verontschuldigingen hiervoor aan. Zij gaf toe dat de opgelopen vertraging onwenselijk was en voegde daaraan toe dat zij zou gaan nadenken over goede manieren om dergelijke aanpassingen in de toekomst sneller en effectiever te laten verlopen.

16. Klager gaf in een telefoongesprek met het bureau van de Ombudsman op 2 maart 2009 aan dat hij tevreden was met de afhandeling van de klacht en het uiteindelijke resultaat daarvan. Niettemin wees hij erop dat hij was verrast door het feit dat de Commissie in haar standpunt betreurde dat klager de fout pas onder haar aandacht had gebracht op de dag van bekendmaking van de Verordening. Klager wees er in dit verband op dat het niet zijn taak was om ervoor te zorgen dat de Commissie haar werk correct doet.

Oordeel van de Ombudsman

17. De Ombudsman merkt op dat de Commissie haar fout met betrekking tot het opnemen van het desbetreffende product in de bijlage bij Verordening 1418/2007 uitdrukkelijk heeft toegegeven. Verder blijkt dat de Commissie op 29 juli 2008 een wijziging heeft gepubliceerd waarmee de fout rechtgezet is. De Ombudsman merkt voorts op dat de Commissie de begane fout betreurt en alle benadeelden haar verontschuldigingen heeft aangeboden. De Commissie heeft ook erkend dat de opgelopen vertraging bij het corrigeren van de fout onwenselijk was, en aangegeven dat zij gaat nadenken over een manier waarop dergelijke aanpassingen in de toekomst sneller en effectiever kunnen verlopen. De Ombudsman merkt ten slotte op dat klager te kennen heeft gegeven tevreden te zijn met de afloop van deze zaak.

B. Conclusies

Gezien bovenstaande overwegingen is de Ombudsman van mening dat de klacht naar tevredenheid van klager is afgehandeld.

Klager en de Commissie zullen van dit besluit op de hoogte worden gebracht.

 

P. Nikiforos DIAMANDOUROS

Gedaan te Straatsburg op 8 April 2009


[1] Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, PB 2006, L 190, blz. 1.

[2] Verordening (EG) nr. 1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde in bijlage III of III A bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad genoemde afvalstoffen naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is, PB 2007, L 316, blz. 6.

[3] Verordening (EG) nr. 740/2008 van de Commissie van 29 juli 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1418/2007 wat de te volgen procedures betreft voor de uitvoer van afvalstoffen naar bepaalde landen, PB 2008, L 201, blz. 36.