Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 552 resultaten weergeven

Besluit in zaak 960/2016/TM over het vermeende verzuim van de Europese Investeringsbank om een klacht tijdig te behandelen

Maandag | 04 december 2017

De zaak betrof het vermeende verzuim van het klachtenmechanisme van de Europese Investeringsbank (EIB) om een klacht tijdig te behandelen. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de vertraging gerechtvaardigd was vanwege de complexiteit van het onderwerp van de klacht. De Ombudsman constateerde derhalve geen wanbeheer door de EIB.

Besluit in zaak OI/1/2016 over het verzuim van de Europese Commissie om te reageren op een verzoek om een rechterlijke toetsing van een besluit van een EU-agentschap

Donderdag | 22 december 2016

De zaak betrof het verzuim van de Europese Commissie om te reageren op het verzoek van klager om een juridische herziening van het besluit van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur om zijn project af te wijzen uit EU-financiering in het kader van het Erasmus+-programma. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de Commissie klager reeds had geantwoord. Zij is derhalve van mening dat dit deel van de klacht door de instelling is afgehandeld. Zij onderzocht ook de inhoud van het antwoord van de Commissie en achtte het volledig en redelijk. Zij besloot daarom dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit in zaak 318/2016/ZA over het verzuim van het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen om te reageren op een verzoek om herziening in het kader van een aanwervingsprocedure

Donderdag | 22 december 2016

De zaak betrof het verzuim van het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (EASME) om te reageren op het verzoek om een nieuw onderzoek van klager na een aanwervingsprocedure voor een arbeidscontractant.

De Ombudsman informeerde naar de kwestie en vroeg Easme om te antwoorden op de klacht en tegemoet te komen aan haar bezorgdheid over haar uitsluiting van de “reservelijst” van geslaagde kandidaten. In zijn antwoord verontschuldigde het Easme zich voor wat het beschreef als “een ongelukkige gebeurtenis”, wat niet had mogen gebeuren, en legde het uit waarom klager niet op de reservelijst was geplaatst.

De Ombudsman vond de uitleg van Easme over de uitsluiting van klager overtuigend. Zij betreurde echter dat het Easme een jaar had geduurd om te antwoorden op het verzoek om een nieuw onderzoek van klager, en dat het dit pas had gedaan na de interventie van de Ombudsman. De Ombudsman moedigde Easme aan maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat soortgelijke incidenten zich in de toekomst niet meer voordoen.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van haar initiatiefonderzoek OI/11/2015/EIS betreffende de tijdige betaling door de Europese Commissie

Maandag | 19 december 2016

Het grootste deel van de EU-begroting wordt jaarlijks toegewezen aan fondsen en programma’s die door de Europese Commissie op gedeelde basis met de lidstaten worden beheerd. In juni 2015 opende de Ombudsman een onderzoek op eigen initiatief naar de tijdige betaling door de Commissie, met bijzondere aandacht voor betalingen aan particuliere contractanten en begunstigden, die waarschijnlijk het meest te lijden zullen hebben onder te late betaling. Dit onderzoek volgde op vier eerdere onderzoeken over hetzelfde onderwerp.

Bij de uitvoering van haar onderzoek heeft de Ombudsman zowel rekening gehouden met de plicht van de Commissie om een goed financieel beheer te waarborgen, met name door onregelmatige of onjuiste betalingen te voorkomen, als met het grondrecht van contractanten en begunstigden op behoorlijk bestuur, met name door hun betalingsaanvragen binnen een redelijke termijn te laten behandelen.

De Ombudsman verzocht om informatie over het aantal en het percentage gevallen waarin zich vertragingen bij de betaling voordeden, de omvang van de vertragingen die zich voordeden, de betrokken bedragen en de gevallen waarin rente werd betaald wegens te late betaling. De Ombudsman heeft ook een inspectie ter plaatse uitgevoerd om een beter inzicht te krijgen in hoe het betalingsproces in de praktijk werkt.

De Ombudsman merkt op dat het totale aandeel van betalingsachterstanden sinds 2013 is toegenomen als gevolg van twee belangrijke factoren. Ten eerste zijn in het huidige Financieel Reglement, dat op 1 januari 2013 in werking is getreden, striktere betalingstermijnen vastgesteld. Ten tweede heeft de begrotingsautoriteit van de EU (dat wil zeggen het Parlement en de Raad) het bedrag aan “betalingskredieten” in 2014 beperkt, d.w.z. het bedrag dat aan de instellingen is toegewezen om in de loop van het jaar rekeningen te betalen.

De Ombudsman is ingenomen met de vooruitgang die de Commissie heeft geboekt bij het verminderen van het aantal en de waarde van betalingsachterstanden in 2015, nadat deze in 2014 een hoogtepunt hadden bereikt. Zij erkent dat het tekort aan betalingskredieten een uitzonderlijke factor was waarop de Commissie geen invloed had. De Ombudsman merkt voorts op dat de hogere gemiddelden voor betalingsachterstanden vanaf 2013 niet betekenden dat de prestaties van de Commissie in absolute cijfers waren verslechterd. Tegelijkertijd benadrukt de Ombudsman dat de Commissie aanzienlijke inspanningen moet leveren om te voldoen aan de strakkere wettelijke termijnen die in het kader van het huidige Financieel Reglement zijn ingevoerd.

Uit de inspectie van de Ombudsman is gebleken dat de Commissie haar prestaties op dit gebied nauwlettend volgt en veel goede praktijken heeft ontwikkeld. De Ombudsman maakt zich echter zorgen over het feit dat sommige van de door de Commissie aangekondigde recente maatregelen al in 2010 aan de orde zijn gesteld na een raadpleging die de Ombudsman in het kader van een eerder onderzoek heeft gestart.

De Ombudsman moedigt de Commissie derhalve aan haar inspanningen op het gebied van de coördinatie tussen financiële en operationele controles op te voeren, online-instrumenten te ontwikkelen, het personeelsverloop zoveel mogelijk te beheren, schorsingen te beheren en facturen tijdig te registreren. Ze doet een aantal suggesties met dit in het achterhoofd.

Besluit in zaak 1093/2016/JAP betreffende het uitblijven van een antwoord van de Europese Commissie op correspondentie over problemen met de indiening van een subsidievoorstel

Donderdag | 01 december 2016

De zaak betrof het verzuim van de Commissie om te reageren op de berichten van klager over zijn moeilijkheden bij de indiening van een subsidievoorstel. Wegens technische problemen kon de klager geen aanvraag indienen via het PRIAMOS-systeem van de Commissie. In plaats daarvan heeft zij haar voorstel per e-mail ingediend, waarop geen antwoord is gegeven.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en verzocht de Commissie te antwoorden. In haar memorie van repliek verontschuldigde de Commissie zich voor het feit dat zij niet eerder had geantwoord. Zij verklaarde dat zij de e-mailaanvraag van klager niet kon aanvaarden omdat het systeem naar behoren had gefunctioneerd en de Commissie geen pogingen van klager had kunnen vaststellen om het voorstel vóór de uiterste datum via PRIAMOS te verzenden.

Besluit in zaak 628/2016/EIS betreffende het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om de klager niet toe te staan een nieuwe aanvraag in te dienen nadat hij niet geslaagd is voor de eerste tests

Donderdag | 01 december 2016

De zaak betrof het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om klager niet toe te staan een tweede sollicitatie in te dienen in het kader van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling die geen specifieke termijn voor de indiening van sollicitaties bevatte. Klager probeerde een tweede sollicitatie in te dienen nadat hij niet was geslaagd voor het examen in verband met zijn eerste sollicitatie in het kader van dezelfde selectieprocedure. Klager voerde aan dat EPSO zijn brieven niet adequaat heeft beantwoord met betrekking tot i) de rechtsgrondslag om kandidaten niet toe te staan opnieuw te solliciteren in selectieprocedures zonder specifieke sluitingsdata; en ii) de omstandigheden, met inbegrip van het gedrag van het personeel, in het testcentrum in Spanje.

In zijn antwoord verwees EPSO naar de voorwaarden in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling als rechtsgrondslag voor zijn acties. Zij verklaarde ook dat zij de kwestie van het gedrag van het personeel in het testcentrum had onderzocht.

De Ombudsman achtte de uitleg van EPSO redelijk en toereikend, zodat de zaak werd afgesloten.

Procedurefouten in een wedstrijd

Vrijdag | 02 september 2016

Besluit van de Europese Ombudsman over klacht 844/2014/(PL)DR betreffende de behandeling door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) van computerproblemen in het kader van een algemeen vergelijkend onderzoek

Dinsdag | 30 augustus 2016

De zaak betrof de acties van EPSO na een computer-servercrash tijdens een test en de behandeling door EPSO van de verzoeken van klager om herziening en om toegang tot documenten.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat EPSO i) de situatie als gevolg van de computercrash niet naar behoren heeft behandeld, ii) het verzoek van klager om een nieuw onderzoek niet naar behoren heeft behandeld en iii) het verzoek van klager om toegang tot documenten niet naar behoren heeft behandeld. Daarom deed de Ombudsman drie aanbevelingen aan EPSO.

EPSO aanvaardde de eerste aanbeveling van de Ombudsman over de wijze waarop het technische problemen tijdens een computertest moet aanpakken. De tweede aanbeveling was dat EPSO klager een gedetailleerde toelichting zou geven over de wijze waarop het zijn verzoek om herziening had behandeld. De Ombudsman vond het antwoord van EPSO hierop niet overtuigend en dat de behandeling door EPSO van het verzoek om een herziening neerkwam op wanbeheer. Tot slot heeft EPSO de derde aanbeveling van de Ombudsman met betrekking tot het verlenen van toegang tot documenten niet aanvaard. De Ombudsman stelde vast dat het verzuim van EPSO om verdere documenten te verstrekken ook wanbeheer vormde. Naast twee bevindingen van wanbeheer deed de Ombudsman EPSO ook een suggestie over hoe het zijn contactdienst voor kandidaten zou kunnen verbeteren.  

Een klacht over staatssteun

Maandag | 15 februari 2016

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1731/2013/PHP betreffende de behandeling door de Europese Commissie van drie vermeende gevallen van staatssteun aan voetbalclubs in Spanje en een daarmee verband houdend verzoek om toegang tot documenten

Donderdag | 11 februari 2016

Deze zaak betrof de behandeling door de Europese Commissie van door klager verstrekte informatie over drie gevallen van onrechtmatige staatssteun aan Spaanse voetbalclubs. De klager voerde aan dat de Commissie niet binnen een redelijke termijn had besloten of zij een formeel onderzoek moest instellen naar de vermeende onrechtmatige staatssteun. Aangezien de Commissie volgens klager geen actie ondernam, diende klager een verzoek in om toegang tot bepaalde documenten met betrekking tot twee van deze zaken. De Commissie heeft de toegang geweigerd om redenen van bescherming van het doel van de onderzoeken.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde geen wanbeheer over beide kwesties door de Commissie. Daarom heeft zij de zaak gesloten.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1582/2014/PHP over de behandeling door de Europese Commissie van vergunningaanvragen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders

Vrijdag | 15 januari 2016

De zaak betrof vertragingen bij de vergunningverlening voor twintig aanvragen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. De klagers hebben de Commissie meermaals in kennis gesteld van hun bezorgdheid. Volgens hen waren de verklaringen van de Commissie en de aanhoudende vertragingen onaanvaardbaar. Daarom wendden de klagers zich tot de Ombudsman.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat de vertragingen bij de twintig verzoeken niet gerechtvaardigd waren. In de loop van het onderzoek heeft de Commissie alle hangende aanvragen behandeld. De Ombudsman concludeerde echter dat de vertragingen een systemisch probleem weerspiegelden in plaats van het gevolg te zijn van kwesties die specifiek waren voor de specifieke vergunningsaanvragen. Ter afsluiting van het onderzoek stelde de Ombudsman vast dat de vertragingen neerkwamen op wanbeheer door de Commissie.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1561/2014/MHZ tegen de Europese Bankautoriteit (EBA)

Maandag | 06 juli 2015

De zaak betrof een vertraging van de Europese Bankautoriteit (EBA) bij de behandeling van het verzoek van klager aan de EBA om een vermeende inbreuk op het EU-recht door de Estse financiële toezichthoudende autoriteit te onderzoeken. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de EBA haar vertraging grotendeels kon rechtvaardigen. Om deze reden, en ook omdat de EBA zich verontschuldigde voor de vertraging en zich ertoe verbond haar procedure te verbeteren, constateerde de Ombudsman geen wanbeheer. Aangezien de EBA in de loop van het onderzoek interne termijnen heeft vastgesteld voor de behandeling van soortgelijke verzoeken, moedigde de Ombudsman haar aan deze termijnen te formaliseren door haar reglement van orde te wijzigen. Zij sloot de zaak dus af met een aanvullende opmerking.