Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 1876 resultaten weergeven
Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) – rol van de nationale ombudsmannen
Woensdag | 16 mei 2018
Besluit in het kader van onderzoek op eigen initiatief OI/7/2016/MDC over het besluit van de delegatie van de Europese Unie in Armenië om geen subsidieovereenkomst te sluiten
Maandag | 19 februari 2018
Dit onderzoek op eigen initiatief is gebaseerd op een klacht van een vereniging van Armeense ngo's, de Citizens' Protection League (CPL). Het betreft het besluit van de delegatie van de Europese Unie in Armenië om geen subsidieovereenkomst met CPL te sluiten nadat de delegatie een fout had ontdekt in haar eerste beoordeling van de CPL-aanvraag. CPL voerde aan dat het besluit van de delegatie niet op gegronde redenen was gebaseerd.
In de loop van het onderzoek van de Ombudsman erkende de Europese Commissie dat de aanvankelijk door de delegatie genomen maatregelen, zodra zij zich ervan bewust was dat er een fout was gemaakt in het evaluatieproces, niet passend waren. De Commissie heeft echter ook aangetoond dat de geconstateerde fout vereist dat de beoordeling van de aanvraag van CPL opnieuw wordt uitgevoerd en dat de delegatie dus niet in staat was de subsidieovereenkomst met CPL te sluiten.
De Ombudsman sloot het onderzoek derhalve af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.
Besluit in zaak 668/2016/EIS betreffende het verzuim van de Europese Commissie om een klager naar behoren te antwoorden over zijn bezorgdheid in verband met een staatssteunkwestie in Duitsland
Woensdag | 06 december 2017
De zaak betrof het verzuim van de Europese Commissie om behoorlijke antwoorden te geven aan een klager die een klacht had ingediend over een staatssteunkwestie in Duitsland. Klager was van mening dat Duitsland de EU-staatssteunregels schendt vanwege zijn nieuwe financieringsregeling voor de publieke omroep. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat er geen sprake was van wanbeheer, aangezien de Commissie uiteindelijk een passend antwoord had gegeven.
Besluit in zaak 1064/2015/JAP betreffende de afwijzing en terugvordering door de Europese Commissie van in het kader van een KP6-subsidieovereenkomst gedeclareerde kosten
Donderdag | 22 juni 2017
De zaak betrof de afwijzing door de Commissie en het voorstel tot terugvordering van bepaalde kosten in verband met uitbestede activiteiten in het kader van een KP6-subsidieovereenkomst. Op basis van het onderzoek van de Ombudsman besloot de Commissie niet over te gaan tot de terugvordering van kosten voor een totaalbedrag van bijna 87 000 EUR. De Commissie legde uit dat zij had besloten haar oorspronkelijke besluit te wijzigen op grond van het feit dat klager te goeder trouw en in overeenstemming met het advies van de Commissie zelf had gehandeld.
De Ombudsman was ingenomen met dit nieuwe besluit; desalniettemin vond zij het betreurenswaardig dat klager al enkele jaren uitzicht had op een grote terugvordering van middelen die erbovenop hingen.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 208/2015/PD betreffende belangenconflicten in een deskundigengroep van de Commissie inzake elektromagnetische velden
Dinsdag | 18 april 2017
De zaak betrof vermeende belangenconflicten met betrekking tot leden van een werkgroep van de Commissie die belast was met de evaluatie van de wetenschappelijke kennis over de effecten die elektromagnetische velden op de gezondheid kunnen hebben. In de klacht bij de Ombudsman werd gesteld dat de Commissie niet naar behoren had onderzocht of de wetenschappers in de werkgroep belangenconflicten hadden.
De Ombudsman onderzocht de kwestie. Zij was ervan overtuigd dat de Commissie de zaak naar behoren had onderzocht en dat de wetenschappers geen tegenstrijdige belangen hadden. Er was dus geen sprake van wanbeheer door de Commissie. De Ombudsman constateerde echter dat de procedures van de Commissie konden worden verbeterd en deed enkele suggesties voor verbetering.
Besluit in zaak 689/2016/ZA betreffende de afwijzing door het Europees Agentschap voor wereldwijde navigatiesystemen van het verzoek van de klager om het ambt van hoofd van de ICT-afdeling te bekleden
Vrijdag | 27 januari 2017
De zaak betrof de selectieprocedure voor de functie van hoofd van de ICT-afdeling bij het Europees Agentschap voor wereldwijde navigatiesystemen. Klager beweerde dat het Agentschap zijn aanvraag niet eerlijk had beoordeeld en stelde dat het Agentschap zijn besluit tot afwijzing van zijn aanvraag moest herzien.
De Ombudsman heeft de zaak onderzocht en het Agentschap verzocht een aantal procedurele kwesties te verduidelijken. Op basis van het antwoord van het Agentschap en haar eigen analyse heeft de Ombudsman geen kennelijke fout in de selectieprocedure vastgesteld. Daarom werd de zaak afgesloten met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.
Toegang tot documenten – lijst van inschrijvingen naar aanleiding van de aankondiging van een opdracht van de Commissie
Dinsdag | 20 december 2016
Besluit in zaak 393/2015/MDC over de weigering van de Europese Commissie om het publiek volledige toegang te verlenen tot evaluatiedocumenten betreffende een openbare aanbestedingsprocedure
Maandag | 19 december 2016
De klacht, ingediend door de ngo Access Info Europe, heeft betrekking op de vermeende onrechtmatige weigering van de Europese Commissie om het publiek volledige toegang te verlenen tot evaluatiedocumenten betreffende een openbare aanbestedingsprocedure voor de rehabilitatie en uitbreiding van de afvalwaterzuiveringsinstallatie van Subotica (Servië). De openbaarmaking van de documenten werd geweigerd op grond van artikel 4, lid 1, onder b) (bescherming van persoonsgegevens), artikel 4, lid 2 (bescherming van commerciële belangen) en artikel 4, lid 3 (bescherming van het besluitvormingsproces) van Verordening 1049/2001. Klager was van mening dat hem volledige toegang tot de evaluatiedocumenten moest worden verleend.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer in het gedrag van de Commissie. Zij stelt echter voor dat de Commissie voorafgaand aan hun benoeming systematisch toestemming van de leden van het evaluatiecomité in aanbestedingsprocedures verkrijgt voor de openbaarmaking van hun namen. Openbaarmaking van hun namen aan het einde van het evaluatieproces moet worden beschouwd als een voorwaarde voor benoeming in een dergelijk comité.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1206/2014/PD betreffende de weigering van de Europese Commissie om de namen van ambtenaren bekend te maken in een staatssteunzaak
Maandag | 19 december 2016
De zaak betrof een weigering van de Commissie om de namen bekend te maken van personeelsleden die aan een staatssteunonderzoek van de Commissie hadden gewerkt. In de loop van het onderzoek heeft de Ombudsman de standpunten van de Commissie, klager en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming ingewonnen.
De vraag of de weigering om de namen bekend te maken terecht was, hing af van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 45/2001 betreffende gegevensbescherming. Volgens deze bepaling moet de persoon die om openbaarmaking verzoekt, eerst aantonen dat het noodzakelijk is de namen aan die persoon bekend te maken. Indien aan dit criterium is voldaan, moet de overheidsinstantie nog steeds nagaan of de rechtmatige belangen van de personeelsleden zouden worden geschaad door de openbaarmaking van hun namen en, zo ja, of die rechtmatige belangen belangrijker waren dan de noodzaak die wordt aangevoerd door de persoon die om de openbaarmaking van de namen verzoekt.
Hoewel de Ombudsman van oordeel was dat de Commissie artikel 8 niet restrictief mocht toepassen wanneer de namen van personeelsleden in het geding zijn, heeft hij vastgesteld dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie door te weigeren de namen van de betrokken personeelsleden openbaar te maken.
Besluit in zaak 628/2016/EIS betreffende het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om de klager niet toe te staan een nieuwe aanvraag in te dienen nadat hij niet geslaagd is voor de eerste tests
Donderdag | 01 december 2016
De zaak betrof het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om klager niet toe te staan een tweede sollicitatie in te dienen in het kader van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling die geen specifieke termijn voor de indiening van sollicitaties bevatte. Klager probeerde een tweede sollicitatie in te dienen nadat hij niet was geslaagd voor het examen in verband met zijn eerste sollicitatie in het kader van dezelfde selectieprocedure. Klager voerde aan dat EPSO zijn brieven niet adequaat heeft beantwoord met betrekking tot i) de rechtsgrondslag om kandidaten niet toe te staan opnieuw te solliciteren in selectieprocedures zonder specifieke sluitingsdata; en ii) de omstandigheden, met inbegrip van het gedrag van het personeel, in het testcentrum in Spanje.
In zijn antwoord verwees EPSO naar de voorwaarden in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling als rechtsgrondslag voor zijn acties. Zij verklaarde ook dat zij de kwestie van het gedrag van het personeel in het testcentrum had onderzocht.
De Ombudsman achtte de uitleg van EPSO redelijk en toereikend, zodat de zaak werd afgesloten.
Besluit in zaak 1052/2016/EIS over de behandeling door de Raad van het verzoek van de klager om een in een richtlijn opgenomen term te rectificeren
Donderdag | 24 november 2016
De zaak betrof het vermeende verzuim van de Raad om klager naar behoren uit te leggen waarom het maximaal een jaar kan duren om de tekst van een richtlijn te corrigeren, indien wijzigingen noodzakelijk worden geacht. De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat de Raad een uitgebreid en adequaat antwoord had gegeven. Klager bleek ook tevreden te zijn met de gegeven uitleg. De zaak werd dus als afgehandeld afgesloten.
Verzuim van toezicht op het financieel beheer van een subsidieovereenkomst
Donderdag | 10 november 2016
Besluit in zaak 204/2016/DR over de vermeende niet-naleving door EPSO van het selectiereglement EPSO/CAST/P/1/2015
Woensdag | 09 november 2016
De zaak betrof een vermeende niet-naleving door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) van de regels van een selectieprocedure.
De Ombudsman heeft EPSO verzocht de bezwaren van klager aan te pakken als een eerste stap in haar onderzoek. Deze bezorgdheid had betrekking op de vermeende verstrekking van onjuiste informatie over de tests in het kader van de selectieprocedure en op een materiële fout in de brieven waarin klager in kennis werd gesteld van de resultaten van haar tests. De Ombudsman constateerde dat het daaropvolgende antwoord van EPSO uitgebreide en redelijke uitleg verschafte met betrekking tot de door klager aan de orde gestelde kwesties en dat niets erop wees dat het niet voldeed aan de regels voor de selectieprocedure in kwestie. Daarom sloot zij de zaak af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer.
Besluit in zaak 1771/2015/OV betreffende de niet-selectie van een inschrijving door de vertegenwoordiging van de Commissie in Bulgarije
Dinsdag | 27 september 2016
Besluit in zaak 535/2014/JAS betreffende de vermeende discriminatie van kandidaten zonder doctoraatsdiploma door het Europees Bureau voor personeelsselectie in een oproep tot het indienen van voorstellen voor arbeidscontractanten voor onderzoek
Maandag | 26 september 2016
De zaak betrof een selectieprocedure voor arbeidscontractanten die in 2013 werd georganiseerd door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO). Kandidaten in dergelijke selectieprocedures moeten eerst aan bepaalde toelatingscriteria voldoen. Kandidaten die aan deze toelatingscriteria voldoen, worden vervolgens beoordeeld op basis van selectiecriteria. De beste kandidaten worden vervolgens op een reservelijst geplaatst.
De klager voldeed aan de toelatingscriteria, waaronder de noodzaak om een doctoraatsdiploma of ten minste vijf jaar werkervaring als onderzoeker te hebben. Hij werd echter van het vergelijkend onderzoek uitgesloten nadat zijn sollicitatie op basis van de selectiecriteria met andere kandidaten was vergeleken. Vervolgens beklaagde hij zich erover dat de selectiecriteria de voorkeur hadden gegeven aan kandidaten met een doctoraatsdiploma, terwijl de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling impliceerde dat een doctoraatsdiploma zou worden gelijkgesteld met vijf jaar beroepservaring.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en concludeerde dat er geen sprake was van wanbeheer. De toelatingscriteria stellen een minimumdrempel vast waaraan alle kandidaten moeten voldoen. Selectiecriteria dienen vervolgens om de jury in staat te stellen de beste kandidaten uit de in aanmerking komende kandidaten te identificeren. Het behoort duidelijk tot de discretionaire bevoegdheid van een instelling om te beslissen welke selectiecriteria moeten worden gehanteerd, zolang deze niet kennelijk ongeschikt zijn. De Ombudsman concludeerde dat de keuze van de selectiecriteria in dit geval volkomen redelijk was geweest. Met betrekking tot het argument van klager dat de selectie niet transparant was geweest, merkte de Ombudsman op dat de selectiecriteria duidelijk waren uiteengezet in de oproep.