FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot documenten over haar voorstel voor een verordening ter voorkoming en bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen (zaak 2421/2023/MIG)

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten die door de Europese Commissie waren opgesteld of ontvangen bij de voorbereiding van haar wetgevingsvoorstel voor een verordening ter voorkoming en bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen. De Commissie identificeerde 121 documenten en gaf het grote publiek toegang tot 88 ervan, waarbij alleen persoonsgegevens werden bewerkt. Wat de overige 33 documenten betreft, heeft de Commissie toegang verleend tot delen van vijf documenten. Om de toegang te weigeren, heeft de Commissie zich gebaseerd op verschillende uitzonderingen op de toegang van het publiek waarin de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten voorziet, waaronder de noodzaak om haar lopende besluitvorming te beschermen. Klager was ontevreden over de beperkte toegang tot deze 33 documenten.

Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft de documenten geïnspecteerd en op basis daarvan was de Ombudsman niet overtuigd door de argumenten van de Commissie dat de ruimere openbaarmaking ervan de belangen die de Commissie wilde beschermen (ernstig) zou ondermijnen. De Ombudsman was van mening dat de weigering van de Commissie om het publiek ruime toegang tot de gevraagde documenten te verlenen, neerkwam op wanbeheer. Zij beveelt aan dat de Commissie haar standpunt over het verzoek heroverweegt met het oog op een ruime toegang van het publiek tot de documenten.

In antwoord daarop verleende de Commissie klager aanzienlijk ruimere toegang tot bepaalde categorieën documenten. Zij bleef echter bij haar standpunt dat zij grote delen van de documenten die haar interne beraadslagingen en gedachtewisselingen over het ontwerp van wetgevingsvoorstel weergeven, niet openbaar kon maken.

De Ombudsman was van mening dat de Commissie geen redelijke uitleg had gegeven waarom geen verdere toegang tot deze documenten in hun geheel kon worden verleend. Zij kwam dan ook tot de slotsom dat de Commissie geen zo ruim mogelijke toegang tot de litigieuze documenten had verleend en dus wederom geen uitvoering had gegeven aan de duidelijke rechtspraak die de instellingen van de Unie verplicht om op wetgevingsdocumenten een bijzonder hoge mate van transparantie toe te passen. De Ombudsman sloot het onderzoek af en bevestigde haar bevinding van wanbeheer.

Achtergrond van de klacht

1. Bestrijding van seksueel misbruik van kinderen is een prioriteit voor de EU en een onderdeel van de EU-strategie voor de periode 2020-2025.[1] De aanpak van de Europese Commissie is gebaseerd op acht initiatieven, waaronder het vergemakkelijken van de preventie van seksueel misbruik van kinderen, het vergemakkelijken van opsporing en melding en het bieden van meer steun aan slachtoffers [2].

2. In mei 2022 heeft de Commissie een wetgevingsvoorstel [3] aangenomen voor nieuwe regels inzake het voorkomen en bestrijden van materiaal van seksueel misbruik van kinderen (CSAM). Het CSAM-voorstel is specifiek gericht op de bestrijding van online seksueel kindermisbruik en bepaalt dat exploitanten van onlineplatforms de plicht moeten hebben om CSAM op te sporen, te melden en van hun diensten te verwijderen. Het voorstel voorziet ook in de oprichting van een nieuw EU-centrum voor seksueel misbruik van kinderen om exploitanten van onlineplatforms te ondersteunen bij hun nieuwe taken.

3. Bij de voorbereiding van het CSAM-voorstel heeft de Commissie verschillende belanghebbenden geraadpleegd, onder meer in het kader van openbare raadplegingen en rechtstreekse uitwisselingen met haar personeel. Op deze manier verzamelde de Commissie input van maatschappelijke organisaties, technologiebedrijven en overheidsinstanties.

4. Het CSAM-voorstel gaf aanleiding tot enige kritiek van het publiek en de deskundigenorganen, zoals de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS), waarbij de doeltreffendheid, noodzaak en evenredigheid van de voorgestelde regels in twijfel werden getrokken. Er werd bijvoorbeeld bezorgdheid geuit over een mogelijk algemeen en ongedifferentieerd scannen van de inhoud van elektronische communicatie en de gevolgen daarvan voor de grondrechten [4].

5. Het CSAM-voorstel wordt nog steeds besproken door de medewetgevers van de EU, de Raad van de EU en het Europees Parlement.

6. In maart 2023 heeft klager, een onderzoeker en journalist, de Commissie verzocht hem toegang te verlenen tot alle documenten die de Commissie tussen januari 2021 en maart 2023 bij het opstellen van het wetgevingsvoorstel heeft opgesteld of ontvangen [5].

7. Toen klager niet binnen de gestelde termijn een antwoord ontving, verzocht hij de Commissie deze impliciete weigering om het publiek toegang te verlenen te herzien (door een “bevestigend verzoek” in te dienen). In zijn confirmatief verzoek voerde klager aan dat een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt.

8. In december 2023 heeft de Commissie een besluit vastgesteld waarbij 121 documenten werden geïdentificeerd als documenten die binnen het toepassingsgebied van het verzoek om toegang van de klager vallen. Het gaf een breed publiek toegang tot 88 documenten, waarbij alleen persoonsgegevens werden bewerkt. Wat de overige 33 documenten betreft, heeft de Commissie geweigerd toegang te verlenen tot 28 documenten in hun geheel en tot vijf documenten gedeeltelijk. Deze 33 documenten dateren van 2021 en kunnen in vier categorieën worden onderverdeeld:

  • uitwisselingen met belangenvertegenwoordigers uit de technologiesector (documenten 9, 11, 13, 14, 94 en 106);
  • uitwisselingen met overheidsinstanties uit Duitsland (documenten 48 tot en met 50);
  • ontwerpen van de effectbeoordeling die de Commissie bij de voorbereiding van haar wetgevingsvoorstel heeft uitgevoerd, en bijbehorende documenten (documenten 61 tot en met 69), en
  • interne gedachtewisselingen en opmerkingen van verschillende diensten van de Commissie, waaronder de Juridische dienst van de Commissie (documenten 56, 89 tot en met 92 en 110 tot en met 119).

9. Om de toegang tot (delen van) deze documenten te weigeren, heeft de Commissie zich gebaseerd op een aantal uitzonderingen waarin Verordening (EG) nr. 1049/2001 voorziet. Meer in het bijzonder voerde de Commissie aan dat sommige informatie in drie documenten [6] kan worden misbruikt door potentiële daders van kindermisbruik. Openbaarmaking zou dus het openbaar belang op het gebied van de openbare veiligheid ondermijnen. De Commissie verklaarde ook dat twee documenten [7] commercieel gevoelige informatie bevatten. Bovendien heeft de Commissie met betrekking tot alle documenten, op één na [8], verklaard dat zij voorlopige standpunten en beleidsopties bevatten die nog in behandeling zijn. Openbaarmaking zou dus afbreuk doen aan haar vermogen om een besluit voor te bereiden zonder druk van buitenaf. Met betrekking tot elf documenten [9] heeft de Commissie zich ook gebaseerd op de noodzaak om juridisch advies te beschermen, met het argument dat openbaarmaking haar belang zou schaden om eerlijke en objectieve input en juridisch advies van haar personeel te vragen.

10. Daarnaast heeft de Commissie delen van drie documenten die volgens haar buiten het toepassingsgebied van het verzoek om toegang vielen, alsook persoonsgegevens onleesbaar gemaakt.

11. Tegelijkertijd heeft de Commissie het confirmatief verzoek van klager “afgesloten” en hem meegedeeld dat hij nu een nieuw verzoek kon indienen. Zij heeft klager echter niet in kennis gesteld van de krachtens Verordening (EG) nr. 1049/2001 beschikbare rechtsmiddelen.

12. Ontevreden over het besluit van de Commissie om de toegang tot delen van vijf documenten [10] en 28 documenten [11] in hun geheel te weigeren, wendde klager zich tot de Ombudsman. Hij is van mening dat de door de Commissie aangebrachte wijzigingen buitensporig zijn, gelet op het tijdsverloop en dat het CSAM-voorstel is ingediend. Klager was ook ontevreden over het feit dat de Commissie zijn argumenten voor het bestaan van een hoger openbaar belang niet in aanmerking had genomen en voerde aan dat het openbaar belang bij openbaarmaking in de tussentijd vanwege bezorgdheid [12] over mogelijke belangenconflicten en onregelmatigheden alleen maar was toegenomen. Klager heeft de redactie van persoonsgegevens niet betwist.

Het onderzoek

13. De Ombudsman heeft een onderzoek ingesteld naar de weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot (delen van) de 33 documenten die in de klacht aan de orde zijn.  

14. In de loop van het onderzoek heeft het onderzoeksteam van de Ombudsman de litigieuze documenten en beperkte aanvullende informatie die de Commissie in antwoord op de klacht had verstrekt, geïnspecteerd.

Aanbeveling van de Ombudsman

15. Op basis van het onderzoek van de documenten was de Ombudsman van mening dat zij moeten profiteren van het hoge niveau van transparantie dat van toepassing is op “wetgevingsdocumenten”.[13]

16. Bovendien was de Ombudsman met betrekking tot twee documenten [14] van oordeel dat de Commissie de uitzondering ter bescherming van het openbaar belang op het gebied van de openbare veiligheid buitensporig had toegepast. Dit omvatte een verslag van een vergadering van het EU-internetforum over veiligheid door ontwerp, waarin de Commissie gevoelige verklaringen van deelnemers en de namen van hun organisaties had bewerkt. Aangezien gevoelige verklaringen waren achtergehouden, was de Ombudsman er niet van overtuigd dat een schrapping van de namen van de organisaties noodzakelijk was om de openbare veiligheid te beschermen.

17. Wat de bescherming van de lopende besluitvorming van de Commissie betreft, merkte de Ombudsman op dat de Commissie, toen het verzoek om toegang werd ingediend, haar effectbeoordeling reeds had afgerond en haar wetgevingsvoorstel had ingediend. Los daarvan was de Ombudsman van mening dat, in overeenstemming met de EU-jurisprudentie [15], eventuele lopende besluitvorming op zich niet voldoende zou zijn geweest om de weigering van toegang te rechtvaardigen. Het zou veeleer aan de Commissie zijn geweest om „materiële bewijzen” aan te dragen waaruit blijkt dat er een redelijkerwijs voorzienbaar risico van externe druk bestaat dat het betrokken besluitvormingsproces ernstig zou kunnen ondermijnen [16].

18. Wat de bescherming van juridisch advies betreft, achtte de Ombudsman het onredelijk dat de opmerkingen over het ontwerp van CSAM-voorstel die de Commissie van verschillende van haar diensten, waaronder haar Juridische Dienst, had gekregen (opgenomen in tien documenten [17]), bijzonder gevoelig liggen.

19. Voorts vroeg de Ombudsman zich af of de commerciële informatie in één document [18] nog steeds als gevoelig kon worden beschouwd, aangezien deze bijna vier jaar oud was. Zij merkte ook op dat de Commissie de betrokken onderneming niet had geraadpleegd.

20. Tot slot was de Ombudsman van oordeel dat openbaarmaking een hoger openbaar belang zou dienen. Ten eerste stelde de Ombudsman vast dat transparantie het publiek in staat zou stellen te onderzoeken wie en wat het CSAM-voorstel heeft geïnformeerd en het publiek in staat zou stellen deze informatie aan te vechten. Ten tweede was, in het licht van het debat over mogelijke belangenconflicten, ook toegang tot de documenten nodig om na te gaan of de Commissie bij het opstellen van het wetgevingsvoorstel volledig onafhankelijk en uitsluitend in het algemeen belang heeft gehandeld.

21. De Ombudsman concludeerde dat de weigering van de Commissie om een breed publiek toegang te verlenen tot de documenten neerkwam op wanbeheer en beval de Commissie aan haar standpunt over het verzoek om toegang van de klager te heroverwegen teneinde de toegang aanzienlijk te verbeteren, rekening houdend met de overwegingen van de Ombudsman in de aanbeveling.[19]

Het antwoord van de Commissie op de aanbeveling en de opmerkingen van klager over het antwoord

22. Naar aanleiding van de aanbeveling van de Ombudsman heeft de Commissie een aantal van de betrokken derden geraadpleegd en de toegang tot bepaalde categorieën documenten aanzienlijk uitgebreid. De Commissie bleef echter bij haar standpunt dat geen toegang kan worden verleend tot de documenten die de standpunten weergeven die haar diensten intern deelden.

23. De Commissie heeft met name de uitwisselingen met overheidsinstanties uit Duitsland bekendgemaakt, waarbij slechts beperkte persoonsgegevens werden bewerkt.

24. De Commissie gaf ook aanzienlijk betere toegang tot de uitwisselingen met belangenvertegenwoordigers uit de technologiesector, d.w.z. uitwisselingen met Discord, Meta, Microsoft en Snap.

25. In dit verband bleef de Commissie na raadpleging van één onderneming bij haar standpunt dat openbaarmaking van delen van een verslag [20] over een vergadering op afstand die zij met die onderneming had gehouden, de openbare veiligheid zou ondermijnen. Deze delen bevatten met name “gevoelige informatie, waaronder informatie over technische maatregelen (...) ter voorkoming van seksueel misbruik van kinderen en (...) beleid ter bestrijding van illegale online-inhoud, met inbegrip van seksueel misbruik van kinderen (...)”. Openbaarmaking van deze informatie “kan ten goede komen aan degenen die dergelijk misbruik plegen” en kan schadelijk zijn voor de preventie van dergelijk misdrijf.

26. De Commissie bevestigde ook haar standpunt over het verslag [21] van een bijeenkomst van het EU-internetforum, namelijk dat openbaarmaking van de namen van de deelnemende organisaties de openbare veiligheid zou ondermijnen. De Commissie voerde aan dat de mededeling van feiten en overwegingen duidelijk zou maken welke preventieve maatregelen specifieke ondernemingen nemen. Dit zou op zijn beurt potentiële daders in staat stellen deze maatregelen te omzeilen.

27. Na raadpleging van een andere onderneming stelde de Commissie dat bepaalde informatie met betrekking tot het onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe producten in één document moest worden achtergehouden [22] om de commerciële belangen van de onderneming te beschermen.

28. De Commissie heeft de gedachtewisselingen die zij met Thorn had gehad (die zij had achtergehouden om haar lopende besluitvorming te beschermen) niet opnieuw beoordeeld, aangezien zij had begrepen dat de Ombudsman haar standpunt over het document in kwestie [23] niet betwistte.

29. Wat de documenten [24] met betrekking tot haar effectbeoordeling betreft, heeft de Commissie nu delen van vijf documenten openbaar gemaakt met slechts beperkte bewerkingen van persoonsgegevens. Deze delen weerspiegelen voornamelijk de procedurele stappen die zijn ondernomen voor de Raad voor regelgevingstoetsing. Zij omvatten ook documenten die openbaar beschikbaar zijn op de website van de Commissie [25], zoals een studieverslag over de opties voor de oprichting van een Europees Centrum ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen, adviezen van de Raad voor regelgevingstoetsing en bijlagen bij de effectbeoordeling.

30. De Commissie handhaafde haar weigering om delen van de notulen van de vergadering en andere documenten openbaar te maken waarin haar interne besprekingen over de mogelijke opties voor nieuwe wetgeving en de ontwerpen van haar effectbeoordeling tot uitdrukking komen. Daarbij voerde de Commissie aan dat de interinstitutionele dialoog en de onderhandelingen tussen de lidstaten in de Raad van de EU, met name wat betreft het vinden van een evenwicht tussen de grondrechten die op het spel staan, nog steeds aan de gang zijn. Openbaarmaking van haar interne voorafgaande uitwisselingen zou derhalve afbreuk doen aan het vermogen van de Commissie om haar standpunt over deze moeilijke kwestie te verdedigen. Het zou ook de doeltreffendheid ervan als eerlijke bemiddelaar in het kader van de komende trialogen ondermijnen.

31. De Commissie voegde daaraan toe dat er sinds het begin van de interinstitutionele onderhandelingen “steeds pogingen zijn ondernomen door belangengroepen die gekant zijn tegen het voorstel om het resultaat van de onderhandelingen te beïnvloeden. Dit gebeurde met name door middel van agressieve communicatiecampagnes die uitgebreid gebruik hebben gemaakt van uit de context gelekte documenten. Dit heeft de medewetgevers onder enorme druk gezet, het debat gepolariseerd en het uiterst moeilijk gemaakt om tot een compromis te komen. Geconfronteerd met tegenslagen in de publieke opinie zijn de lidstaten gedwongen meerdere tegenstrijdige rode lijnen te trekken, wat de poging om het vereiste evenwicht op het gebied van de grondrechten te bereiken bemoeilijkt.” Wat de externe druk betreft, verklaarde de Commissie ook dat er mediaartikelen waren geweest die “desinformatie en insinuaties bevatten, evenals gelekte dossiers (...) die aanzienlijke druk hadden uitgeoefend op de Commissie en op de interinstitutionele onderhandelingen.” Om haar standpunt te onderstrepen, verwees de Commissie naar verschillende artikelen, waaronder een [26] die mede was opgesteld door de klager.

32. Wat de opmerkingen van verschillende diensten van de Commissie over het ontwerpvoorstel van de CSAM betreft, bleef de Commissie erbij dat geen toegang van het publiek tot de documenten in hun geheel kan worden verleend. Meer in het bijzonder voerde de Commissie aan dat de documenten een juridische analyse bevatten van kwesties die juridisch en politiek gevoelig liggen, aangezien zij betrekking hebben op de opsporing van CSAM. Openbaarmaking zou dus afbreuk doen aan de lopende interinstitutionele onderhandelingen over het ontwerpvoorstel en aan het vermogen van de Commissie om openhartig en uitgebreid juridisch advies in te winnen. De Commissie heeft ook aangegeven dat zij het CSAM-voorstel nog kan herzien zolang de Raad van de EU er geen besluit over heeft genomen.

33. Klager was dankbaar dat hij meer toegang had gekregen tot de litigieuze documenten. Hij was echter teleurgesteld dat de Commissie "cruciale details van interne beraadslagingen (...) met betrekking tot een van de meest controversiële stukken EU-wetgeving van de afgelopen jaren" bleef achterhouden, met het argument dat de Commissie geen rekening had gehouden met het hoger openbaar belang bij openbaarmaking. Klager was ook bezorgd dat de Commissie haar contacten met Thorn niet opnieuw had beoordeeld. Ten slotte maakte klager zich zorgen over de beweringen van de Commissie over de rol van de media.

Beoordeling van de Ombudsman na de aanbeveling

34. De Ombudsman is ingenomen met het feit dat de Commissie nu verdere toegang heeft verleend tot bepaalde categorieën documenten. Zij merkt ook op dat de bewerkingen van commercieel gevoelige informatie in één document [27] vrij beperkt zijn en, in het licht van de argumenten van de Commissie, redelijk lijken. Over het geheel genomen is de Ombudsman er echter niet van overtuigd dat de Commissie een zo ruim mogelijke toegang tot de litigieuze documenten heeft verleend.

35. De Ombudsman acht het met name onredelijk dat geen toegang kon worden verleend tot delen van de documenten in verband met de effectbeoordeling van de Commissie en de opmerkingen van haar diensten over het ontwerpvoorstel voor een CSAM [28].

36. Deze documenten vormen duidelijk wetgevingsdocumenten waarop de hoogste mate van transparantie van toepassing is.[29] Dit omvat de adviezen van de Juridische Dienst van de Commissie, die volgens de Commissie met het oog op transparantie anders moeten worden behandeld dan juridische adviezen die de Juridische Dienst van de Raad van de EU tijdens de gewone wetgevingsprocedure heeft uitgebracht. Zoals eerder vermeld [30] kan de Ombudsman het niet eens zijn met dit standpunt. De Commissie is een "belangrijke speler in het wetgevingsproces".[31] Bijgevolg is de rechtspraak inzake de toegang van het publiek tot documenten van de Raad ook relevant voor documenten van de Commissie die in het kader van een wetgevingsproces zijn opgesteld.[32] In overeenstemming hiermee heeft het Hof van Justitie geen onderscheid gemaakt tussen de juridische adviezen die in verband met een wetgevingsprocedure door de juridische diensten van de instellingen zijn opgesteld.[33]

37. Bovendien kon de Commissie in deze zaak niet uitleggen waarom de relevante documenten op grond van hun inhoud in hun geheel van deze regel moesten worden vrijgesteld. De documenten bevatten met name geen informatie over de uitdagingen in verband met de opsporing van CSAM en dus de afweging van de grondrechten die in het geding zijn. Zoals de Commissie zelf heeft opgemerkt, bevatten de documenten met betrekking tot haar effectbeoordeling bijvoorbeeld ook “informatie en standpunten over de opzet en structuur van een potentieel Europees Centrum voor de preventie en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen”. Ook wat de raadpleging tussen de diensten betreft, had de feedback die de Commissie van haar diensten heeft ontvangen, betrekking op het ontwerp van wetgevingsvoorstel in zijn geheel. De inhoud van deze feedback gaat dus verder dan de vraag hoe de grondrechten die in het geding zijn met betrekking tot de opsporing van CSAM het best in evenwicht kunnen worden gebracht.

38. Bovendien blijven de argumenten van de Commissie vrij algemeen, waarbij wordt verwezen naar het feit dat het wetgevingsvoorstel politiek gevoelig ligt. Het is daarom nog steeds onduidelijk waarom de Commissie de delen die wel betrekking hebben op de opsporing van CSAM overal als gevoelig beschouwt. Hoewel de Commissie de delicate en complexe aard van dit onderwerp en de lopende interinstitutionele besprekingen noemt, is haar antwoord ontoereikend om uit te leggen hoe de openbaarmaking van specifieke inhoud die besprekingen ernstig zou kunnen ondermijnen.

39. De Commissie heeft nu voor het eerst uitgelegd aan welke externe druk sommige van haar personeelsleden waren blootgesteld bij de voorbereiding van het wetgevingsvoorstel. Dergelijke persoonlijke aanvallen op het personeel zijn onaanvaardbaar. Dat gezegd hebbende, kan men alleen maar speculeren wat deze specifieke incidenten heeft veroorzaakt, maar het is moeilijk om een link naar de litigieuze documenten te zien. Met andere woorden, deze voorbeelden illustreren niet dat openbaarmaking van (delen van) de documenten in dit stadium zou leiden tot externe druk die de lopende interinstitutionele onderhandelingen ernstig zou ondermijnen.

40. De Ombudsman merkt ook op dat het feit dat de definitieve versie van de effectbeoordeling en het advies van de Raad voor regelgevingstoetsing openbaar zijn gemaakt, geen invloed heeft op de vraag of de ontwerpversies ervan kunnen worden achtergehouden op grond van de noodzaak om een lopend besluitvormingsproces te beschermen.

41. Wat de bescherming van juridisch advies betreft, voert de Commissie aan dat de tijdens de raadpleging tussen de diensten verkregen feedback betrekking had op nieuwe en complexe politieke en juridische kwesties. Zij voegde daaraan toe dat het advies voorlopig was, gericht was tot een beperkt aantal ontvangers en op korte termijn werd verstrekt.

42. De Ombudsman is van mening dat deze algemene argumenten kunnen worden toegepast op elke raadpleging tussen de diensten over een wetgevingsvoorstel. In andere soortgelijke zaken heeft de Commissie dezelfde redenering gevolgd [34]. Het feit dat de Commissie geen specifieke voorbeelden en concrete bewijzen van het risico van openbaarmaking heeft verstrekt, is in strijd met de toepasselijke rechtspraak, volgens welke de instellingen van de Unie de gevraagde documenten specifiek en individueel moeten beoordelen [35].

43. De toegang tot een juridisch advies in het kader van een wetgevingsprocedure kan alleen worden geweigerd indien het juridisch advies bijzonder gevoelig is of een bijzonder ruime draagwijdte heeft. [36] Om te bepalen of een juridisch advies bijzonder gevoelig is, moet rekening worden gehouden met de inhoud van dat advies.[37]

44. Het volstaat niet dat het juridisch advies betrekking heeft op een controversieel wetgevingsinitiatief of een gevoelig gebied. Integendeel, de nieuwheid en het omstreden karakter van een dossier zijn elementen die openbaarmaking in hoge mate ondersteunen.[38] Een bijzondere gevoeligheid voor juridisch advies over nieuwe kwesties zou in de praktijk de openbaarmaking van een groot deel van dat juridisch advies belemmeren, aangezien instellingen juist bij de behandeling van nieuwe kwesties advies van hun juridische diensten vragen.[39]

45. De Ombudsman herhaalt ook dat er een groot openbaar belang is bij openbaarmaking, ook in het licht van de grondrechten die op het spel staan.[40] De behoefte aan transparantie is des te dringender wanneer, zoals in dit geval, fundamentele kwesties in het wetgevingsvoorstel aan bod komen. Wanneer de grondrechten van de burgers op het spel staan, is het van bijzonder belang dat de administratie het standpunt kan verdedigen dat zij heeft besloten in te nemen. Dit houdt onder meer in dat wordt uitgelegd waarom zij bepaalde elementen heeft voorgesteld om wet te worden en andere niet. Dat het publiek dergelijke keuzes in twijfel kan trekken, zelfs voordat een besluit wordt genomen, is volgens het Hof “een integraal onderdeel van de uitoefening door EU-burgers van hun democratische rechten”.[41] De Ombudsman neemt derhalve met bezorgdheid kennis van de opmerkingen die de Commissie heeft gemaakt met betrekking tot de betrokkenheid van het publiek bij deze belangrijke kwestie. Zij is van mening dat meer transparantie het publiek een beter inzicht in de onderhavige zaak zou kunnen geven en zo speculatie zou kunnen voorkomen.

46. Concluderend is de Ombudsman van oordeel dat het publiek aanzienlijk meer, zo niet volledige, toegang had moeten krijgen tot de documenten die de interne beraadslagingen en standpunten van de Commissie weerspiegelen.

47. In het licht van het bovenstaande is de Ombudsman van mening dat de Commissie opnieuw heeft nagelaten uitvoering te geven aan de duidelijke jurisprudentie die de EU-instellingen verplicht een bijzonder hoge mate van transparantie toe te passen op wetgevingsdocumenten. De Ombudsman bevestigt derhalve haar bevinding van wanbeheer.

48. Tot slot is het onduidelijk waarom de Commissie heeft begrepen dat de Ombudsman geen bezwaar heeft gemaakt tegen de niet-openbaarmaking van de uitwisselingen met Thorn op basis van de noodzaak om een lopend besluitvormingsproces te beschermen. Aangezien de Commissie (ten minste een deel) van de inhoudelijke uitwisselingen met alle andere belangenvertegenwoordigers openbaar heeft gemaakt die zij in antwoord op het verzoek om toegang van de klager had vastgesteld (met inbegrip van de uitwisselingen waarop de klacht geen betrekking had), is het onduidelijk waarom dit document ook niet gedeeltelijk openbaar is gemaakt.

Conclusie

Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende bevinding:

Hoewel de Ombudsman verheugd is over het feit dat de Commissie nu verdere toegang heeft verleend tot bepaalde categorieën documenten in deze zaak, bevestigt zij haar bevinding dat de weigering van de Europese Commissie om het publiek ruime toegang te verlenen tot de 33 documenten in kwestie wanbeheer vormde.

Klager en de Europese Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

Emily O'Reilly
Europese Ombudsman


Straatsburg, 10/01/2025

 

[1] Zie voor meer informatie: https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/internal-security/child-sexual-abuse_en#:~:text=The%20Commission%20will%20ensure%20that,sexual%20abuse%20and%20sexual%20exploitation

[2] Zie: https://home-affairs.ec.europa.eu/whats-new/communication-campaigns/euvschildsexual-abuse-campaign-prevent-and-combat-child-sexual-abuse_en.

[3] Voorstel voor een verordening tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=COM%3A2022%3A209%3AFIN.

[4] Zie bijvoorbeeld EDPS, briefingnota over het CSAM-voorstel: “The Point of No Return”, beschikbaar op: https://edps.europa.eu/data-protection/our-work/publications/factsheets/2023-10-23-briefing-note-csam-point-no-return_en. Zie ook de aanvullende effectbeoordeling van het Europees Parlement van april 2023: https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2023/740248/EPRS_STU(2023)740248_EN.pdf.

[5] Krachtens Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot het Europees Parlement, de Raad en de Commissie

documenten: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:32001R1049&from=EN.

[6] Documenten 9, 11 en 94.

[7] Documenten 14 en 94.

[8] Document 94.

[9] Documenten 106 en 110 tot en met 119.

[10] Documenten 11, 13, 14, 56 en 94.

[11] Documenten 9, 48 tot en met 50, 61 tot en met 69, 89 tot en met 92, 106 en 110 tot en met 119.

[12] Zie notulen van de vergadering van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement van 25 oktober 2023, agendapunt 8: https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/LIBE-PV-2023-10-25-1_EN.pdf.

[13] Overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

[14] Documenten 9 en 11.

[15] Arrest van het Hof van 4 september 2018, ClientEarth/Commissie, C-57/16, punt 109:

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A62016CJ0057&qid=1712587747391.

[16] Arrest van het Gerecht van 21 april 2021, Pech/Raad, T-252/19, punt 92:

https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=240171&pageIndex=0&doclang=EN&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=1916898.

[17] Documenten 110 tot en met 119.

[18] Document 14.

[19] De volledige tekst van de aanbeveling van de Ombudsman is beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/en/recommendation/en/185538.

[20] Document 9.

[21] Document 11.

[22] Document 14.

[23] Document 13.

[24] Documenten 61 tot en met 69.

[25] Zie: https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/12726-Fighting-child-sexual-abuse-detection-removal-and-reporting-of-illegal-content-online_en.

[26] Zie: https://balkaninsight.com/2023/09/25/who-benefits-inside-the-eus-fight-over-scanning-for-child-sex-content/.

[27] Document 14.

[28] Documenten 61, 62, 63, 64, 65.2, 65.3, 65.4, 66.1 tot en met 66.3, 66.6, 67.1, 68.2, 69.3, 69.5, 69.6 en 69.9 (effectbeoordeling) en documenten 89 tot en met 92 en 110 tot en met 119 (overleg tussen de diensten).

[29] ClientEarth/Commissie (zie voetnoot 15 hierboven).

[30] Zie het besluit over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot documenten in verband met haar voorstel voor een verordening betreffende de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens (zaak 1999/2022/SF), punten 33 e.v.: https://www.ombudsman.europa.eu/en/decision/en/179450#_ftnref22.

[31] Arrest ClientEarth/Commissie, reeds aangehaald, punten 87f. (zie voetnoot 15 hierboven).

[32] Arrest van het Gerecht van 15 september 2016, Philip Morris/Commissie, T-796/14, punten 55f: https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=183328&pageIndex=0&doclang=en&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=850120.

[33] Arrest van het Hof van 8 juni 2023, Raad/Pech, C-408/21 P, punt 92f: https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=274436&pageIndex=0&doclang=EN&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=13457842.

[34] Zie bijvoorbeeld het besluit in zaak 1999/2022/SF (voetnoot 30 hierboven) en het besluit over de wijze waarop het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie verzoeken om toegang van het publiek tot wetgevingsdocumenten behandelen (OI/4/2023/MIK): https://www.ombudsman.europa.eu/en/decision/en/196680.

[35] ClientEarth/Commissie (zie voetnoot 15 hierboven).

[36] Arrest van het Hof van 1 juli 2008, Zweden en Turco/Raad, C‑39/05 P en C‑52/05 P, punt 69: https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=67058&pageIndex=0&doclang=en&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=13457842.

[37] Raad/Pech, punt 61 (zie voetnoot 33 hierboven). https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=274436&pageIndex=0&doclang=EN&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=13457842.

[38] Arrest van het Gerecht, Miettinen/Raad van de EU, T-395/13, punt 37: https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?language=en&num=T-395/13.

[39] Ibidem, punten 42 f.

[40] Zie het advies van de Juridische Dienst van de Raad van de EU van 26 april 2023: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-8787-2023-INIT/en/pdf.

[41] Arrest ClientEarth/Commissie, reeds aangehaald, punt 108 (zie voetnoot 15 hierboven).

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!