Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 326 resultaten weergeven

Besluit betreffende de impliciete weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot documenten betreffende uitwisselingen met een organisatie en met het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) in verband met de bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen (zaak 1958/2025/NH)

Donderdag | 07 mei 2026

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot uitwisselingen tussen de Commissie, een in de VS gevestigde organisatie en Europol over seksueel misbruik van kinderen. De klager heeft zijn verzoek in november 2024 bij de Commissie ingediend.

De Commissie antwoordde voor het eerst in maart 2025. Zij heeft vastgesteld dat 14 documenten binnen het toepassingsgebied van het verzoek vielen, waarbij gedeeltelijke toegang tot 11 documenten werd verleend en toegang tot drie documenten in hun geheel werd geweigerd. Daarbij voerde de Commissie aan dat openbaarmaking de privacy, het algemeen belang op het gebied van de openbare veiligheid en haar eigen besluitvormingsproces zou kunnen ondermijnen.

Klager betwistte het besluit van de Commissie door in april 2025 een "bevestigend verzoek" in te dienen. Bij gebrek aan een antwoord wendde klager zich in juli 2025 tot de Ombudsman.

De Ombudsman opende een onderzoek naar de impliciete weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen en verzocht de Commissie als eerste stap zo spoedig mogelijk een uitdrukkelijk antwoord op het confirmatief verzoek van klager vast te stellen. Bij gebrek aan een antwoord binnen de gestelde termijn heeft het onderzoeksteam van de Ombudsman de betrokken documenten geïnspecteerd.

De Commissie antwoordde klager in maart 2026 en verleende (bredere) gedeeltelijke toegang tot alle 14 documenten. Klager heeft in zijn opmerkingen over het confirmatieve besluit van de Commissie de resterende redacties niet aangevochten. De Ombudsman was derhalve van oordeel dat de klacht over de impliciete weigering van de Commissie is afgehandeld door de gedeeltelijke toegang die nu is verleend. Niettemin betreurt de Ombudsman de vertraging die de Commissie heeft opgelopen bij de behandeling van het verzoek om toegang van klager, die zelfs na de opening van haar onderzoek voortduurde. De Ombudsman blijft de kwestie van vertragingen op basis van bij haar ingediende klachten nauwlettend volgen.

Besluit over de wijze waarop het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) een verzoek om toegang van het publiek tot documenten betreffende activiteiten ter bestrijding van smokkel in het Kanaal heeft behandeld (zaak 555/2025/MAS)

Vrijdag | 20 maart 2026

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten die in het bezit zijn van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) met betrekking tot zijn samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten, het VK en Frontex op het gebied van activiteiten ter bestrijding van smokkel in het Kanaal. Europol heeft vastgesteld dat 197 documenten binnen het toepassingsgebied van het verzoek vallen en heeft de toegang tot al deze documenten geweigerd. Door de toegang te weigeren, voerde Europol aan dat de openbaarmaking van de documenten de bescherming van het openbaar belang op het gebied van de openbare veiligheid en zijn internationale betrekkingen zou ondermijnen. 

Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft steekproeven van de betrokken documenten geïnspecteerd en een ontmoeting gehad met vertegenwoordigers van Europol. Op basis hiervan en gezien de ruime beoordelingsmarge waarover de EU-instellingen en -agentschappen beschikken wanneer zij van mening zijn dat de openbare veiligheid en de internationale betrekkingen in gevaar zijn, oordeelde de Ombudsman dat het besluit van Europol om de toegang van het publiek te weigeren niet kennelijk onjuist was.

Aangezien de betrokken openbare belangen niet kunnen worden vervangen door een ander openbaar belang dat belangrijker wordt geacht, heeft de Ombudsman het onderzoek afgesloten en vastgesteld dat er geen sprake was van wanbeheer door Europol.

Besluit over de follow-up door de Europese Commissie van een arrest van het Hof van Justitie van de EU dat Spanje het EU-recht heeft geschonden (zaak 2183/2024/(OAM)PGP)

Donderdag | 12 maart 2026

De zaak had betrekking op de tijd die de Europese Commissie nodig had om ervoor te zorgen dat Spanje een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot de nationale regels van Spanje inzake de aansprakelijkheid van de staat voor inbreuken op het EU-recht naleefde. Klager was bezorgd dat de Commissie niet tijdig doeltreffende maatregelen nam om ervoor te zorgen dat Spanje het arrest naleefde.  

De Ombudsman stelde vast dat de Commissie de zaak over het algemeen actief had gevolgd vanaf de vaststelling van het arrest. Hoewel er een periode van ongeveer een jaar was waarin geen gedocumenteerd spoor van enige actie van de Commissie te zien was, kon de tijd die nodig was om de zaak voort te zetten deels worden toegeschreven aan de situatie in Spanje. Bovendien achtte de Ombudsman het standpunt van de Commissie redelijk dat, wanneer een lidstaat zich bereid toont actie te ondernemen, een dialoog de meest efficiënte weg vooruit kan zijn.

De Ombudsman concludeerde derhalve dat, gezien de stappen die de Commissie tot dusver heeft ondernomen, waaronder de recente aanmaningsbrief aan Spanje, en gezien de omstandigheden van de zaak die het tijdschema van de maatregelen van de Commissie verklaren, op dat moment geen verder onderzoek gerechtvaardigd was en sloot de zaak af.

Besluit betreffende de weigering van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) om het publiek volledige toegang te verlenen tot een toespraak van zijn plaatsvervangend uitvoerend directeur over de toekomst van strafrechtelijke onderzoeken (zaak 3213/2025/PVV)

Vrijdag | 09 januari 2026

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot een toespraak van de plaatsvervangend uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol). Europol heeft vastgesteld dat een briefingnota met de desbetreffende toespraak binnen het toepassingsgebied van het verzoek om toegang van de klager valt. Het gaf ruime toegang tot het document, maar bewerkte een deel van de toespraak over organisatorische voorstellen en discussiepunten met betrekking tot de toekomst van het agentschap. Daarbij heeft Europol zich gebaseerd op twee uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten, met het argument dat openbaarmaking ervan het openbaar belang op het gebied van de openbare veiligheid en een besluitvormingsproces zou ondermijnen. 

Klager verzocht Europol zijn besluit te herzien (door een “bevestigend verzoek” in te dienen), maar Europol bleef bij zijn standpunt dat informatie over de toekomst van het Agentschap, waarover nog wordt beraadslaagd, niet openbaar kan worden gemaakt.

Op basis van een inspectie van het gevraagde document was de Ombudsman niet overtuigd door de uitleg van Europol dat verdere openbaarmaking ervan het openbaar belang op het gebied van de openbare veiligheid of het besluitvormingsproces rond de toekomst van het agentschap zou ondermijnen. De Ombudsman merkte echter op dat een zeer vergelijkbare discussie over de toekomst van Europol werd georganiseerd in de Gezamenlijke Parlementaire Controlegroep (GPC) inzake Europol en door het Europees Parlement werd gelivestreamd. In dit verband zag de Ombudsman geen nuttig doel in de voortzetting van haar onderzoek. Zij stelt echter voor dat Europol zijn standpunt heroverweegt in het licht van haar opmerkingen en de inhoud van de openbare discussie in de GPC, teneinde verdere toegang tot het gevraagde document te verlenen.