Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 671 resultaten weergeven
Besluit over de tijd die de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) nodig heeft om twee klachten te behandelen (zaak 3454/2025/TM)
Donderdag | 23 juli 2026
De zaak betrof de tijd die de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) nodig had om een besluit te nemen over twee klachten van dezelfde klager in 2023 over de verwerking van de persoonsgegevens van de klager.
In de loop van het onderzoek van de Ombudsman heeft de EDPS redelijke uitleg gegeven over de behandeling van de zaken en de vertraging. De EDPS heeft ook zijn voorlopige beoordeling van de aan de orde gestelde kwesties afgerond.
De Ombudsman merkte ook op dat de EDPS maatregelen heeft genomen om zijn achterstand weg te werken om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen, en sloot de zaak daarom af met de conclusie dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was.
Verzuim van de Europese Commissie om binnen de toepasselijke termijn een definitief besluit te nemen over een verzoek om toegang van het publiek tot de Spaanse versie van een leidraad
Woensdag | 22 juli 2026
Hoe de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) een selectieprocedure voor de EU-delegatie in Panama en daarmee verband houdende correspondentie heeft afgehandeld
Dinsdag | 21 juli 2026
Besluit over het uitblijven van een antwoord van de Europese Commissie op een confirmatief verzoek betreffende uitwisselingen met religieuze, levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties
Vrijdag | 10 juli 2026
Hoe het Asielagentschap van de Europese Unie aantijgingen van schendingen van de grondrechten bij zijn activiteiten in Griekenland aanpakt
Dinsdag | 07 juli 2026
Aanbeveling over de wijze waarop het Asielagentschap van de Europese Unie beschuldigingen van schendingen van de grondrechten bij zijn activiteiten in Griekenland aanpakt (zaak 229/2024/AML)
Donderdag | 02 juli 2026
De zaak betrof de manier waarop het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA) beschuldigingen van schendingen van de grondrechten bij zijn activiteiten op het Griekse eiland Samos heeft aangepakt. De klagers waren bezorgd dat de manier waarop de in de asielondersteuningsteams van het EUAA ingezette caseworkers gesprekken voerden met kwetsbare asielzoekers in strijd was met het EU-recht, en dat het EUAA dit niet had aangepakt. Daarnaast maakten de klagers zich zorgen over de manier waarop het EUAA omging met de meldingen van pushbacks van asielzoekers.
De Ombudsman constateerde dat het EUAA er ten tijde van de klacht niet voor had gezorgd dat de in zijn asielondersteuningsteams ingezette caseworkers bereid waren om naar behoren gesprekken te voeren met kwetsbare asielzoekers, onder meer over de wijze waarop rekening kan worden gehouden met indicatoren van kwetsbaarheden wanneer deze zich voor het eerst tijdens het asielgesprek voordoen. De Ombudsman constateerde voorts dat het EUAA kwetsbare asielzoekers geen passende procedure had geboden om tijdens interviews gemaakte fouten te melden en dergelijke verslagen door het EUAA te laten beoordelen. De Ombudsman stelde vast dat dit wanbeheer vormde en deed vier aanbevelingen aan het EUAA om de tekortkomingen aan te pakken.
De Ombudsman zond deze aanbevelingen ook naar haar tegenhangers van het Europees netwerk van ombudsmannen (ENO), waarin zij hun mening vroeg over de wijze waarop de naleving van de grondrechten wordt gewaarborgd in de samenwerking tussen EUAA-casewerkers en nationale asielambtenaren.
Daarnaast stelde de Ombudsman belangrijke tekortkomingen vast met betrekking tot de wijze waarop het EUAA omging met de openbaarmaking door asielzoekers van ervaringen met pushbacks tijdens interviews. Toen het EUAA tijdens het onderzoek van de Ombudsman begon met de uitvoering van maatregelen om deze tekortkomingen te verhelpen, constateerde zij geen wanbeheer, maar deed zij in plaats daarvan twee suggesties voor verbetering.
Besluit over de behandeling door de Europese Commissie van een verzoek van de coördinator van de Commissie voor de bestrijding van antisemitisme en de bevordering van het Joodse leven om toegang van het publiek tot documenten in verband met de kosten van een werkreis naar Israël (zaak 3286/2025/KR)
Maandag | 29 juni 2026
Deze zaak betrof de behandeling door de Europese Commissie van het verzoek van een journalist om toegang van het publiek tot documenten in verband met een werkreis naar Israël door de coördinator van de Commissie voor de bestrijding van antisemitisme en de bevordering van het Joodse leven. De Commissie heeft geweigerd het bestaan van dergelijke documenten te bevestigen of te ontkennen, onder verwijzing naar de EU-regels inzake gegevensbescherming. Zij voerde aan dat zelfs de erkenning van het bestaan van dergelijke documenten zou neerkomen op een doorgifte van persoonsgegevens, zonder dat dit noodzakelijk was voor een specifiek doel van algemeen belang, hetgeen zij concludeerde dat klager niet had aangetoond.
Tijdens het onderzoek bevestigde de Commissie aan het onderzoeksteam van de Ombudsman dat de reis had plaatsgevonden en dat zij de kosten voor deze reis had gedekt, waardoor de door klager geuite kernproblemen op het gebied van transparantie werden aangepakt.
De Ombudsman constateerde dat er een algemeen belang was bij publieke controle van de beroepsactiviteiten van de coördinator, gezien de zichtbaarheid van de rol en de gevoeligheid van het onderwerp. Nadat de Commissie de werkreis had bevestigd en de kosten overeenkomstig de toepasselijke regels had gedekt, was de Ombudsman echter van mening dat was voldaan aan het algemeen belang bij de controle van de beroepsactiviteiten van de coördinator.
De Ombudsman deed de Commissie echter een suggestie voor verbetering, namelijk dat zij proactief samenvattingen van de officiële activiteiten van de coördinator zou moeten publiceren, met inbegrip van informatie over werkreizen, om de transparantie te vergroten.
De Ombudsman sloot de zaak en concludeerde dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was.
Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie ervoor zorgt dat Roemenië een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de onrechtmatige weigering om identiteitskaarten af te geven aan Roemeense burgers die in andere lidstaten woonachtig zijn, volledig uitvoert (zaak 244/2025/JN)
Dinsdag | 09 juni 2026
De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie ervoor zorgt dat Roemenië een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de onrechtmatige weigering om identiteitskaarten af te geven aan Roemeense burgers die in andere lidstaten woonachtig zijn, volledig uitvoert.
De Ombudsman constateerde dat de kwestie op nationaal niveau leek te evolueren en dat de Commissie de situatie actief en met redelijke tussenpozen had gevolgd.
De Ombudsman sloot de zaak af met de conclusie dat verder onderzoek in dit stadium niet gerechtvaardigd is. De Ombudsman heeft de Commissie echter verzocht haar binnen zes maanden op de hoogte te houden van haar beoordeling van de naleving van het arrest door Roemenië en van eventuele verdere maatregelen van de Commissie.
Hoe het Europees Parlement gebruikmaakt van/verwijst naar online socialemediaplatforms
Dinsdag | 02 juni 2026
Hoe de Europese Commissie een inbreukklacht tegen Italië over vermeende schendingen van de rechtsstaat en daarmee verband houdende correspondentie heeft behandeld
Woensdag | 13 mei 2026
Het verzuim van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) om te reageren op een verzoek om feedback van een kandidaat in een aanwervingsprocedure (RCT-2025-00107)
Dinsdag | 12 mei 2026
Besluit over het uitblijven van een antwoord van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) op een confirmatief verzoek (zaak 590/2026/AGU)
Maandag | 11 mei 2026
Verzuim van de Europese Commissie (Europe Direct) om een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met de oorlog in Iran te registreren
Vrijdag | 08 mei 2026
Besluit over de wijze waarop de EU en andere organen klachten en verzoeken hebben behandeld
Dinsdag | 21 april 2026
Hoe heeft de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met haar uitwisselingen met de Hongaarse regering over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht behandeld?
Donderdag | 16 april 2026
Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met haar uitwisselingen met de Hongaarse regering over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht heeft behandeld (zaak 849/2024/PVV)
Donderdag | 16 april 2026
Klager verzocht de Europese Commissie om toegang van het publiek tot documenten over haar contacten met de Hongaarse regering over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in het kader van de beoordeling door de Commissie van de subsidiabiliteit van Hongarije voor cohesiefondsen. Na overleg met de Hongaarse autoriteiten heeft de Commissie de toegang tot sommige documenten geweigerd, met een beroep op twee uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten. Meer in het bijzonder voerde de Commissie aan dat openbaarmaking het doel van haar onderzoek met betrekking tot de subsidiabiliteit van Hongarije voor cohesiefondsen en haar besluitvormingsproces zou ondermijnen. Klager verzocht de Commissie haar besluit te herzien (door een “bevestigend verzoek” in te dienen). Toen de Commissie niet binnen de toepasselijke termijnen antwoordde, wendde klager zich tot de Ombudsman.
De Ombudsman heeft een onderzoek geopend naar de impliciete weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot de gevraagde documenten. Tijdens het onderzoek van de Ombudsman heeft de Commissie haar confirmatief besluit vastgesteld. Zij handhaafde haar besluit om de toegang te weigeren, maar beriep zich op een aanvullende uitzondering, met het argument dat het Europees Parlement inmiddels een gerechtelijke procedure ter zake had ingeleid, en dat openbaarmaking deze lopende procedure zou kunnen ondermijnen.
Uit de inspectie van de Ombudsman is gebleken dat de gevraagde documenten de zelfbeoordeling van Hongarije, de door de Commissie aan de Hongaarse autoriteiten toegezonden formele vragenlijsten en de officiële antwoorden van de relevante Hongaarse autoriteiten op die vragen bevatten. De gevraagde documenten vormen dus de basis voor het besluit van de Commissie waartegen het Parlement een gerechtelijke procedure heeft ingeleid. Zij zijn niet opgesteld ten behoeve van de specifieke gerechtelijke procedure, noch bevatten zij gedurende de gehele procedure interne rechtsopvattingen over omstreden kwesties.
De Ombudsman was van mening dat de Commissie onvoldoende had aangetoond hoe de openbaarmaking van de documenten de gerechtelijke procedure in kwestie kon ondermijnen. De Ombudsman was ook niet overtuigd door het argument van de Commissie dat openbaarmaking haar onderzoek zou kunnen ondermijnen. Daarnaast benadrukte de Ombudsman dat het belangrijk is het publiek te informeren over de acties van de Commissie en de Hongaarse autoriteiten om de financiële belangen van de EU te beschermen en ervoor te zorgen dat de rechtsstaat wordt geëerbiedigd. Daarom was de Ombudsman van mening dat de weigering van de Commissie om een breed publiek toegang te verlenen tot de gevraagde documenten wanbeheer vormde en beval hij de Commissie aan haar standpunt over het verzoek om toegang te heroverwegen.
In antwoord hierop bevestigde de Commissie haar standpunt dat openbaarmaking van de gevraagde documenten de sereniteit van de gerechtelijke procedures van het Parlement en zijn onderzoek naar de subsidiabiliteit van Hongarije voor cohesiefondsen zou ondermijnen. De Ombudsman constateerde echter dat de Commissie geen overtuigende uitleg gaf waarom geen ruimere toegang tot deze documenten kon worden verleend. Daarom bevestigde de Ombudsman haar bevinding van wanbeheer en sloot zij de zaak.
Verzuim van het Europees Parlement om te antwoorden op correspondentie over de Europese Ombudsman
Maandag | 13 april 2026
Besluit over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot haar met redenen omkleed advies over de omzetting van de richtlijn bescherming klokkenluiders in België (zaak 372/2026/PVV)
Donderdag | 09 april 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot het met redenen omkleed advies dat de Europese Commissie naar België heeft gestuurd in het kader van een inbreukprocedure met betrekking tot de omzetting van de richtlijn bescherming klokkenluiders.
De Commissie heeft de toegang tot het document geweigerd, dat deel uitmaakt van het dossier van een lopende inbreukprocedure. Daarbij heeft de Commissie zich gebaseerd op een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking, gebaseerd op de noodzaak om het doel van een lopend onderzoek te beschermen. Ontevreden over dit resultaat wendde klager zich tot de Ombudsman.
Hoewel de Ombudsman van mening was dat een adequate bescherming van klokkenluiders van essentieel belang is, heeft zij op basis van de inspectie van het litigieuze document vastgesteld dat de Commissie zich op het algemene vermoeden van niet-openbaarmaking mocht baseren om de toegang tot het document te weigeren. Daarom heeft zij de zaak gesloten.