Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Text zoeken

Soort document

Betrokken instelling

Soort schikking

Zaaknummer

Taal

Datum marge

Trefwoorden

Grondrechten

Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 398 resultaten weergeven

Decision in case 1015/2020/MMO against the European Commission for not inviting a person with disabilities for an interview

Woensdag | 21 april 2021

The case concerned the fact that the European Commission never invited the complainant, a person with a disability, for an interview although he had passed an EU staff selection procedure in the field of food safety and had been included on a shortlist from which successful candidates may be recruited. The complainant argued that he had been discriminated against because of his disability.

The Ombudsman found no indication that the Commission had discriminated against the complainant. In view of this, and given that the shortlist of successful candidates in which the complainant was included is no longer valid, the Ombudsman concluded that no further inquiries into the complaint were justified.

Decision in case 58/2021/MIG on the European Commission's refusal to grant public access to documents used in preparing the chapters on Germany and Hungary in its 2020 'Rule of law report'

Donderdag | 15 april 2021

The case concerned a request for public access to the documents that the European Commission assessed or drew up in relation to its 2020 ‘Rule of law report’, and, in particular, the chapters on Germany and Hungary. The complainant turned to the Ombudsman after the Commission had implicitly refused to give access.

In the course of the inquiry, the Commission issued an explicit decision granting the complainant unrestricted access to 26 documents and wide access to 65 documents. It also informed the complainant that he could now make a new request for review. The Ombudsman closed the case on this basis.

While acknowledging the significant number of documents at stake, many of which originated from third parties, the Ombudsman regrets the delay that has occurred in this case and urges the Commission to ensure that the complainant receives a swift reply should he request a review of its decision.

Besluit in zaak 233/2021/OAM over de wijze waarop het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) is omgegaan met een verzoek om toegang van het publiek tot documenten met betrekking tot traceringsgegevens van vaartuigen die worden gebruikt bij zeeoperaties van Frontex

Dinsdag | 30 maart 2021

De zaak betreft de weigering van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) om het publiek toegang te geven tot de trackinggegevens van verschillende vaartuigen die bij zijn maritieme operaties in de Egeïsche Zee worden gebruikt. De klager vroeg om toegang tot bepaalde gegevens over de locatie van de vaartuigen. Frontex had aanvankelijk verschillende documenten met locatiegegevens geïdentificeerd, maar weigerde het publiek daartoe toegang te verlenen omdat dit het openbaar belang van de openbare veiligheid zou ondermijnen. In zijn definitieve antwoord verklaarde Frontex dat het niet in het bezit was van documenten die de gevraagde specifieke gegevens bevatten.

De Ombudsman deed onderzoek naar de kwestie en bevestigde dat Frontex in feite geen documenten in zijn bezit had die de gevraagde specifieke gegevens bevatten. Hij heeft niettemin het inhoudelijke standpunt van Frontex ten aanzien van documenten met soortgelijke gegevens, onder meer over de plaatsbepaling van vaartuigen, onderzocht en geoordeeld dat de weigering gerechtvaardigd was.

De Ombudsman verzocht Frontex te zorgen voor een consistente aanpak wanneer het antwoordt op verzoeken om toegang van het publiek tot documenten. Frontex moet met name zorgvuldig nagaan welke documenten het in zijn bezit heeft en de aanvragers uitgebreide uitleg geven.

 

Besluit in zaak 874/2020/MIG over de behandeling door de Europese Commissie van een klacht over de publieke reactie van de vicevoorzitter voor Democratie en Demografie van de Commissie op kritische verslaggeving in de media

Vrijdag | 26 maart 2021

De zaak betrof een klacht gericht aan de Europese Commissie waarin bezorgdheid werd geuit over de manier waarop de vicevoorzitter van de Commissie voor Democratie en Demografie in het openbaar had gereageerd op kritische berichtgeving in de media, met name op opmerkingen die zij had gemaakt tijdens een inbelprogramma op de Kroatische televisie. De klager was van mening dat de verklaringen van de vicevoorzitter niet verenigbaar waren met haar verplichtingen als Eurocommissaris en was ontevreden over de wijze waarop de Commissie had gereageerd op de in zijn klacht aangekaarte kwesties.

De Ombudsman stelde vast dat de verklaringen van de vicepresident aldus konden worden begrepen dat de media geen kritische opmerkingen over publieke figuren mogen uitzenden of publiceren. Het feit dat de verklaringen ook zo werden opgevat, blijkt duidelijk uit de publieke reactie, waaronder deze klacht en de berichtgeving in de media die op het incident volgde. Daarom achtte de Ombudsman de verklaringen misplaatst.

Na het incident hebben de vicevoorzitter en de Commissie verklaard dat zij de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid en de pluriformiteit van de media volledig steunen. De vicevoorzitter verklaarde verder dat het niet haar bedoeling was de onafhankelijkheid van de media te ondermijnen.

Hoewel de Ombudsman verheugd is over deze verklaringen, betreurt hij dat noch de Commissie noch de vicevoorzitter verontschuldigingen heeft aangeboden in verband met het incident. Dat had de publieke verontrusting over de uitlatingen enigszins kunnen wegnemen.

De Ombudsman sluit haar onderzoek af met een oproep aan de Commissie om de Eurocommissarissen eraan te herinneren dat zij de nodige voorzichtigheid dienen te betrachten wanneer zij publieke verklaringen afleggen.