FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit in de gevoegde zaken 897/2019/JAP en 1360/2019/JAP over de wijze waarop het Europees Instituut voor gendergelijkheid de bezorgdheid van de klager over de oneerlijke behandeling van uitzendkrachten en zijn vermeende misleidende publieke verklaringen heeft aangepakt

Achtergrond van de klacht

1. Een aantal voormalige uitzendkrachten, in dienst van een uitzendbureau maar werkzaam bij het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE), heeft bij de Litouwse arbeidsinspectie (Inspectie) een klacht ingediend wegens schending van het nationale arbeidsrecht en het beginsel van gelijke behandeling. De Inspectie koos de kant van de klagers en kende hen een schadevergoeding toe. De betrokken uitzendonderneming heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de nationale rechter. In februari 2019 heeft de districtsrechtbank van Vilnius uitspraak gedaan ten gunste van de voormalige tijdelijke functionarissen, die recht hadden op dezelfde bezoldiging als het statutair personeel van EIGE.

2. In maart 2019 heeft EIGE een publieke verklaring afgelegd over de uitspraak van de rechtbank. Zij merkte op dat zij ervoor had gezorgd dat het gehele proces met betrekking tot de verlening van interimdiensten “juridisch en passend” was. De selectie van de uitzendbureaus was gebaseerd op een openbare aanbestedingsprocedure. Bovendien vervullen tijdelijke functionarissen geen vaste functies en mogen zij evenmin taken uitvoeren die alleen aan statutair personeel mogen worden toegewezen. Tot slot heeft het EIGE verklaard dat het zich heeft verbonden tot een eerlijke en gelijke behandeling van alle personeelsleden, met volledige inachtneming van het rechtskader voor hun arbeidsovereenkomsten.

3. Tegen deze achtergrond werkte klager vroeger als uitzendkracht bij EIGE, maar was hij in dienst van twee verschillende personeelsbedrijven. Toen hij hoorde van het vonnis van de Litouwse rechtbank, vond hij dat hij ongelijk was behandeld. Daarom heeft hij EIGE in april 2019 schriftelijk verzocht om schadevergoeding, met het argument dat de omvang van zijn taken bij EIGE vergelijkbaar was met die van het statutair personeel.

4. Na kennis te hebben genomen van de publieke verklaring van EIGE over de uitspraak van de Litouwse rechtbank, voelde klager zich misleid. In juni 2019 schreef hij opnieuw aan EIGE, met het argument dat het misleidende publieke verklaringen over de arbeidsomstandigheden van uitzendkrachten had verspreid. 

Antwoord van EIGE aan de klager

5. In mei 2019 merkte EIGE op dat, bij gebreke van een directe contractuele relatie, zijn verzoek “beter bij [de] uitzendbureaus [zou kunnen] worden geplaatst [waar hij vroeger voor werkte]”. Het verduidelijkte ook dat de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (RAP) niet op hem van toepassing was. De financiële rechten die tijdelijke functionarissen aan de RAP ontlenen, strekten zich derhalve niet uit tot uitzendkrachten.

6. In het antwoord van EIGE werd niets gezegd over de gelijkenissen tussen de taken van klager en die van het statutair personeel. Bovendien ontving klager geen antwoord op zijn e-mail over de misleidende publieke verklaringen. Klager was ontevreden over het gedrag van EIGE ter zake en wendde zich in respectievelijk mei en juli tot de Ombudsman.

7. De Ombudsman verzocht EIGE in te gaan op de argumenten van klager over de vergelijkbaarheid van de uitgevoerde taken en op zijn bezorgdheid over de vermeende misleidende aard van de publieke verklaringen van EIGE.

8. In juli 2019 bood EIGE zijn excuses aan voor de vertraging en pakte het de in beide klachten aan de orde gestelde kwesties aan. EIGE merkte op dat de gerechtelijke procedure in de door klager genoemde zaak nog loopt. EIGE was een derde partij in deze lopende procedure, die momenteel aanhangig is bij het Litouwse hooggerechtshof. De tenuitvoerlegging van het oorspronkelijke bestreden arrest is dus opgeschort. 

9. Met betrekking tot de argumenten inzake de soortgelijkheid van taken merkte het op dat het zijn “rol [was] om het [wettelijk personeelslid] te ondersteunen bij de technische productie van de publicaties van EIGE”. De aan het uitzendbureau verstrekte takenlijst omvatte onder meer het beheer van de productiestroom en redactionele controles. Hoewel bepaalde taken vergelijkbaar waren met die van het statutair personeelslid, was en kon de totale reikwijdte ervan niet dezelfde zijn. EIGE verwees voorts naar voorbeelden van de beperkingen die aan de taken van de klager zijn opgelegd, bijvoorbeeld op begrotingsgebied.

10. Hoewel klager betrokken was bij de eerste fase van dergelijke taken, werden deze verder geverifieerd door de statutaire personeelsleden en goedgekeurd door de ordonnateur. Volgens het toepasselijke rechtskader, met inbegrip van het Financieel Reglement van de EU, mogen uitzendkrachten geen taken en verantwoordelijkheden van een financiële actor uitvoeren. Daarom concludeerde EIGE dat de taken van klager beperkt waren in vergelijking met die van zijn statutaire personeelsleden.

11. EIGE was het verder niet eens met zijn argumenten over misleidende informatie in zijn publieke verklaringen. Haar verklaring was duidelijk dat uitzendkrachten geen taken kunnen uitvoeren die aan de statutaire personeelsleden moeten worden toegewezen, met inbegrip van de uitvoering van de begroting. Dit was in overeenstemming met de praktijk om taken met een beperkte reikwijdte toe te wijzen aan tijdelijke functionarissen. EIGE merkte op dat deze conclusie was gebaseerd op een grondige analyse van de verschillen tussen de taken.

Bevindingen van de Europese Ombudsman

12. EIGE heeft nu de e-mail van klager beantwoord en de openstaande kwesties aangepakt. Zij heeft derhalve het procedurele aspect van beide grieven geregeld.

13. Wat de inhoudelijke antwoorden van EIGE betreft, acht de Ombudsman deze redelijk. Aangezien klager door de uitzendbureaus was ingehuurd, bestond er geen rechtstreekse contractuele relatie tussen hem en EIGE. Het is dus duidelijk dat hij niet als statutair personeelslid kon worden beschouwd en geen aanspraak kon maken op de rechten uit hoofde van de RAP. Haar antwoord op deze vraag was juist. Het voorstel van EIGE om rechtstreeks contact op te nemen met de voormalige werkgever van klager met een verzoek om schadevergoeding was ook correct.

14. Bovendien verstrekte EIGE de klager een uitputtend antwoord waarin alle aangevoerde argumenten werden behandeld. De uitleg over de verschillen tussen de taken van het interim- en het statutair personeel is overtuigend. Tot slot weerspiegelt de publieke verklaring van het EIGE zijn officiële standpunt en is deze in overeenstemming met de voorbeelden van verschillen in taken waarnaar in zijn antwoord aan de klager wordt verwezen.

15. De algemene kwestie van de vermeende ongelijke behandeling van uitzendkrachten is het voorwerp van een lopende gerechtelijke procedure. De Ombudsman is derhalve niet in staat de resultaten te verkrijgen die klager verwacht. Hij kan daarom overwegen contact op te nemen met zijn voormalige werkgevers, de Inspectie of juridisch advies in te winnen over de beschikbare verhaalsmogelijkheden, met het oog op het verkrijgen van de gewenste vergoeding.

16. Op basis van de door klager verstrekte informatie stelt de Ombudsman vast dat er in dit geval geen sprake is van wanbeheer door EIGE [1].

 

Marta Hirsch-Ziembińska

Hoofd Onderzoeken en ICT - Eenheid 1

Straatsburg, 05/08/2019

 

[1] Deze klacht is behandeld in het kader van gedelegeerde behandeling van zaken, overeenkomstig artikel 11 van het besluit van de Europese Ombudsman tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen.

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!