Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 318 resultaten weergeven

Aanbeveling over de wijze waarop het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) is omgegaan met beschuldigingen van intimidatie door een functionaris van het permanente korps van categorie 2 (zaak 456/2024/MIK)

Vrijdag | 23 januari 2026

De zaak betrof het verzuim van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) om een inhoudelijk antwoord te geven op een administratieve klacht in verband met beschuldigingen van intimidatie en onregelmatigheden door een functionaris van het permanente korps van categorie 2.

De klager diende de administratieve klacht in maart 2023 in bij Frontex. Frontex antwoordde dat, in tegenstelling tot eerdere informatie die het aan klager had verstrekt, deze laatste niet het recht had om een dergelijke klacht in te dienen. Bijgevolg zou hij geen inhoudelijk antwoord krijgen. In de loop van het onderzoek van de Ombudsman zei Frontex echter dat het de klager uiterlijk in november 2024 een algemeen inhoudelijk antwoord zou geven. Frontex heeft dit antwoord pas in december 2025 aan de klager verstrekt. De Ombudsman stelde vast dat de inconsistente informatie die aan klager werd verstrekt en de flagrante vertraging bij het beantwoorden van de klacht wanbeheer vormen. De Ombudsman achtte het echter niet nodig een aanbeveling te doen, aangezien Frontex nu een inhoudelijk antwoord aan klager heeft gegeven.

Bovendien bleek uit het onderzoek van de Ombudsman dat er geen doeltreffend klachten- en verhaalmechanisme is voor functionarissen van categorie 2, zoals in intimidatiesituaties bij Frontex. De Ombudsman concludeerde dat dit een systemische kwestie is die ook wanbeheer vormt.

De Ombudsman heeft de raad van bestuur van Frontex aanbevolen een doeltreffend klachten- en beroepsmechanisme in te voeren bij de komende herziening van het rechtskader voor functionarissen van categorie 2.

Besluit over het optreden van de Europese Commissie met betrekking tot de wijze waarop haar Paymaster Office (PMO) met een personeelslid heeft gecommuniceerd over kwesties op het gebied van toegankelijkheid en handicaps (1234/2024/ET)

Woensdag | 30 juli 2025

De zaak betrof het feit dat een personeelslid van het Paymaster Office (PMO) van de Europese Commissie per ongeluk een e-mail naar klager stuurde, wat hij beledigend vond.

De Ombudsman stelde vast dat de inhoud van de e-mail in kwestie inderdaad ongepast was, maar was van mening dat de Commissie passende maatregelen had genomen om de kwestie aan te pakken, met name door zich bij de klager te verontschuldigen en maatregelen te nemen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen, met name door personeelsleden te herinneren aan hun verplichting om beleefd te communiceren.

De Ombudsman sloot de zaak af met de conclusie dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was.  

Besluit over de wijze waarop het Europees Bureau voor personeelsselectie is omgegaan met een verzoek van een pas bevallen kandidaat om een test in een selectieprocedure voor deskundigen op het gebied van technische ondersteuning te verplaatsen (EPSO/AD/391/21-1) (zaak 288/2024/RVK)

Dinsdag | 04 februari 2025

De zaak betrof de wijze waarop het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) een verzoek van een pas bevallen kandidaat om een mondeling examen (interview) in een selectieprocedure voor deskundigen op het gebied van technische ondersteuning te verplaatsen, heeft behandeld. EPSO had ermee ingestemd om één gesprek te verplaatsen, maar had het verplaatst naar dezelfde dag als een ander gesprek in verband met de selectieprocedure. Klager was ontevreden over de wijze waarop EPSO haar administratieve klacht over deze kwestie had behandeld.

De Ombudsman was van mening dat het niet redelijk was voor EPSO om twee tests op dezelfde dag in te plannen, aangezien alle andere kandidaten de tests op afzonderlijke dagen konden afleggen. Dit was bijzonder moeilijk voor de klager, aangezien zij onlangs was bevallen. De wijze waarop EPSO het verzoek heeft behandeld, vormde dus wanbeheer. Om dit probleem aan te pakken, deed de Ombudsman een voorstel aan EPSO om een dialoog met klager aan te gaan teneinde een passende en eerlijke oplossing te vinden.

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie is omgegaan met het verzoek van een persbureau om te worden toegevoegd aan een mailinglijst voor persberichten waarvoor een embargo geldt (zaak 477/2023/EIS)

Maandag | 11 november 2024

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie omging met het verzoek van een journalist die bij een persbureau werkt om te worden toegevoegd aan een mailinglijst voor persberichten waarvoor een embargo geldt, met name voor de “Euro-indicatoren” van Eurostat, die regelmatig economische statistische informatie verstrekken. Eurostat, dat deel uitmaakt van de Commissie, heeft geweigerd de journalist aan de lijst toe te voegen omdat het heeft verklaard dat alleen journalisten of agentschappen die van de Commissie een media-“accreditatie” hadden gekregen, op dergelijke distributielijsten konden worden opgenomen. Het was niet mogelijk voor de journalist of zijn persbureau om accreditatie te krijgen, omdat zij niet voldeden aan een van de voorwaarden, namelijk dat het agentschap of een journalist bij het agentschap in België is gevestigd. Klager voerde aan dat deze praktijk discriminerend was en betekende dat alleen grotere mediaorganisaties met voldoende financiële middelen die zich journalisten in België konden veroorloven, onder embargo geplaatste informatie konden ontvangen.

De Ombudsman oordeelde dat het redelijk was dat de Commissie woonplaats in België als voorwaarde voor accreditatie opnam als het gaat om toegang tot de fysieke gebouwen van de EU-instellingen in Brussel. Zij was echter van mening dat het opnemen van een woonplaatsvereiste in België als voorwaarde voor opname op distributielijsten voor leden van de media onevenredig was.

De Ombudsman sloot het onderzoek af met een bevinding van wanbeheer en verzocht de Commissie binnen zes maanden verslag uit te brengen om haar op de hoogte te stellen van de maatregelen die zij had genomen om de situatie aan te pakken.