Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 495 resultaten weergeven

Besluit in zaak 1641/2015/ZA betreffende de weigering van het Europees Bureau voor personeelsselectie om de klager toe te staan in het kader van twee vergelijkende onderzoeken een aanvraag in te dienen voor de aanwerving van vertalers en het niet uitleggen van de redenen voor de toepassing van deze praktijk

Dinsdag | 17 juli 2018

De zaak betrof de praktijk van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om kandidaten niet toe te staan om te solliciteren voor meer dan één vergelijkend onderzoek voor de aanwerving van EU-ambtenaren, zelfs als zij aan de criteria voldeden. EPSO weigerde klager te laten solliciteren in het kader van twee vergelijkende onderzoeken voor de aanwerving van vertalers voor de EU-instellingen, en legde de redenen voor de toepassing van deze praktijk niet overtuigend uit.

De Ombudsman stelde vast dat deze praktijk tot gevolg kan hebben dat de aanwerving van de meest gekwalificeerde personen wordt belemmerd en dat EPSO derhalve overtuigend moet kunnen motiveren waarom het deze praktijk toepast. De Ombudsman constateerde dat het verzuim van EPSO´ om klager een dergelijke motivering te geven, neerkwam op wanbeheer. Zij was ook van mening dat elke voortzetting van de praktijk, bij gebreke van een solide motivering, noodzakelijkerwijs ook wanbeheer zou vormen. Daarom heeft de Ombudsman EPSO aanbevolen zijn beleid met betrekking tot deze praktijk onmiddellijk te herzien.

Als reactie hierop heeft EPSO een interne reflectiegroep opgericht om een gedetailleerde effectbeoordeling uit te voeren van elke beleidswijziging op dit gebied. De beoordeling zal uiterlijk in december 2018 aan de raad van bestuur van EPSO worden voorgelegd. Het bestuur moet de definitieve beslissing nemen. Aangezien EPSO gevolg geeft aan haar aanbeveling, heeft de Ombudsman besloten de zaak te sluiten.

Besluit in zaak 1333/2015/MDC betreffende het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om klager uit te sluiten van een vergelijkend onderzoek op grond van het feit dat zijn diploma niet relevant was

Woensdag | 23 mei 2018

Klager werd in 2013 uitgesloten van een vergelijkend onderzoek voor de aanwerving van administrateurs op het gebied van audit door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO). Hij werd uitgesloten op grond van het feit dat zijn academische kwalificaties niet voldoende relevant waren voor de geadverteerde functie. Klager wees er in zijn klacht bij de Europese Ombudsman op dat verschillende kandidaten die in 2010 tot hetzelfde vergelijkend onderzoek waren toegelaten, dezelfde of minder relevante diploma's hadden dan zijn diploma. Hij voerde aan dat indien de kwalificaties van de andere kandidaten in 2010 toereikend waren, zijn diploma ook in 2013 toereikend zou moeten zijn.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat het vergelijkend onderzoek voor 2013 hetzelfde vergelijkend onderzoek was als het vergelijkend onderzoek dat oorspronkelijk in 2010 werd gehouden en dat in 2013 dezelfde criteria inzake kwalificaties moesten gelden als in 2010. De Ombudsman constateerde wanbeheer door EPSO en beval EPSO aan de jury te verzoeken haar besluit over de kwalificaties van klager te herzien.

EPSO weigerde de aanbeveling van de Ombudsman te aanvaarden zonder

overtuigende redenen voor zijn standpunt. De Ombudsman sloot de zaak daarom af met een bevinding van wanbeheer.

Besluit in zaak 1455/2015/JAP betreffende de voorwaarden voor een door het Europees Bureau voor personeelsselectie georganiseerd vergelijkend onderzoek in een testcentrum

Dinsdag | 07 november 2017

De zaak betrof de behandeling door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) van een klacht over de voorwaarden in een testcentrum voor een vergelijkend onderzoek voor EU-ambtenaren. Klager had een computer naast de toegangsdeur gekregen en beweerde dat de verstoring die werd veroorzaakt door mensen die de kamer binnenkwamen en verlieten, haar prestaties negatief beïnvloedde. Haar pogingen om haar zorgen door het personeel van het testcentrum te laten behandelen, mislukten en zij diende vervolgens een klacht in bij EPSO. Ontevreden over de manier waarop EPSO met haar klacht omging, wendde zij zich vervolgens tot de Ombudsman.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en verzocht EPSO de klacht grondiger te onderzoeken. Het onderzoeksteam van de Ombudsman had ook een ontmoeting met vertegenwoordigers van EPSO en de contractant die verantwoordelijk is voor het beheer van de tests, en bezocht een testcentrum in het hoofdkantoor van EPSO. De Ombudsman concludeerde dat verder onderzoek in deze zaak over het algemeen niet gerechtvaardigd was; zij deed echter een aantal suggesties voor verbetering aan EPSO.

Besluit in zaak OI/14/2015/ZA betreffende een selectieprocedure voor een ambt bij de EU-delegatie in Albanië

Maandag | 10 juli 2017

De zaak betrof een selectieprocedure voor een functie bij de EU-delegatie in Albanië. Klager was ontevreden over het feit dat zij niet op de shortlist voor de functie was geplaatst, aangezien zij van mening was dat zij aan alle vereiste criteria voldeed. Zij verzocht om informatie over haar sollicitatie en de redenen waarom zij niet op de shortlist stond. De delegatie heeft niet tijdig op haar verzoek geantwoord.

De Ombudsman onderzocht de zaak. In de loop van het onderzoek beantwoordde de delegatie de klacht en loste zij dit aspect van de klacht op. Wat betreft het besluit om klager niet op de shortlist te plaatsen, achtte de Ombudsman de toelichting van de delegatie bij haar besluit redelijk en sloot hij het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer. De Ombudsman stelde voor dat de Europese Dienst voor extern optreden de delegaties richtsnoeren zou geven over de noodzaak om kandidaten op de hoogte te houden wanneer selectievergelijkingen vertraging hebben opgelopen. De Ombudsman stelde ook voor dat de Europese Dienst voor extern optreden in de gids van de EU-delegaties voor plaatselijke functionarissen meer gedetailleerde vereisten zou opnemen met betrekking tot het soort informatie dat moet worden opgenomen in de lijst/excelspreadsheet die door de selectiecomités wordt opgesteld.

Besluit in zaak 938/2016/JN over het vermeende verzuim van EPSO om kandidaten voldoende vooraf in kennis te stellen van de examenperiode voor de computertests van vergelijkend onderzoek AD/322/16

Donderdag | 01 juni 2017

De zaak betrof het vermeende verzuim van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om de kandidaten voldoende vooraf in kennis te stellen van de examenperiode voor de computertests van een vergelijkend onderzoek. De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer door EPSO. In het specifieke geval werd de kandidaat drie weken van tevoren in kennis gesteld van de examenperiode. EPSO neemt - na een eerder besluit van de Ombudsman - ten minste twee weken voor het begin van de examenperiode altijd contact op met kandidaten.

In de loop van dit onderzoek deelde EPSO de Ombudsman mee dat het een nieuwe praktijk heeft waarbij het een indicatief tijdschema publiceert voor de vergelijkende onderzoeken die het organiseert. Dit is een ontwikkeling die de Ombudsman toejuicht.

Besluit in zaak 689/2016/ZA betreffende de afwijzing door het Europees Agentschap voor wereldwijde navigatiesystemen van het verzoek van de klager om het ambt van hoofd van de ICT-afdeling te bekleden

Vrijdag | 27 januari 2017

De zaak betrof de selectieprocedure voor de functie van hoofd van de ICT-afdeling bij het Europees Agentschap voor wereldwijde navigatiesystemen. Klager beweerde dat het Agentschap zijn aanvraag niet eerlijk had beoordeeld en stelde dat het Agentschap zijn besluit tot afwijzing van zijn aanvraag moest herzien.

De Ombudsman heeft de zaak onderzocht en het Agentschap verzocht een aantal procedurele kwesties te verduidelijken. Op basis van het antwoord van het Agentschap en haar eigen analyse heeft de Ombudsman geen kennelijke fout in de selectieprocedure vastgesteld. Daarom werd de zaak afgesloten met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit in zaak 969/2016/JN betreffende de afwijzing door de adviesmissie van de Europese Unie in Oekraïne van de aanvraag van de klager in een selectieprocedure

Vrijdag | 13 januari 2017

De zaak betrof de afwijzing door de adviesmissie van de Europese Unie voor Oekraïne (EUAM) van de aanvraag van klager in een selectieprocedure. De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer met betrekking tot de afwijzing van het verzoek. De Ombudsman constateerde voorts dat een administratief toetsingsmechanisme op één niveau volstaat. Tot slot was de Ombudsman verheugd te vernemen dat de Europese Dienst voor extern optreden nu heeft besloten het bericht dat hij naar afgewezen kandidaten stuurt, te wijzigen om er informatie over beschikbare rechtsmiddelen in op te nemen.

Besluit in zaak 318/2016/ZA over het verzuim van het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen om te reageren op een verzoek om herziening in het kader van een aanwervingsprocedure

Donderdag | 22 december 2016

De zaak betrof het verzuim van het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (EASME) om te reageren op het verzoek om een nieuw onderzoek van klager na een aanwervingsprocedure voor een arbeidscontractant.

De Ombudsman informeerde naar de kwestie en vroeg Easme om te antwoorden op de klacht en tegemoet te komen aan haar bezorgdheid over haar uitsluiting van de “reservelijst” van geslaagde kandidaten. In zijn antwoord verontschuldigde het Easme zich voor wat het beschreef als “een ongelukkige gebeurtenis”, wat niet had mogen gebeuren, en legde het uit waarom klager niet op de reservelijst was geplaatst.

De Ombudsman vond de uitleg van Easme over de uitsluiting van klager overtuigend. Zij betreurde echter dat het Easme een jaar had geduurd om te antwoorden op het verzoek om een nieuw onderzoek van klager, en dat het dit pas had gedaan na de interventie van de Ombudsman. De Ombudsman moedigde Easme aan maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat soortgelijke incidenten zich in de toekomst niet meer voordoen.

Besluit in zaak 92/2016/JN over het feit dat EPSO de bezwaren van klager met betrekking tot zijn plaatsing op een reservelijst en technische problemen met zijn EPSO-account niet naar behoren heeft aangepakt

Maandag | 19 december 2016

De zaak betrof de toereikendheid van de antwoorden van EPSO op de bezorgdheid van klager dat hij mogelijk aanwervingsmogelijkheden heeft gemist als gevolg van een technisch probleem met zijn EPSO-account. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat het antwoord van EPSO in de loop van het onderzoek voldoende tegemoetkwam aan de bezwaren van klager. EPSO ging in op de technische kwestie en verzekerde dat klager geen kansen had gemist.

Besluit in zaak 628/2016/EIS betreffende het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om de klager niet toe te staan een nieuwe aanvraag in te dienen nadat hij niet geslaagd is voor de eerste tests

Donderdag | 01 december 2016

De zaak betrof het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om klager niet toe te staan een tweede sollicitatie in te dienen in het kader van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling die geen specifieke termijn voor de indiening van sollicitaties bevatte. Klager probeerde een tweede sollicitatie in te dienen nadat hij niet was geslaagd voor het examen in verband met zijn eerste sollicitatie in het kader van dezelfde selectieprocedure. Klager voerde aan dat EPSO zijn brieven niet adequaat heeft beantwoord met betrekking tot i) de rechtsgrondslag om kandidaten niet toe te staan opnieuw te solliciteren in selectieprocedures zonder specifieke sluitingsdata; en ii) de omstandigheden, met inbegrip van het gedrag van het personeel, in het testcentrum in Spanje.

In zijn antwoord verwees EPSO naar de voorwaarden in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling als rechtsgrondslag voor zijn acties. Zij verklaarde ook dat zij de kwestie van het gedrag van het personeel in het testcentrum had onderzocht.

De Ombudsman achtte de uitleg van EPSO redelijk en toereikend, zodat de zaak werd afgesloten.

Besluit in zaak 204/2016/DR over de vermeende niet-naleving door EPSO van het selectiereglement EPSO/CAST/P/1/2015

Woensdag | 09 november 2016

De zaak betrof een vermeende niet-naleving door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) van de regels van een selectieprocedure.

De Ombudsman heeft EPSO verzocht de bezwaren van klager aan te pakken als een eerste stap in haar onderzoek. Deze bezorgdheid had betrekking op de vermeende verstrekking van onjuiste informatie over de tests in het kader van de selectieprocedure en op een materiële fout in de brieven waarin klager in kennis werd gesteld van de resultaten van haar tests. De Ombudsman constateerde dat het daaropvolgende antwoord van EPSO uitgebreide en redelijke uitleg verschafte met betrekking tot de door klager aan de orde gestelde kwesties en dat niets erop wees dat het niet voldeed aan de regels voor de selectieprocedure in kwestie. Daarom sloot zij de zaak af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit in zaak 911/2016/OV over het vermeende verzuim van EPSO om te antwoorden en een EPSO-account van een kandidaat te verwijderen

Vrijdag | 21 oktober 2016

Klager heeft EPSO meerdere malen schriftelijk verzocht zijn EPSO-account te verwijderen. EPSO antwoordde dat het zijn account niet kon verwijderen omdat twee selectieprocedures waaraan hij deelnam nog niet waren afgerond. Nadat klager nog twee keer contact had opgenomen met EPSO zonder een antwoord te ontvangen, wendde hij zich tot de Ombudsman met het argument dat EPSO had nagelaten te antwoorden en met het argument dat EPSO zijn account moest verwijderen.

Na het onderzoek van de Ombudsman heeft EPSO klager geantwoord. De Ombudsman concludeerde derhalve dat EPSO de bewering van klager had afgehandeld. In zijn antwoord deelde EPSO klager ook mee dat de termijn voor het bewaren van gegevens voor de twee selectieprocedures waaraan hij deelnam, nog niet was verstreken en dat het zijn EPSO-account daarom nog niet kon verwijderen. De Ombudsman constateerde in dit verband geen wanbeheer en sloot de zaak dus af.  

Besluit in zaak 535/2014/JAS betreffende de vermeende discriminatie van kandidaten zonder doctoraatsdiploma door het Europees Bureau voor personeelsselectie in een oproep tot het indienen van voorstellen voor arbeidscontractanten voor onderzoek

Maandag | 26 september 2016

De zaak betrof een selectieprocedure voor arbeidscontractanten die in 2013 werd georganiseerd door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO). Kandidaten in dergelijke selectieprocedures moeten eerst aan bepaalde toelatingscriteria voldoen. Kandidaten die aan deze toelatingscriteria voldoen, worden vervolgens beoordeeld op basis van selectiecriteria. De beste kandidaten worden vervolgens op een reservelijst geplaatst.

De klager voldeed aan de toelatingscriteria, waaronder de noodzaak om een doctoraatsdiploma of ten minste vijf jaar werkervaring als onderzoeker te hebben. Hij werd echter van het vergelijkend onderzoek uitgesloten nadat zijn sollicitatie op basis van de selectiecriteria met andere kandidaten was vergeleken. Vervolgens beklaagde hij zich erover dat de selectiecriteria de voorkeur hadden gegeven aan kandidaten met een doctoraatsdiploma, terwijl de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling impliceerde dat een doctoraatsdiploma zou worden gelijkgesteld met vijf jaar beroepservaring.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en concludeerde dat er geen sprake was van wanbeheer. De toelatingscriteria stellen een minimumdrempel vast waaraan alle kandidaten moeten voldoen. Selectiecriteria dienen vervolgens om de jury in staat te stellen de beste kandidaten uit de in aanmerking komende kandidaten te identificeren. Het behoort duidelijk tot de discretionaire bevoegdheid van een instelling om te beslissen welke selectiecriteria moeten worden gehanteerd, zolang deze niet kennelijk ongeschikt zijn. De Ombudsman concludeerde dat de keuze van de selectiecriteria in dit geval volkomen redelijk was geweest. Met betrekking tot het argument van klager dat de selectie niet transparant was geweest, merkte de Ombudsman op dat de selectiecriteria duidelijk waren uiteengezet in de oproep.

GRACE-project

Dinsdag | 06 september 2016

Procedurefouten in een wedstrijd

Vrijdag | 02 september 2016