Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 59 resultaten weergeven

Besluit in zaak 559/2016/MDC over de weigering van de Europese Investeringsbank om ten aanzien van de klager de bemiddelingsprocedure in te leiden

Dinsdag | 31 oktober 2017

De zaak betrof het vermeende oneerlijke ontslag en intimidatie van een voormalige werknemer bij de Europese Investeringsbank (EIB).

Het onderzoek van de Ombudsman spitste zich toe op de kwestie dat de EIB klager ten onrechte het voordeel zou hebben ontzegd van wat bekend staat als de “bemiddelingsprocedure” waarin artikel 41 van het Statuut van de ambtenaren van de EIB voorziet (waarin is bepaald dat personeelsleden beroep kunnen instellen bij het Hof van Justitie van de EU wanneer er een geschil ontstaat met de EIB en dat zij, alvorens dit te doen, via de bemiddelingsprocedure naar een minnelijke schikking moeten streven). De Ombudsman kwam tot de voorlopige conclusie dat de EIB zich schuldig had gemaakt aan wanbeheer door te oordelen dat de bemiddelingsprocedure niet kon worden toegepast op een voormalig personeelslid dat geen EIB-pensioen ontving. De Ombudsman stelde daarom voor dat de EIB onverwijld de bemiddelingsprocedure zou inleiden, zowel wat betreft het ontslag als wat betreft de intimidatiekwesties. De Bank stemde ermee in de bemiddelingsprocedure in te leiden met betrekking tot de ontslagkwestie en verwees klager naar een andere procedure met betrekking tot de kwestie van intimidatie.

De Ombudsman concludeerde dat na haar tussenkomst een oplossing was gevonden. Daarom heeft zij de zaak gesloten.

Besluit in zaak 45/2015/PMC betreffende de acties van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) naar aanleiding van de ontvangst van een klokkenluidersverslag

Dinsdag | 11 augustus 2015

De zaak betrof de acties van OLAF naar aanleiding van de ontvangst van een klokkenluidersverslag waarin de Europese Autoriteit voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) werd gekoppeld aan de vermeende manipulatie van een verslag over de beveiligingsinspectie van de luchtvaart. Na een voorlopige beoordeling was de Ombudsman bezorgd over wat het besluit van OLAF leek te zijn om de zaak te seponeren en de zaak terug te verwijzen naar het EASA, ondanks het feit dat de klokkenluider er bewust voor had gekozen om zijn verslag aan OLAF te doen in plaats van aan het EASA. De Ombudsman nam het voorlopige standpunt in dat een dergelijk besluit negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de doeltreffendheid van de klokkenluidersbepalingen in het algemeen. Daarom besloot zij de zaak te onderzoeken.

Na een inspectie van de dossiers van OLAF stelde de Ombudsman vast dat OLAF op passende wijze had overwogen een onderzoek in te stellen. Ook bleek dat OLAF de zaak niet had afgesloten, maar het EASA had verzocht de zaak te onderzoeken en verslag uit te brengen over de resultaten van zijn onderzoek. Bovendien had OLAF zich het recht voorbehouden om in een later stadium een formeel onderzoek in te stellen. Tegen deze achtergrond constateerde de Ombudsman dat OLAF het klokkenluidersverslag van klager naar behoren had behandeld. De Ombudsman merkte op dat OLAF klager explicieter had moeten informeren dat de verwijzing van de zaak naar het EASA niet betekende dat OLAF geen verdere actie ter zake zou ondernemen. Zij heeft in dit verband nog een opmerking gemaakt.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 415/2014/FOR tegen het Europees Parlement

Maandag | 01 juni 2015

Klager is tijdelijk functionaris bij het Europees Parlement. Ze werd ziek tijdens het jaarlijkse verlof. De zaak betrof de weigering van het Parlement om het jaarlijkse verlof van klager om te zetten in ziekteverlof. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat er geen sprake was van wanbeheer, aangezien klager op dat moment of kort daarna een actueel adres moest opgeven en zij haar medische verklaring voor het ziekteverlof indiende. Aan dit vereiste is niet voldaan.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van haar initiatiefonderzoek OI/8/2014/AN betreffende de Europese Commissie

Maandag | 11 mei 2015

Dit onderzoek op eigen initiatief heeft betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie ervoor zorgt dat de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde grondrechten worden geëerbiedigd wanneer het cohesiebeleid van de EU door de lidstaten wordt uitgevoerd. Het is van start gegaan toen de Unie een nieuwe financieringsperiode van zeven jaar begon, die 2014-2020 bestrijkt, binnen een nieuw rechtskader.

Het cohesiebeleid van de EU heeft tot doel de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's in de EU te verkleinen. Gezien de zichtbaarheid van de Unie in de projecten die via het cohesiebeleid worden gefinancierd – van het verbeteren van de noodhulpdiensten in Roemenië tot het verwijderen van mijnenvelden in Kroatië – is de Ombudsman van mening dat de Commissie alles in het werk moet stellen om ervoor te zorgen dat de grondrechten worden geëerbiedigd bij de besteding van het geld. Het feit dat de Commissie niet rechtstreeks verantwoordelijk is voor het beheer van de middelen mag nooit worden gebruikt als reden om niet op te treden als de grondrechten zijn of dreigen te worden geschonden.

Bij het onderzoek op eigen initiatief waren de Commissie, de nationale ombudsmannen en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld betrokken. Op basis van hun feedback heeft de Ombudsman acht richtsnoeren voor verbetering opgesteld om de Commissie te ondersteunen bij haar toezicht op de lidstaten op dit gebied.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van onderzoek op eigen initiatief OI/7/2013/MHZ betreffende het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE)

Woensdag | 04 maart 2015

Dit onderzoek vond plaats in het kader van het bezoek van de Europese Ombudsman aan het Europees Instituut voor gendergelijkheid. Het bezoek maakte deel uit van het programma van bezoeken van de Ombudsman aan EU-agentschappen met het oog op de verspreiding van goede praktijken onder de agentschappen in hun betrekkingen met burgers. In het kader van het bezoek onderzocht de Ombudsman i) de eerste contacten van het Instituut met het publiek, ii) transparantie, dialoog en verantwoordingsplicht, iii) aanwerving, iv) aanbestedingen en contracten, v) belangenconflicten en vi) klokkenluiden. De Ombudsman heeft het Instituut zes suggesties gedaan om zijn prestaties op deze gebieden te verbeteren. Het antwoord van het EIGE bevestigde dat het actie ondernam door onder meer informatie over zijn werkzaamheden in alle officiële talen van de EU beschikbaar te stellen en meer gedetailleerde bepalingen met betrekking tot klokkenluiders vast te stellen.

Aangezien uit het bezoek van de Ombudsman bleek dat het Instituut meer moest doen om gevallen van intimidatie aan te pakken en zelfs te voorkomen, gaf zij specifiek gevolg aan deze kwestie en werd zij aangemoedigd door de vastberaden maatregelen die het Instituut in reactie daarop had genomen. Om verdere verbetering te bevorderen, heeft de Ombudsman onder meer voorgesteld dat EIGE regelmatig opleidingen organiseert op dit gebied dat van cruciaal belang is voor de werkzaamheden van het Instituut.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van haar initiatiefonderzoek OI/9/2013/TN betreffende de Europese Commissie

Woensdag | 04 maart 2015

Het Europees burgerinitiatief (EBI), dat sinds april 2012 beschikbaar is, stelt een groep van ten minste één miljoen EU-burgers in staat de Europese Commissie te verzoeken nieuwe EU-wetgeving voor te stellen. Na ontvangst van een aantal klachten besloot de Ombudsman de goede werking van de EBI-procedure en de rol en verantwoordelijkheid van de Commissie in dit verband te onderzoeken. De Ombudsman nodigde organisatoren van EBI’s, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden uit om input te leveren over de werking van het EBI. Op basis van deze antwoorden deed de Ombudsman de Commissie een reeks suggesties om de doeltreffendheid van het EBI-proces te vergroten.

Na ontvangst van het antwoord van de Commissie rondt de Ombudsman haar onderzoek nu af met elf richtsnoeren voor verdere verbetering. De Ombudsman merkt op dat de Commissie veel heeft gedaan om het EBI-recht op een burgervriendelijke manier uit te voeren, maar is van mening dat er meer kan worden gedaan. Aangezien sommige van deze suggesties relevant zijn voor het Europees Parlement, zal de Ombudsman ook een brief sturen naar de Voorzitter van het Parlement. Op deze manier vertrouwt zij erop dat haar suggesties, zowel tijdens het onderzoek als in dit besluit, nuttig zullen blijken, aangezien deze instellingen samen met de Raad van de EU de EBI-verordening later dit jaar zullen herzien.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van haar initiatiefonderzoek OI/10/2014/RA betreffende de Europese Commissie

Dinsdag | 06 januari 2015

De Europese Commissie onderhandelt momenteel namens de Europese Unie over een brede handels- en investeringspartnerschapsovereenkomst met de Verenigde Staten (het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen - TTIP). De onderhandelingen hebben ongekende publieke belangstelling gewekt, gezien de potentiële economische, sociale en politieke impact die het TTIP kan hebben.

Het onderzoek van de Ombudsman heeft tot doel ervoor te zorgen dat het publiek de voortgang van deze onderhandelingen zoveel mogelijk kan volgen en kan bijdragen aan het vormgeven van het resultaat ervan. In juli 2014 heeft de Ombudsman een eerste reeks suggesties aan de Commissie voorgelegd. De Ombudsman verzamelde tijdens haar onderzoek ook ideeën van het publiek om de gesprekken transparanter en toegankelijker te maken. Naar aanleiding van de bezorgdheid van het Europees Parlement en het maatschappelijk middenveld heeft de Commissie in november 2014 een reeks ambitieuze transparantiemaatregelen voorgesteld.

De Ombudsman doet de Commissie nu tien verdere suggesties met betrekking tot gemeenschappelijke onderhandelingsteksten, meer proactieve openbaarmaking van TTIP-documenten en meer transparantie van TTIP-vergaderingen. De Ombudsman is van mening dat de Commissie, door deze suggesties op te volgen, ervoor zou zorgen dat het TTIP-onderhandelingsproces meer legitimiteit en vertrouwen van het publiek kan genieten.  

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van haar onderzoek op eigen initiatief OI/11/2014/RA betreffende de Raad van de Europese Unie

Dinsdag | 04 november 2014

In juni 2013 heeft de Raad van de EU de Europese Commissie onderhandelingsrichtsnoeren gegeven om namens de Unie te onderhandelen over een handels- en investeringspartnerschapsovereenkomst met de Verenigde Staten (het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP)). Een jaar later had de Raad het onderhandelingsmandaat nog steeds niet openbaar gemaakt, hoewel het gemakkelijk toegankelijk leek op internet. De Ombudsman opende een onderzoek op eigen initiatief en verzocht de Raad om, in het belang van transparantie, goed bestuur, een doeltreffend gebruik van middelen en, uiteindelijk, het vertrouwen van het publiek te bevorderen, te overwegen het document proactief te publiceren. In oktober 2014 heeft de Raad in onderlinge overeenstemming besloten het mandaat bekend te maken.