Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 22 resultaten weergeven
De EDEO behandelt beschuldigingen van ernstige onregelmatigheden in verband met de rechtsstaatmissie van de EU (EULEX) in Kosovo
Vrijdag | 29 april 2016
Weigering om toegang te verlenen tot documenten in verband met de TTIP-onderhandelingen
Vrijdag | 06 november 2015
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 119/2015/PHP over de behandeling door de Europese Commissie van een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met het TTIP
Woensdag | 04 november 2015
De zaak betrof een verzoek om toegang tot documenten over de onderhandelingen over het trans-Atlantisch partnerschap voor handelsinvesteringen (TTIP). De Commissie heeft de toegang tot sommige van de gevraagde documenten geweigerd op grond van de bescherming van de internationale betrekkingen en het besluitvormingsproces. De klagers wendden zich tot de Ombudsman en voerden aan dat de Commissie de weigering om toegang te verlenen onvoldoende had gerechtvaardigd en geen beoordeling per document had gemaakt. Bovendien verwezen de klagers naar het bestaan van een hoger openbaar belang met betrekking tot milieu-informatie.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde geen wanbeheer door de Commissie. In haar slotbesluit merkte de Ombudsman op dat sommige van de door de klagers geuite punten van zorg reeds waren aangepakt in het kader van het initiatiefonderzoek van de Ombudsman naar de transparantie van de TTIP-onderhandelingen. Zij heeft daarom besloten de zaak te sluiten.
Besluit in zaak 1777/2014/PHP - De behandeling, door de Europese Commissie, van een verzoek om toegang van het publiek tot documenten betreffende het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP)
Vrijdag | 30 oktober 2015
De zaak betrof een verzoek om toegang tot documenten betreffende de onderhandelingen over het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP). De Commissie weigerde de toegang tot bepaalde documenten omwille van de bescherming van de internationale betrekkingen en het besluitvormingsproces. Klager wendde zich tot de ombudsvrouw en stelde dat de Commissie de uitzonderingen waarop zij zich beriep en haar standpunt dat er geen sprake was van een hoger openbaar belang, niet had gemotiveerd.
De ombudsvrouw onderzocht de kwestie en kwam tot het oordeel dat het besluit van de Commissie om toegang tot de gevraagde documenten te weigeren, goed gefundeerd was. Daarnaast wees de ombudsvrouw erop dat de onderliggende punten van zorg van klager uitgebreid waren bestudeerd in het kader van haar initiatiefonderzoek naar de transparantie van de TTIP-onderhandelingen. Zij besloot derhalve de zaak te sluiten.
Besluit in zaak 689/2014/JAS over de behandeling door de Raad van een verzoek om toegang van het publiek tot documenten over sancties tegen Iran
Woensdag | 02 september 2015
De klacht is ingediend door een entiteit die onderworpen is aan door de EU opgelegde beperkende maatregelen. Hij beklaagde zich over de behandeling door de Raad van de Europese Unie van een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met een vergadering van de Groep sancties van de Raden buitenlandse betrekkingen van de Raad, waar verschillende kwesties in verband met beperkende maatregelen tegen Iran waren besproken.
De Raad weigerde enkele delen van de betrokken documenten vrij te geven, met het argument dat de vrijgave de bescherming van het openbaar belang in de internationale betrekkingen zou ondermijnen en het besluitvormingsproces van de Raad ernstig zou ondermijnen. De overige documenten, die niet onder deze uitzonderingen vallen, werden vrijgegeven.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de Raad terecht de toegang had geweigerd tot de delen van de documenten die hij had achtergehouden. Daarom concludeerde de Ombudsman dat er geen sprake was van wanbeheer door de Raad.
Weigering om toegang te verlenen tot documenten in verband met de TTIP-onderhandelingen
Woensdag | 18 februari 2015
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek op eigen initiatief OI/15/2014/PMC naar de wijze waarop de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) omgaat met beschuldigingen van ernstige onregelmatigheden in verband met de rechtsstaatmissie van de EU (EULEX) in Kosovo
Donderdag | 04 december 2014
Nadat de Ombudsman door een EULEX-aanklager en door de media was gewezen op bepaalde vermeende ernstige onregelmatigheden met betrekking tot de rechtsstaatmissie van de EU (EULEX) in Kosovo, besloot de Ombudsman een onderzoek op eigen initiatief in te stellen om te beoordelen of de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en EULEX deze beschuldigingen naar behoren hadden onderzocht of onderzoeken.
Om na te gaan welke maatregelen zij moest nemen, heeft de Ombudsman het dossier van de EDEO/EULEX ter zake geïnspecteerd. Uit de inspectie bleek dat EULEX een voorlopig intern onderzoek had verricht en een externe aanklager had aangeworven om de onregelmatigheden te onderzoeken. Daarnaast had de EDEO een ervaren deskundige aangesteld om het mandaat van EULEX vanuit een systemisch oogpunt te evalueren, met bijzondere aandacht voor de geuite beschuldigingen.
De Ombudsman merkte op dat EULEX zijn standaardprocedure voor het onderzoeken van dergelijke aantijgingen niet volgde. Zij was ook van mening dat de wijze waarop de externe aanklager werd aangeworven, moest worden onderzocht. Aangezien de onlangs door de hoge vertegenwoordiger van de EU benoemde deskundige echter duidelijk heeft gemaakt dat deze kwesties deel zullen uitmaken van de door hem uit te voeren toetsing, was de Ombudsman van mening dat er op dit moment geen verdere actie van haar kant nodig was.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 681/2013/TN tegen de Raad van de Europese Unie
Dinsdag | 20 mei 2014
De zaak betreft het verzuim van de Raad om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat een in de Verenigde Arabische Emiraten gevestigde onderneming wordt geschrapt van de lijsten van ondernemingen met banden met Iran waaraan beperkende maatregelen zijn opgelegd. Opneming in de lijsten betekende dat de activa van de onderneming werden bevroren.
In december 2012 oordeelde het Gerecht van de Europese Unie dat de plaatsing van de onderneming op de lijsten onwettig was. Toen de Raad niet op die uitspraak reageerde door de onderneming van de lijsten te schrappen, diende de onderneming een klacht in bij de Europese Ombudsman.
In het kader van het onderzoek heeft de Raad zich constructief opgesteld. Zij heeft in de preambules van latere handelingen betreffende beperkende maatregelen tegen Iran uiteengezet dat de onderneming niet langer was opgenomen op de lijsten van personen en entiteiten waarop beperkende maatregelen van toepassing waren.
De Ombudsman constateerde derhalve dat de Raad passende maatregelen had genomen om de aangeklaagde kwestie op te lossen.
Verantwoording voor wanbeheer bij de activiteiten van missies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (Commissie, Raad, EDEO)
Vrijdag | 06 september 2013
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek op eigen initiatief OI/12/2010/(BEH)MMN betreffende de Raad van de Europese Unie, de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger/Europese Dienst voor extern optreden
Vrijdag | 06 september 2013
Deze zaak betreft de kwestie van de verantwoordingsplicht voor wanbeheer bij de activiteiten van civiele en militaire missies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB). Gezien de onzekerheid over welke instelling of welk orgaan bevoegd zou zijn om mogelijke gevallen van wanbeheer te verhelpen, opende de Ombudsman een onderzoek op eigen initiatief.
De Commissie benadrukte dat haar toezichthoudende rol beperkt is tot de uitvoering van de begroting en een goed financieel beheer van civiele missies. Zij kan dus niet buiten dat beperkte gebied ter verantwoording worden geroepen.
De Raad stelde voor dat hij in dit verband niet bevoegd was en dat het aan de hoge vertegenwoordiger was om dergelijke aangelegenheden te behandelen.
De hoge vertegenwoordiger voerde aan dat de GVDB-missies zelf om verschillende redenen niet ter verantwoording kunnen worden geroepen, waaronder het feit dat zij geen rechtspersoonlijkheid hebben. Zij voegt eraan toe dat de hoge vertegenwoordiger zelf niet wettelijk verantwoordelijk kan worden gesteld, aangezien de missies, in tegenstelling tot een EU-delegatie, niet onder haar gezag staan. De hoge vertegenwoordiger erkende echter dat het aan haar is om kennis te nemen van de individuele klachten die bij de Ombudsman zijn ingediend, om de bevoegde diensten van de instellingen te verzoeken deze te behandelen en om de Ombudsman de relevante antwoorden te verstrekken.
Om te beginnen constateerde de Ombudsman tot zijn spijt dat de antwoorden van de instellingen ontoereikend waren om de bovengenoemde onzekerheden weg te nemen. De stelling dat geen enkele EU-instelling aansprakelijk mag worden gesteld voor wanbeheer, kan niet worden aanvaard.
De Ombudsman was echter ingenomen met het pragmatische en nuttige aanbod van de hoge vertegenwoordiger om een oplossing voor dit probleem te vinden.
De Ombudsman concludeerde dat hij zich derhalve, wat toekomstige onderzoeken betreft, i) tot de Commissie zal wenden voor zover het kwesties in verband met de uitvoering van de begroting in civiele missies betreft, en ii) tot de hoge vertegenwoordiger/EDEO voor zover het alle andere beschuldigingen van wanbeheer in verband met GVDB-missies betreft.
Er leek geen reden te zijn om te twijfelen aan de doeltreffendheid van het in artikel 43 van het Handvest van de grondrechten neergelegde grondrecht om een klacht in te dienen bij de Ombudsman. Het was derhalve niet nodig het onderhavige onderzoek te verlengen. Het was echter geenszins duidelijk dat deze regelingen zouden volstaan om het in artikel 41 van het Handvest neergelegde grondrecht op behoorlijk bestuur te waarborgen. Mocht blijken dat de genoemde regelingen wat beide rechten betreft niet op bevredigende wijze werken, dan zou de Ombudsman zich genoodzaakt voelen de principiële kwestie opnieuw aan te pakken.
Duur waarvoor tijdens ziekteverlof salaris moet worden betaald aan een persoon die voor de militaire troepenmacht van de EU in Bosnië en Herzegovina werkt (EUFOR Althea)
Maandag | 13 mei 2013
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 1519/2011/AN tegen de Raad van de Europese Unie
Maandag | 06 mei 2013
Klager werkte vroeger voor de militaire missie van de EU naar Bosnië en Herzegovina "EUFOR Althea". De genoemde missie diende hem met een opzegging van zijn arbeidsovereenkomst, en liet de opzeggingstermijn lopen, terwijl hij met ziekteverlof was.
Uit het onderzoek van de Ombudsman is gebleken dat EUFOR Althea, door op deze wijze te handelen, de rechten van verdediging van klager heeft geschonden. Aangezien hij bij het begin van de opzeggingstermijn met onbetaald ziekteverlof was, werd hem bovendien een deel van de inkomsten ontnomen waarop hij overeenkomstig de personeelsreglementen van EUFOR vóór zijn ontslag recht had. De Ombudsman deed een voorstel voor een minnelijke schikking aan de Raad van de Europese Unie en stelde voor dat EUFOR Althea overweegt het desbetreffende bedrag aan klager te betalen.
In zijn antwoord op het voorstel voor een minnelijke schikking van de Ombudsman verklaarde de Raad dat hij niet bevoegd was om de onderhavige zaak te behandelen en dat het voorstel rechtstreeks aan de operationeel commandant moest worden gericht. Uit beleefdheid en met het doel de Ombudsman bij te staan in zijn onderzoek, heeft de Raad het voorstel voor een minnelijke schikking van de Ombudsman ter beantwoording doorgestuurd naar de operationeel commandant.
De operationeel commandant was het met de Ombudsman eens dat EUFOR bij de behandeling van zijn zaak de rechten van verdediging van klager heeft geschonden. Zij aanvaardde derhalve het voorstel van de Ombudsman voor een minnelijke schikking.
De Ombudsman verwelkomde de aanvaarding door de operationeel commandant van zijn voorstel voor een minnelijke schikking, waarmee de klacht werd opgelost. Hij bedankte de Raad voor zijn optreden als brug tussen de Ombudsman en de operationeel commandant en nam nota van zijn voorstel om zich rechtstreeks tot de operationeel commandant te richten, die de Ombudsman zal volgen in toekomstige zaken met betrekking tot militaire missies. Tot slot herinnerde de Ombudsman eraan dat de algemene vraag wie verantwoordelijk is voor gevallen van wanbeheer bij de activiteiten van missies in derde landen onder auspiciën van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de EU het onderwerp vormt van een lopend onderzoek op eigen initiatief.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 2387/2010/(NF)(BEH)VL tegen de Europese Commissie
Dinsdag | 20 december 2011
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 2127/2010/AN tegen de Europese Commissie
Vrijdag | 02 september 2011