Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Brief aan het Europees Geneesmiddelenbureau
Correspondentie - Datum Maandag | 27 oktober 2014
Zaak OI/3/2014/FOR - Geopend op Woensdag | 16 april 2014 - Besluit over Woensdag | 08 juni 2016 - Betrokken instelling Europees Geneesmiddelenbureau ( Geen verder onderzoek gerechtvaardigd ) - Land Frankrijk
|
Prof. Guido Rasi
|
Straatsburg, 27.10.2014
Klacht OI/3/2014/(BEH)FOR
Geachte professor Rasi,
Hartelijk dank voor uw hulp aan mijn diensten in verband met dit onderzoek. Mijn diensten hebben de geredigeerde versies van CSR M02-404, CSR M04-691 en CSR M05-769, de niet-geredigeerde versies en de interne en externe correspondentie van het EMA met betrekking tot de redacties zorgvuldig onderzocht.
Ik merk op dat de brief van 11 april 2014 aan de persoon die om toegang van het publiek tot CSR M02-404, CSR M04-691 en CSR M05-769 verzoekt, een korte beschrijving geeft van wat uit de gevraagde documenten is weggelaten. In de brief wordt echter niet in detail aangegeven waarom die informatie is weggelaten.
Uit een nauwkeurige lezing van de documenten blijkt duidelijk dat bepaalde redacties gerechtvaardigd kunnen zijn om de persoonsgegevens van patiënten te beschermen (bijvoorbeeld de geredigeerde tekst van de bladzijden 258 tot en met 314 van MVO M02-404, de geredigeerde tekst van de bladzijden 142 tot en met 147 van MVO M04-691 en de bladzijden 305 tot en met 381 van MVO M05-769). Bepaalde andere bewerkingen, die de namen vermelden van ondernemingen die diensten aan AbbVie hebben verleend, of de namen van de door AbbVie gebruikte software, zijn mijns inziens niet problematisch, aangezien zij kunnen worden geacht betrekking te hebben op de vertrouwelijke zakelijke relaties van AbbVie.
Ik heb echter twijfels en zorgen over andere redacties. In dit verband verzoek ik het EMA de volgende vragen te beantwoorden.
1) De vrijgegeven secties van MVO M02-404, MVO M04-691 en MVO M05-769 beschrijven de selectie en timing van doses adalimumab voor elk onderwerp (paragraaf 9.4.5). De reden voor het kiezen van de doses voor het onderzoek is echter gedeeltelijk onleesbaar gemaakt in alle drie de LSA's (paragrafen 9.4.4). In de brief aan de persoon die om toegang van het publiek verzoekt, is geen specifieke rechtvaardiging voor deze redactie naar voren gebracht.
Uit de brief van 11 april 2014 kan worden opgemaakt dat het EMA van mening is dat de uit alle drie de LSA's weggelaten informatie "relevant is voor een voortdurende ontwikkeling".
De Ombudsman verzoekt het EMA eerst te bevestigen (vraag 1 a)) of AbbVie het EMA heeft geïnformeerd over deze lopende ontwikkeling. Of, als alternatief, heeft het EMA zich gebaseerd op de niet-onderbouwde bewering van AbbVie dat de geredigeerde informatie betrekking heeft op een "lopende ontwikkeling".
Uit een onderzoek van de niet-geredigeerde documenten blijkt dat de geredigeerde tekst weliswaar in zeer algemene termen naar een "ontwikkelingsprogramma" verwijst, maar geen beschrijving van dat ontwikkelingsprogramma bevat. Het is dus moeilijk te begrijpen waarom het vrijgeven van deze gegevens informatie zou onthullen over een lopend ontwikkelingsprogramma en dus waarom het vrijgeven van deze gegevens een legitiem belang van AbbVie zou ondermijnen.
De Ombudsman merkt ook op dat de LSA's in kwestie dateren van 2006 en 2009. Kan het EMA bevestigen (eerste vraag, onder b)) of het in punt 9.4.4 bedoelde ontwikkelingsprogramma nu tot het publieke domein behoort?
Kan het EMA uitleggen (eerste vraag, onder c)) waarom het het gerechtvaardigd acht om informatie over de reden voor de doseringskeuze uit punt 9.4.4 weg te werken wanneer veel van de inhoudelijke informatie die uit dat punt is weggelaten, in punt 9.4.5 wordt bekendgemaakt?
Indien het EMA van mening is dat de geredigeerde informatie concurrenten beter in staat zou stellen hun eigen testprogramma’s op te stellen, verzoekt de Ombudsman het EMA te bevestigen (vraag 1, onder d)) of de geredigeerde tekst verwijst naar een nieuw aspect van het proces voor de selectie van doses.
2) Het EMA heeft de overwegingen voor de bepaling van de steekproefomvang uit alle drie LSA's onleesbaar gemaakt. De Ombudsman merkt in de eerste plaats op dat de vaststelling van de steekproefomvang een essentieel element van een LSA lijkt te zijn.
Wat CSR M02-404 betreft, gelieve de redenen voor het redigeren van de zin uit punt 9.7.1.2 (blz. 133) nader toe te lichten (vraag 2 a)). Er lijkt geen duidelijke rechtvaardiging te zijn voor de redactie van deze zin.
Wat LSA M02-404 betreft, gelieve de redenen voor het wegwerken van de tweede zin van punt 9.7.2 (blz. 138) nader toe te lichten (vraag 2 b)). Met betrekking tot deze vraag merkt de Ombudsman op dat in de interne mededelingen van de EMA-medewerkers die de voorgestelde redacties van AbbVie hebben beoordeeld, deze informatie niet als commercieel vertrouwelijk wordt aangemerkt in punt 9.7.2 (zie interne e-mail getiteld Humira docs van 11 maart 2014 om 14:08 uur). Uit de interne mededelingen van het personeel van het EMA blijkt veeleer dat de geredigeerde informatie een afspiegeling is van de gangbare praktijk in klinische proeven. De Ombudsman merkt op dat uiteindelijk het standpunt werd ingenomen (zie interne e-mail getiteld "Humira docs" van 28 maart 2014 om 14:20 uur) dat de redactie aanvaardbaar was omdat de redactie "geen afbreuk doet aan het begrip van de CSR". De Ombudsman herinnert het EMA eraan dat een redactie alleen kan worden gerechtvaardigd als de vrijgave van de informatie een rechtmatig belang als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 zou ondermijnen. Het argument dat een redactie het begrip van een document niet schaadt, is irrelevant voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
3) Het EMA heeft de volledige secties met een beschrijving van de protocol- en statistische wijzigingen van elke CSR (paragrafen 9.8.1 en 9.8.2) onleesbaar gemaakt.
Op 8 april 2014 heeft het EMA de Ombudsman de onleesbaar gemaakte documenten en een zeer korte toelichting bij de overeengekomen onleesbaarmakingen verstrekt. In de toelichting werd met betrekking tot alle drie de LSA’s het volgende verklaard:
"Protocol- en statistische wijzigingen: Het deel over wijzigingen in het protocol en de statistische analyse is geschrapt om verkeerde interpretaties te voorkomen, aangezien het oorspronkelijke protocol en het plan voor statistische analyse geen deel uitmaken van het corpus van deze CSR, dat wordt gepubliceerd."
De Ombudsman merkt om te beginnen op dat, hoewel deze tekst uit de vrijgegeven documenten is weggelaten, in de brief aan klager van 11 april 2014 niet naar deze weglatingen wordt verwezen. Kan het EMA uitleggen (vraag 3, onder a)) waarom het EMA heeft nagelaten de persoon die om toegang verzocht, ervan in kennis te stellen dat het deze informatie bewerkte?
Wat de redactie van protocolwijzigingen betreft, heeft de Ombudsman de geredigeerde tekst zorgvuldig onderzocht. Zij vindt geen voor de hand liggende reden waarom de vrijgave van de geredigeerde tekst met betrekking tot protocolwijzigingen (paragraaf 9.8.1) een legitiem commercieel belang van AbbVie zou ondermijnen.
Het standpunt van de Ombudsman lijkt te worden ondersteund door de interne e-mail van EMA-personeel (zie interne e-mail getiteld "Humira docs" van 11 maart 2014 om 14.08 uur).
De Ombudsman verzoekt het EMA derhalve (vraag 3, onder b)) haar een gedetailleerde motivering voor de redactionele wijzigingen te verstrekken, waarin duidelijk wordt uitgelegd waarom de vrijgave van de geredigeerde tekst in punt 9.8.1 een legitiem commercieel belang van AbbVie zou ondermijnen.
Voorts is de Ombudsman zich ervan bewust dat veel klinische studies protocolwijzigingen met zich mee zullen brengen. Zij is zich er ook van bewust dat het voor de geldigheid van dergelijke studies en de daaruit getrokken conclusies van belang is dat dergelijke protocolwijzigingen worden beschreven en gerechtvaardigd. Kan het EMA zich in het licht van deze opmerking uitspreken (vraag 3, onder c)) over de vraag of er altijd een hoger openbaar belang bestaat bij de openbaarmaking van de informatie over protocolwijzigingen?
Wat betreft de redactie van punt 9.8.2 van alle drie de LSA's, namelijk het deel over "Wijzigingen van het protocol in het plan voor statistische analyse", gelieve in detail toe te lichten (vraag 3, onder d)) waarom specifieke informatie in punt 9.8.2 met betrekking tot statistische methoden vandaag de dag nog steeds nieuw is. Leg in dit verband in detail uit (vraag 3, onder e)) waarom het EMA niet naar behoren rekening heeft gehouden met het standpunt van de EMA-deskundige in een interne e-mail (zie interne e-mail getiteld "Humira docs" van 11 maart 2014 om 14.08 uur), namelijk dat de geredigeerde testmethoden vandaag "algemeen worden gebruikt in statistieken" en tegenwoordig in een EPAR zouden worden vermeld (de deskundige lijkt het ermee eens te zijn dat de methoden mogelijk nieuw waren toen de landspecifieke aanbevelingen voor het eerst werden opgesteld).
Voorts is de Ombudsman zich ervan bewust dat het voor de geldigheid van dergelijke studies en de daaruit getrokken conclusies van belang is dat dergelijke wijzigingen in een statistisch plan worden beschreven en gerechtvaardigd. Kan het EMA zich in het licht van deze opmerking uitspreken (vraag 3, onder f)) over de vraag of er altijd een hoger openbaar belang bestaat bij de openbaarmaking van de informatie over de gebruikte statistische plannen en de wijzigingen daarvan?
4) Wat de drie LSA's betreft, heeft het EMA de tekst van punt 11.4.2.4 (onderzoeken in meerdere centra) onleesbaar gemaakt. In de brief waarin gedeeltelijke toegang wordt verleend, wordt deze redactie niet toegelicht. De Ombudsman heeft de geredigeerde tekst zorgvuldig doorgenomen. Ze vindt geen voor de hand liggende reden waarom de vrijgave van de geredigeerde tekst een legitiem commercieel belang van AbbVie zou ondermijnen. De Ombudsman verzoekt het EMA haar een gedetailleerde motivering (vraag 4) voor de redactie te verstrekken, waarin duidelijk wordt uitgelegd waarom de vrijgave van de geredigeerde tekst een legitiem commercieel belang van AbbVie zou ondermijnen.
5) Wat MVO M02-404 betreft, wordt in punt V van de e-mail "Humira docs" van 11 maart 2014 om 14.08 uur verwezen naar de voorgestelde redactie van statistische methoden. Kan het EMA uitdrukkelijk bevestigen (vraag 5) dat er geen informatie over statistische methoden is weggelaten uit de openbare versie van CSR M02-404?
6) Wat LSA M04-691 betreft, gelieve een motivering te geven (vraag 6) voor de redactie van de bladzijden 25-28 en bladzijde 40).
7) Wat CSR M04-691 betreft, heeft het EMA een gedetailleerde beschrijving van de test voor metingen van de concentratie van geneesmiddelen bewerkt (punt 9.5.4). Het EMA koppelt deze informatie aan een immunogeniciteitstest. Kan het EMA deze link (vraag 7a) toelichten aan de Ombudsman?
Leg in detail uit (vraag 7, onder b)) waarom het beschreven proces nieuw is. Is alle geredigeerde informatie nieuw (vraag 7 c))? Gezien het feit dat de LSA dateert van 2006, is het beschreven proces vandaag de dag nog steeds nieuw (vraag 7, onder d))?
Zou de geredigeerde informatie noodzakelijk of zelfs nuttig zijn om een geïnformeerde derde in staat te stellen de betrouwbaarheid en betekenis van de LSA te beoordelen (vraag 7, onder e))?
8) Wat CSR M04-691 betreft, verklaart het EMA dat het wat het noemt "verkennende subgroepenanalyse" in verband met "subindicaties" en een "aan de gang zijnde ontwikkeling" heeft bewerkt.
De Ombudsman begrijpt dat dit redactiebeginsel verwijst naar de redactie van punt 11.4.1.3.2 (Ondergroepsanalyses van klinische respons in week 4) op blz. 127-130.
Ten eerste lijken bepaalde bewerkingen geen betrekking te hebben op subindicaties of een voortdurende ontwikkeling, maar verwijzen ze eerder naar de analyse van, zoals de titel van de sectie suggereert, de impact van Humira op bepaalde gedefinieerde subgroepen van patiënten. Kan het EMA uitleggen hoe elke redactie zich verhoudt tot subindicaties (vraag 8, onder a))?
Kan het EMA de Ombudsman (vraag 8, onder b)) de precieze regels van de geredigeerde tekst die deze informatie bevat, meedelen indien uit de geredigeerde informatie een subindicatie naar voren komt? Indien een subindicatie wordt vastgesteld, kan het EMA uitdrukkelijk bevestigen (vraag 8, onder c)) of voor die indicatie een vergunning voor het in de handel brengen is aangevraagd sinds de indiening van de CSR in 2006. Indien een subindicatie wordt vastgesteld, kan het EMA dan uitdrukkelijk bevestigen (vraag 8, onder d)) of Humira momenteel off-label wordt voorgeschreven voor die subindicatie?
Kan het EMA de Ombudsman (vraag 8, onder e)) de precieze regels uit de geredigeerde tekst meedelen die betrekking hebben op een lopende ontwikkeling? De Ombudsman merkt ook op dat de landenspecifieke aanbevelingen dateren van 2006. Is de ontwikkeling waarnaar wordt verwezen, acht jaar later, nog steeds aan de gang (vraag 8(f))?
De Ombudsman merkt op dat een deel van de geredigeerde tekst uit de lijst bovenaan bladzijde 127 later in de LSA in niet-geredigeerde tekst is opgenomen. Kan het EMA in dit verband uitleggen waarom de tekst bovenaan bladzijde 127 is weggelaten (vraag 8(g))?
De Ombudsman ziet geen voor de hand liggende reden om de zin te redigeren, beginnend op bladzijde 127 en doorgaand op bladzijde 128. Kan het EMA de reden voor deze redactie toelichten (vraag 8(h))?
Tabel 28 is geschrapt. Het lijkt geen betrekking te hebben op subindicaties of lopende ontwikkelingen, maar eerder op de standaardeffecten van Humira. Leg in detail uit waarom tabel 28 is weggelaten (vraag 8(i)).
De tekst onderaan pagina 129 lijkt een belangrijke klinische waarde te hebben. Kan het EMA uitleggen waarom deze tekst onleesbaar is gemaakt, aangezien deze duidelijk geen betrekking heeft op een lopende ontwikkeling of een niet-benutte subindicatie (vraag 8(j)). Gelieve een gedetailleerd standpunt in te nemen over de vraag of er een openbaar belang is bij de openbaarmaking van deze informatie dat zwaarder zou wegen dan enig belang bij niet-openbaarmaking (vraag 8(k)).
Tabel 29 is geschrapt. Het lijkt geen betrekking te hebben op subindicaties of lopende ontwikkelingen, maar eerder op de standaardeffecten van Humira. Gelieve in detail toe te lichten waarom tabel 29 is weggelaten (vraag 8(l)).
De correspondentie tussen AbbVie en EMA die door de Ombudsman is onderzocht (zie e-mail van 25 maart 2014 om 13.55 uur) verwijst naar de huidige ontwikkeling van Humira door AbbVie (zie laatste hoofdparagraaf van die e-mail). Een voorbeeld wordt gegeven met betrekking tot verkennende analyses in MVO M04-691. Kan het EMA uitdrukkelijk bevestigen of de genoemde ontwikkelingen momenteel relevant zijn voor het klinische gebruik van Humira, zowel on-label als off-label (vraag 8(m))? Gelieve in verband met deze vraag na te gaan of onderzoekers/beoefenaars deze informatie kunnen gebruiken om een beter inzicht te krijgen in de algemene risico-batenverhouding van Humira voor de behandeling van patiënten, zowel on-label als off-label?
9) Wat CSR M04-691 betreft, heeft het EMA de zin in punt 11.4.2.4 (Multicenterstudies) onleesbaar gemaakt. Voor deze redactie is geen rechtvaardiging naar voren gebracht en voor de Ombudsman lijkt geen rechtvaardiging voor de hand te liggen. Kan het EMA deze redactie rechtvaardigen (vraag 9)?
10) Wat CSR M05-769 betreft, heeft het EMA de tekst van bladzijde 10-13 (Efficacy Results) en bladzijde 16 (Conclusions) onleesbaar gemaakt.
De Ombudsman maakt zich ernstige zorgen over de redacties op bladzijde 10 (identieke tekst is geredigeerd uit paragraaf 11.4.1.3.1 over secundaire variabelen - mucosale ulceraties (blz. 231) en paragraaf 11.4.7 over conclusies over de werkzaamheid (blz. 277). Deze bewerkingen lijken belangrijke klinische informatie te verwijderen. Bovendien is de tekst die erin is achtergebleven, als gevolg van de redactie mogelijk misleidend.
Wat de redactie van het vierde streepje op bladzijde 10 betreft: Motiveer met name de schrapping van het eerste woord (vraag 10, onder a)); Motiveer met name de schrapping van de negende en de tiende zin (vraag 10, onder b)); en motiveer in het bijzonder de schrappingen uit de rest van de zin (vraag 10, onder c)). Kan het EMA bevestigen dat de redactie van het vierde streepje op bladzijde 10 de betekenis van de tekst enigszins verandert (vraag 10, onder d)). Kan het EMA zich uitspreken over het belang, in termen van inzicht in de werkzaamheid van Humira, van het vierde streepje op bladzijde 10 (vraag 10, onder e))?
Wat de redactie van het vijfde opsommingsteken op bladzijde 10 betreft, gelieve met name aan te geven waarom dit hele opsommingsteken is weggelaten (vraag 10, onder f)). Kan het EMA zich uitspreken over het belang, in termen van inzicht in de werkzaamheid van Humira, van het vijfde streepje op bladzijde 10 (vraag 10, onder g))?
Wat de redactie van het zesde punt op bladzijde 10 betreft, gelieve te motiveren waarom dit punt is weggelaten (vraag 10, onder h)). Kan het EMA zich uitspreken over het belang, in termen van inzicht in de werkzaamheid van Humira, van het zesde streepje op bladzijde 10 (vraag 10, onder i))? Kan het EMA bevestigen dat de redactie van het vierde streepje op bladzijde 10 kan leiden tot een verkeerd begrip van de tekst (vraag 10 j) )?
Wat de redactie op bladzijde 11 betreft (de laatste zin van het eerste streepje van de onderafdeling "Resultaten van door de patiënt gerapporteerde resultaten"), gelieve met name de redactie te rechtvaardigen (vraag 10, onder k)). Kan het EMA bevestigen dat de redactie de betekenis van het opsommingsteken enigszins wijzigt (vraag 10, onder l)). De redactie lijkt een bepaalde klinische waarde te hebben (zelfs als zij, als door een patiënt gemeld resultaat, niet doorslaggevend kan zijn voor de verlening van de aangevraagde vergunning voor het in de handel brengen). Kan het EMA iets zeggen over het belang van de redactie op bladzijde 11 (vraag 10(m)) voor clinici en patiënten om inzicht te krijgen in de algemene impact en werkzaamheid van Humira? Wat deze redactie betreft, neemt de Ombudsman nota van de interne e-mail van het EMA (28 maart 2014 om 14.20 uur) waarin het bestaan van een motivering voor deze redactie in twijfel wordt getrokken. De Ombudsman herinnert eraan dat elke redactie moet worden gerechtvaardigd op basis van een uitzondering in Verordening (EG) nr. 1049/2001. Wat is de reden voor deze specifieke redactie in het kader van Verordening (EG) nr. 1049/2001 (vraag 10(n))?
Wat de redactie op de bladzijden 12 en 13 betreft (de zeven punten van de onderafdeling "Resultaten van histologie- en histochemieparameters"), gelieve met name de redactie te motiveren (vraag 10, onder o)). Kan het EMA commentaar leveren op het belang van de redactie op bladzijde 11 voor het begrijpen van de algehele werkzaamheid van Humira, zowel voor on-label als off-label gebruik (vraag 10(p)).
Het EMA heeft gerelateerde tekst uit punt 9.5.1.1.6 (Geschiedenis) en punt 9.5.1.1.7 (Histochemie) geredigeerd. De redacties lijken te verwijzen naar testmethoden en of testontwerp. Kan het EMA uitleggen op welke wijze deze testmethoden of testontwerpen in 2014 nieuw blijven, rekening houdend met het feit dat de LSA dateert van 2009 (vraag 10(q))? Is het EMA, onverminderd de noodzaak om te rechtvaardigen waarom de vrijgave van de gegevens een belang als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 zou ondermijnen, van mening dat de geredigeerde tekst openbaar moet worden gemaakt in het algemeen belang (vraag 10, onder r))?
Heeft het EMA de bijbehorende tabellen op de bladzijden 254 en 255, waarin de resultaten van deze tests zijn uiteengezet, onleesbaar gemaakt? Gelieve in dit verband ook de redactie van de tekst op de bladzijden 255-261 (histologie) en 262-268 (histochemie) toe te lichten en te motiveren (vraag 10(s)). In dit verband merkt de Ombudsman op dat deze soortgelijke bewerkingen worden uitgevoerd vanaf bladzijde 280 en 281 in het deel over de conclusies over de werkzaamheid.
Wat de redactie op bladzijde 16 (en de identieke redactie op bladzijde 389) betreft, heeft de Ombudsman geen mogelijk legitiem commercieel belang geïdentificeerd dat door de openbaarmaking van deze tekst zou kunnen worden aangetast. Gelieve de redactionele wijzigingen toe te lichten en te motiveren (vraag 10(t)).
De bewerkingen op pagina 16 (en de identieke bewerkingen op pagina 389) lijken de betekenis van de tekst te veranderen. Kan het EMA zich uitspreken over het belang, in termen van inzicht in de werkzaamheid van Humira, van de redacties (vraag 10(u))? In dit verband merkt de Ombudsman op dat de wijzigingen zijn aangebracht in de rubrieken die worden omschreven als "Conclusies" en "Algemene conclusies" van de LSA. Is het EMA, onverminderd de noodzaak om te rechtvaardigen waarom de vrijgave van de gegevens een belang als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 zou ondermijnen, van mening dat de geredigeerde tekst openbaar moet worden gemaakt in het algemeen belang (vraag 10, onder v))?
11) Wat CSR M05-769 betreft, heeft het EMA een opsommingsteken op bladzijde 174 geredigeerd, twee opsommingstekens op bladzijde 175, vijf opsommingstekens op bladzijde 176 en drie opsommingstekens op bladzijde 177 (secundaire eindpunten).
Gelieve met betrekking tot elk specifiek geredigeerd opsommingsteken aan te geven of de in CSR M05-769 weggelaten informatie over secundaire eindpunten betrekking kan hebben op het brede begrip van de risico-batenverhouding van Humira met betrekking tot de indicatie waarvoor de vergunning voor het in de handel brengen werd aangevraagd en/of voor andere indicaties (vraag 11, onder a)). Geef voor dergelijke andere indicaties aan of dergelijke andere indicaties momenteel off-label met Humira worden behandeld (vraag 11, onder b)). Zo ja, maakt de geredigeerde informatie ten minste een beter inzicht mogelijk in de risico-batenverhouding van Humira voor de behandeling (off-label) van dergelijke indicaties (vraag 11, onder c))?
De correspondentie tussen AbbVie en EMA die door de Ombudsman is onderzocht (zie e-mail van 25 maart 2014 om 13.55 uur) verwijst naar "AbbVie's huidige ontwikkeling van Humira" (zie laatste alinea van bladzijde 2 van de e-mail). Voorbeelden worden gegeven. Kan het EMA uitdrukkelijk bevestigen of deze ontwikkelingen momenteel relevant zijn voor het klinische gebruik van Humira, on-label of off-label (vraag 11(d))?
Leg uit waarom, aangezien dergelijke informatie over secundaire eindpunten betrekking kan hebben op de algehele werkzaamheid van het geteste product (zowel met betrekking tot het gebruik ervan voor de behandeling van de ziekte van Crohn als met betrekking tot andere indicaties), er een hoger openbaar belang bestaat bij de openbaarmaking van dergelijke informatie (vraag 11, onder e)).
12) Wat CSR M05-769 betreft, heeft het EMA de tekst van bladzijde 235 onleesbaar gemaakt. Deze bewerkingen lijken enige klinische waarde te hebben. Bovendien is de tekst die is achtergelaten, als gevolg van de redactie mogelijk misleidend.
Leg uit en onderbouw de redactie van de volgende zin die begint met "Onderwerpen in de adalimumab-groep vertoonden een (geredigeerde) grotere (geredigeerde) verandering in de CDEIS-score ten opzichte van baseline" (vraag 12, onder a)).
Wat de andere redacties op bladzijde 235 betreft, merkt de Ombudsman op dat wat in dit deel wordt getest, niet is bewerkt (namelijk een verandering in de CDEIS-score van basislijn naar week 12 en week 52 vergeleken met proefpersonen in de placebogroep). De resultaten van deze tests worden echter onleesbaar gemaakt. Kan het EMA deze redactie toelichten en rechtvaardigen (vraag 12, onder b))?
13) Wat CSR M05-769 betreft, heeft het EMA de tekst van bladzijde 236 onleesbaar gemaakt (punt 11.4.1.3.3). Deze bewerkingen lijken enige klinische waarde te hebben.
De Ombudsman merkt op dat wat wordt getest niet wordt bewerkt (eenvoudige endoscopische score voor eindpunten van de ziekte van Crohn (SES-CD). De wijze waarop deze tests worden uitgevoerd en de resultaten van deze tests worden echter onleesbaar gemaakt. Kan het EMA deze redactie toelichten en rechtvaardigen (vraag 13)?
14) Wat CSR M05-769 betreft, heeft het EMA de tekst van bladzijde 245 onleesbaar gemaakt (punt 11.4.1.4.1). Deze wijzigingen lijken een bepaalde klinische waarde te hebben (ook al zijn zij niet doorslaggevend voor de verlening van de aangevraagde vergunning voor het in de handel brengen).
Wat deze redactie betreft, neemt de Ombudsman nota van de verklaring in de interne e-mail van het EMA (28 maart 2014 om 14.20 uur) waarin het bestaan van een motivering voor deze redactie in twijfel wordt getrokken. De Ombudsman herinnert eraan dat elke redactie moet worden gerechtvaardigd op basis van een uitzondering in Verordening (EG) nr. 1049/2001. Het EMA wordt verzocht de beweegredenen voor deze specifieke redactie toe te lichten (vraag 14)?
15) Wat CSR M05-769 betreft, heeft het EMA de tekst van punt 13.1 (Bespreking en algemene conclusies) onleesbaar gemaakt.
De redacties in de paragraaf beginnend op pagina 385 en eindigend op pagina 386 (in de subsectie gemarkeerd Discussie) lijken op het eerste gezicht belangrijke onderzoeks- en klinische implicaties te hebben. Er lijkt geen duidelijke rechtvaardiging te zijn voor deze redacties. Kan het EMA deze weglatingen toelichten en rechtvaardigen (vraag 15, onder a)).
De redactie van de tekst van de tweede volledige alinea op bladzijde 386 lijkt de betekenis van de tekst te wijzigen. Kan het EMA de redactie toelichten en rechtvaardigen (vraag 15, onder b))?
Kan het EMA de redactie op bladzijde 387 (vraag 15, onder c)) toelichten en rechtvaardigen?
In de brief van het EMA aan klager wordt verwezen naar "verkennende secundaire eindpuntenresultaten en theorieën die verband houden met de voortdurende ontwikkeling". Heeft AbbVie het EMA geïnformeerd over deze lopende ontwikkeling of heeft AbbVie eenvoudigweg gesteld dat de gegevens betrekking hebben op een lopende ontwikkeling zonder aan het EMA te beschrijven wat deze "lopende ontwikkeling" is (vraag 15, onder d))?
Gelieve te bevestigen en toe te lichten, punt voor punt, welke specifieke informatie op de bladzijden 174 tot en met 177 betrekking heeft op een "lopende ontwikkeling" (Vraag 15, onder e)).
Wat de redactie van het opsommingsteken op bladzijde 174 betreft: Motiveer met name de schrapping van het eerste woord (vraag 15, onder f)); en motiveer in het bijzonder de schrapping van het zesde en het zevende woord (vraag 15, onder g)). Is het EMA het ermee eens dat de redactie van het eerste woord de betekenis van de tekst wijzigt (vraag 15, onder h))? Verwijst de geredigeerde informatie met betrekking tot de zesde en zevende zin naar een inmiddels bekende procedure voor de beoordeling van de ziekte van Crohn (vraag 15, onder i))?
Wat betreft de redactie van de twee bijbehorende opsommingstekens op bladzijde 175, gelieve specifiek de redactie te motiveren, en met name uit te leggen waarom de geredigeerde opsommingstekens anders moeten worden behandeld dan de vorige opsommingstekens, die niet zijn geredigeerd (vraag 15, onder j)).
16) EMA heeft "Lot number Information" uit CSR M02-404, CSR M04-691 en CSR M05-769 geredigeerd. In de brief aan de persoon die om toegang van het publiek verzoekt, is geen rechtvaardiging voor deze redactie naar voren gebracht. Voorts heeft de Ombudsman onder de geïnspecteerde documenten geen enkele verklaring gezien waarom de vrijgave van informatie over het perceelnummer schade zou kunnen berokkenen aan legitieme commerciële belangen van Abbvie. Kan het EMA uitleggen op welke wijze de vrijgave van lotnummers een legitiem commercieel belang van AbbVie zou ondermijnen (vraag 16)?
Het referentienummer van deze zaak is gewijzigd in OI/3/2014/(BEH)FOR. Ik zou het op prijs stellen als uw antwoord mij uiterlijk op 31 januari 2015 zou kunnen bereiken.
De inhoudelijke informatie in de bovenstaande vragen is ontleend aan de versies van de LSA's die door het EMA openbaar zijn gemaakt. Als zodanig ben ik van mening dat ik deze brief openbaar kan maken. Indien u opmerkingen hebt met betrekking tot mijn voornemen om deze brief openbaar te maken, moet u mij deze opmerkingen binnen tien werkdagen na ontvangst van deze brief doen toekomen.
Met vriendelijke groet,
Emily O'Reilly