Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 266 resultaten weergeven
Besluit in zaak 1064/2015/JAP betreffende de afwijzing en terugvordering door de Europese Commissie van in het kader van een KP6-subsidieovereenkomst gedeclareerde kosten
Donderdag | 22 juni 2017
De zaak betrof de afwijzing door de Commissie en het voorstel tot terugvordering van bepaalde kosten in verband met uitbestede activiteiten in het kader van een KP6-subsidieovereenkomst. Op basis van het onderzoek van de Ombudsman besloot de Commissie niet over te gaan tot de terugvordering van kosten voor een totaalbedrag van bijna 87 000 EUR. De Commissie legde uit dat zij had besloten haar oorspronkelijke besluit te wijzigen op grond van het feit dat klager te goeder trouw en in overeenstemming met het advies van de Commissie zelf had gehandeld.
De Ombudsman was ingenomen met dit nieuwe besluit; desalniettemin vond zij het betreurenswaardig dat klager al enkele jaren uitzicht had op een grote terugvordering van middelen die erbovenop hingen.
Besluit in zaak OI/1/2016 over het verzuim van de Europese Commissie om te reageren op een verzoek om een rechterlijke toetsing van een besluit van een EU-agentschap
Donderdag | 22 december 2016
De zaak betrof het verzuim van de Europese Commissie om te reageren op het verzoek van klager om een juridische herziening van het besluit van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur om zijn project af te wijzen uit EU-financiering in het kader van het Erasmus+-programma. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de Commissie klager reeds had geantwoord. Zij is derhalve van mening dat dit deel van de klacht door de instelling is afgehandeld. Zij onderzocht ook de inhoud van het antwoord van de Commissie en achtte het volledig en redelijk. Zij besloot daarom dat er geen sprake was van wanbeheer.
Besluit in zaak 1093/2016/JAP betreffende het uitblijven van een antwoord van de Europese Commissie op correspondentie over problemen met de indiening van een subsidievoorstel
Donderdag | 01 december 2016
De zaak betrof het verzuim van de Commissie om te reageren op de berichten van klager over zijn moeilijkheden bij de indiening van een subsidievoorstel. Wegens technische problemen kon de klager geen aanvraag indienen via het PRIAMOS-systeem van de Commissie. In plaats daarvan heeft zij haar voorstel per e-mail ingediend, waarop geen antwoord is gegeven.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en verzocht de Commissie te antwoorden. In haar memorie van repliek verontschuldigde de Commissie zich voor het feit dat zij niet eerder had geantwoord. Zij verklaarde dat zij de e-mailaanvraag van klager niet kon aanvaarden omdat het systeem naar behoren had gefunctioneerd en de Commissie geen pogingen van klager had kunnen vaststellen om het voorstel vóór de uiterste datum via PRIAMOS te verzenden.
Besluit in zaak 1354/2014/ANA betreffende de behandeling door de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen (IMI) van een vermeend belangenconflict in een aanbestedingsprocedure
Maandag | 04 juli 2016
De zaak betrof de behandeling door IMI van een vermeend belangenconflict in de aanbestedingsprocedure voor een onderzoeksproject naar de risico's en voordelen van een vaccinatieprogramma in Europa.
Klager, een lid van een consortium dat aan de procedure heeft deelgenomen, voerde aan dat IMI niet heeft onderzocht of alle leden van een evaluatiecomité onpartijdig waren. Klager voerde aan dat twee leden banden hadden met het winnende consortium, wat aanleiding gaf tot een belangenconflict.
De Ombudsman constateerde dat IMI de desbetreffende regels correct toepaste en vond geen bewijs van onrechtvaardige behandeling van het voorstel door het consortium van klager. Daarom constateerde de Ombudsman dat er geen sprake was van wanbeheer met betrekking tot dit aspect van de klacht. De Ombudsman heeft voorts onderzocht of deskundigen in een belangenconflictsituatie met één voorstel een concurrerend voorstel moeten kunnen beoordelen. De Ombudsman constateerde dat, aangezien de door IMI gevolgde regels door de Europese Commissie zijn opgesteld, geen verder onderzoek naar deze kwestie gerechtvaardigd is in het kader van deze specifieke klacht.
Besluit betreffende onderzoek op eigen initiatief OI/3/2014/FOR betreffende de gedeeltelijke weigering van het Europees Geneesmiddelenbureau om het publiek toegang te verlenen tot studies in verband met de goedkeuring van een geneesmiddel
Vrijdag | 10 juni 2016
Dit onderzoek heeft betrekking op de wijze waarop het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) verzoeken om toegang van het publiek tot documenten met informatie over de veiligheid en werkzaamheid van geneesmiddelen moet behandelen. De specifieke focus ligt op het recht op toegang van het publiek tot drie klinische onderzoeksrapporten over Humira, een op grote schaal verkocht ontstekingsremmend geneesmiddel.
In 2013 besloot het EMA het publiek toegang te verlenen tot deze verslagen. Het farmaceutisch bedrijf dat het geneesmiddel verkoopt (AbbVie) heeft echter een gerechtelijke procedure tegen het EMA ingeleid die tot gevolg had dat de voorgestelde publicatie van de rapporten werd geblokkeerd. In 2014, vóór de afronding van de gerechtelijke procedure, hebben het EMA en AbbVie een buitengerechtelijke overeenkomst gesloten waarbij het EMA het publiek toegang zou verlenen tot geredigeerde versies van de verslagen. De Ombudsman nam contact op met het EMA om na te gaan of de redacties gerechtvaardigd waren. Na deze controle was de Ombudsman er niet van overtuigd dat alle redacties in feite gerechtvaardigd waren. De Ombudsman begon vervolgens op eigen initiatief en in het algemeen belang een onderzoek naar de benadering van het EMA ten aanzien van het verlenen van toegang aan het publiek.
In de loop van het onderzoek bleek dat het EMA, in antwoord op andere verzoeken om toegang van het publiek tot dezelfde verslagen, veel volledigere versies ervan had uitgebracht. Toch bleven er enkele redacties over.
De Ombudsman aanvaardde dat sommige van deze bewerkingen gerechtvaardigd waren (vanwege de noodzaak om persoonsgegevens te beschermen). Maar ze was er niet van overtuigd dat andere redacties, gemaakt om commerciële belangen te beschermen, gerechtvaardigd waren. In deze laatste gevallen was de Ombudsman van mening dat er waarschijnlijk sprake was van een hoger openbaar belang bij openbaarmaking. Als algemene opmerking merkte de Ombudsman op dat, wanneer de informatie in een document gevolgen heeft voor de gezondheid van personen (zoals informatie over de werkzaamheid van een geneesmiddel), het algemeen belang bij openbaarmaking in het algemeen elke bewering van commerciële gevoeligheid teniet zal doen. De volksgezondheid moet altijd de commerciële belangen overtreffen.
Ter afsluiting van het onderzoek erkende de Ombudsman dat het EMA nu zeer aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt met zijn proactieve transparantiebeleid, dat sinds januari 2015 van kracht is. Met betrekking tot een aantal specifieke delen van de verslagen plaatste de Ombudsman echter vraagtekens bij het feit dat het EMA nog steeds vertrouwt op de bescherming van commerciële belangen. Om systemische verbeteringen te bevorderen, heeft de Ombudsman het EMA verschillende suggesties gedaan met betrekking tot zijn toekomstige praktijk op dit gebied.
Ontbreken van een herzieningsprocedure binnen Easme voor afgewezen projecten
Donderdag | 14 april 2016
Besluit van de Europese Ombudsman in zaak 697/2014/MG betreffende de vermeende plicht van de Europese Commissie om middelen terug te vorderen van een EU-projectpartner
Woensdag | 17 februari 2016
De zaak betrof het besluit van de Commissie om bepaalde door een partner gedeclareerde kosten voor een door de EU gefinancierd project niet te aanvaarden. Het besluit van de Commissie betekende dat haar eindbetaling aan het consortium werd verminderd met het bedrag dat deze partner als voorfinanciering had ontvangen. De coördinator voert aan dat het de plicht van de Commissie is om de ten onrechte aan de partner in kwestie betaalde middelen terug te vorderen.
De Ombudsman constateerde dat de Commissie de kwestie correct had behandeld, aangezien zij alleen een terugvordering had kunnen initiëren als er een schuld jegens de Unie was ontstaan. De verdeling van de financiering over de projectpartners is een kwestie van een andere aard, waarbij de Commissie niet verplicht is in te grijpen. De Ombudsman constateerde derhalve geen wanbeheer door de Commissie.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1019/2014/PHP betreffende de plicht van de Europese Commissie om ervoor te zorgen dat de selectieprocedure voor een beurzenprogramma in overeenstemming is met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Dinsdag | 03 november 2015
De zaak betrof de afgewezen aanvraag van klager voor een fellowshipfunctie in het kader van het project Europese onderzoeksinfrastructuur voor de holocaust, gefinancierd door het zevende kaderprogramma voor onderzoek. Klager, een dove onderzoeker, klaagde bij de Commissie dat het besluit om hem niet toe te laten tot het beursprogramma discriminerend was en in strijd was met het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde geen wanbeheer door de Commissie. Zij heeft daarom besloten de zaak te sluiten.
Behandeling door de Commissie van een subsidieovereenkomst in het kader van het zevende kaderprogramma
Dinsdag | 13 oktober 2015
Behandeling door de Commissie van een subsidieovereenkomst in het kader van het zevende kaderprogramma
Dinsdag | 06 oktober 2015
Besluit in zaak 48/2015/ANA over de vermeende schending door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid van de procedurele rechten van de klager met betrekking tot een wetenschappelijk advies
Woensdag | 23 september 2015
De klager, Rubinum, een Spaanse producent/distributeur van toevoegingsmiddelen voor diervoeding, klaagde bij de Ombudsman dat de EFSA haar procedurele rechten had geschonden in het kader van het opstellen van een wetenschappelijk advies van de EFSA dat ertoe leidde dat de Commissie Toyocerin, een toevoegingsmiddel voor diervoeding dat wordt gebruikt om landbouwhuisdieren te mesten, verbood.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en vroeg klager zijn beweringen toe te lichten. Op basis van dit onderzoek stelde de Ombudsman vast dat er in deze zaak geen sprake was van wanbeheer door de EFSA.
Besluit in zaak 254/2014/PMC betreffende de rol van de Europese Commissie met betrekking tot CAPITA-ERANET, een netwerk van Europese onderzoeksautoriteiten
Donderdag | 09 juli 2015
De klacht had betrekking op de rol van de Commissie in verband met CAPITA, een netwerk van onderzoeksautoriteiten van zes Europese landen dat transnationale samenwerking op het gebied van onderzoek aanmoedigt. CAPITA ontving EU-financiering ter ondersteuning van de coördinatie van onderzoeksprogramma’s. De klager uitte zijn bezorgdheid over het feit dat de door CAPITA te financieren projecten mogelijk niet op transparante, eerlijke en onpartijdige wijze zijn geselecteerd. De Ombudsman stelde vast dat de Commissie verplicht is op te treden wanneer ontvangers van EU-financiering hun verplichtingen niet nakomen. In dit geval was de Ombudsman echter van mening dat de Commissie naar behoren had gehandeld door zich ervan te vergewissen dat de projecten op transparante, eerlijke en onpartijdige wijze waren geselecteerd en dat er geen sprake was van misbruik van EU-financiering door CAPITA. Zij sloot de zaak af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1078/2013/EIS tegen de Europese Commissie
Dinsdag | 07 juli 2015
De zaak betreft de behandeling door de Commissie van een inbreukklacht over de aanpak van de Italiaanse autoriteiten met betrekking tot de erkenning van buitenlandse kwalificaties van ingenieurs. De klacht vloeide voort uit het feit dat de Italiaanse autoriteiten een kwalificatie als tussenpersoon die tot een definitieve kwalificatie leidt, niet hebben erkend. De Commissie heeft vastgesteld dat de Italiaanse autoriteiten de relevante wetgeving in de zaak van klager niet in acht hebben genomen. Aangezien er echter geen vaste en algemene administratieve praktijk bestond die in strijd was met het Unierecht, heeft zij besloten geen inbreukprocedure tegen Italië in te leiden. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de weigering van de Italiaanse autoriteiten om rekening te houden met het standpunt van de Commissie met betrekking tot de zaak van klager wees op een systemische kwestie die de tussenkomst van de Commissie zou hebben verdiend, zonder te wachten op toekomstige problemen van die aard. Zij deed derhalve een voorstel voor een minnelijke schikking waarin zij voorstelde dat de Commissie haar onderzoek naar de inbreukklacht van klager zou hervatten. Aangezien de Commissie in haar antwoord op het voorstel voor een minnelijke schikking van de Ombudsman i) uitdrukkelijk heeft verklaard dat het besluit van de nationale autoriteiten in de zaak van klager onjuist was, en ii) zich ertoe heeft verbonden de zaak voort te zetten indien andere soortgelijke zaken onder haar aandacht zouden worden gebracht, concludeerde de Ombudsman dat er geen sprake was van wanbeheer en sloot zij de zaak af.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek op eigen initiatief OI/8/2013 betreffende het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (EASME)
Woensdag | 25 maart 2015
Het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (EASME) beheert een aantal EU-programma’s voor de Europese Commissie, waaronder een deel van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie Horizon 2020, COSME, LIFE en EFMZV[1].
De Ombudsman opende een onderzoek op eigen initiatief met het verzoek aan het Easme om te overwegen een procedure in te stellen waarmee aanvragers die ontevreden zijn over de manier waarop oproepen tot het indienen van voorstellen zijn behandeld, zich tot een onafhankelijke beroepscommissie kunnen wenden. Zij deed twee ontwerpaanbevelingen waarin zij het Easme verzocht 1) een evaluatiebeoordelingsprocedure vast te stellen voor aanvragers die reageren op oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van het Horizon 2020-programma en 2) een soortgelijke evaluatieprocedure vast te stellen voor aanvragers die reageren op oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van de andere EU-programma’s. De Ombudsman beval aan dat de herzieningsprocedure betrekking moest hebben op gevallen waarin verzoekers vorderingen indienden met betrekking tot i) procedurefouten, ii) feitelijke fouten of iii) een kennelijke beoordelingsfout. Het Easme aanvaardde beide ontwerpaanbevelingen en nam tijdig passende maatregelen om ze uit te voeren. De Ombudsman prees het Easme voor zijn antwoord. Zij maakte ook nog twee opmerkingen om de toetsingsprocedures te verbeteren, waarbij zij suggereerde dat het Easme verzoekers duidelijk zou maken dat de toetsing van vermeende "procedurele tekortkomingen" ook betrekking kan hebben op kennelijke beoordelingsfouten.