FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit in zaak 2100/2011/OV - Betalingen aan kleine ngo's

De klacht betrof een met EU-middelen gefinancierd project ter ondersteuning van de voedselzekerheid in een niet-EU-land. Klager beweerde dat de Commissie had verzuimd te onderzoeken of de ngo die het project uitvoerde, haar lokale ngo-partners volledig had betaald.

De Ombudsman vond dat de Commissie ervoor gezorgd had dat zij volledig op de hoogte was van de wijze waarop het project werd gerund en dat zij haar beoordeling terecht had gebaseerd op een auditrapport. Bovendien merkte hij op dat het project een succes was. De Ombudsman prees de Commissie voor de passende maatregelen die zij had genomen, waaronder het beleggen van een vergadering tussen de ngo's, om hen bij te staan bij de oplossing van hun geschil over betalingen. Aldus sloot hij het onderzoek af.

Achtergrond van de klacht

1. De onderhavige klacht heeft betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie een geschil heeft behandeld dat is ontstaan in het kader van een door de EU gefinancierd project in een derde land (het project had tot doel de voedselzekerheid te ondersteunen door de bodemvruchtbaarheid in de regio's Centre-Nord en Plateau-Centraal van dat land te verbeteren).

2. In 2007 heeft de Commissie via haar delegatie in het land ("de delegatie") een subsidieovereenkomst gesloten met een ngo ("de begunstigde") om het project uit te voeren.

3. De begunstigde heeft het project uitgevoerd door partnerschapsovereenkomsten aan te gaan met drie lokale ngo’s, waaronder de ngo “A”. Klager, een vereniging die technische ondersteuning biedt aan ngo A, was geen partij bij de partnerschapsovereenkomst, maar trad op als een geassocieerde organisatie.

4. Op 26 april 2011 heeft ngo A de begunstigde een bedrag van 42 430 EUR gevraagd ter dekking van de extra kosten die zij voor de uitvoering van het project had gemaakt. De begunstigde antwoordde dat hij de zaak zou onderzoeken. Zij merkte echter op dat zij reeds in november 2010 een begrotingswijziging bij de Commissie had ingediend. Zo betwijfelde zij of zij de extra kosten van NGO A kon dekken.

5. Op 21 juni 2011 nam klager contact op met de delegatie om haar mee te delen dat de begunstigde de overdracht van EU-middelen aan ngo A had uitgesteld en dat de begunstigde niet transparant was over het gebruik dat hij van EU-middelen maakte. Klager stelde voor dat de delegatie om een externe audit van het project zou verzoeken.

6. Op 13 juli 2011 verzocht klager de delegatie opnieuw om tussenbeide te komen. De delegatie antwoordt dat de begunstigde en ngo A hun geschil moeten oplossen in overeenstemming met hun partnerschapsovereenkomst. De delegatie stuurde de begunstigde een kopie van haar antwoorden en sprak de hoop uit dat er een dialoog zal plaatsvinden tussen de begunstigde en NGO A.

7. Op 18 juli 2011 heeft ngo A de begunstigde een brief gestuurd met het verzoek haar vorige brief van 26 april 2011 (overschrijding van de begroting) in te trekken. NGO A wees erop dat het bedrag van 42 430 EUR in feite overeenkwam met onbetaalde rekeningen die binnen de overeengekomen begroting vielen.

8. Op 18 juli 2011 heeft klager de delegatie schriftelijk om informatie over de begunstigde verzocht. Klager vroeg specifiek om kopieën van verschillende verslagen die de begunstigde aan de delegatie had toegezonden en om een kopie van het verzoek tot wijziging van de begroting van november 2010. Hij vraagt ook of er nog andere amendementen bestaan. Dezelfde dag heeft de begunstigde klager schriftelijk meegedeeld dat ngo A over alle benodigde informatie beschikte en dat ngo A de begunstigde te allen tijde om aanvullende informatie kon verzoeken. Zij voegde daaraan toe dat NGO A en de andere partners betrokken waren geweest bij de voorbereiding van de wijziging van de subsidieovereenkomst. Zij drong er ook op aan dat klager geen mandaat had om contact op te nemen met de delegatie in verband met het project.

9. Op 9 september 2011 schreef klager opnieuw aan de delegatie (met de begunstigde in kopie). Zij eiste dat de begunstigde 42 000 EUR overmaakte naar ngo A.

10. Op 14 september 2011 heeft de begunstigde de delegatie schriftelijk (met kopie aan klager) meegedeeld dat de middelen van het project overeenkomstig de subsidieovereenkomst waren besteed. Zij voegde daaraan toe dat zij, in overeenstemming met het auditverslag, 7 181,96 EUR zou betalen aan ngo A. Wat betreft de kosten die ngo A zou hebben gemaakt boven het toegewezen budget, verklaarde de begunstigde voorts dat hij de zaak zou regelen door middel van een minnelijke schikking met ngo A, gezien het feit dat de extra kosten door ngo A waren gemaakt in het kader van de inspanningen om de lokale bevolking in het derde land bij te staan.

11. Op 2 oktober 2011 heeft klager de delegatie opnieuw verzocht een externe audit van het project te gelasten. De delegatie antwoordde klager onmiddellijk dat zij geen contractuele relatie met de partners had en dat klager niet het recht had om tussenbeide te komen in de betrekkingen tussen de begunstigde en ngo A.

12. Op 3 oktober 2011 heeft de delegatie de begunstigde verzocht om een kopie van het auditverslag, dat zij op 23 november 2011 heeft ontvangen.

13. Na verdere e-mails van klager heeft de delegatie klager op 11 oktober 2011 uitgenodigd voor een informele bijeenkomst. Klager weigerde (hij verklaarde dat hij voor de vergadering niet vanuit Duitsland kon reizen). Op 14 oktober 2011 vond een vergadering plaats tussen de begunstigde en ngo A, waarbij de delegatie als waarnemer aanwezig was. Uit de notulen van de vergadering blijkt dat op basis van de resultaten van de controle al 7 181,96 EUR aan ngo A was betaald. Uit de notulen van de vergadering blijkt ook dat de begunstigde volgens het controleverslag nog een extra bedrag van 15 300,68 EUR aan ngo A moest betalen.

Onderwerp van het onderzoek

14. In zijn klacht bij de Ombudsman diende klager de volgende beweringen en beweringen in:

Beschuldigingen:

(1) De Commissie heeft de beweringen van klager dat de begunstigde de subsidieovereenkomst heeft geschonden, de begroting niet in acht heeft genomen en niet transparant heeft gehandeld, niet onderzocht; en

(2) De Commissie heeft artikel 22 van de Europese code van goed administratief gedrag [1] geschonden door klager niet de gevraagde informatie te verstrekken over het beheer van de begroting in het kader van de subsidieovereenkomst.

Vorderingen:

De Commissie moet (1) een audit van het project uitvoeren en (2) de gevraagde informatie verstrekken.

Het onderzoek

15. De Ombudsman heeft de klacht op 19 oktober 2011 ontvangen. Hij heeft de klacht op 15 november 2011 bij de Commissie ingediend met het verzoek advies uit te brengen. De Commissie heeft op 2 mei 2012 advies uitgebracht. De Ombudsman zond het advies op 9 mei 2012 naar klager met een verzoek om opmerkingen. De opmerkingen van klager werden op 29 mei 2012 ontvangen.

Analyse en conclusies van de Ombudsman

A. Bewering dat de Commissie de beweringen met betrekking tot de begunstigde en het verzoek om een audit niet heeft onderzocht

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

16. Ter ondersteuning van zijn bewering voerde de klager aan dat de delegatie niet objectief en onpartijdig had gehandeld en de begunstigde gunstig had behandeld. Het dringt erop aan dat de Commissie de belangen van de plaatselijke NGO verdedigt. Zij verwees in dit verband naar de artikelen 8 (onpartijdigheid en onafhankelijkheid) en 9 (objectiviteit) van de Europese code van goed administratief gedrag.

17. De Commissie maakte in haar advies de inleidende opmerking dat zij geen contractuele relatie had met ngo A of met de met ngo A geassocieerde organisaties, zoals klager. Zij had alleen een contractuele relatie met de begunstigde. De Commissie heeft er dus op aangedrongen dat de klager een derde partij is in verband met de subsidieovereenkomst. Evenzo is de Commissie een derde partij in de betrekkingen tussen de begunstigde en de partners. Daarom kon de Commissie niet interveniëren in een contractueel geschil tussen ngo A en de begunstigde. Het adviseerde NGO A contact op te nemen met de begunstigde om het geschil op te lossen.

18. De Commissie merkte op dat de delegatie niettemin, vanwege de volharding van klager en in het belang van goed bestuur, probeerde een beter inzicht te krijgen in de situatie en de redenen voor de verzoeken van klager. Meer in het bijzonder verzocht de delegatie de begunstigde om verduidelijkingen en om toezending van een kopie van het auditverslag. Zij organiseerde ook een bijeenkomst tussen de partijen.

19. Wat de subsidieovereenkomst betreft, heeft de Commissie verklaard dat er geen sprake was van schending van de subsidieovereenkomst. Hij merkte op dat de subsidieovereenkomst geen betrekking heeft op de overdracht van middelen van de begunstigde aan zijn partners en dat het niet aan de Commissie is om zich in dergelijke overdrachten te mengen. De Commissie moet er alleen voor zorgen, zo benadrukte zij, dat het project naar behoren is uitgevoerd. In casu heeft zij opgemerkt dat het project naar behoren is uitgevoerd. Zij voegde daaraan toe dat het geschil tussen ngo A en de begunstigde geen invloed had gehad op het project, zoals bevestigd in het auditverslag (blz. 5, paragraaf 1.2). De Commissie voegde daaraan toe dat uit het auditverslag en haar bijeenkomst met ngo A en de begunstigde bleek dat het geschil tussen ngo A en de begunstigde alleen betrekking had op de uitvoering van de partnerschapsovereenkomst.

20. Concluderend heeft de Commissie verklaard dat zij ijverig heeft gehandeld en de Europese code van goed administratief gedrag in acht heeft genomen.

21. Klager verklaarde in zijn opmerkingen dat de begunstigde de subsidieovereenkomst, de partnerschapsovereenkomst en de partnerschapsverklaring had geschonden. Klager verklaarde dat de delegatie moest ingrijpen om ervoor te zorgen dat de begunstigde zijn verplichtingen nakomt.

Beoordeling door de Ombudsman

22. De Ombudsman merkt in de eerste plaats op dat de primaire taak van de Commissie met betrekking tot de steunprojecten die zij financiert, erin bestaat ervoor te zorgen dat alle aan een project toegewezen EU-middelen overeenkomstig het overeengekomen uitgavenplan aan het project worden besteed en dat de doelstellingen van het project worden verwezenlijkt.

23. In casu is het geschil gerezen omdat een projectpartner kosten zou hebben gemaakt die het hem toegewezen budget overschreden. De Ombudsman merkt op dat de delegatie haar beoordeling heeft gebaseerd op het controleverslag dat haar door de begunstigde is voorgelegd. Bij die controle werd specifiek gekeken naar de financiële situatie tussen ngo A en de begunstigde. Er was geen enkele reden waarom de Commissie om een tweede audit van het project had gevraagd.

24. Daarnaast nam de delegatie op 14 oktober 2011 als waarnemer deel aan een vergadering tussen de begunstigde en ngo A. Uit de notulen van de vergadering blijkt dat op basis van de resultaten van de controle reeds 7 181,96 EUR aan ngo A was betaald. Uit de notulen van de vergadering blijkt ook dat de begunstigde volgens het controleverslag nog een extra bedrag van 15 300,68 EUR aan ngo A moest betalen. Het lijkt erop dat ngo A, die de rechtstreeks bij de zaak betrokken partij is, de resultaten van deze vergadering, die op het auditverslag waren gebaseerd, niet heeft betwist. In het licht van het bovenstaande is de Ombudsman van mening dat de Commissie alle nodige stappen heeft ondernomen om na te gaan of de aan het project toegewezen EU-middelen overeenkomstig het overeengekomen uitgavenplan aan het project zijn besteed.

25. Er wordt ook niet gesuggereerd dat het aan het project bestede geld niet tot succesvolle resultaten in het derde land heeft geleid.

26. Niets in het dossier wijst er dus op dat de problemen tussen de begunstigde en ngo A een negatieve invloed hebben gehad op het welslagen van het project of anderszins hebben geleid tot een inbreuk op de subsidieovereenkomst door de begunstigde.

27. De Ombudsman is derhalve van oordeel dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie met betrekking tot de bewering van klager dat zij de zaak niet had onderzocht. Het argument van klager dat een nieuwe audit moet worden uitgevoerd, is derhalve niet gegrond.

28. Naast de noodzaak om te zorgen voor een correct gebruik van EU-middelen en het succesvolle resultaat van het project, is het in het belang van goed bestuur dat de Commissie ervoor zorgt dat ontvangers van EU-middelen eerlijk en correct handelen ten aanzien van partners in projecten die zij financiert. De Commissie moet derhalve passende maatregelen nemen om te worden geïnformeerd over problemen die zich kunnen voordoen en om, waar mogelijk, te helpen bij het oplossen van geschillen over die problemen.

29. De Ombudsman merkt op dat de Commissie in de onderhavige zaak, in het belang van goed bestuur, niet alleen verschillende stappen heeft ondernomen om een beter inzicht te krijgen in de situatie tussen de begunstigde en ngo A, maar ook heeft aangetoond dat zij bereid was te bemiddelen tussen de bij het geschil betrokken partijen.

30. Op 3 oktober 2011 heeft de delegatie klager eerst duidelijk gemaakt dat zij, hoewel zij niet kon ingrijpen in de contractuele betrekkingen tussen de begunstigde en ngo A, bereid was te helpen bij het oplossen van de problemen. Diezelfde dag heeft zij de begunstigde om een kopie van het auditverslag verzocht om een beter inzicht in de problemen te krijgen (eindelijk heeft zij dat verslag op 23 november 2011 ontvangen). Met dit verzoek heeft de delegatie laten zien dat zij werkelijk wilde helpen bij de beslechting van het geschil.

31. De delegatie heeft vervolgens verdere actie ondernomen om de situatie te verduidelijken door op 14 oktober 2011 een bijeenkomst te organiseren om beide partijen, de begunstigde en ngo A, te horen. Door de bijeenkomst tussen de begunstigde en ngo A te organiseren, heeft de delegatie aangetoond dat zij bereid was om als bemiddelaar in het geschil op te treden. Uit de conclusies van die bijeenkomst bleek dat het bedrag van 7 181,96 EUR reeds aan ngo A was betaald en dat een tweede bedrag van 15 300,68 EUR nog moest worden betaald [2]. De begunstigde stemde ermee in dat hij dit bedrag zou betalen zodra het auditverslag door zijn hoofdkantoor was gevalideerd.

32. De delegatie nodigde klager ook uit om naar de delegatie te komen voor een informele vergadering om zijn versie van de gebeurtenissen te horen, maar klager kon niet aanwezig zijn.

33. Op basis van het bovenstaande zijn de ombudsmannen het erover eens dat de delegatie, ondanks haar beperkte ruimte voor interventie in een contractuele relatie waarbij zij geen partij was, alle passende maatregelen heeft genomen om zichzelf op de hoogte te houden van de situatie en de partners te helpen bij het vinden van een minnelijke oplossing voor hun geschil. De Ombudsman prijst de Commissie voor het nemen van deze stappen.

B. Bewering dat de Commissie de gevraagde informatie en het desbetreffende argument niet heeft verstrekt

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

34. Klager beweerde dat de Commissie artikel 22 van de Europese code van goed administratief gedrag had geschonden door haar bepaalde informatie en documenten niet te verstrekken. De klager vroeg met name om informatie over de rechtstreeks door de begunstigde beheerde begrotingsonderdelen en om kopieën van verslagen die door de begunstigde aan de delegatie waren toegezonden, alsook om een kopie van het verzoek van de begunstigde om een wijziging van de subsidieovereenkomst. Klager voerde aan dat de Commissie de gevraagde informatie en documenten moest verstrekken.

35. De Commissie wees er in haar advies op dat het verzoek van klager om toegang moest worden behandeld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001 [3]. Zij verklaarde dat zij bij de behandeling van dergelijke verzoeken artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie [4] en met name punt 4 van de code van goed administratief gedrag van de Commissie [5] in acht moet nemen.

36. De Commissie verklaarde dat de gevraagde documenten in haar bezit waren op grond van de subsidieovereenkomst, waarbij klager geen partij was. Zij voegde daaraan toe dat klager zelfs geen partij was bij de partnerschapsovereenkomst tussen ngo A en de begunstigde.

37. De Commissie verklaarde dat de door klager gevraagde verslagen van de begunstigde een volledig overzicht geven van alle aspecten van de uitvoering van het project tijdens de desbetreffende periode. De rapporten geven dus specifieke informatie over elke partnerorganisatie. De Commissie verklaarde dat de partnerschapsovereenkomsten partners contractueel het recht geven om deze verslagen te ontvangen. Zij heeft daaraan toegevoegd dat de Commissie, aangezien zij een derde partij bij de partnerschapsovereenkomsten is, niet kan ingrijpen in de uitvoering van dit contractuele recht van de partners.

38. Vervolgens verklaarde de Commissie dat zij, overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 [6], deze documenten niet aan een derde, zoals de klager, kon toezenden zonder eerst de begunstigde te raadplegen. De Commissie merkte echter op dat raadpleging van de begunstigde niet nodig bleek, aangezien de begunstigde had bevestigd dat ngo A al over alle nodige informatie beschikte en de begunstigde te allen tijde om informatie kon verzoeken. De delegatie hoefde de begunstigde derhalve niet te vragen of hij de betrokken documenten openbaar kon maken. Aangezien noch klager noch ngo A vervolgens om openbaarmaking van de documenten heeft verzocht, ging de delegatie er bovendien terecht van uit dat ngo A deze had ontvangen.

39. De Commissie merkte op dat zij hoe dan ook de nodige stappen ondernam om na te gaan of de documenten aan ngo A waren toegezonden.

40. De Commissie merkte voorts op dat klager in zijn e-mail van 10 oktober 2011 om informatie had verzocht over een vermeende schending door de begunstigde van de partnerschapsovereenkomst en over de gevolgen daarvan voor de subsidieovereenkomst. De Commissie heeft betoogd dat het niet aan haar staat om de gevolgen vast te stellen van de vermeende niet-nakoming van een overeenkomst waarbij zij geen partij is. De Commissie achtte het niettemin passend de situatie te verduidelijken, gezien de noodzaak het beginsel van goed financieel beheer in acht te nemen en ervoor te zorgen dat de aan de orde gestelde kwesties geen invloed hebben op de goede prestaties van het project. Om de situatie te verduidelijken, heeft de delegatie daarom op 14 oktober 2011 een informele bijeenkomst gehouden, waarvoor klager was uitgenodigd. Tijdens de vergadering kon een deel van het geschil tussen de begunstigde en ngo A worden opgehelderd. De Commissie merkte echter op dat klager de vergadering niet bijwoonde. In plaats daarvan diende zij de klacht enkele dagen na de vergadering in bij de Ombudsman.

41. Klager verklaarde in zijn opmerkingen over het standpunt van de Commissie dat hij dankzij de tussenkomst van de delegatie nu de documenten van de begunstigde over de uitvoering van het project had ontvangen (zoals het verhalende verslag van 2008, het document getiteld: "Amendement nr. 1" en het definitieve auditverslag).

Beoordeling door de Ombudsman

42. Wat de toegang van het publiek tot de verslagen van de Commissie [7] betreft, heeft de Commissie er terecht op gewezen dat zij overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 eerst de derde die de documenten bij haar heeft ingediend, namelijk de begunstigde, moet raadplegen alvorens de documenten vrij te geven. In artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 is het volgende bepaald: "Met betrekking tot documenten van derden raadpleegt de instelling de derde om te beoordelen of een uitzondering van lid 1 of lid 2 van toepassing is, tenzij duidelijk is dat het document wel of niet openbaar wordt gemaakt".

43. De Commissie verklaarde vervolgens dat een dergelijke raadpleging niet nodig bleek, aangezien de begunstigde eerder in een e-mail van 18 juli 2011 had bevestigd dat ngo A al over alle benodigde informatie beschikte en de begunstigde te allen tijde om informatie kon verzoeken [8]. De Commissie was derhalve van mening dat de delegatie de begunstigde niet hoefde te vragen of zij de betrokken documenten aan klager kon meedelen. Zij voerde ook aan dat, aangezien noch klager noch ngo A later om openbaarmaking van de documenten had verzocht, de delegatie er terecht van uit was gegaan dat ngo A ze had ontvangen.

44. Het standpunt van de Commissie ten aanzien van wat zij beschouwt als een verzoek om toegang van het publiek tot documenten is vanuit strikt formeel oogpunt problematisch.

45. Het doel van de raadpleging van een derde op grond van artikel 4, lid 4, van de verordening is na te gaan of een uitzondering op grond van artikel 4, leden 1 en 2, van de verordening van toepassing is op de openbaarmaking van de documenten (zo kan de raadpleging van een derde die documenten bij de Commissie heeft ingediend, ertoe strekken na te gaan of de vrijgave van de documenten de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens op grond van artikel 4, lid 1, van de verordening zou ondermijnen, of dat de vrijgave van de documenten de bescherming van commerciële belangen op grond van artikel 4, lid 2, van de verordening zou ondermijnen). De Commissie lijkt echter te hebben geweigerd wat zij thans beschouwt als een verzoek om toegang van het publiek tot documenten op grond van het feit dat 1) sommige van de betrokken documenten reeds door de begunstigde aan ngo A waren verstrekt, en 2) ngo A de begunstigde te allen tijde om verdere informatie/documenten kon verzoeken. De Ombudsman merkt echter op dat het duidelijk niet in overeenstemming is met de bewoordingen en het doel van de verordening dat de Commissie een partij (de klager) een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in het bezit van de Commissie heeft geweigerd op grond van het feit dat de derde die de documenten bij de Commissie heeft ingediend (de begunstigde) deze documenten aan een andere derde (ngo A) had gegeven of bereid was te geven. Indien de Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot die documenten wilde weigeren, had zij zich, onderstreept de Ombudsman, moeten beroepen op een of meer van de uitzonderingen van artikel 4 van de verordening (het is volgens de Ombudsman zeer waarschijnlijk dat de toegang van het publiek tot documenten met betrekking tot de commerciële relatie tussen ngo A en de begunstigde rechtmatig zou kunnen worden geweigerd).

46. Indien de Ombudsman het standpunt van de Commissie aanvaardt dat klager een verzoek om toegang van het publiek tot documenten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1049/2001 heeft ingediend, moet de Ombudsman er ook rekening mee houden dat klager de Commissie slechts één verzoek om "toegang tot documenten" lijkt te hebben gedaan. Na de weigering om dit verzoek in te willigen, heeft zij geen confirmatief verzoek om openbaarmaking van de documenten ingediend. De Ombudsman wijst er in dit verband op dat indien een verzoeker die om toegang van het publiek tot documenten verzoekt, de toegang tot die documenten wordt geweigerd, hij een confirmatief verzoek moet indienen voordat hij zich tot de Ombudsman of het Gerecht kan wenden met betrekking tot de weigering om toegang tot die documenten te verlenen. Ook vanuit strikt formeel oogpunt merkt de Ombudsman dus op dat klager geen confirmatief verzoek om de litigieuze documenten lijkt te hebben ingediend. Bovendien gaf klager in zijn opmerkingen van 29 mei 2011 aan dat hij dankzij de tussenkomst van de delegatie van de begunstigde een kopie van de documenten over de uitvoering van het project had ontvangen. In het licht van al het bovenstaande is de Ombudsman van mening dat geen verder onderzoek gerechtvaardigd is met betrekking tot een weigering om het publiek toegang te verlenen tot de litigieuze documenten.

47. Wat de afzonderlijke verzoeken om toegang tot informatie betreft, merkt de Ombudsman op dat de Commissie eerst de nodige stappen heeft ondernomen om na te gaan of ngo A alle relevante informatie van de begunstigde had ontvangen. Hij merkt ook op dat de Commissie klager heeft uitgenodigd om hem te ontmoeten om hem in staat te stellen de problemen beter aan klager uit te leggen. In dit verband is de Ombudsman van mening dat geen verder onderzoek gerechtvaardigd is met betrekking tot deze bewering en de daarmee verband houdende bewering.

C. Conclusies

Op basis van haar onderzoek naar deze klacht sluit de Ombudsman deze af met de volgende conclusies:

Wat de eerste bewering en het eerste argument betreft, was er geen sprake van wanbeheer door de Commissie.

Met betrekking tot de tweede bewering en vordering zijn geen verdere vragen gerechtvaardigd.

Klager en de Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

 

Emily O'Reilly

Gedaan te Straatsburg op 11 november 2013


[1] http://www.ombudsman.europa.eu/resources/code.faces#/page/1

[2] De Ombudsman merkt op dat, volgens bladzijde 5 van het controleverslag, deze twee bedragen bij elkaar opgeteld (7 181,66 EUR en 15 300,68 EUR) overeenkomen met het verschil tussen de overeengekomen begroting (535 674 EUR) en de reeds aan ngo A betaalde bedragen (513 191,66 EUR).

[3] Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145, blz. 43).

[4] In artikel 339 VWEU is het volgende bepaald: "De leden van de instellingen van de Unie, de leden van de comités en de ambtenaren en andere personeelsleden van de Unie zijn gehouden, ook na beëindiging van hun functie, inlichtingen die naar hun aard onder de geheimhoudingsplicht vallen, met name inlichtingen over ondernemingen, hun handelsbetrekkingen of hun kostencomponenten, niet openbaar te maken."

[5] Punt 4 van de code van de Commissie heeft betrekking op de communicatie met het publiek.

[6] Artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 bepaalt dat de instelling met betrekking tot documenten van derden de derde raadpleegt om te beoordelen of een uitzondering van lid 1 of lid 2 van toepassing is, tenzij duidelijk is dat het document wel of niet openbaar wordt gemaakt.

[7] De Commissie beschikt over beschrijvende en financiële verslagen die de begunstigde in het kader van de subsidieovereenkomst bij haar heeft ingediend. Deze geven een volledig overzicht van alle aspecten met betrekking tot de uitvoering van het project.

[8] Punt 16 van de partnerschapsverklaring tussen de begunstigde en ngo A luidt als volgt: "[t] ous les partenaires doivent recevoir des copies des rapports - narratifs et financiers - présentés à la l'Administration contractante [de Commissie]".

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!