Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot twee brieven betreffende een inbreukprocedure tegen Italië heeft behandeld (zaak 342/2023/VB)
Besluiten
Zaak 342/2023/VB - Geopend op Dinsdag | 21 februari 2023 - Besluit over Dinsdag | 28 maart 2023 - Betrokken instelling Europese Commissie ( Geen wanbeheer vastgesteld ) - Land Italië
Klacht ingediend
16/02/2023Onderzoek van de klacht
20/02/2023Onderzoek gaande
21/02/2023Uitkomst van het onderzoek
28/03/2023
Geachte heer X,
U heeft onlangs bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen [1] tot twee brieven die tussen de Commissie en de Italiaanse autoriteiten zijn uitgewisseld over een inbreukprocedure tegen Italië (CHAP(2021)1984). De inbreukklacht betreft de verenigbaarheid van de Italiaanse regeling inzake speelautomaten zonder geldprijzen met het Unierecht.
Bij haar weigering om het publiek toegang te verlenen tot de betrokken documenten heeft de Commissie zich gebaseerd op een uitzondering in de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten, die betrekking heeft op de bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits [2]. De Commissie heeft uitgelegd dat de gevraagde documenten deel uitmaken van het administratieve dossier van een lopende inbreukprocedure. Hij merkte op dat de dialoog met de Italiaanse autoriteiten en haar onderzoeksactiviteiten aan de gang zijn en mogelijk kunnen leiden tot de inleiding van inbreukprocedures.
Volgens de Commissie bestaat er een „reëel en niet-hypothetisch risico” dat de openbaarmaking van de documenten het lopende onderzoek en de follow-up ervan negatief zou beïnvloeden en dat zij haar diensten zou blootstellen aan een voorzienbaar risico van externe druk, hetgeen nadelig zou zijn voor het onderzoek en de doeltreffendheid ervan zou ondermijnen. Zij merkte op dat de rechterlijke instanties van de EU het bestaan van een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking van documenten in verband met lopende inbreukprocedures hebben erkend [3].
De Commissie was ook van mening dat u niet het bestaan van een hoger openbaar belang bij openbaarmaking had aangetoond. Zij merkte op dat het feit dat u de inbreukklacht in kwestie hebt ingediend, niet relevant is in het kader van verzoeken om toegang van het publiek, aangezien de documenten, indien toegang werd verleend, ter beschikking van het grote publiek worden gesteld.
U bent het niet eens met het besluit van de Commissie. U stelt dat u toegang had moeten krijgen tot de gevraagde documenten, aangezien u de informatie in de documenten nodig hebt om een zinvol antwoord te geven op de brief van de Commissie waarin zij u in kennis stelt van haar voornemen om de inbreukklacht af te sluiten.
In de loop van het onderzoek heeft het onderzoeksteam van de Ombudsman de twee brieven geïnspecteerd.
Na een zorgvuldige analyse van alle informatie die u bij uw klacht hebt verstrekt en op basis van ons onderzoek, hebben wij besloten het onderzoek af te sluiten met de volgende conclusie [4]:
Er was geen sprake van wanbeheer door de Commissie.
In de EU-jurisprudentie is vastgesteld dat de toegang van het publiek tot documenten in verband met lopende inbreukprocedures of EU-pilotprocedures het noodzakelijke “klimaat van wederzijds vertrouwen” tussen de Commissie en de betrokken lidstaat kan ondermijnen. Openbaarmaking kan dus het goede verloop van die procedures ondermijnen. Als zodanig kan de Commissie zich baseren op een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking om de toegang tot dergelijke documenten te weigeren.
In deze zaak heeft de Commissie uitgelegd dat haar beoordeling van de inbreukklacht waarnaar in de documenten wordt verwezen, nog steeds aan de gang is. De Ombudsman is derhalve van mening dat de Commissie zich mocht baseren op het algemene vermoeden om de toegang tot de gevraagde documenten te weigeren.
Indien de persoon of entiteit die om toegang tot een document verzoekt, kan aantonen dat het document niet onder dat vermoeden valt of dat er een hoger openbaar belang is dat openbaarmaking ervan zou rechtvaardigen, kan dit algemene vermoeden worden vernietigd. Volgens de bestaande rechtspraak staat het aan de indiener van het verzoek om het bestaan aan te tonen van een dergelijk hoger openbaar belang dat openbaarmaking gebiedt [5].
Wij begrijpen dat u toegang wilt tot de documenten om een zinvol antwoord op de brief van de Commissie op te stellen waarin zij u informeert over haar voornemen om de inbreukklacht af te sluiten. Zoals de Commissie heeft opgemerkt, hebben de rechterlijke instanties van de EU echter geoordeeld dat het algemeen belang dat verband houdt met het waarborgen dat een lidstaat het EU-recht naleeft, het meest doeltreffend wordt beschermd wanneer het door de Commissie wordt beoordeeld en geverifieerd [6].
Gezien het bovenstaande is de Ombudsman van mening dat de redenen van de Commissie om de toegang tot de gevraagde documenten te weigeren in dit geval overtuigend zijn.
Houd er rekening mee dat ons onderzoek alleen betrekking had op het besluit van de Commissie over uw verzoek om toegang tot documenten en niet op de behandeling van uw inbreukklacht.
We waarderen dat dit misschien niet het gewenste resultaat is, maar we hopen dat u deze uitleg nuttig vindt. Hartelijk dank dat u contact hebt opgenomen met de Europese Ombudsman.[7]
Met vriendelijke groet,
Rosita Hickey
Directeur Onderzoeken
Straatsburg, 28.3.2023
[1] Krachtens Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex:32001R1049.
[2] Artikel 4, lid 2, derde streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
[3] Arrest van het Hof van Justitie van 14 november 2013, LPN en Finland/Europese Commissie, gevoegde zaken
Zaken C-514/11 P en C-605/11 P, punten 55 en 65-68, https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf;jsessionid=577C7F93FEEB4F049DC0EC7BB7990CDE?text=&docid=144492&pageIndex=0&doclang=EN&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=360745.
[4] Deze klacht is behandeld in het kader van gedelegeerde behandeling van zaken, overeenkomstig het besluit van de Europese Ombudsman tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen .
[5] Arrest van het Hof van Justitie van 2 oktober 2014, Strack/Commissie, C-127/13, punt 128, https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=158192&pageIndex=0&doclang=EN&mode=req&dir=&occ=first&part=1&cid=79123.
[6] Arrest van het Gerecht van 25 september 2014, Spirlea/Commissie, T-306/12, punt 98, https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=157983&pageIndex=0&doclang=EN&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=372052; Arrest van het Gerecht van 9 oktober 2018, Anikó Pint/Commissie, T-634/17, punt 53, https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=206583&pageIndex=0&doclang=FR&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=371045.
[7] Volledige informatie over de procedure en de rechten met betrekking tot klachten is te vinden op https://www.ombudsman.europa.eu/en/document/70707.