Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit in zaak 563/2020/MMO betreffende de niet-verlenging van een arbeidsovereenkomst met het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol)
Besluiten
Zaak 563/2020/MMO - Geopend op Woensdag | 15 april 2020 - Besluit over Woensdag | 28 oktober 2020 - Betrokken instelling Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving ( Geen wanbeheer vastgesteld ) - Land Nederland
De zaak betrof de niet-verlenging van de arbeidsovereenkomst van klager nadat hij elf jaar bij Europol had gewerkt.
De Ombudsman merkte op dat EU-agentschappen niet verplicht zijn arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te verlengen. De EU-agentschappen beschikken ook over een ruime discretionaire bevoegdheid met betrekking tot hun interne organisatie, waaronder het vaststellen van de voorwaarden voor contractverlenging. In dit geval heeft Europol de toepasselijke regels gevolgd en er zijn geen aanwijzingen dat het een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt of dat het zijn bevoegdheid heeft misbruikt door het contract van klager niet te verlengen.
De Ombudsman sloot het onderzoek af en stelde vast dat er geen sprake was van wanbeheer.
Achtergrond van de klacht
1. Klager werkte elf jaar bij het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) op basis van verschillende opeenvolgende contracten voor bepaalde tijd. Volgens de geldende regels zou een andere verlenging zijn arbeidsovereenkomst hebben veranderd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In maart 2019 besloot Europol zijn contract niet te verlengen.
2. De niet-verlenging van zijn contract was gebaseerd op een in 2011 door de raad van bestuur van Europol genomen besluit (hierna: „besluit van de raad van bestuur van 2011”), volgens hetwelk alleen zeer uitzonderlijke personeelsleden met voldoende vaardigheden en ervaring een contractverlenging voor onbepaalde tijd krijgen.
3. Enkele dagen later, op 28 maart 2019, heeft Europol nieuwe regels betreffende de verlenging van overeenkomsten [1] vastgesteld, op grond waarvan overeenkomsten voor onbepaalde tijd onder aantoonbaar minder strenge voorwaarden konden worden gesloten [2].
4. Klager heeft een administratieve klacht [3] ingediend tegen het besluit om zijn contract niet te verlengen, dat Europol in oktober 2019 heeft afgewezen. Het klachtencomité van Europol verwees naar de „grote beoordelingsmarge die aan de administratie is toegekend” met betrekking tot dit soort besluiten.
5. Niet tevreden met het antwoord van Europol wendde klager zich in maart 2020 tot de Ombudsman [4].
Het onderzoek
6. De Ombudsman heeft in eerste instantie een onderzoek ingesteld naar de procedurele aspecten van het besluit van Europol om het contract van klager niet te verlengen.
7. In de loop van het onderzoek ontving de Ombudsman het antwoord van Europol op de klacht en vervolgens de opmerkingen van klager over dat antwoord.
Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten
- Door de klager
8. Klager is van mening dat de voorwaarden voor het verkrijgen van een overeenkomst voor onbepaalde tijd (“zeer uitzonderlijke prestaties” en “ervaring van voldoende onontbeerlijke aard”), zoals uiteengezet in het besluit van de raad van bestuur van 2011, niet konden worden vervuld en dat zij een onrechtmatige of oneigenlijke beperking vormden van de beoordelingsbevoegdheid van Europol met betrekking tot de verlenging van overeenkomsten.
9. Volgens de klager moet Europol zijn discretionaire bevoegdheid uitoefenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, rekening houdend met de jurisprudentie van de rechterlijke instanties van de EU, waarin staat dat de relevante regels die het recht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd definiëren, tot doel hebben het personeel te beschermen en een zekere mate van stabiliteit in de werkgelegenheid bij EU-agentschappen te waarborgen. [5] Klager voerde ook aan dat EU-agentschappen een zorgplicht hebben ten aanzien van hun personeel, die zich uitstrekt tot het onderzoeken of een personeelslid elders binnen de organisatie in dienst kan worden genomen.
10. Klager voerde verder aan dat zijn contract in feite al een tweede keer was verlengd, wat betekende dat het voor onbepaalde tijd was geworden [6].
Door Europol
11. Europol heeft in detail de wijziging van het rechtskader voor de oprichting van het agentschap en het effect van die wijziging op de arbeidsovereenkomsten uiteengezet. De Europese Politiedienst is opgericht bij de Europol-overeenkomst die op 1 oktober 1998 in werking is getreden. In mei 2009 is het besluit van de Raad tot oprichting van Europol in werking getreden. In het besluit van de Raad werd bepaald dat personeelsleden die in het kader van het vorige rechtskader waren aangeworven, een contract zouden krijgen na succesvolle deelname aan een interne selectieprocedure.[7] Een deel van de uitvoering van de nieuwe regels gebeurde via het besluit van de raad van bestuur van 2011.
12. Europol zei dat klager op 1 juli 2008 bij Europol in dienst was. Omdat hij succesvol was in het interne selectieproces in het nieuwe kader, tekende hij op 29 juni 2010 een “nieuw” contract voor vijf jaar (d.w.z. tot en met 30 juni 2015). Zijn contract werd in 2015 eenmaal verlengd, tot en met 30 juni 2019.
13. Door de toepassing van twee verschillende rechtskaders is de overeenkomst van klager in 2015 niet voor onbepaalde tijd geworden. Aangezien de overgang tussen de twee rechtskaders is beschreven in een besluit van de Raad, is de door klager aangehaalde jurisprudentie niet van overeenkomstige toepassing [8].
14. In maart 2019 heeft Europol nieuwe regels voor de verlenging van contracten vastgesteld, die in april 2019 in werking zijn getreden. De nieuwe regels [9] bevatten overgangsbepalingen, waarin werd bepaald dat contracten die vóór 1 oktober 2019 afliepen, nog steeds onder het besluit van de raad van bestuur van 2011 zouden vallen. Het contract van klager viel onder deze categorie.
15. Het gebruik van overgangsbepalingen is rechtmatig.[10] Europol heeft ervoor gekozen overgangsbepalingen in de nieuwe regels op te nemen om het personeel te informeren over de nieuwe regels en de reeds gestarte processen af te ronden.
16. Europol erkent de plicht om rekening te houden met het welzijn van het personeel. Klager was op de hoogte van de procedure voor de verlenging en van de beperkende voorwaarden waaronder Europol het recht had contracten voor onbepaalde tijd te verstrekken.
Beoordeling door de Ombudsman
17. Er zijn inherente grenzen aan de toetsing door de Ombudsman in zaken die betrekking hebben op de interne organisatie van EU-agentschappen en hun besluiten om arbeidsovereenkomsten al dan niet te verlengen. Het is niet de taak van de Ombudsman om de gegrondheid van een administratief besluit in dit verband te beoordelen.
18. Op grond van het EU-recht is een EU-instelling, -orgaan of -agentschap niet verplicht om een arbeidsovereenkomst die voor bepaalde tijd is gesloten, te verlengen. De EU-administratie beschikt over ruime bevoegdheden op het gebied van interne organisatie [11], waaronder de vaststelling van interne regels waarin de voorwaarden voor contractverlenging worden vastgesteld. Europol heeft deze discretionaire bevoegdheid uitgeoefend door middel van het besluit van de raad van bestuur van 2011 en de nieuwe regels die op 28 maart 2019 zijn vastgesteld.
19. In de loop van het onderzoek van de Ombudsman heeft Europol een duidelijk overzicht gegeven van de ontwikkeling van het rechtskader en van de wijziging van zijn interne regels inzake contractverlengingen. Europol heeft met name beschreven hoe de wijziging van het rechtskader gevolgen heeft gehad voor arbeidsovereenkomsten en heeft de redenen beschreven voor de invoering van overgangsbepalingen in de nieuwe interne regels inzake contractverlengingen.
20. Op basis van de toelichtingen van Europol stelt de Ombudsman vast dat Europol de contractuele situatie van klager heeft behandeld volgens de toepasselijke regels. Niets wijst erop dat Europol een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt of misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid door het contract van klager niet te verlengen.
21. De Ombudsman waardeert de frustratie van klager, aangezien hij van mening is dat een contractverlenging volgens de nieuwe interne regels waarschijnlijker zou zijn geweest. Het feit dat een organisatorische wijziging niet voor alle personeelsleden gunstig is, vormt echter geen wanbeheer.
22. Op basis van het bovenstaande stelt de Ombudsman vast dat er geen sprake is van wanbeheer in de wijze waarop Europol de zaak van klager heeft behandeld.
Conclusie
Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusie [12]:
Er was geen sprake van wanbeheer door het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving.
Klager en Europol zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
Tina Nilsson
Hoofd van de eenheid Case-handling
Straatsburg, 28/10/2020
[1] Europol-besluit betreffende de duur van arbeidsovereenkomsten voor tijdelijke functionarissen op grond van artikel 2, onder f), van de RAP [https://www.europol.europa.eu/publications-documents/decision-of-executive-director-of-28-march-2019-duration-of-contracts-of-employment-for-temporary-agent]. De nieuwe regels zijn in de plaats gekomen van het besluit van de raad van bestuur van 2011.
[2] Artikel 4 van dat besluit luidt: “Voor de verlenging van de overeenkomst voor onbepaalde tijd gelden de volgende cumulatieve criteria:
a. De blijvende behoefte aan de post/functie, ook in het licht van de toekomst
te verwachten ontwikkelingen;
b. de vaardigheden en competenties van het personeelslid en hun relevantie voor de
bezette post/functie;
c. de constant hoge prestaties van het personeelslid.”
[3] Artikel 90, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie bepaalt: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A01962R0031-20140501
[4] Klager klaagde ook over het herindelingsbesluit van Europol van 2016, aangezien hij niet was opgenomen in de lijst van personeelsleden die in aanmerking komen voor herindeling. De Ombudsman verklaarde dit aspect van de klacht niet-ontvankelijk.
[5] Klager verwijst naar het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 5 februari 2014 in zaak Drakeford ¸ F-29/13, [http://curia.europa.eu/juris/document/document_print.jsf?docid=147341&text=&dir=&doclang=FR&part=1&occ=first&mode=lst&pageIndex=0&cid=3363124], gedeeltelijk bevestigd in hoger beroep T‑231/14 P op 16 september 2015 [http://curia.europa.eu/juris/document/document_print.jsf?docid=167801&text=&dir=&doclang=FR&part=1&occ=first&mode=lst&pageIndex=0&cid=3351562]
[6] Klager begon zijn dienstverband bij Europol op 1 juli 2008 met een contract voor bepaalde tijd van vijf jaar. Op 29 juni 2010 tekende hij nog een contract voor vijf jaar (dat wil zeggen tot en met 30 juni 2015). Deze overeenkomst is in 2015 verlengd tot en met 30 juni 2019.
[7] In artikel 57 betreffende personeelsaangelegenheden.
[8] Zie voetnoot 10.
[9] Met name artikel 6.
[10] Zie het arrest van het Gerecht van 27 juni 2017 in zaak NC/Europese Commissie, T-151/16, punten 35-36 [http://curia.europa.eu/juris/document/document_print.jsf?docid=192147&text=&dir=&doclang=EN&part=1&occ=first&mode=lst&pageIndex=0&cid=9239320].
[11] Arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 22 oktober 2002 in de zaak
Jan Pflugradt tegen ECB, T-178/00 en T-341/00, punt 54 [htp://curia.europa.eu/juris/document/document_print.jsf;jsessionid=47C7BB08B2A2BD8FD9A88C9F85032FCF?docid=47813&text=&dir=&doclang=EN&part=1&occ=first&mode=DOC&pageIndex=0&cid=5337408] en beschikking van het Gerecht van 11 oktober 2012 in de zaak Cervelli tegen Commissie, T-622/11 P, punt 25 [http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=T-622/11&language=EN].
[12] Deze klacht is behandeld in het kader van gedelegeerde behandeling van zaken, overeenkomstig artikel 11 van het besluit van de Europese Ombudsman tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen.