Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 116 resultaten weergeven

Besluit over de wijze waarop het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) een controle ter plaatse bij een Poolse onderneming heeft uitgevoerd (zaak 2304/2023/MIK)

Woensdag | 24 april 2024

De klager is een Poolse onderneming die het voorwerp uitmaakt van een onderzoek van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) naar mogelijke fraude ten nadele van de EU-begroting. Klager uitte zijn bezorgdheid over de wijze waarop OLAF een controle ter plaatse in de gebouwen van klager heeft uitgevoerd. Klager voerde met name aan dat: de raad van bestuur niet op de hoogte was gebracht van de inspectie; een van de OLAF-onderzoekers die de controle had uitgevoerd, had in het kader van het Poolse recht onvoldoende bewijs van zijn identiteit geleverd; de echtheid van de toestemming van OLAF om de controle uit te voeren kon niet worden geverifieerd; en de onderzoekers hadden blijk gegeven van vooringenomenheid tegen de klager.

De Ombudsman constateerde geen wanbeheer in de wijze waarop OLAF de controle ter plaatse had uitgevoerd.

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een inbreukprocedure heeft behandeld met betrekking tot de socialezekerheidsbijdragen van gepensioneerden in Frankrijk die een Zwitsers pensioen ontvangen (klacht 752/2022/FA)

Vrijdag | 01 september 2023

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie een inbreukklacht heeft behandeld over de wijze waarop Frankrijk socialezekerheidsbijdragen in mindering brengt op Zwitserse pensioenen van gepensioneerden die in Frankrijk wonen. De klager voerde aan dat de Commissie de klacht verkeerd had geïnterpreteerd en de aan de orde gestelde kwesties niet had aangepakt.

De Ombudsman constateerde dat de Commissie de inbreukklacht niet naar behoren had behandeld. Door de klacht van klager op te nemen in een lopende inbreukprocedure, in het kader van een EU Pilot-procedure, had de Commissie verzuimd de door klager aan de orde gestelde specifieke kwesties aan te pakken. Aangezien de Commissie de kwesties had behandeld die klager in het kader van een andere klacht aan de orde had gesteld, constateerde de Ombudsman echter dat in dit geval geen verder onderzoek gerechtvaardigd was.

Om dergelijke problemen in de toekomst te voorkomen, stelde de Ombudsman voor dat, indien de Commissie besluit een klacht toe te voegen aan een lopende inbreukprocedure, met name in het kader van een EU Pilot-procedure, zij ervoor moet zorgen dat zij de specifieke kwesties die in die klacht aan de orde worden gesteld, adequaat aanpakt.

Besluit over de behandeling door de Europese Commissie van klachten dat Spanje het EU-recht inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd schendt (zaak 1813/2022/PGP)

Donderdag | 20 april 2023

De zaak betrof door de Europese Commissie verstrekte informatie over de status van twee inbreukklachten.

De Ombudsman stelde vast dat de Commissie uitgebreidere informatie had kunnen verstrekken over de status van een van de klachten, met name met betrekking tot de lopende “procedure voor meerdere klachten” die betrekking had op een aantal van de in die klacht aan de orde gestelde kwesties. Zij heeft de klachten echter op redelijke wijze behandeld.

De Ombudsman sloot het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit over het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om een kandidaat in COVID-19-quarantaine niet toe te staan een test te verplaatsen (zaak 2223/2021/ABZ)

Woensdag | 18 januari 2023

De zaak betrof het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om een kandidaat die in COVID-19-quarantaine was geplaatst, niet toe te staan haar toets te verplaatsen in het kader van een selectieprocedure voor arbeidscontractanten (vaste selectieprocedure CAST).

De Ombudsman constateerde dat EPSO redelijke uitleg gaf waarom het klager geen alternatieve testdatum kon verstrekken. Op basis daarvan sloot de Ombudsman het onderzoek af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer door EPSO.

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie de gevolgen voor de mensenrechten heeft beoordeeld alvorens steun te verlenen aan Afrikaanse landen om surveillancecapaciteit te ontwikkelen (zaak 1904/2021/MHZ)

Maandag | 28 november 2022

De klagers, een groep maatschappelijke organisaties, waren bezorgd dat de Europese Commissie de mensenrechtenrisico’s niet heeft beoordeeld alvorens steun te verlenen aan Afrikaanse landen om surveillancecapaciteiten te ontwikkelen, met name in het kader van het EU-noodtrustfonds voor Afrika (EUTFA). De klagers voerden aan dat de Commissie, alvorens in te stemmen met de ondersteuning van projecten met mogelijke gevolgen voor het toezicht, zoals biometrische databanken of technologieën voor monitoring van mobiele telefoons, voorafgaande risico- en effectbeoordelingen had moeten uitvoeren om ervoor te zorgen dat de projecten niet leiden tot schendingen van de mensenrechten (zoals het recht op privacy).

Op basis van het onderzoek concludeerde de Ombudsman dat de bestaande maatregelen niet volstonden om ervoor te zorgen dat het effect van EUFTA-projecten op de mensenrechten naar behoren werd beoordeeld. Om de door haar vastgestelde tekortkomingen aan te pakken, deed de Ombudsman een suggestie voor verbetering om ervoor te zorgen dat er voor toekomstige projecten in het kader van het EU-trustfonds een voorafgaande effectbeoordeling op het gebied van de mensenrechten plaatsvindt.