FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit van de Europese Ombudsman in zaak 171/2020/KT over de wijze waarop de Europese Commissie omging met een klacht dat Denemarken de EU-milieuwetgeving had geschonden (habitatrichtlijn)

Geachte heer X,

In januari 2020 heeft u namens Sea Shepherd Nederland (Sea Shepherd) bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over de wijze waarop de Europese Commissie de inbreukklacht CHAP(2017)1868 tegen Denemarken heeft behandeld.

In haar klacht bij de Commissie voerde Sea Shepherd aan dat de Deense autoriteiten (politie- en marinetroepen) de habitatrichtlijn van de EU [1] schenden, aangezien zij de jaarlijkse jacht op langvinnige grienden op de Faeröer (een evenement dat plaatselijk bekend staat als Grindadráp) ondersteunen, vergemakkelijken of er zelfs aan deelnemen.

In de klacht bij de Ombudsman stelt u dat de Commissie bij de beoordeling van de inbreukklacht kennelijke fouten heeft gemaakt. Door de werkingssfeer van de habitatrichtlijn en de verplichtingen die zij oplegt aan de EU-lidstaten zeer eng uit te leggen, heeft de Commissie volgens u de toepasselijkheid ervan in deze zaak ten onrechte uitgesloten. U stelt dat de Commissie voorbij is gegaan aan het “natuurlijke verspreidingsgebied” van de beschermde walvissen (d.w.z. de ruimtelijke grenzen waarbinnen deze soort voorkomt), dat zich volgens u ook uitstrekt tot de EU-wateren. U bent ook van mening dat de Commissie een tegenstrijdig standpunt heeft ingenomen door te oordelen dat de habitatrichtlijn niet van toepassing is op het optreden van de Deense autoriteiten, en tegelijkertijd te concluderen dat u onvoldoende bewijs hebt geleverd dat Denemarken het EU-recht schendt. Tot slot voert u aan dat de Commissie de Europese code van goed administratief gedrag (ECGAB) heeft geschonden, aangezien zij de inbreukklacht niet zorgvuldig heeft onderzocht en haar definitieve standpunt niet duidelijk heeft meegedeeld [2].

Na een zorgvuldige analyse van alle informatie die bij de klacht is verstrekt, vinden we geen aanwijzingen van wanbeheer door de Europese Commissie.

De Commissie beschikt over een ruime beoordelingsmarge bij de behandeling van klachten over inbreuken [3]. Haar beleid inzake inbreuken op het EU-recht is uiteengezet in haar mededeling EU-recht: Betere resultaten door betere toepassing [4]. Wat klachten over inbreuken betreft, kan de Ombudsman onderzoeken of de Commissie haar standpunt duidelijk heeft toegelicht en of zij de klager in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken voordat zij een zaak sluit. In dit verband is de Commissie niet verplicht om met een klager in gesprek te gaan over alle kwesties of argumenten die in de inbreukklacht aan de orde worden gesteld. Het volstaat veeleer dat de Commissie duidelijk uiteenzet waarom zij een bepaald standpunt heeft ingenomen. Wat de inhoud van een inbreukklacht betreft, kan de Ombudsman alleen tussenbeide komen (door de Commissie te verzoeken de klacht opnieuw te bekijken) indien er aanwijzingen zijn dat de Commissie de feiten of het recht kennelijk onjuist heeft gepresenteerd.

Wij merken op dat de Commissie u in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken over haar standpunt voordat zij de zaak sloot. Wij zijn ook van mening dat de Commissie u duidelijke informatie heeft verstrekt over de reden waarom zij de inbreukklacht heeft afgesloten.

De Commissie verklaarde dat het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) niet van toepassing zijn op de Faeröer [5], een autonoom deel van Denemarken. Als zodanig is afgeleide EU-wetgeving op basis van deze Verdragen, met inbegrip van de habitatrichtlijn, ook niet van toepassing op de Faeröer. Grindadráp vindt plaats op de Faeröer.

 Wat het natuurlijke verspreidingsgebied van de grienden betreft, zei de Commissie dat de habitatrichtlijn de natuurlijke habitats en wilde fauna beschermt op het Europese grondgebied van de lidstaten waarop het VWEU van toepassing is [6].

De Commissie zei ook dat de Faeröer weliswaar geen deel uitmaken van de EU, maar wel deel uitmaken van het Deense grondgebied. Wanneer Denemarken politie- en marinetroepen naar de Faeröer stuurt, doet het dit op basis van zijn recht om de openbare orde te handhaven en de binnenlandse veiligheid te waarborgen tijdens een activiteit die, hoe controversieel ook, legaal is in dit deel van zijn grondgebied.

Wij zijn van mening dat niets wijst op een kennelijke beoordelingsfout van de Commissie. Evenmin wijzen wij erop dat de Commissie de beginselen van behoorlijk bestuur en met name haar verplichting om de motivering van haar besluit om de klacht wegens niet-nakoming af te sluiten, niet in acht heeft genomen.

In het licht van het bovenstaande heeft de Ombudsman de zaak gesloten.[7]

Hoewel u misschien teleurgesteld bent over de uitkomst van de zaak, hopen we dat u de bovenstaande uitleg nuttig zult vinden. Wij achten het ook nuttig op te merken dat de Commissie haar standpunt en bevoegdheden met betrekking tot Grindadráp heeft uiteengezet in haar openbaar toegankelijke antwoorden op verschillende vragen van leden van het Europees Parlement [8]. De Commissie zal dit naar verwachting in de nabije toekomst opnieuw doen, aangezien de kwestie onlangs opnieuw aan de orde is gesteld in het Europees Parlement [9].

Onze excuses voor de tijd die het heeft gekost om dit onderzoek af te ronden.

Met vriendelijke groet,

 

Tina Nilsson
Hoofd van de eenheid Case-handling

Straatsburg, 06/10/2020

 

 

[1] Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:01992L0043-20130701).

[2] Artikel 18 van de ECGAB (“Verplichting tot motivering van besluiten”), beschikbaar op https://www.ombudsman.europa.eu/en/publication/en/3510.

[3] Zie arrest van het Hof van 14 februari 1989, Starfruit/Commissie, 247/87 (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:61987CJ0247&from=EN).

[4] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52017XC0119(01)&from=EN.

[5] Artikel 355 VWEU: "De Verdragen zijn niet van toepassing op de Faeröer".

[6] Artikel 2, lid 1, van de habitatrichtlijn: "Deze richtlijn heeft tot doel bij te dragen tot het waarborgen van de biodiversiteit door de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna op het Europese grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is."

[7] Volledige informatie over de procedure en rechten met betrekking tot klachten is te vinden op  

  https://www.ombudsman.europa.eu/nl/document/70707.

[8] Zie bijvoorbeeld de antwoorden van de Commissie op parlementaire vragen E-002160-14, P-006608/2014, E-006677/2014.

[9] Zie parlementaire vraag E-004510/2020, gericht aan de Commissie in augustus 2020.

 

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!