Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 592 resultaten weergeven

Besluit over de naleving door de Europese Commissie van haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MIK – de zaak “Omnibus”, 2031/2024/VB – de zaak “migratie” en 1379/2024/MIK – de zaak “GLB”)

Dinsdag | 23 juni 2026

De drie zaken hadden betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten heeft toegepast bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (983/2025/MIK), de bestrijding van migrantensmokkel (2031/2024/VB) en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1379/2024/MIK). De Commissie achtte deze voorstellen dringend en heeft daarom in haar regels voorziene stappen, zoals effectbeoordelingen en openbare raadplegingen, achterwege gelaten. De klagers, die maatschappelijke organisaties zijn, waren van mening dat deze omissies in strijd waren met de regels voor betere regelgeving van de Commissie. In twee gevallen voerden de klagers ook aan dat de Commissie de verenigbaarheid van de wetgevingsvoorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU niet heeft beoordeeld, zoals vereist door de Europese klimaatwet. In één geval was klager verder bezorgd over het feit dat de Commissie haar reglement van orde inzake overleg tussen de diensten had geschonden.

Op basis van haar onderzoeken constateerde de Ombudsman procedurele tekortkomingen in de wijze waarop de Commissie de wetgevingsvoorstellen in kwestie had voorbereid, wat samen neerkwam op wanbeheer. Om deze tekortkomingen aan te pakken, heeft de Ombudsman de Commissie aanbevolen te zorgen voor een voorspelbare, consistente en niet-willekeurige toepassing van haar regels voor betere regelgeving, door “dringende” situaties te definiëren die een afwijking van hun vereisten rechtvaardigen, en door de redenen voor toegestane afwijkingen vast te leggen en toe te lichten. Voorts moet de Commissie, wanneer afwijkingen worden toegestaan, een procedure vaststellen om ervoor te zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen nog steeds in overeenstemming is met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces. Om de Commissie bij deze taak bij te staan, deed de Ombudsman ook vier suggesties voor verbetering, waaronder: de regels voor de raadpleging van belanghebbenden voor dringende voorstellen te verduidelijken; ervoor te zorgen dat de analytische documenten ter vervanging van effectbeoordelingen en de bewijsstukken ter ondersteuning van haar voorstellen tijdig worden gepubliceerd om een openbaar debat mogelijk te maken voordat de wetgeving wordt aangenomen; richtsnoeren uit te vaardigen voor de uitvoering van klimaatconsistentiebeoordelingen; het verstrekken en registreren van motiveringen bij het verkorten van de periodes van overleg tussen de diensten tot onder de vastgestelde drempels.

In haar antwoord aan de Ombudsman stemde de Commissie ermee in om bij de komende herziening van de regels voor betere regelgeving na te denken over het definiëren van “dringende” situaties, en om de redenen voor het toepassen van afwijkingen van hun vereisten vast te leggen en te publiceren. De Commissie heeft zich er ook toe verbonden om te zorgen voor gerichte raadplegingen over haar “dringende” voorstellen, om de analytische documenten met bewijsmateriaal ter ondersteuning van haar voorstellen binnen drie maanden na de goedkeuring ervan te publiceren, om klimaatconsistentiebeoordelingen op te nemen in zowel analytische documenten als toelichtingen voor toekomstige voorstellen en om kortere raadplegingen tussen de diensten te motiveren.

De klagers waren in hun opmerkingen over het antwoord van de Commissie van mening dat de toezeggingen van de Commissie duidelijk noch concreet genoeg zijn om een transparant, inclusief en empirisch onderbouwd wetgevingsproces te waarborgen.

De Ombudsman was ingenomen met het algemene constructieve antwoord van de Commissie op haar aanbevelingen en suggesties voor verbetering. Desalniettemin biedt het antwoord van de Commissie nog niet voldoende duidelijkheid over de concrete stappen die zij voornemens is te nemen om de aanbevelingen en suggesties voor verbetering van de Ombudsman uit te voeren.

De Ombudsman zal deze kwestie derhalve monitoren op basis van toekomstige klachten en zodra de Commissie de herziening van de regels voor betere regelgeving heeft afgerond. In dit stadium zijn geen verdere onderzoeken gerechtvaardigd en heeft de Ombudsman de drie zaken afgesloten.

Besluit over de wijze waarop de delegatie van de Europese Unie in Tanzania en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap is omgegaan met bezorgdheid over de naleving van het nationale recht en het ontslag van een deskundige in het kader van een door de EU gefinancierd project (geval: 2803/2025/FA)

Donderdag | 04 juni 2026

Klager werkte als deskundige voor een externe EU-contractant aan een door de EU gefinancierd project in Tanzania dat werd beheerd door de delegatie van de Europese Unie in Tanzania en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap. Klager beweerde dat de contractant de Tanzaniaanse wetgeving had geschonden door zich niet in Tanzania te registreren, waardoor hij geen geldige werkvergunning kon verkrijgen. Vervolgens heeft de contractant klager in kennis gesteld van zijn besluit om zijn contract op te zeggen, rekening houdend met de door de EU-delegatie geuite bezorgdheid over het werk van klager.

De Ombudsman opende een onderzoek naar de bezorgdheid van klager over de wijze waarop de delegatie beide zaken heeft behandeld. In dit verband verwees de Ombudsman naar haar vaste standpunt dat wanneer EU-instellingen op zoek zijn naar de vervanging van deskundigen die aan EU-projecten werken, deze personen moeten worden gehoord voordat zij worden vervangen. Hoewel de Commissie betoogde dat zij niet om vervanging van de deskundige had gevraagd, stelde de Ombudsman vast dat de Commissie betrokken was geweest bij het vervangingsbesluit. De Ombudsman stelde derhalve vast dat de Commissie er niet voor heeft gezorgd dat het recht van klager om te worden gehoord vóór zijn vervanging werd geëerbiedigd, hetgeen neerkwam op wanbeheer.  Ze deed een suggestie voor verbetering om te voorkomen dat het probleem zich in de toekomst voordoet. 

Bovendien stelde de Ombudsman vast dat, aangezien het contract van klager was beëindigd, geen verder onderzoek naar de kwestie van de werkvergunning gerechtvaardigd was. Desalniettemin deed zij een suggestie voor verbetering aan de Commissie, waarin zij haar verzocht de zaak te verifiëren, aangezien dit gevolgen kan hebben voor andere deskundigen die aan het EU-project werken. 

 

Besluit betreffende het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie om een kandidaat niet toe te laten tot een selectieprocedure voor EU-ambtenaren (zaak 2374/2025/ET)

Maandag | 27 april 2026

De zaak betrof het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie om klager niet toe te laten tot een selectieprocedure voor EU-ambtenaren op het gebied van vervoer vanwege zijn gebrek aan beroepservaring.

De Ombudsman constateerde dat de jury de informatie in de sollicitatie van klager had onderzocht en beoordeeld aan de hand van de subsidiabiliteitscriteria. De Ombudsman constateerde geen kennelijke fout bij de beoordeling van de sollicitatie door de jury en sloot het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.