Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 116 resultaten weergeven
Hoe het Europees Comité voor gegevensbescherming zijn advies over het gebruik van gezichtsherkenning op luchthavens heeft goedgekeurd
Woensdag | 19 augustus 2026
Hoe het Europees Comité voor gegevensbescherming zijn advies over het gebruik van gezichtsherkenning op luchthavens heeft goedgekeurd
Woensdag | 19 augustus 2026
Hoe de Europese Commissie een klacht heeft behandeld over de beëindiging van haar rol als ambassadeur van het Europees klimaatpact
Woensdag | 22 juli 2026
Besluit over de wijze waarop de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) geschillen behandelt tussen een contractant en een subcontractant die rechtstreeks met de EDEO samenwerkt (zaak 1230/2025/EIS)
Woensdag | 15 juli 2026
De zaak betrof de wijze waarop de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) omging met een onderaannemer die expertise en diensten in de IT-sector leverde. Volgens klager werd zij niet volledig betaald voor de werkzaamheden die zij had verricht. Nadat de onderhandelingen van klager met de hoofdcontractant vruchteloos waren gebleven, wendde klager zich tot de Ombudsman en maakte hij bezwaar tegen de wijze waarop de EDEO het geschil in kwestie had behandeld.
De Ombudsman herinnerde eraan dat het ontbreken van een rechtstreekse contractuele relatie tussen een EU-instelling en een onderaannemer de eerstgenoemde instelling, handelend in haar hoedanigheid van overheidsinstantie, niet ontslaat van haar verplichting om het grondrecht van de onderaannemer op behoorlijk bestuur te eerbiedigen. Deze verplichting omvat onder meer de plicht van de EU-instelling om toezicht te houden op het gedrag van haar contractant en, indien nodig, erop aan te dringen dat de contractant zijn verplichtingen jegens de subcontractant nakomt. In de onderhavige zaak merkte de Ombudsman op dat de EDEO ervoor had gezorgd dat zijn eisen inzake prestaties en documentatie zorgvuldig door de hoofdcontractant aan de subcontractant werden meegedeeld en dat de EDEO betalingen had verricht voor de gevalideerde uitgevoerde werkzaamheden. In het algemeen heeft de EDEO zich meermaals ingespannen om een oplossing te vinden voor de verschillende kwesties in verband met onderaanneming.
De Ombudsman sloot het onderzoek dus af met de conclusie dat er geen sprake was van wanbeheer door de EDEO.
Hoe het Asielagentschap van de Europese Unie aantijgingen van schendingen van de grondrechten bij zijn activiteiten in Griekenland aanpakt
Dinsdag | 07 juli 2026
Aanbeveling over de wijze waarop het Asielagentschap van de Europese Unie beschuldigingen van schendingen van de grondrechten bij zijn activiteiten in Griekenland aanpakt (zaak 229/2024/AML)
Donderdag | 02 juli 2026
De zaak betrof de manier waarop het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA) beschuldigingen van schendingen van de grondrechten bij zijn activiteiten op het Griekse eiland Samos heeft aangepakt. De klagers waren bezorgd dat de manier waarop de in de asielondersteuningsteams van het EUAA ingezette caseworkers gesprekken voerden met kwetsbare asielzoekers in strijd was met het EU-recht, en dat het EUAA dit niet had aangepakt. Daarnaast maakten de klagers zich zorgen over de manier waarop het EUAA omging met de meldingen van pushbacks van asielzoekers.
De Ombudsman constateerde dat het EUAA er ten tijde van de klacht niet voor had gezorgd dat de in zijn asielondersteuningsteams ingezette caseworkers bereid waren om naar behoren gesprekken te voeren met kwetsbare asielzoekers, onder meer over de wijze waarop rekening kan worden gehouden met indicatoren van kwetsbaarheden wanneer deze zich voor het eerst tijdens het asielgesprek voordoen. De Ombudsman constateerde voorts dat het EUAA kwetsbare asielzoekers geen passende procedure had geboden om tijdens interviews gemaakte fouten te melden en dergelijke verslagen door het EUAA te laten beoordelen. De Ombudsman stelde vast dat dit wanbeheer vormde en deed vier aanbevelingen aan het EUAA om de tekortkomingen aan te pakken.
De Ombudsman zond deze aanbevelingen ook naar haar tegenhangers van het Europees netwerk van ombudsmannen (ENO), waarin zij hun mening vroeg over de wijze waarop de naleving van de grondrechten wordt gewaarborgd in de samenwerking tussen EUAA-casewerkers en nationale asielambtenaren.
Daarnaast stelde de Ombudsman belangrijke tekortkomingen vast met betrekking tot de wijze waarop het EUAA omging met de openbaarmaking door asielzoekers van ervaringen met pushbacks tijdens interviews. Toen het EUAA tijdens het onderzoek van de Ombudsman begon met de uitvoering van maatregelen om deze tekortkomingen te verhelpen, constateerde zij geen wanbeheer, maar deed zij in plaats daarvan twee suggesties voor verbetering.
Besluit over de wijze waarop de delegatie van de Europese Unie in Tanzania en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap is omgegaan met bezorgdheid over de naleving van het nationale recht en het ontslag van een deskundige in het kader van een door de EU gefinancierd project (geval: 2803/2025/FA)
Donderdag | 04 juni 2026
Klager werkte als deskundige voor een externe EU-contractant aan een door de EU gefinancierd project in Tanzania dat werd beheerd door de delegatie van de Europese Unie in Tanzania en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap. Klager beweerde dat de contractant de Tanzaniaanse wetgeving had geschonden door zich niet in Tanzania te registreren, waardoor hij geen geldige werkvergunning kon verkrijgen. Vervolgens heeft de contractant klager in kennis gesteld van zijn besluit om zijn contract op te zeggen, rekening houdend met de door de EU-delegatie geuite bezorgdheid over het werk van klager.
De Ombudsman opende een onderzoek naar de bezorgdheid van klager over de wijze waarop de delegatie beide zaken heeft behandeld. In dit verband verwees de Ombudsman naar haar vaste standpunt dat wanneer EU-instellingen op zoek zijn naar de vervanging van deskundigen die aan EU-projecten werken, deze personen moeten worden gehoord voordat zij worden vervangen. Hoewel de Commissie betoogde dat zij niet om vervanging van de deskundige had gevraagd, stelde de Ombudsman vast dat de Commissie betrokken was geweest bij het vervangingsbesluit. De Ombudsman stelde derhalve vast dat de Commissie er niet voor heeft gezorgd dat het recht van klager om te worden gehoord vóór zijn vervanging werd geëerbiedigd, hetgeen neerkwam op wanbeheer. Ze deed een suggestie voor verbetering om te voorkomen dat het probleem zich in de toekomst voordoet.
Bovendien stelde de Ombudsman vast dat, aangezien het contract van klager was beëindigd, geen verder onderzoek naar de kwestie van de werkvergunning gerechtvaardigd was. Desalniettemin deed zij een suggestie voor verbetering aan de Commissie, waarin zij haar verzocht de zaak te verifiëren, aangezien dit gevolgen kan hebben voor andere deskundigen die aan het EU-project werken.
De behandeling door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) van een interne aangelegenheid waarbij een lid van het Comité betrokken is
Woensdag | 13 mei 2026
Het verzuim van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) om te reageren op een verzoek om feedback van een kandidaat in een aanwervingsprocedure (RCT-2025-00107)
Dinsdag | 12 mei 2026
Verzuim van de Europese Commissie om gevolg te geven aan opmerkingen in het kader van een inbreukprocedure tegen Griekenland met betrekking tot zijn asielprocedures (CPLT(2025)01660)
Donderdag | 05 februari 2026
Hoe de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Italië heeft behandeld met betrekking tot de bezoldiging en socialezekerheidsrechten van universitair docenten vreemde talen
Maandag | 22 december 2025
Hoe de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Italië heeft behandeld met betrekking tot de bezoldiging en socialezekerheidsrechten van universitair docent vreemde talen
Vrijdag | 19 december 2025
Hoe het Europees Investeringsfonds (EIF) een klacht over de beoordeling van een inschrijving en de annulering van een aanbestedingsprocedure heeft behandeld
Donderdag | 18 december 2025
Besluit over het besluit van de Europese Commissie om niet langer samen te werken met een uitzendkracht in haar kinderopvangdiensten (zaak 1244/2024/KW)
Vrijdag | 21 november 2025
De zaak betrof het besluit van de Europese Commissie om niet langer samen te werken met een uitzendkracht in haar kinderopvangdiensten. Klager werd ingehuurd via een externe contractant op basis van wekelijkse contracten. Volgens de instructies van de Commissie deelde de contractant klager mee dat de Commissie niet langer om haar diensten zou verzoeken. Klager wendde zich tot de Ombudsman met het argument dat de Commissie haar geen gegronde redenen voor haar besluit had gegeven.
De Ombudsman heeft zich consequent op het standpunt gesteld dat wanneer de instellingen van de Unie om de beëindiging van het contract van een persoon met een externe contractant verzoeken, zij billijke en objectieve redenen moeten opgeven om de beëindiging te rechtvaardigen, de betrokken persoon daarvan in kennis moeten stellen en ervoor moeten zorgen dat zij de mogelijkheid krijgen om vóór de beëindiging opmerkingen in te dienen. Het precaire karakter van de situatie van een uitzendkracht impliceert dat de Commissie verplicht is eerlijk en transparant te zijn, zelfs wanneer er geen contractuele relatie bestaat. In dit geval heeft de Commissie er niet voor gezorgd dat klager werd gehoord en in de gelegenheid werd gesteld opmerkingen te maken over de door de Commissie opgegeven redenen voordat zij besloot de diensten van klager niet langer aan te vragen. Hoewel dit betreurenswaardig is, merkt de Ombudsman op dat klager in de week voorafgaand aan het besluit van de Commissie op de hoogte moet zijn gebracht van een aantal kwesties. Wegens het gebrek aan registratie is de Ombudsman echter niet in staat om na te gaan of het personeel van de Commissie de kwesties met klager heeft besproken. Niettemin is de Ombudsman ingenomen met het feit dat de Commissie heeft erkend dat zij haar redenering in deze zaak verder had kunnen toelichten aan klager.
Op basis hiervan is de Ombudsman van oordeel dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd is en sluit hij de zaak af.
Besluit over de informatie die het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) heeft verstrekt aan het onderwerp van een OLAF-onderzoek over de wijze waarop een klacht kan worden ingediend bij de Toezichthouder op de procedurewaarborgen (zaak 1827/2024/FA)
Dinsdag | 23 september 2025
De zaak betrof een adviesbureau dat door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) werd onderzocht wegens vermoedelijke onregelmatigheden bij door de EU gefinancierde projecten. OLAF deelde het bedrijf mee dat het het onderzoek had afgesloten en diende financiële en administratieve aanbevelingen in bij de Commissie. Hoewel OLAF het bedrijf ervan in kennis heeft gesteld dat het zich tot de Toezichthouder op de procedurewaarborgen van OLAF kon wenden, heeft OLAF geen duidelijke informatie verstrekt over de toepasselijke termijn voor het indienen van een klacht. Dit betekende dat de onderneming de klacht na het verstrijken van de termijn indiende en de Toezichthouder de klacht verwierp.
De Ombudsman stelde vast dat OLAF wanbeheer had begaan door klager geen duidelijke informatie te verstrekken, met name over de sluitingsdatum van het onderzoek. De Ombudsman was echter van mening dat er geen passende aanbeveling moest worden gedaan om dit voor klager aan te pakken. Desalniettemin heeft zij een voorstel gedaan om te voorkomen dat een dergelijk probleem zich in soortgelijke gevallen in de toekomst voordoet.
Hoe het Europees Openbaar Ministerie (EOM) omging met bezwaren van een nationale medewerker van de gedelegeerd Europees aanklagers in Italië
Donderdag | 07 augustus 2025
Hoe de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) een contract beheerde en de gevolgen ervan voor een subcontractant die rechtstreeks met de EDEO samenwerkt
Woensdag | 11 juni 2025
De weigering van de Europese Commissie (delegatie van de Europese Unie aan Algerije) om een contractant het eindverslag over het onderzoek van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) te verstrekken
Vrijdag | 04 april 2025