Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 110 resultaten weergeven
Besluit over de wijze waarop de delegatie van de Europese Unie in Tanzania en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap is omgegaan met bezorgdheid over de naleving van het nationale recht en het ontslag van een deskundige in het kader van een door de EU gefinancierd project (geval: 2803/2025/FA)
Donderdag | 04 juni 2026
Klager werkte als deskundige voor een externe EU-contractant aan een door de EU gefinancierd project in Tanzania dat werd beheerd door de delegatie van de Europese Unie in Tanzania en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap. Klager beweerde dat de contractant de Tanzaniaanse wetgeving had geschonden door zich niet in Tanzania te registreren, waardoor hij geen geldige werkvergunning kon verkrijgen. Vervolgens heeft de contractant klager in kennis gesteld van zijn besluit om zijn contract op te zeggen, rekening houdend met de door de EU-delegatie geuite bezorgdheid over het werk van klager.
De Ombudsman opende een onderzoek naar de bezorgdheid van klager over de wijze waarop de delegatie beide zaken heeft behandeld. In dit verband verwees de Ombudsman naar haar vaste standpunt dat wanneer EU-instellingen op zoek zijn naar de vervanging van deskundigen die aan EU-projecten werken, deze personen moeten worden gehoord voordat zij worden vervangen. Hoewel de Commissie betoogde dat zij niet om vervanging van de deskundige had gevraagd, stelde de Ombudsman vast dat de Commissie betrokken was geweest bij het vervangingsbesluit. De Ombudsman stelde derhalve vast dat de Commissie er niet voor heeft gezorgd dat het recht van klager om te worden gehoord vóór zijn vervanging werd geëerbiedigd, hetgeen neerkwam op wanbeheer. Ze deed een suggestie voor verbetering om te voorkomen dat het probleem zich in de toekomst voordoet.
Bovendien stelde de Ombudsman vast dat, aangezien het contract van klager was beëindigd, geen verder onderzoek naar de kwestie van de werkvergunning gerechtvaardigd was. Desalniettemin deed zij een suggestie voor verbetering aan de Commissie, waarin zij haar verzocht de zaak te verifiëren, aangezien dit gevolgen kan hebben voor andere deskundigen die aan het EU-project werken.
De behandeling door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) van een interne aangelegenheid waarbij een lid van het Comité betrokken is
Woensdag | 13 mei 2026
Het verzuim van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) om te reageren op een verzoek om feedback van een kandidaat in een aanwervingsprocedure (RCT-2025-00107)
Dinsdag | 12 mei 2026
Verzuim van de Europese Commissie om gevolg te geven aan opmerkingen in het kader van een inbreukprocedure tegen Griekenland met betrekking tot zijn asielprocedures (CPLT(2025)01660)
Donderdag | 05 februari 2026
Hoe de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Italië heeft behandeld met betrekking tot de bezoldiging en socialezekerheidsrechten van universitair docenten vreemde talen
Maandag | 22 december 2025
Hoe de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Italië heeft behandeld met betrekking tot de bezoldiging en socialezekerheidsrechten van universitair docent vreemde talen
Vrijdag | 19 december 2025
Hoe het Europees Investeringsfonds (EIF) een klacht over de beoordeling van een inschrijving en de annulering van een aanbestedingsprocedure heeft behandeld
Donderdag | 18 december 2025
Besluit over het besluit van de Europese Commissie om niet langer samen te werken met een uitzendkracht in haar kinderopvangdiensten (zaak 1244/2024/KW)
Woensdag | 19 november 2025
De zaak betrof het besluit van de Europese Commissie om niet langer samen te werken met een uitzendkracht in haar kinderopvangdiensten. Klager werd ingehuurd via een externe contractant op basis van wekelijkse contracten. Volgens de instructies van de Commissie deelde de contractant klager mee dat de Commissie niet langer om haar diensten zou verzoeken. Klager wendde zich tot de Ombudsman met het argument dat de Commissie haar geen gegronde redenen voor haar besluit had gegeven.
De Ombudsman heeft zich consequent op het standpunt gesteld dat wanneer de instellingen van de Unie om de beëindiging van het contract van een persoon met een externe contractant verzoeken, zij billijke en objectieve redenen moeten opgeven om de beëindiging te rechtvaardigen, de betrokken persoon daarvan in kennis moeten stellen en ervoor moeten zorgen dat zij de mogelijkheid krijgen om vóór de beëindiging opmerkingen in te dienen. Het precaire karakter van de situatie van een uitzendkracht impliceert dat de Commissie verplicht is eerlijk en transparant te zijn, zelfs wanneer er geen contractuele relatie bestaat. In dit geval heeft de Commissie er niet voor gezorgd dat klager werd gehoord en in de gelegenheid werd gesteld opmerkingen te maken over de door de Commissie opgegeven redenen voordat zij besloot de diensten van klager niet langer aan te vragen. Hoewel dit betreurenswaardig is, merkt de Ombudsman op dat klager in de week voorafgaand aan het besluit van de Commissie op de hoogte moet zijn gebracht van een aantal kwesties. Wegens het gebrek aan registratie is de Ombudsman echter niet in staat om na te gaan of het personeel van de Commissie de kwesties met klager heeft besproken. Niettemin is de Ombudsman ingenomen met het feit dat de Commissie heeft erkend dat zij haar redenering in deze zaak verder had kunnen toelichten aan klager.
Op basis hiervan is de Ombudsman van oordeel dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd is en sluit hij de zaak af.
Besluit over de informatie die het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) heeft verstrekt aan het onderwerp van een OLAF-onderzoek over de wijze waarop een klacht kan worden ingediend bij de Toezichthouder op de procedurewaarborgen (zaak 1827/2024/FA)
Vrijdag | 19 september 2025
De zaak betrof een adviesbureau dat door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) werd onderzocht wegens vermoedelijke onregelmatigheden bij door de EU gefinancierde projecten. OLAF deelde het bedrijf mee dat het het onderzoek had afgesloten en diende financiële en administratieve aanbevelingen in bij de Commissie. Hoewel OLAF het bedrijf ervan in kennis heeft gesteld dat het zich tot de Toezichthouder op de procedurewaarborgen van OLAF kon wenden, heeft OLAF geen duidelijke informatie verstrekt over de toepasselijke termijn voor het indienen van een klacht. Dit betekende dat de onderneming de klacht na het verstrijken van de termijn indiende en de Toezichthouder de klacht verwierp.
De Ombudsman stelde vast dat OLAF wanbeheer had begaan door klager geen duidelijke informatie te verstrekken, met name over de sluitingsdatum van het onderzoek. De Ombudsman was echter van mening dat er geen passende aanbeveling moest worden gedaan om dit voor klager aan te pakken. Desalniettemin heeft zij een voorstel gedaan om te voorkomen dat een dergelijk probleem zich in soortgelijke gevallen in de toekomst voordoet.
Hoe het Europees Openbaar Ministerie (EOM) omging met bezwaren van een nationale medewerker van de gedelegeerd Europees aanklagers in Italië
Donderdag | 07 augustus 2025
Hoe de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) een contract beheerde en de gevolgen ervan voor een subcontractant die rechtstreeks met de EDEO samenwerkt
Woensdag | 11 juni 2025
De weigering van de Europese Commissie (delegatie van de Europese Unie aan Algerije) om een contractant het eindverslag over het onderzoek van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) te verstrekken
Vrijdag | 04 april 2025
Hoe het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) een bij een OLAF-onderzoek betrokken persoon in kennis heeft gesteld van de beschikbare rechtsmiddelen
Vrijdag | 20 december 2024
Besluit inzake de weigering van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) om toegang te verlenen tot een kopie van de audio-opname van een hoorzitting in een administratief onderzoek (zaak 295/2024/PB)
Woensdag | 11 december 2024
De zaak betrof de wijze waarop het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) een verzoek om een kopie van een geluidsopname van een hoorzitting in het kader van een administratief onderzoek naar vermeende intimidatie heeft behandeld. Klager, die beweerde dat zij het slachtoffer was geweest van intimidatie, was ontevreden over het feit dat de externe onderzoeker die door Enisa was gemachtigd om het onderzoek uit te voeren, weigerde haar toegang te verlenen tot een opname van een van de hoorzittingen die zij met haar had gehouden.
De Ombudsman concludeerde dat er sprake was van wanbeheer door Enisa om een onafhankelijke onderzoeker in staat te stellen een besluit te nemen over een verzoek om een kopie van een audio-opname van een hoorzitting in een administratief onderzoek en om de afwijzing van het verzoek door de onderzoeker op basis van ontoereikende toelichtingen te bevestigen.
De Ombudsman drong er bij Enisa op aan zich met haar bevinding van wanbeheer bezig te houden door haar weigering om toegang te verlenen tot de audio-opname te heroverwegen. Aangezien hiervoor waarschijnlijk een afweging moest worden gemaakt tussen de rechten van de klager zelf en die van andere personeelsleden van Enisa, moet Enisa zijn functionaris voor gegevensbescherming opnieuw raadplegen alvorens een met redenen omkleed besluit te nemen. Indien de klager ontevreden zou zijn over de uitkomst, kan zij de zaak aanhangig maken bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS).
Besluit over de terugvordering door de Europese Commissie van middelen die aan een ngo zijn betaald in het kader van een door de EU gefinancierd project in Burkina Faso (zaak 1264/2024/FA)
Maandag | 09 december 2024
Besluit over de wijze waarop het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) is omgegaan met het verzoek van een nationale autoriteit om het contract te beëindigen van een persoon die door zijn contractant is ingehuurd om als cultureel bemiddelaar te werken (zaak 2047/2023/MHZ)
Dinsdag | 03 december 2024
De zaak betrof de wijze waarop het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) omging met het verzoek van de Italiaanse autoriteiten om de overeenkomst van een persoon die in het kader van de gezamenlijke operatie Themis in Italië was aangeworven om als cultureel bemiddelaar/tolk te werken, te beëindigen. Klager was bezorgd dat Frontex hem onder meer geen redenen voor zijn ontslag had gegeven.
Uit het onderzoek van de Ombudsman bleek dat Frontex bij de behandeling van het verzoek van de Italiaanse autoriteiten had gehandeld in overeenstemming met de toepasselijke regels, op grond waarvan de redenen voor het verzoek vertrouwelijk moesten worden behandeld. Er kon dus redelijkerwijs niet van Frontex worden verwacht dat het een andere aanpak zou volgen. Als zodanig sloot de Ombudsman het onderzoek af en constateerde hij dat er geen sprake was van wanbeheer.
Het besluit van de Europese Commissie om niet langer samen te werken met een uitzendkracht in haar kinderopvangdiensten
Woensdag | 21 augustus 2024
Het besluit van de Europese Commissie om middelen terug te vorderen die aan een ngo zijn betaald in het kader van een door de EU gefinancierd project in Burkina Faso
Woensdag | 31 juli 2024