Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 24 resultaten weergeven

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Oostenrijk heeft behandeld met betrekking tot de regels voor vergoedingen en kostenstructuren in volleybal – CHAP(2017)003963 (zaak 2029/2022/EIS)

Dinsdag | 19 december 2023

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Oostenrijk heeft behandeld met betrekking tot de regels voor vergoedingen en kostenstructuren in volleybal. Klager, een Oostenrijkse sportvereniging, voerde aan dat de vergoedingen, die zelfs voor amateurspelers op jaarbasis moesten worden betaald, buitensporig waren en in strijd waren met het EU-recht. Klager voerde aan dat de tijd die de Commissie nodig had om de eerste beoordeling van de inbreukklacht uit te voeren, niet redelijk was.

De Ombudsman stelde vast dat, hoewel er perioden waren waarin de Commissie niet actief was in het dossier, niets erop wees dat de genomen tijd het gevolg was van nalatigheid of ongerechtvaardigd uitstel door de Commissie. Aangezien de Commissie in de loop van het onderzoek uiteindelijk een besluit heeft genomen over de inbreukklacht en fouten heeft erkend in de manier waarop zij met klager heeft gecommuniceerd, heeft de Ombudsman het onderzoek afgesloten met de conclusie dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was. Zij nam in dit verband nota van de toezegging van de Commissie om de manier waarop zij in de toekomst met klagers communiceert, te verbeteren.

Besluit in zaak 799/2019/FP over de weigering van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur om de namen bekend te maken van personeelsleden die een monitoringmissie in Macedonië uitvoeren in het kader van het subprogramma MEDIA van Creatief Europa

Dinsdag | 30 juli 2019

De zaak betrof de weigering van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA) om de namen bekend te maken van personeelsleden die toezicht hielden op een project in Macedonië.

De Ombudsman stelde vast dat het EACEA terecht had geweigerd de namen van de betrokken personeelsleden bekend te maken en sloot de zaak.

Besluit in zaak 1936/2018/FP over de wijze waarop het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur een verzoek om toegang tot persoonsgegevens heeft behandeld

Vrijdag | 29 maart 2019

De zaak betrof een weigering van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur om de namen bekend te maken van personeelsleden die toezicht hielden op een project in Macedonië.

Het Agentschap heeft de toegang geweigerd op grond van de EU-regels inzake gegevensbescherming, die vereisen dat de persoon die om openbaarmaking van persoonsgegevens verzoekt, zoals de namen van personen, moet aantonen dat de namen van de betrokken personen openbaar moeten worden gemaakt. Indien aan dit vereiste is voldaan, moet de overheidsinstantie nog steeds nagaan of de rechtmatige belangen van de personeelsleden zouden worden geschaad door de openbaarmaking van hun namen en, zo ja, of die rechtmatige belangen belangrijker waren dan de noodzaak die wordt aangevoerd door de persoon die om de openbaarmaking van de namen verzoekt.

De Ombudsman constateerde dat klager niet heeft uitgelegd waarom hij toegang moest hebben tot de namen. Als zodanig kon het Agentschap op goede gronden weigeren de namen van de betrokken personeelsleden bekend te maken.

Besluit in zaak 325/2016/DR over de wijze waarop de Europese Commissie omging met een haalbaarheidsstudie over Europese onderzoekssubsidies voor grensoverschrijdende onderzoeksjournalistiek

Dinsdag | 19 februari 2019

De Europese Commissie heeft een externe contractant verzocht een haalbaarheidsstudie uit te voeren om de mogelijkheid te onderzoeken om een subsidieregeling voor grensoverschrijdende onderzoeksjournalistiek op te zetten. Het doel van de studie was na te gaan of er behoefte was aan financiële steun van de EU voor onderzoeksjournalistiek en mogelijke financieringsmodellen vast te stellen. Uit de studie bleek geen duidelijke behoefte aan EU-financiering en de Commissie besloot geen verdere stappen op dit gebied te ondernemen.

De klager voerde aan dat de Commissie de conclusies van de oorspronkelijk door de contractant ingediende studie had gewijzigd.

De Ombudsman constateerde dat de contractant de eerste bevindingen van de studie inderdaad had gewijzigd. De reden hiervoor was echter dat de Commissie van mening was dat zij niet voldeed aan het bestek van het contract, en met name aan het subsidiariteitsbeginsel. Er was geen bewijs om te suggereren dat de wijzigingen werden aangebracht om de bevindingen van de studie te manipuleren.

Hoewel de Ombudsman vond dat de Commissie te lang had geduurd om de studie te publiceren en de ontevredenheid van het team van journalistieke deskundigen dat bij de studie betrokken was, begreep, achtte zij de uitleg van de Commissie over het algemeen toereikend.