FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit in zaak 1936/2018/FP over de wijze waarop het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur een verzoek om toegang tot persoonsgegevens heeft behandeld

De zaak betrof een weigering van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur om de namen bekend te maken van personeelsleden die toezicht hielden op een project in Macedonië.

Het Agentschap heeft de toegang geweigerd op grond van de EU-regels inzake gegevensbescherming, die vereisen dat de persoon die om openbaarmaking van persoonsgegevens verzoekt, zoals de namen van personen, moet aantonen dat de namen van de betrokken personen openbaar moeten worden gemaakt. Indien aan dit vereiste is voldaan, moet de overheidsinstantie nog steeds nagaan of de rechtmatige belangen van de personeelsleden zouden worden geschaad door de openbaarmaking van hun namen en, zo ja, of die rechtmatige belangen belangrijker waren dan de noodzaak die wordt aangevoerd door de persoon die om de openbaarmaking van de namen verzoekt.

De Ombudsman constateerde dat klager niet heeft uitgelegd waarom hij toegang moest hebben tot de namen. Als zodanig kon het Agentschap op goede gronden weigeren de namen van de betrokken personeelsleden bekend te maken.

Achtergrond van de klacht

1.  Klager is de directeur van een fotohuis in het Verenigd Koninkrijk.

2. Op 10 juni 2018 heeft de klager contact opgenomen met het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA) om informatie op te vragen over een project dat door EACEA in Macedonië werd uitgevoerd. In dit verband verzocht de klager ook om toegang tot de namen van de personeelsleden van het EACEA die toezicht hielden op dat project in Macedonië.

3. Op 25 juni 2018 heeft het EACEA geantwoord dat zij geen toegang tot deze gegevens konden verlenen en dat hij had moeten aangeven dat hij een “rechtsbelang” had bij de openbaarmaking van de betrokken persoonsgegevens.

4. Op 19 september 2018 antwoordde klager aan het EACEA dat hij slechts een betrokken lid van het publiek was dat een verzoek in het algemeen belang indiende en dat hij geen specifiek “juridisch belang” had.

5. Op 2 oktober 2018 bevestigde het EACEA dat om redenen van gegevensbescherming geen toegang tot persoonsgegevens kon worden verleend.

Het onderzoek

6. De Ombudsman opende een onderzoek naar de klacht dat het EACEA ten onrechte had geweigerd toegang te verlenen tot de namen van de personeelsleden van het EACEA die toezicht hielden op een project in Macedonië.

Kwestie

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

7. De klager achtte de weigering van het EACEA om de namen vrij te geven van het personeel dat bij het project in Macedonië betrokken was, ongerechtvaardigd. Hij voerde aan dat de namen van de personeelsleden van de EU-instelling openbaar moeten worden gemaakt in het algemeen belang. Wat de bescherming van persoonsgegevens betreft, vraagt hij zich af wiens privacy en integriteit het EACEA wil beschermen.

8. Het EACEA benadrukte dat de vrijgave van dergelijke gegevens de legitieme belangen van de betrokken personeelsleden zou schaden. Daarnaast voerde het EACEA ook aan dat klager geen rechtvaardiging of argument had aangevoerd waaruit bleek dat de persoonsgegevens aan hem moesten worden doorgegeven.

Beoordeling door de Ombudsman

9. De namen van EU-personeelsleden zijn persoonsgegevens [1]. In het geval van een verzoek als het onderhavige moet de betrokken instelling een analyse in drie fasen volgen. In de eerste plaats moet hij onderzoeken of de verzoeker de noodzaak van de doorgifte van de persoonsgegevens aan hem heeft aangetoond. Indien dit het geval is, moet de instelling nagaan of de overdracht de legitieme belangen van de "betrokkenen" (de betrokken EACEA-personeelsleden) zou kunnen ondermijnen. Ten slotte moet de instelling als derde stap een afweging maken tussen de belangen van de persoon die om toegang tot de persoonsgegevens verzoekt en de legitieme belangen van de betrokkenen.

10. De Ombudsman merkt op dat klager geen expliciete redenen heeft aangevoerd waarom hij toegang moet hebben tot de betrokken persoonsgegevens. Klager beperkte zijn uitleg in feite tot het feit dat het in het algemeen belang is om te weten wat personeelsleden binnen de EU-instellingen doen. Het EACEA was derhalve niet in staat te beoordelen of het noodzakelijk was de persoonsgegevens aan klager bekend te maken. Het EACEA hoefde derhalve niet de volgende stap te zetten om na te gaan of de openbaarmaking het rechtmatige belang van de betrokken personen had kunnen schaden.

11. In deze omstandigheden heeft het EACEA terecht geweigerd toegang te verlenen tot de namen van de betrokken personeelsleden, teneinde de persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer van een geïdentificeerde persoon te beschermen.

12. De Ombudsman merkt echter op dat het EACEA nuttiger had kunnen zijn voor klager door duidelijke uitleg te geven over de noodzaak om aan te geven dat de persoonsgegevens moeten worden doorgegeven.

Conclusie

Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusie:

Er was geen sprake van wanbeheer door het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur.

Klager en het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

 

Fergal Ó Regan

Coördinatie van onderzoeken van algemeen belang - Eenheid 2

Straatsburg, 29/03/2019

 

[1] Destijds was dit geregeld bij Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, beschikbaar op:

http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2001:008:0001:0022:en:PDF.

 

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!