Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 788 resultaten weergeven

Besluit in zaak 1512/2015/PD over de terugvordering door de Europese Commissie van middelen in verband met verschillende door de EU gefinancierde projecten

Dinsdag | 03 april 2018

De zaak betrof het besluit van de Europese Commissie om in het kader van verschillende door de EU gefinancierde projecten uitbetaalde subsidies terug te vorderen. Het besluit is genomen naar aanleiding van audits die door een auditor namens de Commissie zijn uitgevoerd. Klager was het niet eens met de bevindingen van de audit. Klager wilde onder meer dat de audits door de nationale rekenkamer in zijn lidstaat zouden worden beoordeeld. De Commissie achtte dit niet nodig.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie.

Besluit in zaak 947/2016/JN over de behandeling door de Commissie van het Facebook-onderzoek van de klager

Maandag | 24 juli 2017

Deze zaak is het gevolg van het feit dat de vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Kroatië niet heeft gereageerd op een verzoek om informatie op Facebook en dat zij klager op haar Facebook-pagina heeft geblokkeerd. Klager had gevraagd of het hoofd van de vertegenwoordiging in Kroatië een voormalig lid van de communistische partij van Joegoslavië was.

Aangezien de Commissie nu haar Facebook-pagina heeft gedeblokkeerd en heeft geantwoord, stelt de Ombudsman vast dat de Commissie deze aspecten van de zaak heeft geregeld. De Ombudsman stelt voorts vast dat de Commissie geen wanbeheer heeft gepleegd door de gevraagde informatie niet openbaar te maken omdat het beschermde persoonsgegevens betrof.

De Ombudsman doet echter een suggestie voor verbetering met betrekking tot de behoefte aan antwoorden op burgers die op sociale media met de Commissie communiceren. De Commissie moet er rekening mee houden dat het recht op een antwoord, dat wordt gewaarborgd door het Handvest van de grondrechten van de EU en de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals vastgelegd in de Europese code van goed administratief gedrag, van toepassing is op communicatie die via sociale media wordt ontvangen, behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn op grond van het evenredigheidsbeginsel. De Commissie moet hiermee rekening houden bij de herziening van haar gids voor informatieverstrekkers en bij alle andere relevante werkzaamheden.

Besluit in zaak OI/14/2015/ZA betreffende een selectieprocedure voor een ambt bij de EU-delegatie in Albanië

Maandag | 10 juli 2017

De zaak betrof een selectieprocedure voor een functie bij de EU-delegatie in Albanië. Klager was ontevreden over het feit dat zij niet op de shortlist voor de functie was geplaatst, aangezien zij van mening was dat zij aan alle vereiste criteria voldeed. Zij verzocht om informatie over haar sollicitatie en de redenen waarom zij niet op de shortlist stond. De delegatie heeft niet tijdig op haar verzoek geantwoord.

De Ombudsman onderzocht de zaak. In de loop van het onderzoek beantwoordde de delegatie de klacht en loste zij dit aspect van de klacht op. Wat betreft het besluit om klager niet op de shortlist te plaatsen, achtte de Ombudsman de toelichting van de delegatie bij haar besluit redelijk en sloot hij het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer. De Ombudsman stelde voor dat de Europese Dienst voor extern optreden de delegaties richtsnoeren zou geven over de noodzaak om kandidaten op de hoogte te houden wanneer selectievergelijkingen vertraging hebben opgelopen. De Ombudsman stelde ook voor dat de Europese Dienst voor extern optreden in de gids van de EU-delegaties voor plaatselijke functionarissen meer gedetailleerde vereisten zou opnemen met betrekking tot het soort informatie dat moet worden opgenomen in de lijst/excelspreadsheet die door de selectiecomités wordt opgesteld.

Besluit in zaak 1102/2016/JN over het verzuim van de Commissie om te antwoorden op correspondentie en om een document volledig openbaar te maken

Vrijdag | 13 januari 2017

De zaak betrof het verzuim van de Commissie om te antwoorden op de correspondentie van klager in het kader van een financiële controle op het niveau van de lidstaten. Na tussenkomst van de Ombudsman heeft de Commissie geantwoord. Zij heeft het door klager gevraagde document openbaar gemaakt, maar enkele persoonsgegevens (namen van natuurlijke personen) onleesbaar gemaakt. De Ombudsman constateerde dat de Commissie de redactie op grond van Verordening (EG) nr. 45/2001 correct had gerechtvaardigd.

Besluit in zaak 739/2016/JAP betreffende de weigering van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie om toegang te verlenen tot een downloadbare versie van zijn jurisprudentiedatabank

Woensdag | 11 januari 2017

De zaak betrof de behandeling van een verzoek om informatie over de wijze waarop een downloadbare versie van een jurisprudentiedatabank van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (“EUIPO”) kon worden verkregen. De Ombudsman informeerde naar de kwestie en vroeg EUIPO beter uit te leggen waarom het niet aan het verzoek kon voldoen. De uitleg van het EUIPO was juist en redelijk. De zaak werd dus afgesloten met de vaststelling dat er geen sprake was van wanbeheer.

Toegang tot documenten

Donderdag | 27 oktober 2016

Besluit in zaak 726/2016/PMC betreffende de betaling door de Raad van de Europese Unie aan stagiairs van een lager bedrag dan het minimumloon

Donderdag | 29 september 2016

Een voormalige stagiair bij de Raad van de Europese Unie beklaagde zich erover dat de vergoeding die de EU-instellingen aan haar stagiairs betalen, ongepast is, aangezien deze lager is dan het minimumloon en stagiairs dus geen behoorlijke levensstandaard garandeert.

De Ombudsman opende een onderzoek naar de zaak. Zij was van mening dat de Raad voldoende gedetailleerd had uitgelegd hoe het bedrag van de stagevergoeding wordt bepaald. De Ombudsman oordeelde dat het besluit om een toelage te betalen, gelijk aan 25 % van het salaris van een ambtenaar in rang AD5.1, redelijk was. De Raad heeft dit besluit genomen binnen de grenzen van zijn discretionaire bevoegdheid, op basis van zijn administratieve behoeften en de beschikbare begroting.

De Ombudsman merkte op dat de Raad onderscheid maakt tussen stages en werkgelegenheid. Een stagiair ontvangt dus een toelage en geen salaris, omdat de rechten en plichten van een stagiair niet vergelijkbaar zijn met die van een personeelslid. De Ombudsman achtte de uitleg van de Raad redelijk.

Daarom sloot zij de zaak af met de vaststelling dat de praktijk van de Raad geen wanbeheer vormde.

Besluit in zaak 18/2016/ZA over het verzuim van de Europese Centrale Bank om adequaat te reageren op een verzoek om informatie

Dinsdag | 27 september 2016

De zaak betrof het verzuim van de Europese Centrale Bank (ECB) om adequaat te reageren op het verzoek van klager om informatie over de bevoegdheid van de ECB om de handhaving van de wetgeving inzake financiële regelgeving en consumentenbescherming in de lidstaten te waarborgen. De Ombudsman verzocht de ECB klager een gedetailleerd antwoord te geven over haar toezichthoudende rol ten aanzien van de nationale centrale banken, maar ook over de rol van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme bij het toezicht op particuliere entiteiten. De ECB heeft hierop duidelijk en uitvoerig geantwoord. De Ombudsman besloot derhalve de zaak te sluiten.

GRACE-project

Dinsdag | 06 september 2016

Besluit van de Europese Ombudsman over klacht 437/2015/ZA betreffende vermeende belangenconflicten bij een door de Europese Commissie gefinancierd project inzake ggo-risicobeoordeling

Donderdag | 28 juli 2016

De zaak had betrekking op het door de EU gefinancierde onderzoeksproject inzake de risicobeoordeling van ggo's (bekend als GRACE). Klager, een in Duitsland gevestigd onderzoeksinstituut, beweerde dat een aantal wetenschappers die bij het GRACE-project betrokken waren, in een belangenconflict verkeerden vanwege hun vermeende betrekkingen met de biotechnologische industrie. Zij voerde aan dat de Europese Commissie de bezorgdheid van klager ´ over de wetenschappelijke deugdelijkheid van de resultaten van het project en de onafhankelijkheid van de desbetreffende wetenschappelijke publicatie niet had weggenomen. De klager voerde ook aan dat de Commissie had nagelaten de objectiviteit en onafhankelijkheid van het project te waarborgen, met name volledige transparantie met betrekking tot de deskundigen die bij de selectie ervan betrokken waren.

De Ombudsman onderzocht de zaak. Zij is het met de Commissie eens dat zij zich niet mag mengen in de wetenschappelijke interpretatie of het publicatieproces van wetenschappelijke studies die zij financiert. De Ombudsman concludeerde ook dat het enkele feit dat er banden zijn tussen de wetenschappers die bij het project betrokken zijn en de industrie, geen belangenconflict bewijst. De Ombudsman wees erop dat de Commissie vaak projecten financiert die door het bedrijfsleven of door groepen met nauwe banden met het bedrijfsleven worden uitgevoerd. Niettemin stelde de Ombudsman voor dat de Commissie zou overwegen klager een volledigere en grondiger uitleg te sturen over de reden waarom zij van mening is dat de banden tussen de industrie en de GRACE-wetenschappers niet tot belangenconflicten leiden.

De Ombudsman constateerde ook dat de Commissie had voldaan aan alle wettelijke bepalingen betreffende de bekendmaking van de namen van deskundige beoordelaars die betrokken waren bij de selectie van de projecten die uit hoofde van het zevende kaderprogramma werden gefinancierd. Om de transparantie verder te vergroten en de publieke controle te vergemakkelijken, stelde de Ombudsman voor dat de Commissie in de toekomst de namen van deskundige beoordelaars zou publiceren naar uitsplitsingen die zouden overeenkomen met het onderwerp en/of de gebiedscategorieën van het zevende kaderprogramma. De Ombudsman stelde ook voor dat de belangenverklaringen van de beoordelaars ook zouden worden gepubliceerd.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 356/2014/KM tegen de Europese Centrale Bank (ECB)

Dinsdag | 09 februari 2016

De zaak betrof een klacht dat de Europese Centrale Bank, zoals sommige centrale banken in het verleden hadden gedaan, geen scorebord heeft gepubliceerd over de naleving door de lidstaten van de eurozone van de zogenaamde "convergentiecriteria". De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de ECB niet verplicht is een dergelijk overzicht te publiceren, met name omdat de lidstaten nu aan verschillende criteria moeten voldoen. Zij stelde ook vast dat de ECB en de Europese Commissie relevante en toegankelijke statistische informatie over markttoezicht publiceren. Er was dus geen sprake van wanbeheer.

Een selectieprocedure

Zaterdag | 16 januari 2016

Besluit in zaak 1133/2014/JAS over de behandeling door het Europees Parlement van een verzoek om informatie over een selectieprocedure

Donderdag | 14 januari 2016

De zaak betrof het vermeende verzuim van het Europees Parlement om klager het beoordelingsschema en de specifieke redenen voor de punten die hem in een selectieprocedure waren toegekend, te verstrekken.

Aangezien het Gerecht voor ambtenarenzaken in een recent arrest heeft geoordeeld dat jury’s kandidaten niet de gecorrigeerde versie van hun examens hoeven te geven, de redenen waarom de antwoorden onjuist waren of de evaluatieschema’s die voor de schriftelijke en mondelinge examens werden gebruikt, heeft de Ombudsman een onderzoek naar de klacht geopend om het Parlement in staat te stellen opmerkingen te maken over de relevantie van de bevindingen van het Gerecht voor ambtenarenzaken met betrekking tot zijn aanwervingsprocedures.

Het Parlement voerde aan dat de redenen waarom het weigerde klager de gevraagde informatie te verstrekken, werden gestaafd door het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken. Desalniettemin gaf zij klager de redenen waarom hem voor bepaalde antwoorden een bepaald aantal punten werd toegekend.

De Ombudsman stelde vast dat het Parlement redelijk had gehandeld en sloot het onderzoek derhalve af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit in zaak 2004/2013/PMC betreffende de behandeling door de Europese Commissie van een verzoek om toegang tot documenten in verband met internetsurveillance door Britse inlichtingendiensten

Donderdag | 05 november 2015

De zaak betrof de weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot documenten betreffende het toezicht op het internet door Britse inlichtingendiensten. De Ombudsman beval aan dat de Commissie toegang zou verlenen tot één specifiek document (een brief van de Britse minister van Buitenlandse Zaken aan de toenmalige vicevoorzitter van de Commissie) en, in het geval van de andere gevraagde documenten, dat de Commissie deze openbaar zou maken of naar behoren zou motiveren waarom, naar haar mening, openbaarmaking moest worden geweigerd.

De Commissie besloot de brief van de Britse minister van Buitenlandse Zaken openbaar te maken en aanvaardde daarmee het eerste deel van de aanbeveling van de Ombudsman. Zij handhaafde echter haar standpunt om de andere documenten niet openbaar te maken. Het rechtvaardigde dit standpunt op basis van het feit dat het nog steeds bezig was met het onderzoeken van de vraag of de grootschalige surveillanceprogramma's van het VK in strijd zijn met de EU-wetgeving, met name wat betreft het recht van het individu op gegevensbescherming. De Commissie voerde aan dat totdat haar onderzoek definitief is afgesloten, de vroegtijdige openbaarmaking van de overige betrokken documenten negatieve gevolgen zou hebben voor de dialoog tussen de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk en de Commissie. Meer in het algemeen voerde zij aan dat haar vermogen om haar onderzoek doeltreffend uit te voeren en te beslissen over de passende reactie, moet worden beschermd tegen het risico van externe druk. Ten slotte was de Commissie niet van mening dat een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt.

De Ombudsman is er niet van overtuigd dat de Commissie haar besluit om de toegang van het publiek tot de resterende niet-openbaar gemaakte documenten te weigeren, afdoende heeft gemotiveerd. Aangezien de Commissie deze documenten niet openbaar heeft gemaakt en evenmin voldoende redenen heeft gegeven om de toegang van het publiek tot deze documenten te weigeren, is het duidelijk dat de Commissie de aanbeveling van de Ombudsman met betrekking tot deze documenten heeft verworpen. Voorts merkt de Ombudsman op dat de Commissie sinds 2013 geen actie lijkt te hebben ondernomen met betrekking tot haar onderzoek. De Ombudsman is derhalve van oordeel dat de acties van de Commissie in deze zaak neerkomen op wanbeheer en in feite op ernstig wanbeheer, gezien het belang van de specifieke kwestie voor EU-burgers.

Besluit in zaak 1171/2013/TN over de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) betreffende de EU-regels inzake vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor commercieel luchtvervoer

Donderdag | 05 november 2015

De klacht, die is ingediend door de British Air Line Pilots' Association, heeft betrekking op de EU-regels inzake vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor commerciële luchtvaartmaatschappijen. Meer in het bijzonder gaat het om de wijze waarop het EASA zijn proces om deze regels bij te werken, heeft uitgevoerd. De klager voerde aan i) dat wetenschappelijk advies een prominentere rol had moeten spelen in het regelgevingsproces; ii) dat het EASA de kwalificaties van de leden van de regelgevende groep niet heeft aangetoond; en iii) dat het EASA kwesties in verband met belangenconflicten niet adequaat heeft aangepakt.

De Ombudsman constateerde geen wanbeheer door het EASA met betrekking tot de rol van wetenschappelijk advies in het regelgevingsproces. Wat betreft de vraag hoe het EASA omgaat met mogelijke belangenconflicten in de regelgevingsgroepen, constateerde de Ombudsman dat zijn beleid om dergelijke conflicten in het geval van zijn eigen personeel te beperken, was gewijzigd en dat deze herziene aanpak nu ook wordt toegepast op deskundigen in de regelgevingsgroepen. Op basis hiervan concludeerde de Ombudsman dat zij deze kwestie niet verder hoefde te onderzoeken. Tot slot aanvaardde het EASA de aanbeveling van de Ombudsman om klager geanonimiseerde informatie te verstrekken over de leden van de regelgevende groep. De Ombudsman sloot de zaak daarom af en moedigde het EASA aan om proactiever te werk te gaan bij de openbaarmaking van de informatie waarover het beschikt over de kwalificaties en deskundigheid van de leden van de regelgevingsgroep. Zij wees er ook op dat zij overweegt kwesties in verband met het werk van externe deskundigen voor bepaalde EU-agentschappen te onderzoeken.