Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 167 resultaten weergeven

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek op eigen initiatief OI/15/2014/PMC naar de wijze waarop de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) omgaat met beschuldigingen van ernstige onregelmatigheden in verband met de rechtsstaatmissie van de EU (EULEX) in Kosovo

Donderdag | 04 december 2014

Nadat de Ombudsman door een EULEX-aanklager en door de media was gewezen op bepaalde vermeende ernstige onregelmatigheden met betrekking tot de rechtsstaatmissie van de EU (EULEX) in Kosovo, besloot de Ombudsman een onderzoek op eigen initiatief in te stellen om te beoordelen of de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en EULEX deze beschuldigingen naar behoren hadden onderzocht of onderzoeken.

Om na te gaan welke maatregelen zij moest nemen, heeft de Ombudsman het dossier van de EDEO/EULEX ter zake geïnspecteerd. Uit de inspectie bleek dat EULEX een voorlopig intern onderzoek had verricht en een externe aanklager had aangeworven om de onregelmatigheden te onderzoeken. Daarnaast had de EDEO een ervaren deskundige aangesteld om het mandaat van EULEX vanuit een systemisch oogpunt te evalueren, met bijzondere aandacht voor de geuite beschuldigingen.

De Ombudsman merkte op dat EULEX zijn standaardprocedure voor het onderzoeken van dergelijke aantijgingen niet volgde. Zij was ook van mening dat de wijze waarop de externe aanklager werd aangeworven, moest worden onderzocht. Aangezien de onlangs door de hoge vertegenwoordiger van de EU benoemde deskundige echter duidelijk heeft gemaakt dat deze kwesties deel zullen uitmaken van de door hem uit te voeren toetsing, was de Ombudsman van mening dat er op dit moment geen verdere actie van haar kant nodig was.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1092/2012/OV tegen het Europees Parlement

Woensdag | 27 augustus 2014

Klager, die Frans-Italiaans tweetalig is, heeft het Parlement verzocht hem toe te staan schriftelijke examens af te leggen in een intern vergelijkend onderzoek in het Italiaans, ondanks het feit dat hij volgens de aankondiging van vergelijkend onderzoek examens moet afleggen in het Frans, zijn hoofdtaal die als zodanig is geregistreerd in de relevante databank van het Parlement.  Het Parlement heeft dit verzoek afgewezen met het argument dat het uitsluitend was gebaseerd op persoonlijke overwegingen van opportuniteit. De Ombudsman constateerde geen wanbeheer door het Parlement, aangezien zijn weigering was gebaseerd op duidelijke en aanvaardbare redenen.  Voorts merkt zij op dat het Parlement i) tweetalige personeelsleden in staat kan stellen hun talen in de jaarlijkse personeelsverslagen als hun belangrijkste talen aan te geven, en ii) aan de jaarlijkse personeelsverslagen de rubriek "talenkennis" kan toevoegen, met de opmerking dat de gegevens in deze afdeling in het volgende jaar voor alle HR-doeleinden zullen worden gebruikt.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1076/2013/EIS tegen het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

Maandag | 23 juni 2014

De zaak betrof het vermeende discriminerende karakter van een selectiecriterium met betrekking tot in een ander land verworven beroepservaring of gevolgde studies, zoals aangegeven in een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO).

Klager, een Italiaans staatsburger, werkte al drie jaar voor de EU in Ispra, Italië. Hij nam deel aan een door EPSO georganiseerde selectieprocedure. Een van de vragen in de 'Talent Screener'-sectie van het sollicitatieformulier vroeg of de kandidaat "[p]rofessionele ervaring (of [had] gestudeerd) in een vreemd land (niet uw land van herkomst) van meer dan zes opeenvolgende maanden". De kandidaten werd verzocht deze vraag bevestigend of ontkennend te beantwoorden. Aangezien klager zijn relevante ervaring had opgedaan door in zijn land van herkomst voor de EU te werken, heeft hij de vraag ontkennend beantwoord. Dit heeft EPSO ertoe gebracht hem uit de volgende fase van de procedure te verwijderen. Klager wendde zich tot de Europese Ombudsman en beweerde dat de vraag discriminerend was, aangezien er geen rekening werd gehouden met specifieke omstandigheden.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat EPSO geen kennelijke beoordelingsfout had gemaakt, aangezien het vereiste van in een ander land opgedane ervaring duidelijk was vastgesteld in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling en het standpunt van EPSO ook in overeenstemming was met de relevante jurisprudentie. De Ombudsman sloot de zaak dus af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1651/2012/(ER)PMC tegen de Europese Commissie

Vrijdag | 13 juni 2014

Klager is een Italiaanse vereniging die een project in Armenië heeft uitgevoerd, gefinancierd met een subsidie van de EU-delegatie in dat land. Eind 2009, nadat het project was voltooid, verzocht klager de EU-delegatie in Armenië om de eindbetaling te verrichten. De delegatie verzocht klager echter om een aantal verduidelijkingen en verzocht vervolgens, vanwege de complexiteit van het project en vermoedelijke onregelmatigheden, om een audit. Klager wendde zich in augustus 2012 tot de Europese Ombudsman en klaagde dat het de delegatie bijna twee jaar kostte om de eindbetaling te verrichten nadat klager zijn betalingsverzoek had ingediend. Klager verzocht de delegatie haar de kosten te vergoeden die zij in afwachting van de uitstaande betaling had gemaakt.

De Ombudsman was er niet van overtuigd dat het besluit van de delegatie om nadere informatie te vragen en vervolgens opdracht te geven tot een controle, onredelijk was. Hoewel in het auditverslag werd geconcludeerd dat de gemaakte subsidiabele kosten 99,77% van de gedeclareerde kosten bedroegen, werden in het verslag ook enkele tekortkomingen in de uitvoering van het project vastgesteld. Aangezien niets erop wees dat de delegatie buitensporig veel vertraging had opgelopen, was zij van mening dat de bewering van klager ongegrond was. Bijgevolg sloot de Ombudsman de zaak af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer. Met betrekking tot bepaalde procedurele kwesties die klager aan de orde stelde, vond de Ombudsman geen redenen voor verder onderzoek.

Inschrijving van een Gemeenschapsmerk

Maandag | 05 augustus 2013