Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 365 resultaten weergeven

Besluit in zaak 21/2016/JAP over het verzuim van de Raad van de EU om toegang te verlenen tot juridische adviezen over voorstellen voor verordeningen betreffende de oprichting van het Europees openbaar ministerie en over het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

Donderdag | 07 maart 2019

De zaak betreft de weigering van de Raad van de Europese Unie om volledige toegang te verlenen tot juridische adviezen over wetgevingsvoorstellen voor verordeningen betreffende de oprichting van het Europees openbaar ministerie (EPPO) en over het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust).

In de loop van het onderzoek van de ombudsvrouw heeft de Raad ermee ingestemd twee van de vier documenten openbaar te maken, maar is hij bij zijn weigering om de twee andere documenten volledig openbaar te maken, gebleven. Wel heeft hij gedeeltelijke inzage verleend.

De ombudsvrouw onderkent dat de weigering om de juridische adviezen volledig openbaar te maken, gerechtvaardigd was op grond van het feit dat openbaarmaking zou leiden tot ondermijning van de bescherming van juridisch advies en gerechtelijke procedures. Daarom sluit de ombudsvrouw de zaak af met de constatering dat er geen sprake is van wanbeheer, maar verzoekt zij de Raad zijn weigering in heroverweging te nemen aangezien er inmiddels al meer tijd is verstreken.

Decision in case 1455/2015/JAP on the conditions at a test centre for a selection competition organised by the European Personnel Selection Office

Dinsdag | 07 november 2017

The case concerned the European Personnel Selection Office’s (EPSO) handling of a complaint about the conditions at a test centre for a selection competition for EU civil servants. The complainant had been assigned a computer beside the entrance door, and claimed the disruption caused by people entering and leaving the room negatively affected her performance. Her attempts to have her concerns dealt with by staff at the test centre were unsuccessful and she subsequently complained to EPSO. Dissatisfied with how EPSO dealt with her complaint, she then turned to the Ombudsman.

The Ombudsman inquired into the issue and requested that EPSO look into the complaint more thoroughly. The Ombudsman’s inquiry team also met with representatives from EPSO and the contractor responsible for managing the tests, and visited a test centre at EPSO’s headquarters. The Ombudsman concluded that, overall, further inquiries in this case were not justified; however, she made a number of suggestions for improvement to EPSO.

Decision in case 515/2016/JAP on the European Asylum Support Office’s probationary assessment of a temporary agent

Vrijdag | 28 april 2017

The case concerned the assessment of the probationary period of a temporary agent at the European Asylum Support Office (‘EASO’). The complainant, who was dismissed at the end of her probationary period, argued that there were a number of procedural shortcomings in her assessment. Moreover, the EASO failed to reply to her complaints made under the EU Staff Regulations.

The Ombudsman inquired into the issue and requested the EASO to reply to the complaints. She found that the EASO had taken the necessary steps to ensure an impartial assessment of the complainant’s probationary period and had respected the complainant’s right to be heard before taking the final decision on her further employment. The Ombudsman thus closed the case.

Decision in case 1093/2016/JAP concerning the European Commission’s failure to reply to correspondence about problems with the submission of a grant proposal

Donderdag | 01 december 2016

The case concerned the Commission’s failure to reply to the complainant’s messages concerning its difficulties with the submission of a grant proposal. Due to technical problems, the complainant was not able to apply through the Commission’s system PRIAMOS. Instead, it submitted its proposal by e-mail, which remained unanswered.

The Ombudsman inquired into the issue and asked the Commission to reply. In its reply, the Commission apologised for not having replied earlier. It said that it could not accept the complainant’s e-mail application because the system had functioned properly and the Commission had not been able to identify any attempts by the complainant to send the proposal via PRIAMOS before the deadline.

Besluit in zaak OI/8/2015/JAS - Besluit van de Europese Ombudsvrouw met voorstellen na haar strategisch onderzoek OI/8/2015/JAS over de transparantie van Trilogen

Dinsdag | 12 juli 2016

Dit strategisch onderzoek betreft de transparantie van een belangrijk informeel onderdeel van het Europees wetgevingsproces, namelijk, de transparantie van ‘’Trilogen’’.

De twee wetgevende organen van de EU, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, nemen wetgeving aan naar aanleiding van een voorstel van de Europese Commissie. Gedurende dit proces onderhandelen beide medewetgevers, geassisteerd door de Commissie, in de zogenoemde Triloog, hetgeen informele vergaderingen zijn tussen vertegenwoordigers van de drie betrokken instellingen. Tijdens een triloog proberen het Parlement en de Raad overeenstemming te bereiken over een gezamenlijke tekst, gebaseerd op hun initiële standpunten, waarover daarna gestemd wordt in overeenstemming met de formele wetgevingsprocedure. Trilogen zijn erg effectief gebleken in het bereiken van dergelijke overeenkomsten en de meeste wetgeving wordt tegenwoordig op deze wijze aangenomen.

De Europese Unie is een representatieve democratie waar burgers het recht hebben om hun vertegenwoordigers verantwoording te vragen voor de politieke keuzes die zij namens hen maken. Burgers hebben ook het recht om deel te nemen aan het democratische proces van de EU. De transparantie van Trilogen is een sleutel element om de effectiviteit van deze rechten te garanderen en om de gemaakte wetten van de EU te legitimeren. Het Europees Hof van Justitie heeft gesteld dat de mogelijkheid voor EU burgers om de overwegingen betreffende wetgevende acties te weten te komen, een voorwaarde is voor de effectieve uitoefening van hun democratische rechten.

Alhoewel het Europees wetgevingsproces in het algemeen behoorlijk transparant is, ook in vergelijking met veel lidstaten, heeft dit onderdeel van het proces tot zorgen geleid over de balans tussen de effectiviteit van Trilogen en de transparantie daarvan.

In het licht van het voorgaande heeft de Europese Ombudsvrouw een strategisch onderzoek geopend. Zij heeft onderzocht welke informatie en documenten proactief openbaar zouden moeten worden gemaakt en op welk moment, zodat burgers hun rechten kunnen uitoefenen.

Transparantie van Trilogen is een essentieel onderdeel van de legitimering van het Europees wetgevingsproces. Burgers moeten in staat zijn om de prestaties van hun vertegenwoordigers te controleren tijdens dit essentiële onderdeel van het wetgevingsproces. Burgers hebben ook informatie nodig over de onderwerpen waarover gediscussieerd wordt tijdens trilogen, om in staat te zijn om op effectieve manier deel te nemen aan het wetgevingsproces.

De Ombudsvrouw verwelkomt de vooruitgang die tot dusver geboekt is om de transparantie van trilogen te verbeteren: desalniettemin stelt zij voor dat de drie instellingen de volgende documenten en informatie openbaar maken: de datums waarop Trilogen plaatsvinden, initiële standpunten van de drie instellingen, algemene agenda’s van Trilogen, ‘’vier-kolommen’’ documenten, definitieve compromis teksten, Triloog notities welke reeds openbaar zijn gemaakt, lijsten van de betrokken politieke besluitvormers en zover als mogelijk een lijst van ieder ander document dat op de agenda komt tijdens de onderhandelingen. Al deze documenten zouden beschikbaar moeten worden gemaakt op een gebruiksvriendelijke en gemakkelijk te verstane gezamenlijke database. Ook al zouden sommige documenten wellicht al beschikbaar kunnen worden gesteld terwijl de Triloog-onderhandelingen nog bezig zijn, kunnen de instellingen het misschien in het algemeen belang achten om bepaalde typen documenten enkel proactief publiekelijk toegankelijk te maken na afloop van de onderhandelingen.