Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 59/98/OV tegen de Europese Commissie en het Europees Parlement
Besluiten
Zaak 59/98/OV - Geopend op Vrijdag | 30 januari 1998 - Besluit over Maandag | 25 januari 1999
Geachte heer S.,
Op 16 januari 1998 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over het vermeende gebrek aan transparantie van de Commissie door te weigeren u een kopie van het belangenregister van de leden van de Commissie toe te zenden.
Op 30 januari 1998 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie. De Commissie heeft haar advies op 30 maart 1998 toegezonden en ik heb u verzocht desgewenst opmerkingen te maken. Op 7 mei 1998 heb ik uw opmerkingen over het standpunt van de Commissie ontvangen.
Op 3, 10 maart en 1 juni 1998 schreef u verdere brieven waarin u ook klaagde over de toegang tot het register van belangen van de leden van het Europees Parlement. Ter verduidelijking van uw klacht werd u verzocht het standaardklachtenformulier in te vullen dat u op 23 juni 1998 heeft toegezonden. Uit dit klachtenformulier bleek dat u geen voorafgaande administratieve stappen bij het Europees Parlement had ondernomen. Daarom adviseerde mijn kantoor u te schrijven naar het College van quaestoren. Op 17 december 1998 ontving ik van het kantoor van EP-lid en quaestor Richard Balfe een dossier over de behandeling van uw klacht door het College van quaestoren.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Volgens de klager waren de relevante feiten als volgt:
Klager schreef op 5 december 1997 een brief aan de secretaris-generaal van de Commissie om een kopie te krijgen van het register van zakelijke en financiële belangen van de leden van de Commissie. Klager verklaarde dat de Commissie hem geen kopie van het register kon verstrekken, maar dat hij werd verzocht het ter plaatse te raadplegen in de gebouwen van de Commissie in Brussel. Hij kon zich daarvoor echter geen reis naar Brussel veroorloven. Hij klaagde daarom bij de Ombudsman over het feit dat de Commissie hem de toegang tot het register had geweigerd, dat ook niet openbaar beschikbaar was in de verschillende vertegenwoordigingen van de Commissie van de lidstaten.
Het onderzoek
Het standpunt van de Commissie
De Commissie deelde de Ombudsman mee dat zij op 24 maart 1998 had besloten klager de gevraagde documenten toe te zenden. In haar opmerkingen heeft de Commissie een kopie van de brief aan klager bijgevoegd.
Opmerkingen van klager Klager
zond de Ombudsman een kopie van een brief die hij op 23 april 1998 aan de secretaris-generaal van de Commissie schreef, waarin hij zijn ontevredenheid uitte over de inhoud van het door de Commissie toegezonden belangenregister. Hij voerde onder meer aan dat de belangenregisters van sommige commissarissen niet gedateerd waren, dat andere belangenregisters niet waren bijgewerkt en dat sommige belangenregisters in het Frans en Duits waren opgesteld zonder Engelse vertaling. De brief bevatte ook verschillende vragen over de verantwoordelijkheden van de commissarissen met betrekking tot hun belangenregisters.
Samen met deze opmerkingen schreef klager ook een brief aan de Ombudsman over de toegang tot het register van belangen van leden van het Europees Parlement, aangezien het register niet beschikbaar was in het voorlichtingsbureau van het Europees Parlement in Londen. Klager bevatte correspondentie over dit onderwerp tussen EP-lid Pauline Green, met wie hij contact had opgenomen, en de Voorzitter van het Parlement. In zijn antwoord van 2 maart 1998 merkte de Voorzitter op dat het belangenregister momenteel beschikbaar is voor raadpleging in de drie vergaderplaatsen van het Parlement. De huidige formulering van bijlage I bij het Reglement is gebaseerd op het tweede verslag-Nordmann van 30 mei 1996 (A4-0177/96), dat op 17 juli 1996 door het Parlement is aangenomen. De Voorzitter voegt er echter aan toe dat de kwestie van de toegang van het publiek tot het register van de belangen van de leden van het Europees Parlement zowel in de commissie Reglement als in het college van quaestoren wordt besproken.
BESLUIT
1 De toegang tot de belangenregisters van de Commissie
1.1 Het voorwerp van de klacht betreft de toegang tot het belangenregister van de leden van de Commissie en moet derhalve worden onderzocht in het kader van het besluit van de Commissie van 8 februari 1994 inzake de toegang van het publiek tot documenten van de Commissie (1). Op 5 december 1997 schreef klager een korte brief aan de secretaris-generaal van de Commissie met het verzoek om een kopie van dit register, maar hij kreeg geen antwoord. Volgens artikel 2, lid 4, van het besluit vormt het uitblijven van een antwoord op een verzoek om toegang tot een document binnen een maand na de indiening van het verzoek een voornemen om de toegang te weigeren. Na tussenkomst van de Ombudsman besloot de Commissie echter op 24 maart 1998 het gevraagde document aan klager toe te zenden. De Commissie heeft derhalve gevolg gegeven aan het verzoek om toegang tot documenten en er lijkt geen verdere opmerking van de Ombudsman nodig te zijn.
1.2 Wat betreft de verschillende beweringen in de opmerkingen van klager in de brief aan de secretaris-generaal van de Commissie, merkt de Ombudsman op dat het gaat om nieuwe beweringen die niet in de oorspronkelijke klacht naar voren zijn gebracht en dat hij het daarom niet mogelijk acht deze in deze procedure te behandelen. De Ombudsman merkt voorts op dat klager in zijn verzoek aan de Commissie om toegang tot documenten van 5 december 1997 niet om nadere gegevens met betrekking tot het register van belangen heeft verzocht, maar slechts om een kopie ervan. Door hem de gevraagde documenten toe te zenden, heeft de Commissie dus naar behoren op zijn oorspronkelijke verzoek geantwoord en is er dus geen geval van wanbeheer vastgesteld.
2 De klacht tegen het Europees Parlement
2.1 Wat betreft de klacht over het register van belangen van leden van het Europees Parlement, bleek uit het klachtenformulier dat klager geen voorafgaande administratieve stappen ter zake had ondernomen. Daarom adviseerde het bureau van de Ombudsman klager een brief te sturen naar het college van quaestoren van het Parlement, dat het bevoegde orgaan is om deze kwestie te behandelen, aangezien de quaestoren verantwoordelijk zijn voor administratieve en financiële aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op de leden (artikel 25 van het Reglement).
2.2 Op 17 december 1998 ontving de Ombudsman van EP-lid en quaestor Richard Balfe een omvangrijk dossier over de behandeling van de klacht door het College van quaestoren. Uit dit dossier bleek dat het College van quaestoren op 5 en 19 november en op 14 december 1998 uitvoerig had geantwoord op de brieven van klager. Het college heeft hem een grote documentatie (ongeveer 100 bladzijden) verstrekt over de toegang tot het register van belangen van de leden van het Europees Parlement. Het college van quaestoren heeft hem met name een kopie toegezonden van het tweede verslag-Nordmann (A4-0177/96) en de bijlage daarbij, dat een overzicht is van de regels inzake de opgave van financiële belangen in de nationale parlementen van de lidstaten. Het college heeft tevens een kopie toegezonden van het formulier voor de belangenverklaring van de leden van het Europees Parlement en van de begeleidende toelichtende mededeling van de Voorzitter aan de leden van het Europees Parlement, alsmede een kopie van de notulen van de vergadering van het college van quaestoren van 18 september 1996. Het college heeft voorts een kopie toegezonden van twee verslagen op het gebied van corruptie (2).
2.3 Volgens artikel 3 van bijlage I bij het Reglement (3) van het Parlement "staat het register ter inzage open voor het publiek". In de huidige situatie betekent dit dat het register beschikbaar is voor raadpleging in de drie werklocaties van het Parlement. Tot nu toe heeft het Parlement nooit besloten het register beschikbaar te stellen in zijn voorlichtingsbureaus in de lidstaten of in de vorm van een kopie naar aanleiding van verzoeken van burgers. In zijn brief aan klager verklaarden EP-lid en quaestor Richard Balfe dat hij tijdens de vergadering van het College van quaestoren van 18 september 1996 had verzocht dat het register beschikbaar zou zijn in de lidstaat waar het EP-lid wordt verkozen. Tot slot heeft de Voorzitter van het Parlement in zijn brief van 2 maart 1998 aan EP-lid Pauline Green verklaard dat de kwestie van de toegang van het publiek tot het belangenregister van EP-leden momenteel wordt besproken in de commissie Reglement en in het college van quaestoren. Rekening houdend met de maatregelen die de administratie van het Parlement heeft genomen, lijkt geen verdere opmerking van de Ombudsman over deze kwestie nodig.
3 Conclusie Op
basis van het onderzoek van de Europese Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door de Europese Commissie of het Europees Parlement. De Ombudsman heeft daarom besloten de zaak te sluiten.
De voorzitters van de Europese Commissie en het Europees Parlement zullen ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet
Jacob SÖDERMAN
(1) PB 1994, L 46, blz. 58.
(2) Verslag van 3 maart 1998 over strafprocedures in verband met de bescherming van de financiële belangen van de Unie (A4-0082/98, rapporteur: mevrouw Theato, lid van het Europees Parlement) en verslag van 24 juli 1998 over de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over een beleid van de Unie ter bestrijding van corruptie (A4-0285/98, rapporteur: de heer Bontempi, lid van het Europees Parlement).
(3) Bijlage I (Bepalingen betreffende de toepassing van artikel 9, lid 1 - Transparantie en financiële belangen van de leden).