FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 885/2009/MF tegen het Europees Parlement

Achtergrond van de klacht

1. Klager is een Frans staatsburger. Van april 1977 tot november 1981 werkte hij voor het Europees Parlement als drukkerij tijdens parlementaire zittingen in Straatsburg. Gemiddeld werkte hij 5 dagen per maand. Hij was werkzaam als hulpfunctionaris voor parlementaire zittingen op grond van artikel 78 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden (RAP)[1].

2. In 2007 stond klager op het punt met pensioen te gaan. Om zijn volledige pensioenrechten te verkrijgen, moest hij een gedetailleerd overzicht van zijn vroegere werkzaamheden opstellen.

3. Op 9 december 2007 heeft hij het Parlement overeenkomstig artikel 90, lid 1, van het Statuut verzocht hem een verklaring over te leggen waaruit de bijdragen van het Parlement aan de Franse nationale pensioenregeling voor de periode van april 1977 tot november 1981 blijken.

4. Bij brief van 27 februari 2008 heeft de afdeling Bezoldiging van het Parlement klager meegedeeld dat zij niet aan zijn verzoek kon voldoen. Hij werd ervan in kennis gesteld dat het Parlement pas op 1 september 1982 bij het Franse socialezekerheidsstelsel was aangesloten. Pas vanaf die datum werd het orgaan dus verplicht om bijdragen te betalen aan het Franse socialezekerheidsstelsel. Vóór die datum was het Parlement aangesloten bij een particuliere verzekeringsmakelaar, die zijn personeel verzekerde tegen ongevallen. Het Parlement heeft derhalve geen bijdragen betaald aan het Franse socialezekerheidsstelsel voor klager tijdens zijn dienstjaren.

5. Op 7 juli 2008 heeft klager de Franse pensioenorganisatie Union de Recouvrement des Cotisations de Sécurité Sociale et d'Allocations Familiales (URSAFF) verzocht de situatie met betrekking tot zijn pensioen te regulariseren. De URSAFF verklaarde dat zij daartoe niet bevoegd was op grond van het feit dat "overeenkomstig het Franse decreet nr. 75-109 van 24 februari 1975 de situatie van personen van wie de werkgevers gedurende een bepaalde periode niet hebben bijgedragen, slechts kon worden geregulariseerd indien zij voldeden aan de voorwaarden voor aansluiting bij de Franse algemene pensioenregeling"[2]. Klager heeft de zaak ook voorgelegd aan het Centre interministériel de renseignements administratifs (CIRA)[3] en aan het Centre de liaison européen et international (CLEISS)[4], die beide ook verklaarden niet bevoegd te zijn om de zaak te behandelen.

6. Op 6 april 2009 wendde klager zich tot de Ombudsman.

Onderwerp van het onderzoek

7. In zijn klacht beweerde klager dat het Parlement geen rechtsgrond had gegeven voor het niet betalen van bijdragen aan het Franse nationale pensioenstelsel gedurende de tijd dat hij vóór september 1982 voor de instelling werkte.

8. Hij verzocht het Parlement hem bij te staan in zijn betrekkingen met de Franse autoriteiten om nu de bijdragen te betalen die hem recht zouden geven op een pensioen voor de periode waarin hij voor de instelling werkte, namelijk van 1977 tot 1981.

Het onderzoek

9. Op 28 mei 2009 heeft de Ombudsman de bevoegde diensten van het Parlement verzocht klager een betere uitleg te geven over de redenen waarom hij vóór 1982 geen bijdragen voor zijn personeel aan het Franse socialezekerheidsstelsel heeft betaald.

10. Op 17 juni 2009 schreef het Parlement klager een brief waarin het enkel de inhoud van zijn brief van 27 februari 2008 aan klager herhaalde (zie punt 4 hierboven). Een kopie van de brief van 17 juni 2009 werd ook naar de Ombudsman gestuurd.

11. De Ombudsman was van oordeel dat de brief van het Parlement klager de gevraagde uitleg niet verschafte.

12. Op 31 augustus 2009 heeft de Ombudsman het Parlement derhalve verzocht een advies uit te brengen over de bovengenoemde bewering en bewering van klager.

13. Op 2 maart 2010 heeft het Parlement advies uitgebracht. De Ombudsman zond deze toe aan klager met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die hij op 31 maart 2010 toezond.

Analyse en conclusies van de Ombudsman

A. Vermeend verzuim van het Parlement om een rechtsgrond op te geven voor het niet betalen van de pensioenbijdragen en de daarmee samenhangende vordering

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

14. Klager beweerde dat het Parlement geen rechtsgrond had gegeven voor het niet betalen van de pensioenbijdragen aan de Franse autoriteiten vóór september 1982. Hij verzocht het Parlement hem te helpen de bijdragen te betalen die overeenkwamen met de periode 1977-1981, waarin hij voor het Parlement werkte. Op die manier zou de tijd die hij voor het Parlement heeft gewerkt, in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van zijn Franse pensioen.

15. In zijn advies heeft het Parlement eerst de ontvankelijkheid van de klacht in twijfel getrokken. In dit verband verwees het naar artikel 2, lid 8, van het Statuut van de Ombudsman [5]. Naar het oordeel van het Parlement had klager niet alle mogelijkheden van interne rechtsmiddelen die hem ter beschikking stonden, uitgeput. Hoewel hij op 9 december 2007 een verzoek krachtens artikel 90, lid 1, van het Statuut had ingediend, heeft hij geen klacht krachtens artikel 90, lid 2, van het Statuut ingediend tegen het antwoord van de salariseenheid van 27 februari 2008.

16. Wat in de tweede plaats de inhoud van de klacht betreft, merkt het Parlement op dat klager op geen enkel moment de voorwaarden van zijn opeenvolgende overeenkomsten als hulpfunctionaris voor de parlementaire zittingen heeft betwist, noch de salarisafrekeningen met betrekking tot zijn bezoldiging voor elke maand van de verrichte dienst. In de loonstrookjes van klager werd geen melding gemaakt van pensioenverzekeringsuitkeringen voor werkzaamheden die tijdens de parlementaire zittingen werden verricht. Het Parlement heeft bij zijn advies een afschrift gevoegd van de loonstrook voor de zitting van mei 1978. Klager had derhalve op de hoogte moeten zijn van het feit dat de enige geboden dekking de ongevallen- en ziektekostenverzekering was. Klager heeft deze kwestie pas meer dan 25 jaar na het einde van zijn arbeidsverhouding met het Parlement aan de orde gesteld. In dit verband verwees het Parlement naar de rechtspraak, waarin is bepaald dat verzoeken uit hoofde van artikel 90, lid 1, van het Statuut binnen een redelijke termijn moeten worden ingediend [6].

17. Het Parlement wees erop dat klager was aangeworven overeenkomstig artikel 78 van de RAP. Ten tijde van de aanwerving van klager luidde dit als volgt:

"In afwijking van de bepalingen van deze titel zijn de door het Europees Parlement voor de duur van de werkzaamheden van zijn zittingen aangeworven hulpfunctionarissen onderworpen aan de aanwervings- en bezoldigingsvoorwaarden die zijn vastgesteld in de overeenkomst tussen het Parlement, de Raad van Europa en de Vergadering van de West-Europese Unie met betrekking tot de aanwerving van dergelijk personeel."

18. Het Parlement verklaarde echter dat een dergelijke overeenkomst niet was gesloten voor andere hulpfunctionarissen dan hulptolken. Dit hield in dat het Parlement niet verplicht was pensioenbijdragen te betalen aan het Franse socialezekerheidsstelsel voor andere hulpfunctionarissen dan tolken. Het verzoek van klager ontbrak derhalve aan een rechtsgrondslag.

19. Het Parlement heeft dit aspect van het dossier aan klager meegedeeld, eerst in de brief van de eenheid Betalen van 27 februari 2008 en vervolgens in de brief van de directeur Administratie van 17 juni 2009, die naar aanleiding van het verzoek van de Ombudsman is verzonden.

20. Ten slotte heeft het Parlement in zijn advies het volgende verklaard: "Met het oog op de naleving van het beginsel van behoorlijk bestuur is de administratie van het Parlement bereid de heer [naam van de klager] te ontmoeten en zijn dossier nauwkeuriger te onderzoeken. Indien hij dat wenst, kan hij een afspraak maken met mevrouw [...], het lid van het kabinet van de secretaris-generaal dat verantwoordelijk is voor personeelsaangelegenheden."

21. In zijn opmerkingen handhaafde klager zijn verzoek dat het Parlement hem zou helpen de pensioenbijdragen te betalen voor de periode 1977-1981, waarin hij in dienst was van het Parlement.

Beoordeling door de Ombudsman

22. Om te beginnen neemt de Ombudsman nota van de opmerkingen van het Parlement over de toepasselijkheid van artikel 2, lid 8, van het Statuut van de Ombudsman op de onderhavige zaak. De Ombudsman is het met het Parlement eens dat de ontvankelijkheid van de klacht als zodanig twijfelachtig is. De Ombudsman is echter van mening dat de zaak een algemene kwestie aan de orde stelt, die van algemeen belang zou kunnen zijn, met betrekking tot de verantwoordelijkheid van het Parlement met betrekking tot de pensioenrechten van voormalige werknemers. Bovendien is de Ombudsman, gezien het standpunt van het Parlement over de inhoud van de klacht, van mening dat er in dit stadium geen verder onderzoek naar de kwestie nodig is (zie paragraaf 24 hieronder). Het is derhalve niet nodig dat de Ombudsman een standpunt inneemt over de ontvankelijkheid van de klacht.

Sociale zekerheidsuitkeringen van klager voor de periode 1977-1981

23. In zijn advies verwees het Parlement naar artikel 78 van de RAP, dat van kracht was ten tijde van de tewerkstelling van klager bij het Parlement ("de betrokken RAP"), namelijk van april 1977 tot november 1981. Dit artikel voorzag in een afwijking van de normale bepalingen van de RAP met betrekking tot de voorwaarden voor aanwerving en bezoldiging van hulpfunctionarissen.  Het genoemde artikel luidt als volgt: "…-hulpfunctionarissen die door het Europees Parlement worden aangeworven voor de duur van de werkzaamheden van zijn zittingen, zijn onderworpen aan de aanwervings- en bezoldigingsvoorwaarden die zijn vastgelegd in de overeenkomst tussen het Parlement, de Raad van Europa en de Vergadering van de West-Europese Unie met betrekking tot de aanwerving van dergelijk personeel."

24. De Ombudsman begrijpt uit de toelichting van het Parlement in zijn advies dat het contract van klager met het Parlement niet werd geregeld door de overeenkomst van het Parlement met de Raad van Europa en de Vergadering van de Western Union (hierna "de overeenkomst" genoemd) betreffende de socialezekerheidsuitkeringen voor zijn hulpfunctionarissen in Straatsburg. De overeenkomst was niet op deze wijze geregeld, omdat de overeenkomst alleen betrekking had op tolken. Bovendien werd de overeenkomst pas in 1982 gesloten, dat wil zeggen een jaar nadat klager niet meer voor het Parlement werkte.

25. Aangezien de afwijking van artikel 78 van de desbetreffende RAP [7] derhalve niet van toepassing was op de situatie van klager, volgt hieruit dat de voorwaarden voor aanwerving en beloning van klager hadden moeten worden vastgesteld in overeenstemming met de normale bepalingen van de RAP.

26. Op basis van het advies van het Parlement gaat de Ombudsman ervan uit dat, hoewel het contract van klager van 1978 "contrat temporaire" heette, het Parlement van mening is dat hij in feite een hulpfunctionaris was. Zijn aanwervings- en bezoldigingsvoorwaarden vielen dus onder titel III van de RAP, die betrekking had op hulpfunctionarissen.

27. Artikel 70 van titel III van de RAP voorzag, kort samengevat, in de volledige verantwoordelijkheid van de instelling voor de werkgeversbijdragen indien aansluiting bij het nationale socialezekerheidsstelsel verplicht was krachtens hetzij het nationale recht van het land van herkomst van het personeelslid, hetzij het land bij welks stelsel het personeelslid het laatst was aangesloten. Het orgaan is verantwoordelijk voor twee derde van de socialezekerheidsbijdragen indien het personeelslid vrijwillig bij het nationale stelsel was aangesloten. Indien aansluiting bij een nationale regeling niet verplicht of vrijwillig was, moesten hulpfunctionarissen verzekerd zijn voor de verstrekking van een ouderdomspensioen op kosten van de instelling, tot een bedrag van twee derde van de desbetreffende bijdrage [8].

28. Daarom hadden de hulpfunctionarissen van het Parlement overeenkomstig artikel 70 van de RAP verzekerd moeten zijn tegen ziekte, ongeval, invaliditeit en overlijden. Om een ouderdomspensioen te kunnen opbouwen, hadden zij aangesloten moeten zijn bij een verplicht socialezekerheidsstelsel, bij voorkeur dat van het land waarbij zij het laatst aangesloten waren, of dat van hun land van herkomst. Op basis van de mededelingen van klager aan de betrokken Franse autoriteiten, waarvan kopieën bij zijn klacht werden gevoegd en aan het Parlement werden toegezonden, begrijpt de Ombudsman echter dat er geen verplichte of vrijwillige aansluiting van klager bij de algemene Franse regeling lijkt te zijn geweest. Klager was derhalve niet aangesloten bij een door het Parlement gefinancierde pensioenregeling. Dit kon nauwelijks worden gerechtvaardigd door het feit dat klager slechts in deeltijd voor het Parlement werkte, of door het feit dat in zijn contract niet werd vermeld of het Parlement hem al dan niet bij een bepaalde pensioenregeling had aangesloten. De Ombudsman begrijpt derhalve niet waarom het Parlement zich in zijn advies niet heeft gebogen over de vraag of de instelling bijdragen had moeten betalen aan een socialezekerheidsstelsel om klager een ouderdomspensioen te verstrekken, overeenkomstig artikel 70 van de desbetreffende RAP.

29. De Ombudsman merkt op dat de instelling in het door het Parlement ingediende advies heeft aangeboden klager te ontmoeten om "zijn dossier nauwkeuriger te onderzoeken." De Ombudsman is ingenomen met dit initiatief en vertrouwt erop dat het Parlement een passende manier zal vinden om klager te helpen bij zijn contacten met de Franse autoriteiten, zodat bij zijn ouderdomspensioen rekening wordt gehouden met de vier jaar dat hij voor het Parlement heeft gewerkt. De Ombudsman is van mening dat de belangen van de klager het best kunnen worden gediend door een dergelijke vergadering en moedigt de klager derhalve aan contact op te nemen met het Parlement om een vergadering te organiseren. In deze omstandigheden is de Ombudsman van mening dat het niet nodig is het onderhavige onderzoek voort te zetten. Hij zal hieronder echter nog een opmerking maken.

D. Conclusies

Op basis van zijn onderzoek naar deze klacht sluit de Ombudsman deze af met de volgende conclusie:

Er zijn geen redenen voor verder onderzoek naar de bewering en bewering van de klager.

Klager en het Parlement zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

Verdere opmerking

De Ombudsman moedigt het Parlement aan alle mogelijkheden te onderzoeken om klager te helpen bij zijn contacten met de Franse autoriteiten, zodat de periode waarin hij voor de instelling heeft gewerkt in aanmerking kan worden genomen bij de berekening van zijn pensioenrechten.

 

P. Nikiforos Diamandouros

Gedaan te Straatsburg op 17 december 2010


[1] Deze bepaling is in 2004 gewijzigd.

[2] Zie de originele Franse versie: "En réponse, je vous informe qu'en application des dispositions du décret no 75-109 du 24 février 1975, la possibilité de régulariser les cotisations prescrites est ouverte aux personnes qui remplissaient les conditions d'assujettissement au régime général des salariés de la sécurité sociale pour les périodes non déclarées pour lesquelles l'employeur a omis de verser le s cotisations."

[3] "CIRA" is een Franse overheidsinstantie die verzoeken om informatie over administratieve kwesties behandelt.

CLEISS is een Franse overheidsinstantie die zorgt voor contacten tussen Franse en internationale socialezekerheidsorganisaties.

[5] Artikel 2, lid 8, van het Statuut van de Ombudsman bepaalt: "Bij de Ombudsman kan geen klacht worden ingediend die betrekking heeft op de werkrelaties tussen de communautaire instellingen en organen en hun ambtenaren en andere personeelsleden, tenzij de betrokkene alle mogelijkheden voor het indienen van interne administratieve verzoeken en klachten, met name de in artikel 90, leden 1 en 2, van het Statuut bedoelde procedures, heeft uitgeput en de termijnen voor antwoorden van het aldus aangezochte gezag zijn verstreken."

[6] Zaak T-45/01, Stephen G. Sanders e.a./Commissie van de Europese Gemeenschappen, Jurispr. 2004, blz. II-1183: "Er bestaat een verplichting om binnen een redelijke termijn te handelen in alle gevallen waarin, bij gebreke van een wettelijke regeling, het rechtszekerheidsbeginsel of het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen eraan in de weg staan dat de instellingen van de Gemeenschap en de natuurlijke personen zonder tijdsbeperking handelen, waardoor met name de stabiliteit van de reeds verworven rechtsposities dreigt te worden ondermijnd. (...) De redelijkheid van een termijn moet worden beoordeeld in het licht van de specifieke omstandigheden van elke zaak en met name het belang van de zaak voor de betrokkene, de complexiteit ervan en het gedrag van de partijen."

[7] Verordening nr. 31 (EEG), nr. 11 (EGA), tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB 1962, P 45, blz. 1385).

[8] Artikel 70 van titel III van de RAP luidt als volgt:

"1. Om ervoor te zorgen dat hulpfunctionarissen verzekerd zijn tegen ziekte, ongeval, invaliditeit en overlijden en een ouderdomspensioen kunnen opbouwen, moeten zij aangesloten zijn bij een verplicht stelsel van sociale zekerheid, bij voorkeur dat van het land waarbij zij het laatst aangesloten waren of dat van hun land van herkomst.

Het orgaan is verantwoordelijk voor de werkgeversbijdragen die krachtens de geldende wetgeving vereist zijn, wanneer het personeelslid verplicht aangesloten is bij een dergelijk socialezekerheidsstelsel, of voor twee derde van de bijdragen van het personeelslid wanneer hij vrijwillig aangesloten blijft bij het nationale socialezekerheidsstelsel waarbij hij vóór zijn indiensttreding bij de Gemeenschappen aangesloten was, of wanneer hij zich vrijwillig aansluit bij een nationaal socialezekerheidsstelsel.

2. Indien de bepalingen van lid 1 niet kunnen worden toegepast, zijn de hulpfunctionarissen verzekerd tegen ziekte, ongeval, invaliditeit en overlijden en voor de toekenning van een ouderdomspensioen, op kosten van de instelling die hen in dienst heeft, ten belope van twee derde van de bijdrage als bedoeld in lid 1.…".

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!