Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 662/2013/EIS tegen de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy)
Besluiten
Zaak 662/2013/EIS - Geopend op Maandag | 29 april 2013 - Besluit over Woensdag | 30 april 2014 - Betrokken instelling Gemeenschappelijke Onderneming Fusion for Energy ( Geen wanbeheer vastgesteld ) - Land Italië
Achtergrond van de klacht
1. Deze zaak betreft de afwijzing van de aanvraag van de klager in het kader van een door de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (hierna "Fusion for Energy" genoemd) georganiseerde selectieprocedure.
2. Klager is een Italiaans staatsburger die heeft deelgenomen aan een selectieprocedure voor de functie van Senior Mechanical Project Officer. Op 9 november 2012 heeft Fusion for Energy hem meegedeeld dat de jury had besloten hem niet uit te nodigen voor het sollicitatiegesprek, omdat hij niet tot de kandidaten behoorde die het meest geschikt werden geacht voor de functie.
3. Op 20 november 2012 heeft klager verzocht om herziening van dat besluit, waarbij hij in wezen aanvoerde dat hij in totaal 20 jaar beroepservaring had.
4. Op 26 november 2012 heeft Fusion for Energy geantwoord dat de jury, na alle kwalificaties van de kandidaten zorgvuldig te hebben vergeleken, tot de conclusie was gekomen dat, volgens de informatie die klager in zijn cv had verstrekt, zijn beroepservaring minder geschikt was voor de gepubliceerde functie dan die van de beter gekwalificeerde kandidaten.
5. Op 27 november 2012 heeft klager op grond van artikel 90, lid 2, van het Statuut een klacht ingediend bij Fusion for Energy. Hij voerde aan dat zijn beroepservaring en profiel zeer relevant waren voor de uit te voeren taken. Hij legt ook uit dat hij heeft deelgenomen aan een soortgelijke oproep van een ander EU-agentschap, waarin hij werd uitgenodigd voor een gesprek en op de shortlist werd geplaatst als tweede beste kandidaat. Bovendien voerde hij aan dat hij was geslaagd voor een aantal in Italië georganiseerde algemene vergelijkende onderzoeken.
6. Op 25 maart 2013 heeft Fusion for Energy geantwoord op de klacht van klager op grond van artikel 90, lid 2, en het besluit van de jury bevestigd. Zij legde uit dat de reden voor het besluit was dat klager niet had aangetoond dat hij over voldoende beroepservaring beschikte bij de uitvoering van aanbestedingscontracten met betrekking tot mechanische, elektrische of civiele bouwprojecten, zoals vereist door de kennisgeving van vacature. Zij heeft ook benadrukt dat de jury over een ruime beoordelingsbevoegdheid beschikt bij de beoordeling van de beroepservaring en het profiel van de kandidaten, zowel wat de aard en de duur ervan als wat de relevantie ervan voor het te vervullen ambt betreft.
7. Op 2 april 2013 wendde klager zich tot de Europese Ombudsman.
Onderwerp van het onderzoek
8. De Ombudsman opende een onderzoek naar de volgende beweringen en beweringen:
Bewering:
Fusion for Energy (i) heeft niet alle relevante beroepskwalificaties van de klager naar behoren beoordeeld en, subsidiair, (ii) heeft de klager niet voldoende redenen verstrekt ter onderbouwing van zijn besluit om hem niet toe te laten tot het gesprek.
Vordering:
Fusion for Energy moet i) alle relevante beroepskwalificaties van de klager naar behoren beoordelen en, subsidiair, ii) de klager voldoende redenen geven ter onderbouwing van zijn besluit om hem niet toe te laten tot het gesprek.
Het onderzoek
9. Op 29 april 2013 heeft de Ombudsman een onderzoek geopend en Fusion for Energy verzocht een advies over de klacht in te dienen.
10. Het advies van Fusion for Energy werd aan klager toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die klager op 5 september 2013 heeft toegezonden.
Analyse en conclusies van de Ombudsman
Opmerking vooraf
11. In zijn opmerkingen voerde klager verder aan dat Fusion for Energy hem het evaluatieformulier niet had verstrekt. Artikel 2, lid 4, van het Statuut van de Ombudsman schrijft voor dat klachten bij de Ombudsman moeten worden voorafgegaan door passende administratieve benaderingen. Niets in het klachtendossier wijst erop dat klager deze kwestie onder de aandacht van Fusion for Energy heeft gebracht voordat hij deze bij de Ombudsman aan de orde stelde. Deze bewering is dus niet-ontvankelijk. De klager zou kunnen overwegen zich in dit verband opnieuw tot Fusion for Energy te wenden.
A. Bewering dat Fusion for Energy (i) niet alle relevante beroepskwalificaties van de klager naar behoren heeft beoordeeld en, subsidiair, (ii) de klager niet voldoende redenen heeft verstrekt ter onderbouwing van zijn besluit om hem niet toe te laten tot het gesprek en de daarmee verband houdende claim
Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten
12. Tot staving van zijn bewering voerde klager in wezen aan dat Fusion for Energy in haar antwoord op zijn verzoek om een nieuw onderzoek zijn beroepservaring minder relevant achtte voor de taken dan die van andere kandidaten, terwijl zij in haar besluit over zijn klacht op grond van artikel 90, lid 2, concludeerde dat hij onvoldoende bewijs ter staving van zijn ervaring had overgelegd. Bovendien heeft hij aangevoerd dat uit het cv en de door hem ingediende motivatiebrief duidelijk bleek dat hij meer dan 20 jaar relevante beroepservaring had. In dit verband benadrukt hij dat de kennisgeving van vacature ten minste vijf jaar beroepservaring vereist en dat kandidaten wordt verzocht bij hun sollicitatie geen bewijsstukken in te dienen. Ten slotte plaatst hij vraagtekens bij de uitoefening van de beoordelingsbevoegdheid van de jury en concludeert hij dat de beoordeling van zijn beroepservaring onjuist en oneerlijk is en tot discriminatie heeft geleid.
13. Wat het eerste aspect van de bewering van klager betreft, voerde Fusion for Energy in haar advies aan dat de jury de relevante beroepskwalificaties heeft beoordeeld op basis van de informatie in het cv en de motivatiebrief van klager. Voorts herhaalde zij dat klager niet was uitgenodigd voor een gesprek omdat hij onvoldoende beroepservaring had met de uitvoering van bouwprojecten. Fusion for Energy benadrukte dat het ITER-project zich momenteel in de bouwfase bevindt en voegde eraan toe dat de jury de ervaring van klager meer onderzoeksgericht achtte. Fusion for Energy concludeerde dat de beroepskwalificaties van klager naar behoren waren beoordeeld en verklaarde bij wijze van aanvullende toelichting dat de concurrentie in de selectieprocedure bijzonder krap was.
14. Wat het tweede aspect van de bewering van klager betreft, heeft Fusion for Energy uitgelegd dat klager eerst een verzoek om herziening en vervolgens een klacht op grond van artikel 90, lid 2, van het Statuut heeft ingediend. Zij heeft toegegeven dat klager als gevolg van deze twee klachtenprocedures twee verschillende motiveringen heeft ontvangen voor het besluit om hem niet uit te nodigen voor het onderhoud. Fusion for Energy voerde aan dat zij bij het onderzoek van zijn klacht op grond van artikel 90, lid 2, had vastgesteld dat de jury in haar besluit over het verzoek om een nieuw onderzoek onvoldoende redenen opgaf om klager niet uit te nodigen voor een gesprek. Bijgevolg werd de juiste reden aan klager gegeven in het antwoord op zijn klacht op grond van artikel 90, lid 2. Fusion for Energy vond de fout betreurenswaardig, maar voerde ook aan dat de klager uiteindelijk op de hoogte was gebracht van de juiste redenen om niet voor het gesprek te worden uitgenodigd. Zij voegde daaraan toe dat zij maatregelen had genomen om te voorkomen dat dergelijke tekortkomingen zich in de toekomst opnieuw zouden voordoen.
15. In zijn opmerkingen herhaalde klager dat Fusion for Energy i) hem twee tegenstrijdige redenen heeft gegeven om hem niet uit te nodigen voor de sollicitatiefase van de selectieprocedure. Voorts betwijfelt hij (ii) of de jury zelf een besluit heeft genomen over de reden voor zijn uitsluiting en stelt hij voorts dat Fusion for Energy: iii) niet naar behoren rekening heeft gehouden met zijn beroepservaring, zoals blijkt uit zijn cv en zijn motivatiebrief; ten onrechte van mening was dat zijn ervaring meer op onderzoek was gericht; en v) hem geen gedetailleerde redenen heeft verstrekt voor de afwijzing van zijn verzoek, aangezien hem geen kwantitatieve beoordeling was verstrekt.
Beoordeling door de Ombudsman
16. De Ombudsman herinnert eraan dat de jury's volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over een ruime beoordelingsmarge beschikken om te bepalen of de kwalificaties of beroepservaring van een kandidaat overeenkomen met het door het Statuut en de aankondiging van vergelijkend onderzoek vereiste niveau [1]. Deze beoordelingsmarge geldt ook voor de beoordeling van de eerdere ervaring van kandidaten, zowel wat betreft de aard en de duur van die ervaring als wat betreft de mate waarin zij voldoet aan de vereisten van het te vervullen ambt [2]. Gelet op deze overwegingen is de taak van de Ombudsman derhalve beperkt tot het nagaan of het besluit van de jury een kennelijke beoordelingsfout bevat.
17. De Ombudsman wijst erop dat de relevante kennisgeving van vacature niet alleen een opsomming bevatte van de essentiële en voordelige selectiecriteria aan de hand waarvan de sollicitaties van de kandidaten zouden worden beoordeeld, maar ook de aard van de taken voor de functie specificeerde. Rekening houdend met hetgeen in de kennisgeving van vacature werd vermeld, en na controle van het cv en de sollicitatie van klager, is de Ombudsman van mening dat het niet onredelijk was dat de jury op basis van de in zijn sollicitatie verstrekte informatie concludeerde dat klager niet over de relevante ervaring beschikte. In dit verband merkt de Ombudsman op dat in het door klager ingediende cv melding wordt gemaakt van enige ervaring als adviseur en projectmanager voor onderzoeksprojecten, maar dat het geen specifieke verwijzingen lijkt te bevatten naar ervaring met de uitvoering van aanbestedingscontracten voor bouwprojecten. Hoewel zijn motivatiebrief suggereert dat de klager ervaring heeft met aanbestedingen, bevat deze op het eerste gezicht geen specifieke verwijzingen naar ervaring met de uitvoering van aanbestedingscontracten. Tegen deze achtergrond is de Ombudsman van mening dat het standpunt van Fusion for Energy dat klager niet heeft aangetoond dat hij over voldoende beroepservaring beschikte en dat andere kandidaten beter gekwalificeerd waren voor de functie, niet lijkt te worden beïnvloed door een kennelijke beoordelingsfout.
18. Wat het tweede aspect van de bewering en bewering van klager betreft, merkt de Ombudsman op dat de antwoorden van Fusion for Energy aan klager op respectievelijk 26 november 2012 en 25 maart 2013 twee beknopte toelichtingen bevatten met betrekking tot de redenen voor de afwijzing van zijn aanvraag. In haar brief van 26 november 2012 verwees Fusion for Energy met name naar een vergelijkende beoordeling met andere kandidaten en, in haar antwoord van 25 maart 2013, naar het gebrek aan voldoende beroepservaring van klager. De Ombudsman merkt ook op dat Fusion for Energy in zijn advies erkende dat klager twee verschillende motiveringen had ontvangen, hetgeen hij betreurde. Hoewel de twee motiveringen op twee verschillende aspecten lijken te zijn gericht, is de Ombudsman van mening dat zij niet onverenigbaar zijn in die zin dat de in het besluit over de klacht van klager op grond van artikel 90, lid 2, gegeven reden kennelijk aangeeft waarom Fusion for Energy andere kandidaten als geschiktere ervaring beschouwde. Hieruit volgt dat het standpunt van klager dat het twijfelachtig is of de jury zelf tot zijn uitsluiting heeft besloten, niet overtuigend is. Bovendien voldoen de door Fusion for Energy opgegeven redenen aan de normen die zijn vastgesteld in de rechtspraak van het Hof van Justitie en was er met name geen verplichting voor Fusion for Energy om een meer kwantitatieve beoordeling te geven, zoals de klager betoogde. Gezien het bovenstaande is de Ombudsman van oordeel dat Fusion for Energy klager voldoende redenen heeft gegeven ter onderbouwing van zijn besluit om zijn aanvraag af te wijzen.
19. In het licht van bovenstaande overwegingen concludeert de Ombudsman dat de bewering van klager niet kan worden gestaafd. Bijgevolg kan de desbetreffende vordering evenmin slagen.
B. Conclusie
Op basis van het onderzoek naar deze klacht sluit de Ombudsman de klacht af met de volgende conclusie:
Er was geen sprake van wanbeheer in het gedrag van Fusion for Energy.
Klager en Fusion for Energy zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
Emily O'Reilly
Gedaan te Straatsburg op 30 april 2014
[1] Zaak F-53/07, Iordanova/Commissie, JurAmbt. 2008, blz. I-A-1-381 en II-A-1-2087; zaak F-12/05, Tas/Commissie, JurAmbt. 2006, blz. I-A-79 en II-A-I-285; Zaak T-115/89, González Holguera/Parlement, Jurispr. 1990, blz. II-832; zaak T-101/96, Wolf/Commissie, JurAmbt. 1997, blz. I-A-351 en II-949; Zaak T-244/97, Mertens/Commissie, JurAmbt. 1999, blz. I-A-23 en II-91; Zaak T-25/03, De Stefano/Commissie, JurAmbt. 2005, blz. I-A-125 en II-573; Zaak T-158/89, Van Hecken/ESC, Jurispr. 1991, blz. II-1341; Zaak T-214/99, Carrasco Benítez/Commissie, JurAmbt. 2000, blz. I-A-257 en II-1169; en zaak T-332/01, Pujals Gomis/Commissie, JurAmbt. 2002, blz. I-A-233 en II-1155.
[2] Arrest van 24 april 2013, zaak F-73/11, CB/Commissie, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 43.