Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 2714/2008/MF tegen de Europese Commissie
Besluiten
Zaak 2714/2008/MF - Geopend op Maandag | 24 november 2008 - Besluit over Woensdag | 11 november 2009
DE TERUGGROND NAAR HET KLACHT
1. Klager is een gepensioneerd ambtenaar van de Europese Commissie. Hij begon in januari 1974 voor de Commissie te werken.
2. Van 1 september 2002 tot 1 augustus 2005 werkte klager als senior adviseur voor een internationale organisatie. In die tijd was hij op 'vertrek om persoonlijke redenen'. Bij zijn terugkeer bij de Commissie in 2005 bekleedde klager een functie van desk officer bij de Commissie.
3. Op 12 januari 2008 bereikte klager de leeftijd van 65 jaar. Dit betekende dat hij overeenkomstig artikel 52, onder a), van het Statuut [1] op 31 januari 2008 automatisch met pensioen zou gaan.
4. Op grond van artikel 52, tweede alinea, van het Statuut heeft klager een verzoek ingediend om nog twee jaar te mogen blijven werken, dat wil zeggen tot en met 31 januari 2010.
5. Bij nota van 25 januari 2008, ondertekend door de directeur-generaal van DG ADMIN, werd klager ervan in kennis gesteld dat zijn verzoek was afgewezen.
6. Bij e-mail van 15 april 2008 heeft klager een klacht ingediend op grond van artikel 90, lid 2, van het Statuut. Hij verwijst in dit verband naar de redenen waarom hij voor de internationale organisatie heeft gewerkt. Samenvattend was hij van mening dat hij, hoewel hij dit werk tijdens zijn verlof om redenen van persoonlijke aard formeel had verricht, in feite in het belang van de Commissie werkte. De Commissie stelde hem deze post voor, die hij aanvaardde met dien verstande dat de internationale organisatie buitenlands personeel kinderopvoedings- en verblijfstoelagen zou verstrekken die de bezoldiging die hij van de internationale organisatie ontving, redelijk dicht bij het niveau zouden hebben gebracht dat hij bij de Commissie had. Hij ontving echter niet de hem toegezegde toelagen voor huisvestings- en onderwijskosten. Als gevolg daarvan leed hij aanzienlijke financiële verliezen ten bedrage van 132 900 EUR. Klager verklaarde dat de toestemming om na de normale pensioenleeftijd te blijven werken de verliezen zou compenseren die hij had geleden toen hij voor de internationale organisatie werkte. Indien zijn verzoek zou worden afgewezen, was klager van mening dat de Commissie hem een financiële vergoeding moest betalen.
7. Het tot aanstelling bevoegde gezag verwierp de klacht op grond van artikel 90, lid 2, omdat zijn collega tegen de tijd dat klager bijna de normale pensioenleeftijd had bereikt, zijn speciale expertise al had overgenomen. Daarom was het tot aanstelling bevoegde gezag van oordeel dat niet was voldaan aan de voorwaarde van het "dienstbelang ", zoals bepaald in artikel 52 van het Statuut. Op 13 oktober 2008 wendde klager zich tegen dit besluit tot de Europese Ombudsman.
8. Intussen werd het verzoek om schadevergoeding van klager overeenkomstig artikel 90, lid 1, van het Statuut geregistreerd en afzonderlijk behandeld als een formeel verzoek. Dit verzoek werd uiteindelijk afgewezen. Dat gold ook voor de daaropvolgende klacht van klager op grond van artikel 90, lid 2, van het Statuut.
Het onderwerp van het onderzoek
9. Klager beweerde dat de Commissie zijn verzoek om: i) een vergoeding te ontvangen voor de financiële verliezen die hij heeft geleden tijdens zijn werkzaamheden voor de internationale organisatie, of ii) hem in staat te stellen zijn werkzaamheden voort te zetten tot de leeftijd van 67 jaar.
10. Klager voerde aan dat hij i) toestemming moest krijgen om na de leeftijd van 65 jaar te werken om de financiële verliezen te vergoeden die hij had geleden tijdens zijn werk voor de internationale organisatie, of ii) een passende vergoeding moest ontvangen voor de financiële verliezen die hij had geleden tijdens zijn werk voor de internationale organisatie.
Het onderzoek
11. Op 24 november 2008 opende de Ombudsman een onderzoek naar de beweringen en beweringen van klager.
12. De Commissie heeft op 11 februari 2009 advies uitgebracht. De Ombudsman heeft deze vervolgens aan klager doorgezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die hij op 30 april 2009 heeft verzonden.
13. Bij brief van 12 mei 2009 deelde klager de diensten van de Ombudsman mee dat hij bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie beroep had ingesteld tegen de Commissie. Het beroep betrof het besluit van het TABG van 2 september 2008 tot afwijzing van zijn schadevordering.
De analyse en conclusies van de OMBUDSMAN
A. Vermeende oneerlijke afwijzing van het verzoek van klager om schadevergoeding en om verlenging van de dienst na de leeftijd van 65 jaar en daarmee verband houdende vordering
Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten
14. Klager beweerde dat de Commissie zijn verzoek om: i) een vergoeding te ontvangen voor de financiële verliezen die hij heeft geleden tijdens zijn werkzaamheden voor de internationale organisatie, of ii) hem in staat te stellen zijn werkzaamheden voort te zetten tot de leeftijd van 67 jaar.
15. Hij stelde dat hij i) toestemming moest krijgen om na de leeftijd van 65 jaar te werken om te worden gecompenseerd voor de financiële verliezen die hij had geleden toen hij voor de internationale organisatie werkte; of ii) een passende vergoeding ontvangen voor de financiële verliezen die hij heeft geleden toen hij voor de internationale organisatie werkte.
16. Ter ondersteuning van zijn beweringen en beweringen verklaarde klager dat hij zich op verzoek van de Commissie bij INTERNATIONAL ORGANISATION "aansloot". Daarvoor moest hij echter verlof om redenen van persoonlijke aard opnemen. De Commissie stelde hem deze oplossing voor omdat zij een Europese vertegenwoordiger in de internationale organisatie nodig had, maar klager niet uit haar begroting kon betalen. Terwijl hij voor de internationale organisatie werkte, moest hij worden gedekt door het budget van de internationale organisatie. Klager aanvaardde de functie met dien verstande dat de internationale organisatie buitenlands personeel kinderopvoedings- en huisvestingstoelagen zou verstrekken. Door de betaling van dergelijke toelagen zou de vergoeding die hij van de internationale organisatie ontving, redelijk dicht bij het niveau van zijn bezoldiging bij de Commissie zijn gekomen. Klager ontving echter geen bepaalde vergoedingen voor de aan hem toegezegde huisvestings- en onderwijskosten. Hij heeft dus aanzienlijke financiële verliezen geleden ten bedrage van 132 900 EUR. Klager verklaarde dat de toestemming om na de normale pensioenleeftijd te blijven werken de verliezen zou compenseren die hij had geleden toen hij voor de internationale organisatie werkte.
17. De Commissie verklaarde dat het tot aanstelling bevoegde gezag in zijn antwoord op de klacht van klager op grond van artikel 90, lid 2,[2] de klacht heeft afgewezen omdat er geen rechtsgrondslag voor compensatie was. Overeenkomstig artikel 40, lid 1, van het Statuut [3] kan verlof om redenen van persoonlijke aard op verzoek van de betrokken ambtenaar worden verleend en is het onbetaald. Klager had derhalve geen recht op financiële middelen van de Commissie.
18. De Commissie heeft ook gepreciseerd dat op grond van artikel 52, tweede streepje, van het Statuut duidelijk is dat de normale pensioenleeftijd 65 jaar bedraagt. Ambtenaren kunnen echter in uitzonderlijke gevallen toestemming krijgen om verder te werken dan deze leeftijdsgrens (i) en (ii) indien het tot aanstelling bevoegde gezag van oordeel is dat het dienstbelang een afwijking van de normale pensioenleeftijd rechtvaardigt.
19. Het besluit tot verlenging van de aanstelling van een ambtenaar na de leeftijd van 65 jaar berust echter niet op de bekwaamheid, de ervaring en de plichtsvervulling van die ambtenaar, maar op een onderzoek of die verlenging noodzakelijk is in het belang van de dienst.
20. Bij de analyse per geval die nodig is om vast te stellen of aan de criteria van artikel 52, tweede streepje, van het Statuut is voldaan, dient het tot aanstelling bevoegde gezag rekening te houden met de volgende criteria:
- of de instelling aanzienlijke problemen ondervindt bij het vinden van een opvolger voor de betrokken ambtenaar;
- of de door de ambtenaar verrichte werkzaamheden in de nabije toekomst achterhaald zullen zijn, waardoor de benoeming van een opvolger in strijd zou zijn met het belang van de dienst; of
- of de ambtenaar binnen een redelijke termijn een langetermijnproject waar hij/zij aan heeft gewerkt, zal voltooien.
21. Tegen de tijd dat de normale pensioenleeftijd van klager naderde, had een collega zijn speciale vakgebied al opgepakt.
22. Gezien bovenstaande redenen was de Commissie van oordeel dat het tot aanstelling bevoegde gezag terecht heeft geweigerd in te gaan op het verzoek van klager om na de leeftijd van 65 jaar te blijven werken.
Beoordeling door de Ombudsman
23. Om te beginnen wijst de Ombudsman erop dat volgens klager de verlenging van zijn werkzaamheden tot na de wettelijke leeftijdsgrens een alternatieve vorm van financiële compensatie zou vormen voor de verliezen die hij heeft geleden omdat hij aanvaardde voor de internationale organisatie te werken en verlof om redenen van persoonlijke aard op te nemen. Het onderzoek werd precies over de bovenstaande kwestie geopend.
24. In de loop van het onderzoek deelde klager de Ombudsman echter mee dat hij op 26 mei 2009 beroep had ingesteld bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie. De middelen van klager en de belangrijkste argumenten van het verzoekschrift luiden als volgt:
"Nietigverklaring van de vordering tot vergoeding van de schade die verzoeker heeft geleden tijdens zijn verlof om redenen van persoonlijke aard in het kader van de uitoefening van zijn functie [bij de internationale organisatie], schade als gevolg van het niet vergoeden van huisvestings- en onderwijskosten. Verzoeker verzoekt het Gerecht om nietigverklaring van het besluit van het TABG van 2 september 2008 tot afwijzing van verzoekers vordering tot schadevergoeding. de Commissie te veroordelen tot betaling aan verzoeker van 132 900 EUR ter vergoeding van de huisvestings- en onderwijskosten die hij in de uitoefening van zijn functie [bij de internationale organisatie] heeft gemaakt [4].
25. De Ombudsman herinnert er in dit verband aan dat artikel 195 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap de Ombudsman de bevoegdheid verleent klachten te ontvangen.
"... betreffende gevallen van wanbeheer bij het optreden van de communautaire instellingen of organen [...], behalve wanneer tegen de gestelde feiten beroep in rechte is of is ingesteld."(cursivering van mij)
Bovendien bepaalt artikel 2, lid 7, van het Statuut van de Europese Ombudsman:
"... wanneer de Ombudsman wegens lopende of afgesloten gerechtelijke procedures met betrekking tot de aangevoerde feiten een klacht niet-ontvankelijk moet verklaren of de behandeling ervan moet beëindigen, wordt het resultaat van elk onderzoek dat hij tot dan toe heeft verricht, zonder verdere stappen ingediend."
26. In het licht van de bovenstaande bepalingen en gezien het feit dat klager de Ombudsman in kennis heeft gesteld van zijn zaak voor het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie, die dezelfde feiten betreft als die waarop zijn beweringen en vorderingen zijn gebaseerd, beëindigt de Ombudsman zijn behandeling van de onderhavige klacht en dient hij de resultaten van zijn tot dusver verrichte onderzoeken in zonder verdere maatregelen.
C. Conclusies
Op grond van artikel 2, lid 7, van het Statuut van de Ombudsman en artikel 195 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap beëindigt de Ombudsman zijn behandeling van de klacht en dient hij de zaak in zonder verdere maatregelen.
Klager en de Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
P. Nikiforos DIAMANDOUROS
Gedaan te Straatsburg op 11 november 2009
[1] Artikel 52 van het Statuut bepaalt:
"Onverminderd het bepaalde in artikel 50 wordt de ambtenaar gepensioneerd:
a) hetzij automatisch op de laatste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, of
b) op eigen verzoek op de laatste dag van de maand waarvoor het verzoek is ingediend, wanneer hij ten minste 63 jaar oud is of wanneer hij tussen 55 en 63 jaar oud is en voldoet aan de voorwaarden voor onmiddellijke betaling van een pensioen overeenkomstig artikel 9 van bijlage VIII. Artikel 48, tweede alinea, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
Bij wijze van uitzondering kan een ambtenaar echter op eigen verzoek en alleen wanneer het tot aanstelling bevoegde gezag dit in het belang van de dienst gerechtvaardigd acht, zijn werkzaamheden voortzetten tot de leeftijd van 67 jaar, in welk geval hij automatisch wordt gepensioneerd op de laatste dag van de maand waarin hij die leeftijd bereikt."(cursivering van mij)
[2] Op 11 februari 2009 zond klager de Ombudsman een kopie van het antwoord van de Commissie op zijn klacht op grond van artikel 90, lid 2.
[3] Artikel 40, lid 1, van het Statuut luidt als volgt: "In uitzonderlijke omstandigheden en op eigen verzoek kan aan een ambtenaar in vaste dienst onbetaald verlof om redenen van persoonlijke aard worden toegekend."
[4] PB 2009, C 180, blz. 64-65.