FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 2965/2008/(VL)BEH tegen het Europees Bureau voor personeelsselectie

DE TERUGGROND NAAR HET KLACHT

1. Klager is arts. Hij nam met succes deel aan de toelatingstests van een algemeen vergelijkend onderzoek, georganiseerd door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) met het oog op de aanwerving van artsen. Hij is echter niet toegelaten tot de tweede fase van de selectieprocedure, dat wil zeggen tot het mondeling examen. Volgens EPSO voldeed hij niet aan de relevante toelatingscriteria van punt I.B.b).2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek.

2. In het desbetreffende deel van punt I.B.b)2) zijn de volgende voorwaarden vastgesteld:

"...

Na het behalen van de vereiste kwalificatie moet u ten minste tien jaar beroepservaring hebben opgedaan; deze ervaring moet zijn opgedaan op ten minste twee van de volgende gebieden: arbeidsgeneeskunde, algemene geneeskunde, spoedeisende geneeskunde, interne geneeskunde, tropische geneeskunde, ergonomie, beoordeling van lichamelijk letsel, elke medische specialisatie in verband met de uit te voeren taken."

De in punt I.B.b)2) bedoelde taken zijn vastgesteld in punt I.A van de mededeling:

"A. DUTIES

Uitvoering van de taken van een raadgevend arts of bedrijfsgeneeskundige binnen de instellingen van de Europese Unie: onderzoeken voorafgaand aan de aanwerving, jaarlijkse controles, invaliditeitscommissies, medische noodsituaties, medisch overleg, preventieve geneeskunde, gezondheidsadvies, medische en administratieve adviezen. Deelnemen aan verschillende commissies: gezondheid en veiligheid op het werk, ergonomisch ontwerp van de werkplek, invaliditeit, raad van hoge medische adviseurs van de instellingen van de Europese Unie."

3. Op 8 september 2008 heeft EPSO klager meegedeeld dat het van oordeel was dat hij niet voldeed aan de in punt I.B.b) genoemde toelatingscriteria.2).

4. Op 10 september 2008 verzocht klager EPSO zijn standpunt te heroverwegen. Hij voerde aan dat hij veel meer dan de vereiste tien jaar beroepservaring had opgedaan door zijn baan op het gebied van milieugeneeskunde en hygiëne aan een Duitse universiteit. Hij verklaarde dat zijn beroepservaring op het gebied van tropische geneeskunde en zijn taken op het gebied van milieugeneeskunde, met name preventie, gezondheidsadvies en het opstellen van medische adviezen, voldeden aan de vereisten van punt I.B.b).2) van de mededeling. Ter ondersteuning van deze verklaring heeft hij een uittreksel van de relevante opleidingsregeling van de bevoegde medische kamer in Duitsland bijgevoegd.

5. EPSO heeft op 9 oktober 2008 geantwoord. Zij verwees opnieuw naar de subsidiabiliteitscriteria van de mededeling en preciseerde dat zij niet van mening was dat de beroepswerkzaamheden van klager aan een Duitse universiteit overeenkwamen met de in punt I.A van de mededeling vastgestelde taken. Voorts wees EPSO erop dat de beroepservaring van klager op het gebied van chirurgie, opgedaan in een Duits ziekenhuis, evenmin als relevant kon worden beschouwd. In het licht van het bovenstaande bevestigde EPSO zijn eerdere besluit dat klager niet voldeed aan de subsidiabiliteitscriteria van punt I.B.b).2) van de mededeling.

Het onderwerp van het onderzoek

6. Op 29 oktober 2008 wendde klager zich tot de Ombudsman en diende de volgende bewering en bewering in:

EPSO weigerde hem toe te laten tot de volgende fase van de selectieprocedure, hoewel hij voldeed aan de toelatingsvoorwaarden.

EPSO moet hem onmiddellijk in staat stellen deel te nemen aan de volgende fase van de selectieprocedure.

Het onderzoek

7. De klacht is doorgestuurd naar EPSO voor advies, dat het op 6 maart 2009 heeft toegezonden. Het advies van EPSO werd aan klager toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die hij op 22 mei 2009 heeft verzonden.

De analyse en conclusies van de OMBUDSMAN

Opmerkingen vooraf

8. Gezien hun nauwe feitelijke banden is het passend de bewering en bewering van klager samen te onderzoeken.

9. Klager verklaarde dat EPSO naar zijn mening uit zijn aanvraagformulier citeerde. Hij voerde aan dat EPSO, door slechts bepaalde van zijn taken te vermelden en andere niet te vermelden, de verkeerde indruk wekte dat hij slechts toezicht hield op een laboratorium en de kwaliteitscontrole beheerde, wat niet het geval was. Klager voegde daaraan toe dat, zoals blijkt uit de door hem overgelegde verklaringen, alle door hem uitgevoerde taken betrekking hadden op de behandeling van patiënten en het werken met mensen. De Ombudsman merkt op dat het aanvraagformulier dat klager bij EPSO heeft ingediend, deel uitmaakt van het dossier. In het volgende zal hij derhalve rekening houden met alle relevante informatie die op het aanvraagformulier van klager is vermeld, alsook met alle andere documenten die klager en EPSO hem hebben verstrekt.

A. Vermeende niet-naleving van de subsidiabiliteitsvereisten en de daarmee verband houdende claim

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

10. Klager voerde aan dat EPSO geen gegronde redenen had opgegeven om hem niet toe te laten tot het mondeling examen van het vergelijkend onderzoek. Hij was van mening dat uit zijn arbeidsattesten duidelijk bleek dat zijn beroepservaring zelfs de vereiste tien jaar overschreed (zie punt 4 hierboven). In het licht van deze feiten voerde hij aan dat EPSO weigerde hem toe te laten tot de volgende fase van de selectieprocedure, hoewel hij voldeed aan de toelatingsvoorwaarden. Hij stelt dat EPSO hem onmiddellijk moet toestaan deel te nemen aan de volgende fase van de selectieprocedure.

11. In zijn advies wees EPSO erop dat het de verschillende arbeidsattesten onderzocht die klager bij zijn sollicitatie had ingediend. Zij verklaarde dat de 1 jaar en 8 maanden ervaring van klager op het gebied van interne geneeskunde, opgedaan in een Duits ziekenhuis, precies overeenstemde met de in de mededeling uiteengezette vereisten. EPSO was echter van mening dat de andere beroepservaring van klager, opgedaan als chirurg in een ander Duits ziekenhuis, niet voldoet aan een van de in de mededeling genoemde vereisten. Wat de aanstelling van klager bij het Instituut voor Hygiëne van een Duitse universiteit betreft, merkte EPSO op dat klager volgens het overgelegde certificaat op de volgende gebieden werkte: milieuhygiëne; medisch overleg in verband met vaccinaties; ziekenhuishygiëne; medische adviezen; wetenschappelijke activiteiten; lezingen en examenactiviteiten. Zij concludeerde dat deze rechten geen verband hielden met de in de mededeling omschreven rechten.

12. EPSO verklaarde dat de jury, gezien het bovenstaande, tot de conclusie was gekomen dat de beroepservaring van klager niet overeenstemde met het specifieke profiel in de aankondiging. Het heeft ook verwezen naar de rechtspraak van de gemeenschapsrechter volgens welke de beroepservaring van de kandidaten uitsluitend moet worden uitgelegd in het licht van de doelstellingen van het vergelijkend onderzoek. De doelstellingen worden in de mededeling uiteengezet onder algemene uitleg over de aard van de taken. Wat betreft de aard en de duur van de taken die in eerdere dienstverbanden zijn verricht, is EPSO gebonden aan de voorwaarden van de aankondiging. De jury kon derhalve geen aanvullend subsidiabiliteitscriterium toevoegen.

13. Tot slot verklaarde EPSO dat de jury terecht had geconcludeerd dat klager niet voldeed aan de selectiecriteria van punt I.B.b)2.

14. In zijn opmerkingen voerde klager aan dat het duidelijk was dat het besluit van EPSO onjuist was. Hij verklaarde dat hij nauwgezet had uitgelegd waarom hij aan de voorwaarden van de mededeling voldeed en dat hij EPSO nooit had gevraagd om een aanvullend subsidiabiliteitscriterium toe te voegen. Het was volgens hem duidelijk dat EPSO in zijn geval niet aan de subsidiabiliteitscriteria had voldaan.

15. Klager vestigde de aandacht op de kennisgevingsvereisten met betrekking tot beroepservaring (zie punt 2 hierboven). Hij stelde dat zijn beroepservaring paste op de volgende vier in de aankondiging gespecificeerde gebieden: "noodgeneeskunde", "interne geneeskunde"; "tropische geneeskunde"; Met betrekking tot de in de kennisgeving gespecificeerde taken (zie punt 2 hierboven) voerde hij aan dat zijn taken als "Specialist Doctor for Hygiene and Environmental Medicine" betrekking hadden op de volgende in de kennisgeving beschreven taken: "medische noodsituaties, medisch overleg, preventieve geneeskunde, gezondheidsadvies, medische en administratieve adviezen". Desondanks erkende EPSO alleen zijn beroepservaring op het gebied van interne geneeskunde (zie punt 11 hierboven).

16. Klager verwees nauwkeurig naar de door hem overgelegde arbeidsattesten en trachtte aan te tonen dat EPSO ten onrechte zijn voornaamste beroepservaring niet had erkend. Met betrekking tot "noodgeneeskunde" verklaarde hij dat hij volgens een door hem overgelegd certificaat op de spoedeisende hulp van een operatieafdeling had gewerkt. Hij was van mening dat het zelfs voor een leek duidelijk zou zijn dat een spoedarts spoedeisende geneeskunde behandelde. Hij voerde aan dat hij tijdens zijn twee jaar, negen maanden en 29 dagen als chirurg relevante beroepservaring op het gebied van spoedeisende geneeskunde had opgedaan. Bovendien was er een duidelijk verband met de plicht van "medische noodsituaties".

17. Hij voerde verder aan dat uit de arbeidsattesten met betrekking tot zijn werk aan een Duitse universiteit duidelijk bleek dat hij gedurende een periode van 16 jaar en 10 maanden beroepservaring had opgedaan op het gebied van "tropische geneeskunde" en "medisch advies", met inbegrip van "gezondheidsadvies". Met betrekking tot "medische adviezen" was hij van mening dat uit deze verklaringen duidelijk bleek dat hij over een periode van 16 jaar, 9 maanden en 1 dag de relevante beroepservaring had opgedaan. Hij voerde verder aan dat hij in dezelfde periode actief was geweest op het gebied van "preventieve geneeskunde", met inbegrip van "gezondheidsadvies". Hij verwees ook specifiek naar de relevante opleidingsregeling voor gespecialiseerde artsen op het gebied van hygiëne en milieugeneeskunde, die is uitgevaardigd door de bevoegde medische kamer in Duitsland. Volgens hem was uit deze verordening duidelijk dat preventieve geneeskunde en gezondheidsadviezen binnen het gebied van hygiëne en milieugeneeskunde vielen.

18. Concluderend voerde klager aan dat hij bewijsstukken had verstrekt waaruit bleek dat hij meer dan 19 jaar beroepservaring had opgedaan, die in ruime mate, zelfs letterlijk, overeenkwamen met de in de mededeling vastgestelde voorwaarden.

Beoordeling door de Ombudsman

19. De Ombudsman wijst er om te beginnen op dat volgens vaste rechtspraak van de communautaire rechterlijke instanties het tot aanstelling bevoegde gezag en de jury gebonden zijn aan de bewoordingen van de aankondiging van vergelijkend onderzoek: "Devoornaamste functie van een aankondiging van vergelijkend onderzoek bestaat erin de belangstellenden zo nauwkeurig mogelijk te informeren over de voorwaarden om voor de betrokken functie in aanmerking te komen, zodat zij kunnen beoordelen of zij daarvoor moeten solliciteren."[1]

20. Bovendien beschikken het tot aanstelling bevoegde gezag en de jury volgens vaste rechtspraak over een ruime beoordelingsmarge om de vereisten voor een functie vast te stellen, de kwalificaties van de kandidaten te beoordelen en te beoordelen of de kwalificaties voldoende zijn om tot het betrokken vergelijkend onderzoek te worden toegelaten[2]. In het licht hiervan is de taak van de Ombudsman derhalve beperkt tot het nagaan of het oordeel van de jury een kennelijke beoordelingsfout bevatte. Het is dus niet de taak van de Ombudsman om zijn eigen oordeel in de plaats te stellen van dat van de jury.

21. De Ombudsman heeft de aankondiging van vergelijkend onderzoek zorgvuldig geanalyseerd. Hij wijst erop dat kandidaten ten minste tien jaar beroepservaring moeten hebben opgedaan op ten minste twee van de volgende gebieden: arbeidsgeneeskunde, algemene geneeskunde, spoedeisende geneeskunde, interne geneeskunde, tropische geneeskunde, ergonomie, beoordeling van lichamelijk letsel en elke medische specialisatie in verband met de uit te voeren taken. Wat de door de geslaagde kandidaten uit te voeren taken betreft, bevat de aankondiging het volgende: "Het uitvoeren van de taken die binnen de instellingen van de Europese Unie van een raadgevend arts of bedrijfsgeneeskundige worden verlangd: onderzoeken voorafgaand aan de aanwerving, jaarlijkse controles, invaliditeitscommissies, medische noodsituaties, medisch overleg, preventieve geneeskunde, gezondheidsadvies, medische en administratieve adviezen. Deelnemen aan verschillende commissies: gezondheid en veiligheid op het werk, ergonomisch ontwerp van de werkplek, invaliditeit, raad van hoge medische adviseurs van de instellingen van de Europese Unie."

22. Klager betwist in wezen de weigering van EPSO om te erkennen dat i) zijn ervaring als chirurg in een Duits ziekenhuis en ii) zijn ervaring als onderzoeksmedewerker ("wissenschaftlicher Mitarbeiter")aan een Duitse universiteit voldoen aan de toelatingsvoorwaarden. Volgens klager heeft zijn onder i) genoemde ervaring 11 maanden en 15 dagen geduurd. Het is dus duidelijk dat, zelfs indien EPSO deze beroepservaring zou erkennen, de duur ervan niet voldoende zou zijn om de in de mededeling vastgestelde drempel te halen. De Ombudsman is derhalve van mening dat moet worden nagegaan of de beoordeling van de jury met betrekking tot zijn onder ii) genoemde ervaring een kennelijke beoordelingsfout bevatte, aangezien alleen deze beroepservaring, gelet op de duur ervan, klager in staat kon stellen aan de gestelde voorwaarden te voldoen.

23. In zijn advies legde EPSO uit dat de aanstelling van klager aan een Duitse universiteit de volgende taken met zich meebracht: milieuhygiëne; medisch overleg in verband met vaccinaties; ziekenhuishygiëne; medische adviezen; wetenschappelijke activiteiten; lezingen; en onderzoeksactiviteiten. Volgens haar had geen van deze rechten betrekking op de in de mededeling omschreven rechten.

24. Klager heeft zowel bij EPSO als bij de Ombudsman drie getuigschriften ingediend met betrekking tot zijn werk aan de betrokken universiteit. Op de aan de Ombudsman overgelegde afschriften wees hij op bepaalde woorden waaruit volgens hem bleek dat hij voldeed aan het subsidiabiliteitscriterium. Hierna zal de inhoud van deze certificaten alleen worden geanalyseerd voor zover de klager er naar verwees.

25. Het eerste certificaat stelt dat het doel van zijn tewerkstelling was om erkenning te krijgen als "Specialist Doctor in Hygiene and Environmental Medicine". Volgens dit certificaat omvatte de opleiding van klager het gehele gebied van hygiëne, met bijzondere nadruk op ziekenhuis- en milieuhygiëne en milieugeneeskunde. In het certificaat worden vervolgens verschillende gebieden van hygiëne vermeld waarop de klager actief was, zoals ziekenhuishygiëne, water-, lucht- en levensmiddelenhygiëne, evenals individuele hygiëne. Het certificaat bevestigt derhalve dat de klager toezicht hield op de werking van ziekenhuizen, de ontsmetting en sterilisatie ervan, alsook op de werking van waterzuiveringsinstallaties en openbare baden. Wat de individuele hygiëne betreft, wordt in het certificaat vermeld dat de nadruk is gelegd op de profylaxe van infecties in verband met reizen en tropische geneeskunde. In het certificaat wordt ook vermeld dat klager verantwoordelijk was voor een wekelijks overleg over vaccinaties. Dit omvatte advies over tropische en reisgeneeskunde en het toedienen van vaccinaties. De klager voerde 1500 raadplegingen uit waarbij vaccinaties werden toegediend. Het certificaat verwijst voorts naar 11 gedetailleerde wetenschappelijke adviezen die door de klager zijn opgesteld.

26. Het tweede certificaat werd afgegeven toen de meerdere van klager met pensioen ging. Zij stelt dat klager de nodige onderzoeken heeft doorstaan om specialist te worden op het gebied van hygiëne en milieugeneeskunde, en daarna zijn werkzaamheden op het gebied van hygiëne en milieugeneeskunde heeft voortgezet. Uit het certificaat blijkt met name dat klager actief was bij de beoordeling van zwem- en drinkwater en van schadelijke stoffen in de lucht. Hij bleef ziekenhuizen adviseren op het gebied van hygiëne. Hij zette ook zijn consulten met betrekking tot vaccinaties voort en nam uitgebreid deel aan een telefonische consultatiedienst voor reizigers.

27. Het derde ingediende certificaat is een functieomschrijving voor de functie van de klager. Het certificaat vermeldt een aantal gebieden waarop de klager werkzaam is. Op de aan de Ombudsman voorgelegde kopie benadrukte klager de volgende gebieden: raadplegingen met betrekking tot vaccinaties; ziekenhuishygiëne; milieugeneeskunde; Medische meningen.

28. In zijn advies wees EPSO erop dat de beroepservaring van kandidaten uitsluitend moet worden geïnterpreteerd in het licht van de doelstellingen van het vergelijkend onderzoek, zoals beschreven in de aankondiging[3] onder de algemene uitleg van de aard van de uit te voeren taken. De Ombudsman deelt deze mening. Uit punt I van de mededeling blijkt dat het algemeen vergelijkend onderzoek is gehouden om artsen aan te werven die binnen de instellingen van de Unie de taken vervullen die van een raadgevend arts of een arbeidsgeneeskundige worden verlangd. In de mededeling worden in dit verband specifieke taken opgesomd die in het algemeen betrekking hebben op het verlenen van medische diensten aan personeel in dienst van de EU-instellingen en op deelname aan relevante commissies.

29. Uit de in de aankondiging vermelde taken blijkt dat het vergelijkend onderzoek tot doel heeft artsen aan te werven die medische diensten zullen verlenen aan personeel dat door EU-instellingen wordt aangeworven en aan relevante commissies zullen deelnemen. De Ombudsman begrijpt het standpunt van EPSO dat klager, gelet op het doel van het vergelijkend onderzoek, niet voldoet aan de voorwaarden van punt I.B.b).2) van de mededeling. Bij de beoordeling of de klager ten minste tien jaar relevante beroepservaring bezat, kon EPSO alleen uitgaan van de door de klager overgelegde bewijsstukken. Zoals uit de overgelegde certificaten blijkt, werkte klager als gespecialiseerd arts op het gebied van hygiëne en milieugeneeskunde. Uit deze documenten blijkt verder dat de beroepservaring van klager voornamelijk werd opgedaan op het gebied van hygiëne, waarbij bijvoorbeeld toezicht werd gehouden op de werking van ziekenhuizen.

30. Op de bij de Ombudsman ingediende verklaringen onderstreepte klager bepaalde woorden, zoals "profylactisch". Om bijvoorbeeld zijn ervaring in de preventieve geneeskunde te bewijzen, verwees hij naar zijn advies over profylactische maatregelen om infecties te bestrijden bij de planning van ziekenhuizen. Hij benadrukte bijvoorbeeld ook dat hij verantwoordelijk was voor een wekelijks consult voor vaccinaties, waarbij hij advies gaf over tropische en reisgeneeskunde en vaccinaties toediende. Zelfs indien individuele verwijzingen naar bepaalde uitgevoerde taken als ondersteunend voor het standpunt van klager zouden kunnen worden beschouwd, moet de Ombudsman rekening houden met het doel van het vergelijkend onderzoek en met het feit dat de jury over een ruime beoordelingsmarge beschikt om te beoordelen of de kwalificaties van een sollicitant voldoende zijn om tot het betrokken vergelijkend onderzoek te worden toegelaten. Rekening houdend met al deze factoren kan de Ombudsman niet vaststellen dat het besluit van de jury een kennelijke beoordelingsfout bevat.

32. Gezien het bovenstaande is de Ombudsman van oordeel dat de beoordeling door de jury van de beroepservaring van klager geen kennelijke fout bevatte. De Ombudsman is van mening dat de jury binnen de grenzen van haar beoordelingsbevoegdheid is gebleven toen zij besloot dat de beroepservaring van klager niet relevant was op het gebied van het vergelijkend onderzoek. De bewering van klager kan derhalve niet worden gestaafd. Hieruit volgt dat ook zijn vordering niet kan slagen.

B. Conclusies

Op basis van zijn onderzoek naar deze klacht sluit de Ombudsman deze af met de volgende conclusie:

Er is geen sprake van wanbeheer bij de activiteiten van EPSO met betrekking tot de bewering en bewering van klager.

Klager en EPSO zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

 

P. Nikiforos DIAMANDOUROS

Gedaan te Straatsburg op 27 oktober 2009


[1] Zie zaak T-132/89, Gallone/Raad, Jurispr. 1990, blz. II-549, punt 27; en zaak T-237/95, Carbajo Ferrero/Parlement, Jurispr. 1997, blz. II-429, punt 47.

[2] Zie zaak T-54/91, Antunes/Parlement, Jurispr. 1992, blz. II-1739, punt 39; en zaak T-249/01, Boixader Rivas/Parlement, Jurispr. 2003, blz. II-749, punt 29.

[3] Zie zaak T-146/99, Teixera Neves/Hof van Justitie, Jurispr. 2000, blz. II-731, punten 34 en 36.

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!