Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman betreffende klacht 2930/2008/JMA tegen het Europees Bureau voor fraudebestrijding
Besluiten
Zaak 2930/2008/JMA - Geopend op Woensdag | 17 december 2008 - Besluit over Donderdag | 15 oktober 2009
DE TERUGGROND NAAR HET KLACHT
1. De klager is de algemeen directeur van een EU-onderneming (X) die goederen uit een Mexicaans bedrijf (Y) invoerde om deze binnen de EU te verkopen. Aangezien de oorsprong van de ingevoerde goederen als Mexico werd beschouwd, profiteerden zij van een verlaagd douanerecht waarin de bijzondere tariefovereenkomst tussen Mexico en de EU voorziet.
2. Naar aanleiding van een klacht van een derde partij heeft het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) een onderzoek ingesteld naar de oorsprong van de door Y verkochte goederen. Uit het onderzoek is gebleken dat Y de goederen van een Chinese leverancier heeft verkregen en dat er in Mexico geen verdere vervaardiging heeft plaatsgevonden. OLAF was dan ook van mening dat de "oorsprong" van de goederen China was en dat X, naast de antidumpingrechten, een veel hoger douanerecht had moeten betalen. Bijgevolg heeft OLAF de verantwoordelijke nationale autoriteiten van de EU schriftelijk verzocht om X antidumping- en douanerechten op te leggen.
3. Klager was van mening dat de bevindingen van OLAF op onjuiste gronden waren gebaseerd en dat zijn bedrijf niet mocht worden bestraft met antidumping- en douanerechten. Dientengevolge diende hij in 2007 zijn eerste klacht in bij de Ombudsman, die werd geregistreerd onder referentienummer 1863/2007/JMA.
4. Uit de beschikbare informatie bleek dat klager OLAF alleen had benaderd om de bevindingen van het onderzoek van OLAF of zijn verzoek aan de Spaanse douaneautoriteiten te betwisten.
5. Op 23 augustus 2007 verklaarde de Ombudsman de zaak niet-ontvankelijk, aangezien niet bleek dat de klacht was voorafgegaan door passende administratieve stappen ten aanzien van OLAF, zoals vereist door artikel 2, lid 4, van het Statuut van de Ombudsman. In zijn brief aan klager waarbij de zaak werd afgesloten, adviseerde de Ombudsman hem OLAF te schrijven en zijn standpunt naar voren te brengen. Klager werd ook meegedeeld dat hij, indien hij het antwoord van OLAF onbevredigend achtte, kon overwegen een nieuwe klacht in te dienen bij de Ombudsman.
6. Naar aanleiding van het voorstel van de Ombudsman schreef klager op 30 augustus 2007 een brief aan OLAF met het verzoek om informatie over de redenen die hem ertoe brachten te concluderen dat de oorsprong van de door klager aangekochte goederen niet Mexico was, maar China. Nadat klager geen antwoord van OLAF had ontvangen, diende hij op 25 september 2007 een nieuwe klacht in bij de Ombudsman, die werd geregistreerd onder nummer 2441/2007/JMA.
7. Op 13 november 2007 heeft de Ombudsman een onderzoek geopend en OLAF om advies gevraagd over het vermeende verzuim om te antwoorden op de brief van klager van 30 augustus 2007. In zijn advies van 21 december 2007 heeft OLAF uitgelegd dat het als gevolg van een administratief toezicht niet tijdig op de brief van klager heeft geantwoord. OLAF betreurde deze situatie en legde uit dat zijn diensten klager op 3 december 2007 hebben geantwoord. OLAF heeft een kopie van dit antwoord bij zijn advies gevoegd.
8. Aangezien OLAF zijn fout had erkend, daarvoor zijn excuses had aangeboden en inderdaad maatregelen had genomen om deze fout te corrigeren door op 20 december 2007 aan klager te antwoorden, was de Ombudsman van mening dat verder onderzoek naar deze kwestie niet gerechtvaardigd was. Op 22 september 2008 heeft hij de zaak dan ook afgesloten.
9. De Ombudsman wees er in zijn besluit op dat zijn bevinding alleen betrekking had op de bewering van klager dat OLAF niet had geantwoord. Het ging dus niet om een inhoudelijke beoordeling van het antwoord van OLAF. De Ombudsman deelde klager mee dat hij, indien hij het antwoord van OLAF op zijn vraag onbevredigend achtte, kon overwegen een nieuwe klacht in te dienen bij de Ombudsman over deze kwestie.
10. Klager vond het antwoord van OLAF in feite onbevredigend. Daarom diende hij op 9 oktober 2008 een nieuwe klacht in bij de Ombudsman. De klacht is geregistreerd onder nummer 2930/2008/JMA en vormt het voorwerp van het onderhavige onderzoek.
Het KLACHT
11. In de klacht stelde de Ombudsman de volgende bewering vast:
OLAF heeft de zaak betreffende de uitvoer van bepaalde goederen door onderneming X niet naar behoren beoordeeld, aangezien het geen rekening heeft gehouden met de formele bevindingen van het Mexicaanse ministerie van Economische Zaken met betrekking tot de oorsprong van het product.
Het onderzoek
12. Op 17 december 2008 opende de Ombudsman een onderzoek en zond hij de klacht met een verzoek om advies naar OLAF. Op 25 maart 2009 heeft OLAF zijn advies toegezonden, dat met een uitnodiging tot het indienen van opmerkingen aan klager is toegezonden. Op 6 mei en 30 juni 2009 zond klager zijn opmerkingen over het advies van OLAF. Op 18 september 2009 heeft klager aanvullende informatie verstrekt.
De analyse en conclusies van de OMBUDSMAN
A. Beoordeling door OLAF van de oorsprong van de door klager uitgevoerde goederen
Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten
13. Klager voerde aan dat de conclusies van OLAF in zijn onderzoek ongegrond waren en op vals bewijs waren gebaseerd. Hij was van mening dat OLAF zijn bevinding had gebaseerd op de getuigenis van een Mexicaanse ambtenaar die door een Mexicaanse rechtbank was veroordeeld voor meineed en fraude. Hij merkte ook op dat OLAF geen rekening hield met de formele verklaring van het Mexicaanse ministerie van Economische Zaken dat de goederen in kwestie van oorsprong waren uit Mexico.
14. In zijn advies verklaarde OLAF dat het op 20 februari 2003, nadat het op de hoogte was gesteld van de mogelijke ontwijking van antidumpingrechten op bepaalde goederen die als van oorsprong uit Mexico waren aangegeven maar waarvan werd vermoed dat zij van oorsprong uit China waren, besloot een extern onderzoek in te stellen. Op 9 juli 2003 heeft OLAF de EU-lidstaten een mededeling inzake wederzijdse bijstand gestuurd, waarin het hen verzocht de invoer uit Mexico te identificeren en inspecties uit te voeren.
15. OLAF heeft ook de Mexicaanse autoriteiten om bijstand verzocht. Zij kwamen echter pas overeen met OLAF samen te werken na de inwerkingtreding van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand (MAA) in douanezaken met Mexico [1]. Dit protocol, dat de Mexicaanse douaneautoriteiten de verantwoordelijkheid gaf om dit soort zaken te behandelen, is op 1 januari 2005 in werking getreden.
16. Het onderzoek van de Mexicaanse douaneautoriteiten heeft bevestigd dat de rechten in de betrokken zaak op frauduleuze wijze zijn ontdoken. Als gevolg daarvan heeft OLAF in april 2006 een missie naar Mexico georganiseerd, waarbij het de door zowel de lidstaten als de Mexicaanse douaneautoriteiten verstrekte informatie heeft gecontroleerd. Dit omvatte de informatie met betrekking tot de inspecties van laatstgenoemde in de bedrijfsruimten van Y.
17. Op basis van deze initiatieven concludeerde OLAF op 29 augustus 2007 dat de betrokken zendingen van Chinese oorsprong waren en onderworpen waren aan antidumpingrechten. Hij benadrukte dat zijn diensten altijd handelden in overeenstemming met de bepalingen van het MAA-protocol. Zij voegde daaraan toe dat het verzamelde bewijsmateriaal voldoende was om te concluderen dat antidumpingrechten waren ontdoken.
18. In zijn opmerkingen herhaalde klager zijn argument dat OLAF zijn bevindingen uitsluitend baseerde op verklaringen van een ambtenaar van de Mexicaanse douaneautoriteiten die in augustus 2006 werd veroordeeld wegens frauduleuze praktijken. Volgens klager heeft het Mexicaanse ministerie van Economische Zaken ("Secretaría de Estado de Economía") na het vertrek van die ambtenaar de zaak in oktober 2006 opnieuw onderzocht en tot een andere conclusie gekomen. Volgens hem had OLAF ook de fabriek van Y in Mexico moeten inspecteren om met meer zekerheid na te gaan wat er op zijn locatie gebeurde. Bijgevolg stelde hij een aantal vragen in verband met de ontoereikendheid van het onderzoek van OLAF, die OLAF volgens hem in zijn advies niet heeft behandeld.
19. Klager merkte verder op dat, na een uitspraak van een Spaanse administratieve rechtbank, die de conclusie van OLAF in zijn onderzoek bevestigde, de situatie van zijn bedrijf was verslechterd.
20. De Ombudsman verzocht vervolgens om nadere informatie met betrekking tot bovengenoemd arrest. Als gevolg daarvan heeft klager op 18 september 2009 een kopie van de uitspraak toegezonden. Het betrof het beroep dat klager had ingesteld tegen het besluit van de verantwoordelijke nationale douaneautoriteiten om de door X ingevoerde goederen als van oorsprong uit China te beschouwen.
Beoordeling door de Ombudsman
21. Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Statuut van de Europese Ombudsman bevatten precieze voorwaarden voor de ontvankelijkheid van een klacht. De Ombudsman kan alleen een onderzoek instellen als aan deze voorwaarden is voldaan. Artikel 195 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap machtigt de Europese Ombudsman om klachten te ontvangen:
"... betreffende gevallen van wanbeheer bij het optreden van de communautaire instellingen of organen [...], behalve wanneer tegen de gestelde feiten een rechtsvordering is of is ingesteld."
22. Voorts is in artikel 1, lid 3, van het Statuut van de Europese Ombudsman het volgende bepaald:
"De Ombudsman mag niet interveniëren in zaken voor rechtbanken of de gegrondheid van een uitspraak van een rechtbank in twijfel trekken."
23. In die situaties bepaalt artikel 2, lid 7, het volgende:
"Wanneer de Ombudsman wegens lopende of beëindigde gerechtelijke procedures met betrekking tot de aangevoerde feiten een klacht niet-ontvankelijk moet verklaren of de behandeling ervan moet beëindigen, wordt het resultaat van elk onderzoek dat hij tot dan toe heeft verricht, zonder verder optreden ingediend."
24. De Ombudsman heeft de bovengenoemde uitspraak van de nationale rechter zorgvuldig onderzocht. Ter onderbouwing van zijn stelling dat het besluit van de verantwoordelijke nationale douaneautoriteiten ongegrond was, heeft klager voor de nationale rechter aangevoerd dat het verslag van OLAF ontoereikend was. Dit was het geval omdat de Mexicaanse autoriteiten die verantwoordelijk zouden zijn voor deze kwestie, namelijk het ministerie van Economische Zaken, niet werden geraadpleegd.
25. De Ombudsman merkt op dat de middelen die klager in zijn beroep voor de rechtbank aanvoert, identiek zijn aan de beweringen die hij in zijn klacht heeft gedaan.
26. In zijn uitspraak heeft de rechtbank deze argumenten behandeld. Na onderzoek van de acties van OLAF heeft de rechtbank de geldigheid en doeltreffendheid van haar verslag bevestigd. In dit verband was het van oordeel dat OLAF naar behoren rekening had gehouden met het advies van de Mexicaanse douaneautoriteiten en met de opmerkingen van het Mexicaanse ministerie van Economische Zaken. Voorts heeft het Gerecht geoordeeld dat OLAF de bezwaren van OLAF nauwkeurig en overtuigend heeft beantwoord.
27. Gelet op het voorgaande lijkt het voorwerp van de klacht bij de Ombudsman het voorwerp te zijn geweest van een uitspraak van een nationale rechter. Gelet op de toepasselijke wettelijke bepaling waarnaar in punt 22 wordt verwezen, kan de Ombudsman de klacht derhalve niet verder behandelen en dienovereenkomstig afsluiten.
B. Conclusie
In het licht van de uitspraak van een nationale rechter en op grond van artikel 195 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en artikel 1, lid 3, van zijn Statuut sluit de Ombudsman de onderhavige zaak af.
De directeur van OLAF ontvangt een kopie van dit besluit.
P. Nikiforos DIAMANDOUROS
Gedaan te Straatsburg op 15 oktober 2009
[1] Besluit nr. 5/2004 van de Gezamenlijke Raad EU-Mexico van 15 december 2004; PB L 66, blz. 15.