Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 1875/2003/GG tegen de Europese Commissie
Besluiten
Zaak 1875/2003/GG - Geopend op Maandag | 20 oktober 2003 - Besluit over Donderdag | 11 maart 2004
Straatsburg, 11 maart 2004
Geachte heer S.,
Op 20 september 2003 heeft u mij een klacht gestuurd tegen de Europese Commissie over de beschikbaarstelling van communautaire middelen voor de voorgestelde aanleg van een rioleringssysteem op Bonaire, een eiland van de Nederlandse Antillen. Deze klacht werd door mij ontvangen op 10 oktober 2003. In een e-mail van 13 oktober 2003 heeft u mij verzocht een kopie van deze klacht door te sturen naar het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).
Op 20 oktober 2003 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie. Dezelfde dag werd een kopie van de klacht aan OLAF toegezonden.
Op 23 oktober 2003 heeft u mij nadere informatie over uw klacht toegezonden. Een kopie van deze informatie is op 14 november 2003 aan de Commissie toegezonden. Naar aanleiding van een verzoek dat u in die zin had gedaan, heb ik deze informatie op 14 november 2003 ook aan OLAF toegezonden. Diezelfde dag heb ik u daarvan in kennis gesteld en u verzocht aanvullende documenten toe te zenden die u voornemens was rechtstreeks bij OLAF in te dienen.
Op 27 november 2003 heeft OLAF de ontvangst bevestigd van mijn brieven van 20 oktober en 14 november 2003.
Op 4 en 7 januari 2004 heeft u mij kopieën toegezonden van e-mailberichten over uw klacht die u met een ambtenaar van OLAF had uitgewisseld.
De Commissie heeft op 20 januari 2004 advies uitgebracht over uw klacht.
Bij brief van 23 januari 2004 deelde OLAF mij mee dat het op 18 december 2003 had besloten een onderzoek in te stellen naar uw klacht.
Op 28 januari 2004 heeft u mij een kopie gestuurd van een bericht dat u die dag naar een ambtenaar van OLAF had gestuurd, waarin u OLAF verzocht mij kopieën toe te zenden van bepaalde dossiers die u bij OLAF had ingediend.
Op 30 januari 2004 heb ik u het advies van de Commissie toegezonden met het verzoek opmerkingen te maken. Op 5 februari 2004 kreeg u nog een kopie toegestuurd nadat ik had vernomen dat uw adres was gewijzigd.
Op 3 en 4 februari 2004 heeft u mij kopieën toegezonden van e-mailberichten over uw klacht die u had uitgewisseld met de medewerker van een lid van het Europees Parlement.
Op 5 februari 2004 heeft u mij uw opmerkingen over het advies van de Commissie toegezonden.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Van november 2002 tot november 2003 werkte klager, een Duits onderdaan, als programmamedewerker belast met infrastructuurprojecten bij de delegatie van de Europese Commissie in Guyana, Suriname, Trinidad & Tobago, Aruba en de Nederlandse Antillen (“de delegatie”).
Volgens klager zijn de feiten die aan zijn klacht ten grondslag liggen als volgt:
De EU verstrekt communautaire middelen voor de voorgestelde aanleg van een rioleringssysteem op Bonaire, een eiland van de Nederlandse Antillen met ongeveer 10 000 inwoners en ongeveer 50 000 toeristen per jaar. Het beoogde riolerings- en sanitatieproject bestrijkt alleen het dichtbevolkte, kwetsbare kustgebied van de hoofdstad Kralendijk en de omliggende gebieden met een lengte van ongeveer 8,5 kilometer en een breedte van ongeveer 500 meter. De kapitaalvereisten voor alle voorgestelde systeemcomponenten bedragen € 14,8 miljoen. Het is de bedoeling 90 PE ("People Equivalent") voor het ziekenhuis, 300 PE voor winkels en restaurants, 1 780 PE voor toeristen en 1 939 PE voor de bevolking (op een totaal van 10 204 PE), samen goed voor 4 109 PE. De geplande totale investering komt overeen met 3 407 EUR per PE. De uitvoering van het project zal plaatsvinden tussen maart 2005 en maart 2007.
De verwachte resultaten van de uitvoering van het project zijn onder meer: Het rioolwater uit het kustgebied van Kralendijk en omgeving wordt op passende wijze opgevangen door een gecentraliseerd opvangsysteem; het ingezamelde afvalwater wordt overgebracht naar en op passende wijze behandeld door een RWZI (afvalwaterzuiveringsinstallatie).
De bevoegde autoriteit van de Nederlandse Antillen is de Territoriale Ordonnateur (TAO), directeur van het Departement Ontwikkelingssamenwerking van de Nederlandse Antillen. Aan Dorsch Consult, een in de EU gevestigde onderneming, is een dienstencontract van 379 000 EUR gegund voor voorbereidende studies, het masterplan, de haalbaarheidsstudie en de ontwerpaanbestedingsdocumenten.
In zijn evaluatie van de haalbaarheidsstudie die in maart 2003 werd opgesteld, wees klager erop dat het project voorzag dat 82 % van de bevolking van Kralendijk en het omliggende gebied niet zou worden bediend en dat ongeveer 636 m³ onbehandeld afvalwater per dag nog steeds hun weg naar zee zou vinden. Volgens hem hebben deze en andere tekortkomingen het niet mogelijk gemaakt de doelstellingen van het project te verwezenlijken.
Het masterplan, de haalbaarheidsstudie en de andere relevante door de consultant opgestelde documenten werden niettemin door het BTB goedgekeurd. In een aan het samenwerkingsbureau EuropeAid van de Europese Commissie gerichte nota van 29 juli 2003 bevestigde de delegatie dat zij de door het BTB verleende goedkeuring goedkeurde. Volgens klager werden al zijn kritische argumenten door de Commissie buiten beschouwing gelaten.
In zijn klacht bij de Ombudsman voerde klager aan dat het geplande project een verspilling van belastinggeld vormde, aangezien het project niet voldeed aan het mandaat (om een verdere vernietiging van de koraalriffen te voorkomen om het inkomen van de inwoners van Bonaire veilig te stellen) en dat het een te duur, te gecentraliseerd en technisch zeer ingewikkeld systeem voorzag. De klager gebruikte de uitdrukking “witte olifant” om het project te beschrijven. Ter onderbouwing van zijn beweringen verwees klager naar de bovengenoemde cijfers met betrekking tot de dekking van het voorgestelde systeem. Hij voerde ook aan dat de voorgestelde investering van 3 407 EUR per PE extreem hoog was en dat andere internationale organen gewoonlijk berekenden met indicatieve cijfers van 300 tot 500 EUR per PE.
Klager was van mening dat de regering van de Nederlandse Antillen niet veel belang hechtte aan het werkelijke gebruik van het project voor de inwoners en de aard ervan, aangezien de kosten van het project werden gefinancierd met een subsidie van de EU. Hij voegde eraan toe dat de Commissie daarentegen onder “extreme” druk van het Europees Parlement leek te staan om achterstanden uit het 6e, 7e en 8e Europees Ontwikkelingsfonds weg te werken. Volgens hem werden wijzigingen in projecten (ongeacht of ze zinvol zouden zijn of niet) alleen gezien als een belemmering voor het wegwerken van de achterstand. Klager vermoedde dat er andere projecten waren zoals de onderhavige.
Klager sprak de hoop uit dat zijn klacht ertoe zou leiden dat het project op passende wijze zou worden gewijzigd en dat het Europees Parlement op de hoogte zou worden gebracht. In een ander e-mailbericht van 13 oktober 2003 verzocht klager de Ombudsman een kopie van zijn klacht aan OLAF te doen toekomen.
Het onderzoek
De klacht is voor advies naar de Commissie gestuurd. Tegelijkertijd heeft de Ombudsman, in overeenstemming met het verzoek van klager, een kopie van deze klacht doorgestuurd naar het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).
Advies van de CommissieIn haar advies maakte de Commissie de volgende opmerkingen:
AchtergrondDe start van het rioleringsproject op Bonaire dateert van 1991. Het Europees Ontwikkelingsfonds is in 1994/95 begonnen met de financiering van dit project met de eerste pre-haalbaarheidsstudie.
Als ACS-staat moest de regering van de Nederlandse Antillen in alle soevereiniteit de ontwikkelingsbeginselen, -strategieën en -modellen van hun economieën en samenlevingen bepalen. De rol van de Commissie bestond erin de ACS-staat bij te staan bij de beoordeling van projecten en programma’s. Voorts was de Commissie verantwoordelijk voor het nemen van besluiten over de financiering van projecten en programma's.
Toen klager in november 2002 zijn functie overnam, hadden de Nederlandse Antillen twee haalbaarheidsstudies met betrekking tot het project goedgekeurd en goedgekeurd door de Commissie, en was de haalbaarheidsstudie toegekend aan Dorsch Consult, dat haar ontwerpverslag had opgesteld. Besluiten op basis van uitgebreid onderzoek door deskundigen werden in de regel niet herzien door een nieuwe persoon die zich bij de organisatie aansloot. In het kader van de beoordeling van het project heeft de delegatie echter besloten de standpunten van klager aan de regering van de Nederlandse Antillen mee te delen als een "Review of Feasibility Study", d.d. 5 maart 2003.
De adviseur, Dorsch Consult, heeft op 23 april 2003 zijn antwoord aan de regering uitgebracht, waarin de in de evaluatie van 5 maart 2003 aan de orde gestelde kwesties punt voor punt werden behandeld. Op basis hiervan concludeerden de regering en de delegatie dat de ontwerpaanpak deugdelijk, passend en goed aan de partijen meegedeeld was. Uit de antwoorden van de consultant bleek dat klager de haalbaarheidsstudie verkeerd had begrepen.
Standpunt van de Commissie ten aanzien van de klachtKlager had geen specifiek mandaat als waterdeskundige en dus ook geen mandaat om de door de regering van de Nederlandse Antillen en de Commissie in de loop der jaren genomen keuzes of besluiten van het project eenzijdig te herzien. De deskundigen die de pre-haalbaarheids- en haalbaarheidsstudies uitvoerden, beschikten over een speciale deskundigheid waarop de regering en de Commissie konden vertrouwen, en zij zouden indien nodig verantwoordelijk worden gehouden voor hun werk.
Aan het mandaat werd voldaan en het systeem was niet te duur, te gecentraliseerd of technisch te ingewikkeld.
Het algemene doel van dit project was het behoud van de mariene biologische habitat rond het eiland Bonaire. Het doel van het project was de implementatie van het riolerings- en afvalwaterbehandelings- en sanitaire systeem van het eiland om directe lozing van afval/verontreinigd water in zee te voorkomen. Het project was duidelijk verenigbaar met de algemene doelstelling, aangezien het een belangrijke bijdrage zou leveren door zich te concentreren op de belangrijkste bron van verontreiniging, namelijk het rechtstreeks pompen van afvalwater in zee.
De investering per hoofd van de bevolking kan worden beschouwd als boven de benchmark voor de sector, maar dit was te wijten aan het relatief kleine aantal bedienden en dus hogere transactiekosten, aan moeilijke bedrijfsomstandigheden op Bonaire en aan het feit dat de salarissen daar hoger waren dan in een ontwikkelingsland.
Het naburige eiland Curaçao, het belangrijkste eiland van de NEA, exploiteerde hetzelfde type actieve slibbehandelingsinstallatie zonder bijzondere problemen.
De Commissie concludeerde dat zij de beweringen van klager niet gegrond of relevant achtte voor de voorgestelde aanleg van een rioleringssysteem op Bonaire.
Opmerkingen van klagerIn zijn opmerkingen handhaafde klager zijn klacht en maakte hij de volgende aanvullende opmerkingen:
Het project op Bonaire was slechts het topje van de ijsberg. De verspilling van belastinggeld was schandalig.
Hij had mondeling officiële instructies gekregen om een herziening van het masterplan en van de haalbaarheidsstudie voor te bereiden. Het feit dat de Commissie de negatieve conclusies van haar eigen evaluaties niet had aanvaard, maakte deel uit van het probleem dat momenteel door OLAF wordt onderzocht.
Het door de consultant ingediende en door de Commissie aanvaarde voorstel voorzag erin dat, ondanks de extreem hoge kosten van het project, ongeveer 630 m³ afvalwater (van de 1 440 m³) per dag nog steeds zonder behandeling in zee terecht zou komen en dat ongeveer 80 % van de bevolking van Kralendijk en het omliggende gebied niet zou worden bediend. Wat het bedrag van de kosten van het project betreft, had de Commissie geen rekening gehouden met relevante studies die door de Commissie zelf waren gefinancierd. De Commissie vergeleek appelen met sinaasappelen door te verwijzen naar het voorbeeld van Curaçao, dat, in tegenstelling tot Bonaire, dichtbevolkt was en werd afgezet tegen industrie en belangrijke havenfaciliteiten. De auteur van de opmerkingen van de Commissie over deze punten was geen deskundige of handelde niet te goeder trouw.
Onderzoek van OLAFIn een e-mail van 13 oktober 2003 verzocht klager de Ombudsman een kopie van zijn klacht door te sturen naar het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). De Ombudsman heeft op 14 november 2003 aan dit verzoek voldaan. Verdere informatie die door klager werd verstrekt, werd vervolgens ook doorgestuurd naar OLAF, in overeenstemming met het verzoek van klager.
Bij brief van 23 januari 2004 deelde OLAF de Ombudsman mee dat het op 18 december 2003 had besloten een extern onderzoek in te stellen op grond van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)(1).
Op 28 januari 2004 zond klager de Ombudsman een kopie van een bericht dat hij die dag aan een ambtenaar van OLAF had gestuurd, waarin hij laatstgenoemde verzocht de Ombudsman kopieën toe te zenden van bepaalde dossiers die hij bij OLAF had ingediend. De Ombudsman heeft geen kopieën van deze documenten ontvangen.
BESLUIT
1 Vermeende verspilling van belastinggeld met betrekking tot rioleringsproject op Bonaire1.1 Van november 2002 tot november 2003 werkte klager, een Duits onderdaan, als programmamedewerker belast met infrastructuurprojecten bij de delegatie van de Europese Commissie in Guyana, Suriname, Trinidad & Tobago, Aruba en de Nederlandse Antillen. Begin maart 2003 stelde hij een evaluatie op van de haalbaarheidsstudie die door een consultant was opgesteld met betrekking tot de voorgestelde aanleg van een rioleringssysteem op Bonaire, een eiland van de Nederlandse Antillen. Dit project zou worden gefinancierd door het Europees Ontwikkelingsfonds van de EU. In zijn klacht bij de Ombudsman voerde klager aan dat het geplande project een verspilling van belastinggeld vormde, aangezien het project niet voldeed aan het mandaat (om een verdere vernietiging van de koraalriffen te voorkomen om het inkomen van de inwoners van Bonaire veilig te stellen) en dat het een te duur, te gecentraliseerd en technisch zeer ingewikkeld systeem voorzag.
1.2 De Commissie was van mening dat het project voldeed aan het mandaat en dat het project niet te duur, te gecentraliseerd of technisch te ingewikkeld was.
1.3 De Ombudsman heeft de plicht gevallen van wanbeheer bij de activiteiten van de communautaire instellingen en organen te onderzoeken. Hij is van mening dat het een goed bestuur is om de middelen die zijn toegewezen voor de activiteiten van de EU voorzichtig en efficiënt te gebruiken. Volgens de Ombudsman kan verspilling van dergelijke middelen dus neerkomen op wanbeheer. Er zij echter op gewezen dat de Ombudsman noch over de middelen noch over de technische deskundigheid beschikt om een uitgebreid onderzoek uit te voeren naar de vraag of een bepaald project een verspilling van belastinggeld vormt. Volgens de Ombudsman kon een dergelijk onderzoek alleen worden uitgevoerd door gespecialiseerde instanties die over de nodige deskundigheid beschikken, zoals de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen of het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). De Ombudsman zal zijn onderzoek in dergelijke gevallen dus beperken tot de vraag of de verantwoordelijke communautaire instelling of het verantwoordelijke communautaire orgaan een coherent en redelijk antwoord heeft gegeven op de argumenten van de klager.
1.4 Na een eerste analyse is de Ombudsman er niet van overtuigd dat de Commissie alle door klager aan de orde gestelde kwesties voldoende heeft aangepakt. In zijn beoordeling van de haalbaarheidsstudie, die in maart 2003 werd opgesteld, was de klager bijvoorbeeld van mening dat ondanks de hoge kosten van het project was voorzien dat 82 % van de bevolking van Kralendijk en het omliggende gebied niet zou worden bediend en dat ongeveer 636 m³ onbehandeld afvalwater per dag nog steeds hun weg naar zee zou vinden. Voor zover de Ombudsman kan zien, lijkt de Commissie op dit punt nog geen bevredigend antwoord te hebben gegeven, noch naar haar mening, noch naar aanleiding van de opmerkingen van de consultant over het door klager voorbereide onderzoek waarnaar de Commissie in haar advies verwees.
1.5 Er zij echter op gewezen dat OLAF in december 2003 heeft besloten een onderzoek in te stellen naar de door klager aan de orde gestelde kwesties. Uit de correspondentie tussen klager en OLAF die klager naar de Ombudsman heeft gekopieerd, blijkt dat OLAF, naast het aan de Ombudsman voorgelegde materiaal, een aantal andere documenten heeft ontvangen die klager relevant achtte voor zijn klacht en die niet aan de Ombudsman zijn toegezonden. In het licht hiervan en gezien het feit dat OLAF lijkt te beschikken over de deskundigheid die nodig is voor een diepgaand onderzoek naar de door klager aan de orde gestelde kwesties, is de Ombudsman van mening dat er voor hem geen redenen zijn om zijn eigen onderzoek voort te zetten. Volgens de Ombudsman draagt de afsluiting van dit onderzoek ook bij tot een efficiënt gebruik van de middelen door te voorkomen dat dezelfde kwesties door twee communautaire organen in twee parallelle onderzoeken worden onderzocht.
2 ConclusieAangezien OLAF heeft besloten een onderzoek in te stellen naar de kwesties die klager in zijn klacht aan de orde heeft gesteld, is de Ombudsman van mening dat er geen redenen zijn om dit onderzoek voort te zetten.
De voorzitter van de Europese Commissie en de directeur-generaal van OLAF zullen ook van dit besluit in kennis worden gesteld. Een kopie van het standpunt van de Commissie over de onderhavige klacht en van de opmerkingen van klager daarover zal aan OLAF worden toegezonden om ervoor te zorgen dat OLAF over alle informatie beschikt die het nodig heeft voor zijn eigen onderzoek.
Met vriendelijke groet,
P. Nikiforos DIAMANDOUROS
(1) PB L 136, blz. 1.