Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 1795/2002/IJH met betrekking tot het Europees Verdrag
Besluiten
Zaak 1795/2002/IJH - Geopend op Maandag | 28 oktober 2002 - Besluit over Donderdag | 12 juni 2003
Straatsburg, 12 juni 2003
Geachte heer V.,
Op 14 oktober 2002 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend tegen het Europees Verdrag en de Raad. Uw klacht is ingediend namens de European Citizen Action Service (ECAS) en betreft de afwijzing van uw verzoek om toegang tot de agenda's en notulen van het Praesidium van de Conventie.
Op 28 oktober 2002 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Conventie en de secretaris-generaal van de Raad. Zij hebben hun adviezen respectievelijk op 16 januari 2003 en 21 januari 2003 uitgebracht. Ik heb u de adviezen toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 27 februari 2003 hebt toegezonden.
Op 11 maart 2003 heb ik u per brief in kennis gesteld van mijn besluit om de zaak tegen de Raad af te sluiten met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer. Op dezelfde datum heb ik de Europese Conventie om nadere informatie verzocht en u van dit nader onderzoek in kennis gesteld. Op 29 april 2003 heeft de Europese Conventie op mijn verzoek om nadere inlichtingen geantwoord. Ik heb u het antwoord toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 27 mei 2003 hebt toegezonden.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van het onderzoek van de Ombudsman naar uw klacht tegen de Europese Conventie.
Het KLACHT
In oktober 2002 werd namens de European Citizen Action Service (ECAS) bij de Ombudsman een klacht ingediend tegen het Europees Verdrag en de Raad.
Dit besluit heeft alleen betrekking op de klacht tegen het verdrag. Het onderzoek van de Ombudsman naar de klacht tegen de Raad werd op 11 maart 2003 afgesloten, waarbij werd vastgesteld dat er geen sprake was van wanbeheer.
Volgens de klager zijn de relevante feiten, samengevat, als volgt:
Klager verzocht de Raad om toegang tot de agenda's en notulen van het Praesidium van de Europese Conventie. In juli 2002 antwoordde de Raad klager onder meer dat het Europees Verdrag een van de Raad onderscheiden orgaan is en dat het secretariaat-generaal van de Raad het verzoek van verzoeker aan het secretariaat van het Verdrag had doorgezonden.
Klager schreef vervolgens een brief aan de secretaris-generaal van de Conventie, Sir John KERR, waarin hij verwees naar bovengenoemd verzoek aan de Raad om toegang tot de agenda's en notulen van het Praesidium. De secretaris-generaal antwoordde klager op 18 september 2002 en verklaarde onder meer dat hij "een reëel probleem zou zien met de publicatie van door dit secretariaat geproduceerd ontwerpmateriaal dat het Praesidium niet heeft of nog niet heeft goedgekeurd, of met de instructies van het Praesidium aan het secretariaat voor wijzigingen. De Conventie erkent dat het Praesidium, om zijn werk te kunnen doen, een zekere mate van vertrouwelijkheid ex ante moet genieten; het product is volledig openbaar, maar het voorbereidingsproces moet redelijk privé zijn."
Klager drukt zijn klacht bij de Ombudsman uit in de vorm van verzoeken om bepaalde zaken te onderzoeken, vast te stellen of vast te stellen. Klager legt ook uit dat de reden voor het verzoek om toegang tot agenda's en notulen van het Praesidium is om NGO's voldoende van tevoren te waarschuwen voor wat er in de Conventie aan de orde komt.
Samenvattend lijkt de klacht de volgende bewering tegen het Europees Verdrag te bevatten:
Het secretariaat van de Europese Conventie heeft niet correct gereageerd op het verzoek van klager om toegang tot agenda's en notulen van het Praesidium.
Het onderzoek
De Ombudsman onderzocht eerst de ontvankelijkheid van de klacht. Om de in punt 1 van onderstaand besluit genoemde redenen kwam de Ombudsman tot de voorlopige conclusie dat het Europees Verdrag een communautair orgaan is in de zin van artikel 195 EG en dus binnen het mandaat van de Ombudsman wat betreft mogelijk wanbeheer bij zijn activiteiten.
De Ombudsman heeft de klacht derhalve voor advies doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Conventie, de heer Valéry GISCARD D'ESTAING. De Ombudsman verklaarde dat het standpunt van de Voorzitter over de ontvankelijkheid van de klacht welkom zou zijn en sprak de hoop uit dat hij in ieder geval zou reageren op de bewering van klager.
Het advies van de voorzitter van de Europese ConventieSamengevat heeft de voorzitter van de Europese Conventie het volgende advies uitgebracht:
De documenten van het verdrag vallen niet binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Desalniettemin is het voortdurende beleid van het verdrag geweest om zoveel mogelijk materiaal (inclusief alle officiële documenten van het verdrag) beschikbaar te stellen voor het grote publiek, grotendeels door snelle publicatie op de website.
Het Praesidium heeft tot taak de werkzaamheden van de Conventie voor te bereiden. Het kan deze functie alleen effectief uitvoeren als het de mogelijkheid heeft om privé te beraadslagen. Alle documenten die het resultaat zijn van de bespreking door het Praesidium worden onmiddellijk beschikbaar gesteld door publicatie op de website van de Conventie. Indien ook de agenda's en notulen van het praesidium ter beschikking zouden worden gesteld, zou dit het risico met zich meebrengen dat het onderwerp wordt van de debatten van de Conventie in plaats van een stimulans. De ervaring tot nu toe leert dat dit grotendeels wordt begrepen en aanvaard door de leden van de Conventie, die zelf geen toegang hebben tot de agenda's en notulen van het Praesidium.
Klager stelt ook dat ngo's zonder toegang tot de agenda's en notulen van het praesidium moeite hebben om vooraf te worden gewaarschuwd voor wat er in de Conventie aan de orde komt. Ik accepteer dit niet. Ik maak altijd aan het einde van elke plenaire vergadering de belangrijkste punten voor de volgende (en soms zelfs volgende) zitting bekend. Deze worden opgenomen in de door het secretariaat opgestelde samenvattende nota's die op de website worden gepubliceerd. Bovendien worden gedetailleerde agenda's voor elke zitting gepubliceerd zodra deze door het Praesidium zijn goedgekeurd. Het publiek wordt daarom net zo goed geïnformeerd als de leden van de Conventie over het toekomstige tijdschema en de inhoud van de plenaire vergaderingen.
Opmerkingen van klagerSamengevat heeft klager de volgende opmerkingen gemaakt over het advies van de voorzitter van de Conventie:
Het Europees Verdrag is een orgaan dat onder het Verdrag valt en Verordening (EG) nr. 1049/2001 moet daarop van toepassing zijn. Hoewel artikel 255 EG beperkt is tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, moet dit in de historische context worden geplaatst, namelijk dat gedragscodes inzake toegang tot documenten, met aanmoediging van de Europese Ombudsman, zich hebben verspreid van de drie instellingen naar de agentschappen die zij hebben opgericht. De Raad en het Europees Parlement hebben er in de op artikel 255 van het EG-Verdrag gebaseerde wetgeving dan ook voor gezorgd dat het toepassingsgebied ervan tot buiten de drie instellingen werd uitgebreid.
Punt 8 van de preambule van Verordening (EG) nr. 1049/2001 luidt als volgt: "Om de volledige toepassing van deze verordening op alle activiteiten van de Unie te waarborgen, moeten alle door de instellingen opgerichte agentschappen de in deze verordening neergelegde beginselen toepassen." Dit onderstreept het voornemen van de Raad en het Europees Parlement om een zo ruim mogelijke toegang tot documenten te waarborgen door het toepassingsgebied van de verordening uit te breiden tot alle activiteiten.
Dit voornemen wordt ondersteund door de gemeenschappelijke verklaring van 30 mei 2001, waarvan punt twee duidelijk maakt dat het doel is ervoor te zorgen dat alle instellingen en organen, en dus het verdrag, onder de verordening vallen.
Wat betreft het vermogen van NGO's om vooraf te worden gewaarschuwd voor wat er in de Conventie aan de orde komt, erkent en waardeert klager het feit dat de Voorzitter aan het einde van elke plenaire vergadering de belangrijkste kwesties voor de volgende (en soms zelfs volgende) zitting bekendmaakt, maar het kan nog steeds uiterst moeilijk zijn om vooraf te worden gewaarschuwd voor wat er in de Conventie aan de orde komt. Waarschuwing van de ene sessie naar de volgende is onvoldoende. Dit probleem moet ook worden bekeken met bijzondere aandacht voor NGO's buiten Brussel en in de kandidaat-lidstaten. Als dergelijke organisaties een plenaire vergadering van de Conventie willen bijwonen, zou het wenselijk zijn om veel eerder te waarschuwen voor wat er zal komen.
Klager begrijpt dat het Praesidium alleen in staat is de werkzaamheden van de Conventie voor te bereiden en doeltreffend te functioneren als het de mogelijkheid tot onderhandse beraadslaging behoudt. Klager begrijpt ook de noodzaak van vertrouwelijkheid bij het opstellen van teksten in de formatieve fase. Het is moeilijker te begrijpen hoe de agenda's van het Praesidium zo controversieel kunnen zijn dat publicatie ervan het werk van de Conventie zou kunnen verstoren. De notulen zijn misschien gevoeliger voor dergelijke problemen. Deze kunnen echter worden overwonnen door gedeeltelijke toegang toe te staan. Klager probeert niet de standpunten van individuele leden van het praesidium te achterhalen, maar alleen om vooraf te worden gewaarschuwd voor wat er aan de hand is.
Het is gebleken dat een aantal Conventieleden niet tevreden is met de huidige situatie met betrekking tot de toegang tot documenten en de geheimhouding van het Praesidium. Een aantal Conventieleden, waarvan de partijen de vier kleinste partijen in de Conventie zijn en niet vertegenwoordigd zijn in het Praesidium, hebben een klacht verspreid over de toegang tot documenten van het Praesidium.
In het licht van het bovenstaande verzoekt klager de Europese Ombudsman:
Na zorgvuldige bestudering van het advies van de voorzitter van de Europese Conventie en de opmerkingen van klager achtte de Ombudsman het noodzakelijk nader onderzoek te verrichten. Hij verzoekt de voorzitter van de Europese Conventie om zich ruim van tevoren uit te spreken over het punt van klager over de moeilijkheden die NGO's kunnen ondervinden bij het verkrijgen van informatie over wat er in de Conventie zal komen om hun activiteiten te plannen. De Ombudsman vroeg ook of de agenda's en notulen van het praesidium van de Conventie aan het einde van de werkzaamheden van de Conventie openbaar zullen worden gemaakt.
Antwoord van de Europese ConventieDe secretaris-generaal van de Conventie, Sir John KERR, beantwoordde het verzoek van de Ombudsman om nadere informatie.
Wat betreft de mogelijkheid voor ngo’s om vooraf informatie te verkrijgen, merkt de secretaris-generaal op dat klager eerlijk erkent dat het de praktijk van de voorzitter van de Conventie is geweest om aan het einde van elke plenaire vergadering systematisch de belangrijkste kwesties voor de volgende zitting of zittingen aan te kondigen. De aard van de Conventie betekent dat het voor het Praesidium moeilijk is om zijn werkzaamheden met enige mate van zekerheid te programmeren (of een specifieke kwestie die in een Conventiedocument of door een werkgroep wordt behandeld, of die in een voorstel van het Praesidium aan de orde wordt gesteld, een uitgebreid plenair debat zal vereisen, hangt af van de reactie van de Conventie daarop). Voor zover een dergelijke planning echter mogelijk was, is het verdrag op de hoogte gebracht en is al deze informatie openbaar beschikbaar op de website van het verdrag.
Met betrekking tot de vraag of aan het einde van de werkzaamheden van de Conventie de agenda's en notulen van het Praesidium openbaar zullen worden gemaakt, verklaarde de secretaris-generaal van de Conventie dat hij geen reden ziet om deze documenten in dat stadium niet openbaar te maken. Dit is echter een kwestie waarover het praesidium zelf aan het einde van de Conventie een standpunt zal moeten innemen, wanneer het beslist hoe het best kan worden gewaarborgd dat de werking van de Conventie, die nu zeer transparant is geweest voor de deelnemers en de betrokkenen, toegankelijk en begrijpelijk blijft voor degenen die ons volgen, en voor de historici die zullen beoordelen hoe goed wij hebben gereageerd op de verantwoordelijkheden die ons zijn opgelegd.
Opmerkingen van klagerSamengevat heeft klager de volgende punten naar voren gebracht:
Klager erkent en waardeert ten volle de open manier waarop de Conventie functioneert, met inbegrip van de snelle publicatie van documenten van het Praesidium. De klacht is beperkt tot de vertrouwelijkheid van agenda's en notulen van vergaderingen van het Praesidium.
Klager is ingenomen met de suggestie van de secretaris-generaal dat, onder voorbehoud van een besluit van het Praesidium, zijn agenda's en notulen aan het einde van de werkzaamheden van de Conventie beschikbaar zouden kunnen worden gesteld.
Klager verzoekt de Ombudsman het Praesidium van de Conventie aan te bevelen dat alle documenten na afloop van de werkzaamheden van de Conventie zodanig worden gerubriceerd en georganiseerd dat de toegang van het publiek wordt vergemakkelijkt. Het publiek moet bijvoorbeeld worden geadviseerd wanneer het documenten van de Conventie op papier of in elektronische vorm kan raadplegen in een centrale bibliotheek of via de documentenregisters. Klager uit ook de vrees dat deze belangrijke kwestie in de slotfase van de onderhandelingen in het verdrag wellicht niet op bevredigende wijze wordt opgelost.
BESLUIT
1. Ontvankelijkheid van de klacht tegen het Europees Verdrag1.1 De onderhavige zaak betreft een klacht die namens de European Citizen Action Service (ECAS) is ingediend tegen het gebrek aan toegang van het publiek tot agenda's en notulen van het Praesidium van de Europese Conventie.
1.2 Bij het onderzoek naar de ontvankelijkheid van de klacht merkte de Ombudsman op dat de Europese Conventie haar oorsprong vindt in de verklaring van Laken van de Europese Raad en dat er geen nationaal, internationaal of communautair rechtsinstrument lijkt te bestaan waarmee de Conventie formeel wordt opgericht. Het verdrag heeft echter zijn eigen structuur en functies en moet dus als losstaand van zowel de Europese Raad als de Raad van de Europese Unie worden beschouwd. Bovendien lijkt de Conventie, althans indirect, uit de communautaire begroting te worden gefinancierd. De Ombudsman kwam derhalve tot de voorlopige conclusie dat het Verdrag een communautair orgaan is in de zin van artikel 195 EG en dus binnen het mandaat van de Ombudsman wat betreft mogelijk wanbeheer bij zijn activiteiten.
1.3 De Ombudsman erkent echter dat de Conventie, net als het Europees Parlement, zich bezighoudt met politieke werkzaamheden en dat een klacht tegen zijn politieke werkzaamheden geen aanleiding zou geven tot mogelijk wanbeheer. De onderhavige zaak betreft het antwoord van het secretariaat op een verzoek om toegang tot documenten, dat een administratieve aangelegenheid is.
1.4 De Ombudsman heeft de voorzitter van de Europese Conventie op de hoogte gebracht van de bovenstaande analyse en hem verzocht zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van de klacht. Het antwoord van de voorzitter gaf geen commentaar op dit punt. De Ombudsman ziet dan ook geen reden om zijn voorlopige conclusie te herzien dat het Europees Verdrag een communautair orgaan is in de zin van artikel 195 van het EG-Verdrag en dus binnen het mandaat van de Ombudsman wat betreft mogelijk wanbeheer bij zijn activiteiten.
2. Verzoek van klager om toegang tot de agenda's en notulen van het Praesidium van de Europese Conventie2.1 Klager beweert dat het secretariaat van de Europese Conventie niet correct heeft gereageerd op zijn verzoek om toegang tot agenda's en notulen van het Praesidium. De reden voor het verzoek van de klager is om ngo’s voldoende van tevoren te waarschuwen voor wat er in het verdrag aan de orde komt.
2.2 In zijn opmerkingen stelt klager dat de gezamenlijke verklaring van 30 mei 2001 tot doel heeft ervoor te zorgen dat alle instellingen en organen, en dus ook het verdrag, onder Verordening 1049/2001 vallen. Klager verzoekt dat aan het einde van de werkzaamheden van het verdrag volledige toegang wordt verleend tot alle documenten die momenteel niet tot het publieke domein behoren.
2.3 Volgens de voorzitter van het verdrag vallen de documenten van het verdrag niet binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1049/2001. Desalniettemin is het de voortdurende politiek van het Verdrag geweest om zoveel mogelijk materiaal voor het publiek beschikbaar te stellen. Het Praesidium heeft tot taak de werkzaamheden van de Conventie voor te bereiden. Het kan deze functie alleen effectief uitvoeren als het de mogelijkheid behoudt om privé te beraadslagen. Als de agenda's en notulen van het praesidium ter beschikking zouden worden gesteld, zou dit het risico met zich meebrengen dat het onderwerp wordt van de debatten van de Conventie en niet zozeer een stimulans. Het grote publiek wordt net zo goed als de leden van de Conventie geïnformeerd over het toekomstige tijdschema en de inhoud van de plenaire vergaderingen.
Wat betreft de vraag of aan het einde van de werkzaamheden van de Conventie de agenda's en notulen van het Praesidium openbaar zullen worden gemaakt, ziet de secretaris-generaal van de Conventie geen reden om deze documenten in dat stadium niet openbaar te maken. Dit is echter een kwestie waarover het Praesidium zelf zich aan het einde van de Conventie zal moeten uitspreken.
2.4 De Ombudsman merkt op dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 (1) van toepassing is op documenten die in het bezit zijn van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en dat Verordening (EG) nr. 58/2003 de bepalingen ervan uitbreidt tot uitvoerende agentschappen (2). Het verdrag maakt geen deel uit van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, noch is het een agentschap in de zin van Verordening (EG) nr. 58/2003. De Ombudsman is derhalve van mening dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 als zodanig niet van toepassing is op documenten die in het bezit zijn van het Verdrag.
2.5 De Ombudsman herinnert er echter aan dat er na twee onderzoeken op eigen initiatief ontwerpaanbevelingen tot de communautaire instellingen en organen zijn gericht om regels vast te stellen inzake de toegang van het publiek tot documenten met het oog op behoorlijk bestuur (3). Bijna allemaal hebben ze dat gedaan (4).
2.6 De Ombudsman merkt op dat het verklaarde beleid van de Conventie erin bestaat zoveel mogelijk materiaal ter beschikking van het publiek te stellen. De Ombudsman wijst erop dat dit beleid in overeenstemming is met het doel van Verordening (EG) nr. 1049/2001, namelijk een zo ruim mogelijke toegang tot documenten te waarborgen. In dit verband merkt de Ombudsman op dat in de gezamenlijke verklaring van 30 mei 2001 (5) van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie de instellingen en organen worden opgeroepen interne regels inzake de toegang van het publiek tot documenten vast te stellen waarin rekening wordt gehouden met de beginselen en beperkingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
In het licht van het voorgaande is de Europese Ombudsman van mening dat het nuttig is om bij het onderzoek of er sprake is van wanbeheer bij de uitvoering van het verklaarde beleid van het Verdrag om zoveel mogelijk materiaal ter beschikking van het publiek te stellen, naar analogie te verwijzen naar de uitzonderingen van Verordening 1049/2001.
2.7 Overeenkomstig artikel 4, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 wordt de toegang tot een door een instelling voor intern gebruik opgesteld document dat betrekking heeft op een aangelegenheid waarover de instelling geen besluit heeft genomen, geweigerd indien de openbaarmaking van het document het besluitvormingsproces van de instelling ernstig zou ondermijnen, tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt.
De Ombudsman is van mening dat de voorzitter van de Conventie een redelijke verklaring heeft gegeven waarom openbaarmaking van de agenda's en notulen van het Praesidium voordat de Conventie haar werkzaamheden voltooit, het besluitvormingsproces van de Conventie ernstig zou ondermijnen. Voorts is de Ombudsman niet van mening dat de argumenten van klager wijzen op een hoger openbaar belang dat openbaarmaking gebiedt. De Ombudsman stelt derhalve vast dat er geen sprake is van wanbeheer bij de weigering van toegang van het publiek tot de agenda's en notulen van het Praesidium voordat de Conventie haar werkzaamheden heeft voltooid.
De Ombudsman wijst erop dat de bovenstaande bevinding alleen betrekking heeft op de weigering van toegang van het publiek tot agenda's en notulen van het Praesidium. De Ombudsman neemt geen standpunt in met betrekking tot betwiste openheidskwesties in de betrekkingen tussen het Praesidium en de leden van de Conventie, aangezien deze kwesties verband houden met de politieke werkzaamheden van de Conventie.
2.8 Met betrekking tot de vraag of aan het einde van de werkzaamheden van de Conventie de agenda's en notulen van het Praesidium openbaar moeten worden gemaakt, merkt de Ombudsman op dat artikel 4, lid 3, tweede alinea, van Verordening 1049/2001 bepaalt dat de toegang tot een document met adviezen voor intern gebruik in het kader van beraadslagingen en voorafgaand overleg binnen de betrokken instelling wordt geweigerd, zelfs nadat het besluit is genomen indien openbaarmaking van het document het besluitvormingsproces van de instelling ernstig zou ondermijnen, tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt.
Het lijkt moeilijk aan te voeren dat het besluitvormingsproces van de Conventie kan worden ondermijnd zodra zij haar werkzaamheden heeft beëindigd. De Ombudsman is het derhalve met de secretaris-generaal van de Conventie eens dat er geen reden is om de betrokken documenten in dat stadium niet openbaar te maken.
2.9 In zijn slotopmerkingen uit klager de vrees dat deze belangrijke kwestie in de slotfase van de onderhandelingen in het verdrag wellicht niet op bevredigende wijze wordt opgelost.
De Ombudsman begrijpt dat de Conventie haar werkzaamheden naar verwachting eind juni 2003 zal voltooien. Om deze reden is de Ombudsman van mening dat het niet nuttig zou zijn een besluit uit te stellen om de door klager geuite vrees te onderzoeken.
In de brief van de Ombudsman aan de voorzitter van de Conventie waarin hij in kennis wordt gesteld van dit besluit, wordt melding gemaakt van de bevinding in de tweede alinea van punt 2.8 hierboven betreffende de toegang van het publiek tot de documenten van de Conventie zodra de Conventie haar werkzaamheden heeft beëindigd. In de brief zal ook het standpunt van de Ombudsman tot uitdrukking worden gebracht dat het in overeenstemming zou zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur dat het verdrag zo spoedig mogelijk passende regelingen treft om een dergelijke toegang te waarborgen. De Ombudsman zal de voorzitter van de Conventie ook praktische suggesties doen toekomen die klager in zijn slotopmerkingen heeft gedaan met betrekking tot de toekomstige toegang van het publiek tot de documenten van de Conventie.
3 ConclusieOm de in de punten 2.7 en 2.9 uiteengezette redenen is de Europese Ombudsman van oordeel dat er geen sprake is van wanbeheer door het Europees Verdrag en dat verder onderzoek naar de klacht niet gerechtvaardigd is. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De voorzitter van de Europese Conventie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
P. Nikiforos DIAMANDOUROS
(1) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145/43).
(2) Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd, PB L 011/1.
(3) Zie het speciaal verslag van de Europese Ombudsman aan het Europees Parlement naar aanleiding van het onderzoek op eigen initiatief naar de toegang van het publiek tot documenten, 15 december 1997, alsmede de besluiten betreffende de Europese Centrale Bank, het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, het Communautair Bureau voor plantenrassen en Europol, naar aanleiding van onderzoek op eigen initiatief OI/1/99/IJH.
(4) Bijvoorbeeld de Rekenkamer, 1998, PB C 295/1; de Europese Centrale Bank, 1999 PB L 110/30; de Europese Investeringsbank, 1997 PB C 243/13; het Economisch en Sociaal Comité, 1997 PB L 339/18; en het Comité van de Regio's, 1997, PB L 351/70.
(5) Gemeenschappelijke verklaring betreffende Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB 145 van 31.5.2001, blz. 43)