Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Estisch (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman in bovengenoemde zaak betreffende het vermeende verzuim van de Europese Commissie om gevolg te geven aan een klacht wegens niet-nakoming tegen de Estse rechtbanken
Besluiten
Zaak 426/2020/EIS - Geopend op Dinsdag | 24 maart 2020 - Besluit over Dinsdag | 24 maart 2020 - Betrokken instelling Europese Commissie ( Geen wanbeheer vastgesteld ) - Land Estland
Geachte heer X,
Op 29 februari 2019 heeft u bij de Europese Ombudsman [1] een klacht ingediend tegen de Europese Commissie over de behandeling van uw inbreukprocedure tegen de Estse rechtbanken. De Ombudsman heeft mij verzocht uw klacht te behandelen en u namens hem te antwoorden.
In 2016 heeft u bij de Commissie een inbreukklacht ingediend waarin u stelde dat de Estse rechtbanken strafbare feiten tegen u hadden gepleegd die volgens u een schending vormden van het Handvest van de grondrechten van de EU (het “Handvest”) en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (het “Verdrag”).
De Commissie heeft u drie keer geantwoord en uitgelegd dat zij niet bevoegd is om op te treden in individuele zaken voor nationale rechtbanken. De Commissie heeft ook het toepassingsgebied van het Handvest verduidelijkt en voorgesteld de zaak voor te leggen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens als u van mening bent dat uw rechten uit hoofde van het Verdrag zijn geschonden. In haar derde antwoord deelde de Commissie u ook mee dat zij, aangezien alle vragen waren beantwoord, had besloten niet langer te antwoorden op de aanvullende brieven over de vraag.
In 2018 heeft u een nieuwe klacht ingediend bij de Commissie. In deze klacht herhaalde u uw beschuldigingen van schending van het Handvest en het Verdrag door de Estse autoriteiten en voegde u een nieuwe beschuldiging toe dat de Estse autoriteiten ook misdaden tegen de menselijkheid tegen uw persoon hebben begaan op grond van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.
Op 19 oktober 2019 heeft de Commissie (via Europe Direct) uitgelegd dat zij uw beweringen al in 2016 in haar antwoorden op uw klacht had behandeld.
In uw klacht bij de Ombudsman beweert u dat de Commissie uw nieuwe inbreukklacht, die nieuwe informatie bevatte en dus verschilde van de vorige, niet heeft behandeld.
Na een zorgvuldige analyse van alle informatie in uw klacht en de eerdere correspondentie die onder uw vorige klacht 1171/2016/EIS is geregistreerd, hebben wij besloten het onderzoek af te sluiten met de volgende conclusie:
De in de klacht verstrekte informatie leidt niet tot de conclusie dat de Commissie op basis van wanbeheer heeft gehandeld.
Hoewel u beweert dat uw nieuwe klacht bij de Commissie een nieuwe zaak is, blijkt uit het onderzoek van de twee klachten in plaats daarvan dat de inhoud ervan dezelfde is, namelijk de problemen die u hebt ondervonden met de Estse autoriteiten, met name het rechtsstelsel.
Hoewel de Commissie uw nieuwe klacht niet specifiek heeft behandeld, heeft zij wel uw argumenten in de vorige klacht behandeld. Hij gaf u uitgebreide antwoorden waarom uw zaak niet onder zijn bevoegdheid valt en gaf u relevant advies. De Commissie heeft u ook terecht uitgelegd dat zij niet kan interveniëren in geschillen voor de nationale rechter en dat zij, anders dan u bij wijze van voorbeeld beweert, ook niet de schuld kan geven. Uw nieuwe beschuldiging van misdaden tegen de menselijkheid verandert niets aan deze conclusie.
De Commissie heeft ook terecht uitgelegd dat het Handvest alleen van toepassing is wanneer de lidstaten het EU-recht ten uitvoer brengen en dus niet van toepassing is op uw zaak, die betrekking heeft op het nationale recht.
Bovendien heeft de Commissie u reeds in kennis gesteld van haar besluit om geen antwoord te geven op verdere brieven over dezelfde kwestie, aangezien zij de gestelde vragen reeds had beantwoord. Aangezien u dezelfde kwestie opnieuw aan de orde hebt gesteld, is het redelijk dat de Commissie niet heeft geantwoord.
Wat uw argumenten betreffende de vermeende schending van de rechten uit hoofde van het Verdrag en het Statuut van Rome betreft, maken deze handelingen op zich geen deel uit van het EU-recht en vallen zij derhalve buiten de bevoegdheid van een instelling of orgaan van de Unie. In dit verband willen wij erop wijzen dat de Commissie niet verplicht is argumenten te behandelen die buiten het toepassingsgebied van het EU-recht vallen.
Tot slot wil ik uitleggen dat misdaden tegen de menselijkheid op grond van het Statuut van Rome uitsluitend onder de bevoegdheid vallen van het Internationaal Strafhof, dat een onafhankelijk internationaal hof is. De bepalingen van het Verdrag vallen ook onder de exclusieve bevoegdheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is gevestigd in de Raad van Europa, een onafhankelijke internationale organisatie. Ondanks zijn naam is het niet het laatste EU-orgaan.
Op basis van bovenstaande bevindingen wordt geconcludeerd dat de Commissie geen wanbeheer heeft begaan bij de behandeling van deze zaak. Daarom sluiten wij uw zaak [2].
Hoewel ik begrijp dat u teleurgesteld bent over dit antwoord, hoop ik dat deze verduidelijkingen nuttig voor u zullen zijn.
De uwe oprecht
Marta Hirsch-Ziembińska
Hoofd van de eenheid Onderzoek en ICT - Eenheid 1
Straatsburg, 24/03/2020
[1] Alle informatie over klachtenprocedures en -rechten is te vinden op https://www.ombudsman.europa.eu/en/document/70707.
[2] Deze klacht is behandeld in het kader van de behandeling van gedelegeerde zaken overeenkomstig artikel 11 van het besluit van de Europese Ombudsman tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen.